Abonneer Log in

Links en Big Tech: vriend of vijand?

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 63 tot 67

De belangen van Big Tech en die van de linkerzijde zijn intrinsiek onverzoenbaar. Links moet een voorvechter zijn en blijven van de quasi-totale vrijheid van meningsuiting, omdat de krachten der censuur zich uiteindelijk steeds richten tegen een kritische en systeembedreigende linkerzijde.

HET ONLINE POLITIEKE GEVECHT

Het funnelmodel van partijen op Facebook
Jan Steurs
Waarom ik toch niet twijfel aan het nut van factchecken
Vincent Merckx
Hoe wenselijk zijn anticiperende sociale media?
Catherine Van de Heyning
Links en Big Tech: vriend of vijand?
Geeraard Peeters

De ideeënstrijd win je niet door ideeën die je maar niks vindt aan banden te leggen.

Parler is de perfecte illustratie dat er voor de huidige sociale mediagiganten geen alternatief is.

Fake news valt niet te definiëren. Wat bijvoorbeeld met satire?

Verbied algoritmische sturing van content en advertenties op maat.

Begin januari leek er eensgezindheid te bestaan over het verbannen van Donald Trump van Twitter en een hele reeks andere sociale mediakanalen na de bestorming van het Capitool. Dit werd door velen ter linkerzijde op applaus onthaald. Eindelijk keerde de rust weer. Trump was lang niet het eerste slachtoffer, maar wel het belangrijkste. Verregaande 'deplatforming' is al jaren aan de gang op sociale media. Terwijl Donald Trump als het ware langs de hoofdingang wordt buiten gekegeld, worden antifascisten, alternatieve nieuwsmakers, Palestijnse mensenrechtenactivisten en tal van andere onwelkome elementen bij bosjes langs de weinig zichtbare achterdeur van onlineplatformen geweerd.

Dit gaat wel degelijk om censuur. Vroeger bepaalden staat en kerk wat er wel en niet gezegd mocht worden. Vandaag zijn het een handvol quasi-monopolistische technologiebedrijven, bestuurd door een clubje miljardairs, die de grenzen van aanvaardbaar discours aftekenen. Het idee dat deze planetaire multinationals het beste met ons voorhebben en dat ze voorvechters zijn van waarheid en democratie, zou iedereen als absurd moeten beoordelen.

PRINCIPIEEL VERZET

Links moet zich stevig verzetten tegen alle vormen van censuur en alle vormen van editoriaal ingrijpen door technologiebedrijven. Dat gaat over 'deplatforming' (verwijderen van gebruikers van platformen), verwijderen van content zonder dat die de wet schendt, 'demonetizen' (beletten dat iemand geld kan verdienen met zijn content), of op andere manieren artificieel ingrijpen in het bereik van online platformgebruikers.

Hiervoor is, ten eerste, een principiële reden: de vrijheid van meningsuiting is één van de fundamentele hoekstenen van een vrije samenleving, een universeel mensenrecht. De ideeënstrijd win je niet door ideeën die je maar niks vindt aan banden te leggen. In een beroemde uitspraak (1927) van het Amerikaanse Hooggerechtshof stelde rechter Louis Brandeis dat enkel een noodgeval de inperking van de vrijheid van expressie kan rechtvaardigen. Dit recht is dus niet absoluut.

De ideeënstrijd win je niet door ideeën die je maar niks vindt aan banden te leggen.

Noam Chomsky zei ooit dat 'als je voorstander bent van vrije expressie, je voorstander bent van de vrije expressie van meningen die je maar niks vindt. Hitlers propagandaminister Goebbels was voorstander van de expressie van meningen die in zijn kraam pasten. Stalin ook. Voorstanders van 'free speech' zijn dat precies wanneer het gaat om meningen die ze verachten.'

STRATEGISCH VERZET

Ten tweede, is er een strategische overweging voor de linkerzijde. Als we allemaal aan het applaudisseren gaan wanneer Trump of een ander onkies persoon verwijderd wordt van Twitter, kunnen we achteraf niet verontwaardigd zijn wanneer onze politieke geestesgenoten hetzelfde lot beschoren is. Het opwaaiende stof en de vele blijken van instemming doorheen het politieke spectrum stellen Silicon Valley in staat om op discrete wijze een veelvoud aan alternatieve stemmen, heel vaak van de linkerzijde, wandelen te sturen.

