Abonneer Log in

Hoeveel vooruitgang boekten we sinds de pest?

Het coronadraaiboek van de regering-De Croo was ook de gemiddelde middeleeuwer niet vreemd.


Pieter Brueghel de Oude, De triomf van de dood, ca. 1562

Het wereldwijde menselijke handelen – of globalisering – had wel degelijk aandeel in de verspreiding van de pest en de Spaanse Griep.

Even weinig nieuw zijn de tegenbewegingen in de 18e en 19e eeuw die de vaccinatiecampagnes wantrouwden.

Na een jaar vol berichtgeving over epidemieën, ziekenhuisbedden en overlijdenscijfers is het hoog tijd voor vrolijker nieuws. Over de roaring twenties die om de hoek loeren bijvoorbeeld. Of over hoe we ondanks alles toch positieve lessen hebben kunnen trekken uit deze crisis. Wat optimisme zou in deze tijden geen kwaad kunnen, nietwaar. Enige voorliefde voor schadenfreude is me echter niet vreemd, dus in deze column volgt niets van dat alles. Integendeel, het kan altijd erger: zoals toen de pest toesloeg in het middeleeuws Europa.

De geschiedenis van pandemieën is weinig vrolijke materie. Niet alleen laat ze een somber verleden zien, maar ook een heden dat minder ver van dat verleden afstaat dan we zouden willen. De Zwarte Dood wordt wel eens de grootste pandemie uit de menselijke geschiedenis genoemd. Tussen 1346 en 1353 trof een uitbraak van de pest Europa, Noord-Afrika en het Westen van Azië, en doodde daarbij niet minder dan de helft van de bevolking. Dankzij DNA-onderzoek op opgegraven skeletten kunnen we vandaag het genoom van 14e eeuwse pestbacteriën reconstrueren. Door de vindplaats en het tijdstip van verschillende varianten te bestuderen kunnen we bovendien een heuse stamboom van de bacterie opmaken. Nieuw onderzoek is er zo in geslaagd om tijdens de laatste jaren enkele cruciale historische puzzelstukken te herschikken.

Wat blijkt? De Zwarte Dood was geen plotse epidemie die in enkele decennia tijd doorheen Azië en Europa raasde, zoals lang werd aangenomen. Waarschijnlijk kwamen de eerste uitbraken er al vanaf het begin van de 13e eeuw, toen bewegingen van mensen en dieren de ziekte uit het bergachtige grensgebied tussen Kirgizië en China verspreidden. Geen vleermuizen maar wel marmotten (gegeerd om hun vlees, pels en huid) waren de boosdoeners voor de transmissie naar de mens. In het zog van oorlog en verovering verplaatste de ziekte zich naar China, de Zwarte Zee, Afrika en het Middellandse Zeegebied. In Europa hield een nieuwe variant lelijk huis onder een bevolking die nog niet eerder met de ziekte in aanraking kwam. Die Europese variant is de enige die vandaag uitgeroeid is, terwijl in Afrika en Azië vandaag nog steeds andere varianten aanwezig zijn die in de 14e eeuw aftakten.

Wat zou het, dat de Zwarte Dood al een eeuw langer rondwaarde in Centraal-Azië alvorens ze naar Europa kwam overwaaien? Het DNA-onderzoek helpt niet alleen om de geschiedenis van de pestbacterie te herschrijven, maar ook om het aandeel van de mens in die geschiedenis scherp te stellen. De verspreiding van de pestbacterie buiten haar herkomstgebied vanaf het begin van de 13e eeuw hield immers gelijke tred met de veroveringen van de Mongoolse Khans doorheen Azië. Zij zorgden voor een kortstondige globalisering te paard, van de Zwarte Zee tot China. In hun voetsporen volgde de pest, die naar alle waarschijnlijkheid ook een hoofdrol speelde in de chaotische desintegratie van het Mongoolse imperium een eeuw later. Zonder Dzjengis Khan en zijn grootschalige veroveringen wellicht ook geen Zwarte Dood in het 14e eeuws Europa.

