Abonneer Log in

Profiteren van de sociale zekerheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 72

We betalen te veel sociale bijdragen, zegt u? Voor zo veel lekkers wil ik er gerust nog wat meer betalen.

Van zowat elke tak van de sociale zekerheid heb ik al mogen 'profiteren' in mijn nog jonge leven.

Ik kan het mij niet meer herinneren, maar ik ben geboren op een grijze maandag in 1986 in de Groenebriel in Negenduust Gent. Als kind had ik regelmatig last van oorontstekingen. Gelukkig kon ik terecht voor buisjes in mijn oren in het Jan Palfijn ziekenhuis. Ik had het er blijkbaar zo naar mijn zin dat ik er in mijn twintiger jaren een paar jaar een appartement tegenover huurde.

Met de kinderbijslag voor mijn broer en mezelf konden mijn ouders een deel van de onkosten betalen om mijn broer en mezelf naar de muziekschool en het voetbal te sturen – van een buffetpiano tot elk jaar nieuwe voetbalschoenen om de groeiende voeten te laten schitteren op moddervelden van Assenede tot Zevergem.

Het jaarlijkse vakantiegeld van mijn ouders werd dan weer elk jaar in juli opgesoupeerd op een tweetal weken in la douce France of met dolce far niente in Italië. Ik leerde er met Nederlanders omgaan in hun caravan op de camping. In Gardaland ging ik voor het eerst overkop in een achtbaan met een looping. Mijn eerste keer aangeschoten was in camping Girasole in Figline Valdarno, mijn eerste kater op de terugweg van een Franse camping – sindsdien drink ik nooit meer Kronenbourg.

Op mijn 28ste was ik tien maanden werkloos. Nochtans kon ik met twee masterdiploma's en een doctoraat moeilijk weggezet worden als langharig, werkschuw tuig. Als gevolg van het statuut van doctorandus dat geen volwaardig werknemersstatuut was bedroeg mijn uitkering nog geen 1.000 euro. Toch was die nodig om mijn boodschappen te betalen, want met mijn schamele centjes als amateurvoetballer bij tweedeprovincialer Excelsior Mariakerke was het niet gelukt.

Dankzij ouders en intussen voormalige schoonouders bleef ik genieten van het goede leven. Mijn ouders, genietend van een welverdiend pensioen na decennialange openbare dienst als lera(a)r(es)/docente, betaalden telkens de rekening als we samen op restaurant gingen, bij verjaardagen, een nieuwe job of welke gelegenheid we ook maar vonden om te vieren. Met mijn ex-schoonouders, waaronder mijn toenmalige schoonvader die één van de ondertussen meer dan 450.000 'langdurig zieken' is door een in de bouw kapotgewerkte rug, ging ik elk jaar op vakantie naar de Provence.

Van zowat elke tak van de sociale zekerheid heb ik al mogen 'profiteren' in mijn nog jonge leven.

Kortom, van zowat elke tak van de sociale zekerheid heb ik al mogen 'profiteren' in mijn nog jonge leven. Wie weet ontvang ik ooit zelf nog kindergeld of kan ik ooit nog ouderschapsverlof nemen. Wie weet heb ik ooit nog een arbeidsongeval, nu ik als kersvers werknemer bij de socialistische vakbond zal moeten knokken met werkgevers binnen het sociaal overleg. En wie weet word ik ooit oud genoeg om zelf nog een pensioen te mogen ontvangen.

We betalen te veel sociale bijdragen, zegt u? Voor zo veel lekkers wil ik er gerust nog wat meer betalen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 72