Links gedachtegoed vormt een existentieel dreiging voor het verdienmodel van multinationals, met inbegrip van technologiereuzen. Wie denkt dat Big Tech zich minder zal inspannen om linkse ideeën in de kiem te smoren dan om rechtse ideeën te dwarsbomen, heeft niet goed opgelet.

Censuur van de één zet de deur open voor censuur van de andere, waardoor we uiteindelijk achterblijven in een kleurloos sociale medialandschap van establishmentvriendelijke eenheidsworst. Het is de finale capitulatie voor de grootste gemene deler.

'JA MAAR, PRIVÉBEDRIJVEN MOGEN TOCH DOEN WAT ZE WILLEN?!'

Zo luidt een veel gehoord tegenargument. Facebook en Twitter zijn inderdaad privébedrijven en mogen in principe kiezen wat ze op hun platformen toelaten. De zaak verandert echter fundamenteel wanneer een privéspeler een dermate belangrijke maatschappelijke positie verwerft, waardoor die beschouwd kan worden als een dienst van openbaar nut. Facebook en Twitter zijn eigenlijk niet meer dan de publieke pleinen van weleer maar dan in digitale vorm. In principe kan iedereen op elke hoek van de straat zijn recht op vrije meningsuiting uitoefenen. Als hij of zij iets interessants te vertellen heeft, dan zullen mensen blijven staan en luisteren. Hij of zij zal een publiek aan zich kunnen binden en aan populariteit winnen.

Het kijk- en luisterpubliek bevindt zich steeds meer online. Wie niet op de belangrijke sociale mediaplatformen te vinden is, kiest op voorhand voor een uitermate klein publiek, een bestaan in de marge, want deze platformen zijn quasi-monopolies. De belangrijkste uitwisseling van nieuwsberichten gebeurt via sociale media. Bijna de helft van de Amerikanen krijgt zijn nieuws via Facebook. Nieuwsgierigen surfen nog maar amper rechtstreeks naar de websites van nieuwsorganisaties. Ze bekijken in de eerste plaats de 'newsfeed' of tijdlijn van hun favoriete sociaal netwerk. Dit betekent dat het algoritme van die technologiereuzen de grootste filter wordt voor wat bij lezers en kijkers terechtkomt.

'JA MAAR, DAN START JE TOCH JE EIGEN SOCIALE MEDIAKANAAL?!'

Dat probeerden de lieden van Parler, het in 2018 gelanceerde sociaal netwerk. Dat zou volgens de ontwikkelaars meer ruimte bieden voor vrije meningsuiting, maar tegelijkertijd wel ingrijpen wanneer gebruikers de wet overtreden. Begin januari, in de nasleep van de bestorming van het Capitool, besloten Google en Apple de app te weren uit hun app stores. Officiële reden: te veel haatpraat. Nochtans wijst onderzoek uit dat net YouTube, eigendom van Google, een belangrijke rol speelt in de radicalisering van gebruikers richting de extreemrechtse konijnenpijp. Op een drukke zaterdagavond op café wordt ook haatpraat verspreid, maar daarom sluit je nog niet permanent het café. Big Tech bepaalt niet alleen wat er op sociale mediaplatformen mag en niet mag, maar Google en Apple bepalen nu ook welke apps je op je telefoon kunt installeren. Amazon volgde snel door alle hosting voor Parler-websites te schrappen. Parler kreeg de internetdoodstraf en is de perfecte illustratie dat er voor de huidige sociale mediagiganten geen alternatief is.

Parler is de perfecte illustratie dat er voor de huidige sociale mediagiganten geen alternatief is.

'JA MAAR, WAT DAN MET FAKE NEWS?!'