De relatie tussen menselijke globalisering, ecologie en ziekte die het recente historisch onderzoek legt, klinkt vandaag vertrouwd in de oren. Ook bij de Spaanse Griep droegen ze hun steentje bij. Ondanks haar naam vond het virus zijn oorsprong in een legerkamp in Kansas in 1918, en verspreidde zich met behulp van schepen, treinen en kampementen richting Europa, en vervolgens opnieuw terug naar de VS. Een half jaar later was zo goed als heel de wereld met het virus in aanraking gekomen.

Het wereldwijde menselijke handelen – of globalisering – had wel degelijk aandeel in de verspreiding van de pest en de Spaanse Griep.

Natuurlijk was de pest geen goddelijke straf voor toegenomen zondigheid, zoals heel wat middeleeuwers dachten die zichzelf in een nieuw Sodom en Gomorra waanden. En ook de Spaanse Griep was geen Godsbezoeking, zoals velen meenden. Maar dat betekent nog niet dat het wereldwijde menselijke handelen – of globalisering – geen enkel aandeel had in hun verspreiding, zoals filosoof Maarten Boudry onlangs in De Afspraak beweerde. Hij kwam er het boek Eerst hulp bij pandemie (Lannoo, 2021) voorstellen, dat hij samen met journalist Joël De Ceulaer schreef. De Zwarte Dood die plaatsvond in een tijd zonder vliegtuigen leek, volgens Boudry, te bewijzen dat modernisering en globalisering met pandemieën niets te maken hebben. Een kwestie van een loterij van de natuur: om de paar eeuwen is het prijs, en dan telt enkel hoe onze moderne kennis en wetenschap ermee weten om te gaan. Daarmee pleitte hij zowel Dzjengis Khan als hedendaagse globaliseringsprocessen toch net iets te snel vrij van schuld.

Maar de geschiedenis van vervlogen pandemieën levert wel meer speldenprikjes op voor het geloof in de opwaartse klim van de menselijke geschiedenis. Het mag weinig geruststellend heten dat nagenoeg het volledige repertorium aan maatregelen dat het voorbije jaar ingezet werd om de epidemie in te dijken, ook reeds tijdens de middeleeuwen toegepast werd. Van de sluiting van winkels en grenzen tot quarantaines en lockdowns: het coronadraaiboek van de federale regering was de gemiddelde middeleeuwer niet vreemd. Ook vaccinatie, een 18e eeuwse uitvinding die geïnspireerd was op gelijkaardige praktijken in het Ottomaanse Rijk, is een betrekkelijk weinig moderne technologie. Weliswaar werd tijdens de Spaanse Griep grotendeels vruchteloos gezocht naar een geschikt vaccin, terwijl we vandaag heel wat meer succes kenden. Even weinig nieuw zijn de tegenbewegingen in de 18e en 19e eeuw die de vaccinatiecampagnes wantrouwden: de anti-vaxxers avant-la-lettre. Ook na 200 jaar voortschrijdend wetenschappelijk inzicht en steeds alomvattender communicatietechnologie weegt bij grote groepen het wantrouwen ten aanzien van overheid, wetenschap en medische kennis door.

Even weinig nieuw zijn de tegenbewegingen in de 18e en 19e eeuw die de vaccinatiecampagnes wantrouwden.

Vallen er lessen te trekken uit het verleden? Of is de enige conclusie steeds weer dat het complex is? Geschiedenis laat zich immers maar zelden in eenvoudige bewegingen van voor- of achteruitgang vatten. Ondanks de grote toename in levensverwachting en ziektebestrijding van de voorbije eeuwen, toont de huidige pandemie hoe zelfs op medisch vlak de stilstand groter is dan ze op het eerste gezicht lijkt. Zou die vaststelling ons kunnen behoeden voor al te voorbarig vooruitgangsoptimisme in andere domeinen, zoals het ecologische? In de terminologie van Boudry: misschien is het 'voorzorgsprincipe' hier wel aangewezen.