Het verwijderen van bepaalde kanalen of personen van sociale mediaplatformen kadert ook in de strijd van die bedrijven tegen zogenaamd 'fake news'. Sinds de verkiezing van Donald Trump tot president van de VS staan de kranten vol van verhalen over 'fake news', het één al schokkender dan het ander. 'Trollen' uit Macedonië bepalen ons klikgedrag en buitenlandse inlichtingendiensten zitten verwikkeld in een samenzwering om de westerse liberale democratieën uit te hollen, zo luidt het onheilspellend. Er lijken geen grenzen aan wat 'fake news' aan kwalijke gevolgen kan hebben.

Eén levensgroot probleem: het begrip 'fake news' valt niet te definiëren. Volgens Wikipedia is nepnieuws 'desinformatie verhuld als nieuws, die verspreid wordt via websites, sociale media en traditionele media, met als doel het maken van winst of het beïnvloeden van de publieke opinie.' De definitie is zo problematisch dat bijzonder veel onlinecontent kan worden beschouwd als 'fake news'. Wat bijvoorbeeld met satire? Satire is onwaar, verhuld als echt nieuws, wordt verspreid via sociale media, en – als het goeie satire is – slaagt erin de publieke opinie te beïnvloeden.

Fake news valt niet te definiëren. Wat bijvoorbeeld met satire?

Eén van de belangrijkste misvattingen is dat 'fake news' enkel uit rechtse of linkse nichemedia voortspruit. De realiteit leert ons echter dat de mainstreammedia, als we de Wikipedia-definitie volgen, de grootste verspreiders zijn van 'fake news', gezien hun enorme bereik. In 2002 verspreidde The New York Times volop nepnieuws door te stellen dat Saddam Hoessein in het bezit was van massavernietigingswapens. Het was verpakt als nieuws (dat was het niet) en beïnvloedde de publieke opinie. De kerntaak van de journalistiek – het checken van feiten – werd hier verwaarloosd en leugens van 'officiële bronnen' werden op gezag van één van de sterkste merken in het mondiale medialandschap de wereld ingestuurd. De gevolgen voor Irak, de rest van de regio en de wereld zijn eigenlijk niet in woorden te vatten, en tot op vandaag duidelijk voelbaar.

Dit is niet anekdotisch, maar structureel. Of we het nu leuk vinden of niet, de massamedia – die doorgaans als 'betrouwbaar' worden bestempeld – zijn evenzeer propagandakanalen waarin bepaalde belangen worden gediend en andere niet, vooral wanneer het gaat over oorlog en vrede. Dat deze massamedia, heel vaak onderdeel van multinationals, in tandem met Big Tech gaan optreden als 'factcheckers', een 21e eeuws Ministerie van Waarheid, is problematisch.

OPENBARE NUTSBEDRIJVEN

Gaan we uit van het enorme belang van sociale mediakanalen voor de nieuwsconsumptie, kunnen we niet anders dan concluderen dat deze technologieën onder publieke controle moeten worden gebracht. Dit kan door een verregaande regulering van de sleutelspelers of door nationalisering van de technologie.

Gepaste regulering is enkel mogelijk wanneer Facebook, Twitter, YouTube en consorten worden beschouwd als wat ze zijn, namelijk quasi-monopolistische spelers op een voor de democratische werking onmisbaar terrein, dat van de vrije meningsuiting en vrije informatiegaring. Het zijn eigenlijk bedrijven van openbaar nut en mogen niet zomaar, zoals eender welke andere private speler, doen en laten wat ze willen. Strikte regulering dringt zich op om ervoor te zorgen dat alle burgers er op een normale wijze toegang toe hebben.

In de praktijk zou dit betekenen dat Facebook bijvoorbeeld niet meer naar eigen goeddunken kan beslissen om bepaalde pagina's of personen offline te halen. Dit wordt daarentegen onderworpen aan strikte procedures. De watermaatschappij kan immers ook niet zomaar beslissen om iemands water af te sluiten omdat de gebruiker er controversiële politieke gedachten op nahoudt.

DE COMMUNICATIEMIDDELEN GRIJPEN

NSA-klokkenluider Edward Snowden zei al in 2016 dat we snel aan het punt komen om de 'communicatiemiddelen te grijpen.' Als reden gaf hij aan dat het publiek niet meer kan vertrouwen op bepaalde organisaties die een veel te grote controle verwerven. Hij doelt hiermee op private spelers en op overheidsdiensten.

Het onder democratische controle brengen van de nieuwsstroom – door regulering van de private spelers of door nationalisering van de algoritmes – is de enige manier om op lange termijn de strijd tégen censuur, en vóór een vrije en min of meer democratische sociale mediasfeer te winnen.

Nationaliseren van sociale mediagiganten is misschien niet wenselijk, en gezien hun multinationale natuur misschien ook niet mogelijk. Hetgeen hier het dichtst bij in de buurt komt is een verbod op algoritmische sturing van content en advertenties op maat.

DERADICALISERING

Die fameuze algoritmes zijn voor sociale media wat het recept van Coca-Cola is voor The Coca-Cola Company. Deze extreem complexe, geheime codes bepalen op basis van gebruikersgedrag wat je te zien krijgt in je tijdlijn, welke van je contacten zichtbaar zijn, welke merken je te zien krijgt, op welk moment en van wie je reclame mag verwachten, enzovoort. Die algoritmes zijn ook verantwoordelijk voor het radicaliserend potentieel van sociale media. Like een politieke boodschap van eender welke politieke strekking en een dag later krijg je misschien de radicalere variant ervan. Dit houdt gebruikers in een bubbel, de zogenaamde echokamer, en laat hen nog moeilijk los. Dit betekent meer clicks en impressies voor het sociaal netwerk en dus meer advertentie-inkomsten.

Als het sociale mediagiganten wettelijk niet is toegestaan om content voor hun gebruikers algoritmisch te sturen, hetgeen op zichzelf al als ongeoorloofd editoriaal ingrijpen zou moeten worden beschouwd, dan keren we terug naar de Facebooktijdlijn van de begindagen, een chronologisch dagboek om up-to-date te blijven over waar onze vrienden mee bezig zijn.

Als het sociale mediagiganten niet is toegelaten advertenties op maat op hun gebruikers af te voeren, dan verkleint dit de incentive om gebruikers in hun echokamer te laten radicaliseren. Auteur Matt Taibbi schreef een uitstekend boek over hoe 21e eeuwse media steenrijk worden door haat en wantrouwen te venten.

Verbied algoritmische sturing van content en advertenties op maat.

Deze twee ingrepen – een verbod op algoritmische sturing van content en advertenties op maat – zouden het radicaliserend effect van sociale media drastisch kunnen verkleinen.

BIJNA ALLES MAG

Dit zou moeten worden gekoppeld aan een quasi-totale vrijheid van meningsuiting. Alles mag, zolang de wet niet wordt overtreden. Een wansmakelijke mening over deze of gene politieke figuur? Dat mag. Directe oproepen tot geweld? Dat mag niet. Enkel zo kunnen we beletten dat willekeur heerst. Wetgeving over vrijheid van expressie is verre van perfect, niet in ons land noch elders, maar het zou op zijn minst een betere te hanteren standaard zijn voor alles wat online kan en niet kan dan de willekeurige toepassing van een willekeurige set richtlijnen door een handvol machtige technologiebedrijven die winstmaximalisatie als enige doelstelling hebben.

De linkerzijde kan zich niet veroorloven om vijf dagen per week tekeer te gaan tegen de almacht van grote bedrijven, om ze vervolgens tijdens het weekend de absolute macht over al onze informatiestromen in handen te geven. De ideeënstrijd woedt online, op platformen van technologiebedrijven die door hun natuur niet zullen aarzelen om progressieve ideeën te dwarsbomen. In de tussentijd hebben we die platformen nodig om links gedachtegoed aan de man te brengen. Die ideeënstrijd is zo al moeilijk genoeg. Een positief verhaal laat zich minder eenvoudig verpakken in hapklare brokken met viraal potentieel dan extreemrechtse haatpraat. Maar onmogelijk is het zeker niet.

De belangen van Big Tech en die van de linkerzijde zijn intrinsiek onverzoenbaar. Hoe sneller we daarvan overtuigd raken, hoe beter. Als we als samenleving, onder dreiging van haatpraat, nepnieuws en andere ongein deze technologiemultinationals de almacht over onze informatiestromen in handen geven, dan maken we het alleen erger en graven we ons eigen graf.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 63 tot 67