Abonneer Log in

Sherman, we got a problem

Massadividenden zijn géén vergoeding voor het risico dat ondernemers nemen. Dat is toch een debat waard?

Waarom die starheid om die discussie over de massadividenden te hebben?

Het groot kapitaal heeft de laatste decennia hard gewerkt op de wetgeving.

Deze generatie maakt in vijftien jaar tijd twee grote wereldwijde crisissen mee. In tegenstelling tot eerdere periodes, leiden ze nu niet tot een rechtvaardigere herverdeling die toelaat de jonge generatie perspectief te bieden of ondernemers te doen groeien. Toch gebeurt het nodige niet. Dat komt omdat de grote aandeelhouders het best beschermd worden, ten koste van de zelfstandigen, de KMO's, de gezinnen en de overheidsbegroting. De eerste keer dat er werd ingegrepen om de rechtvaardigheid van de verdeling van de middelen te herzien was zo'n 130 jaar geleden, met de Sherman Antitrust Act in 1890.

Telkens er wordt geopperd dat dividenden mee in de rekening moeten worden genomen om de begroting, de economische groei en de lonen te verbeteren, wordt dat afgekaatst met de zin dat dividenden een vergoeding zijn voor het risico dat ondernemers namen. Maar dat is de kwestie niet. Het debat kan perfect worden gevoerd zonder de kleine aandeelhouders, de familiebedrijven en de oprichters van KMO's erbij te betrekken. Het gaat echter om structuren van vennootschappen die in de eerste plaats aandeelhouder zijn, en vaak alleen maar dat. Die structuren bezitten het gros van de aandelen. Zij drijven de dividenden op. En die structuren van politiek machtige aandeelhouders slagen er in hun boontjes op het droge te houden. Ook in grote crisissen, ten nadele van ondernemerschap, loonvorming en productiviteit. Dat is toch een debat waard?

Vorig weekend nog lazen we in De Tijd dat vier op de tien beursgenoteerde bedrijven na de coronacrisis het dividend zouden verhogen, naar een totaal van 6,3 miljard euro. Geld dat in hoofdzaak bij een klein deel van de bevolking terechtkomt. Hetzelfde zagen we in de VS, waar het aantal gezinnen dat meer dan 50 miljoen dollar bezit meer dan verdubbeld is in de laatste tien jaar. Hun gezamenlijk vermogen steeg van 18.225 miljard dollar naar 39.530 miljard dollar. Samen zijn ze met 175.690 personen, op een bevolking van de 328 miljoen Amerikanen. Oftewel 0,053%. Het zijn cijfers die cognitieve mist kunnen veroorzaken.

Waarom die starheid om die discussie over de massadividenden te hebben?

Maar waarom die starheid nu om die discussie over de massadividenden te hebben? Na de vorige wereldwijde langdurige crisis, in 1929, hebben werknemers samen jaren geschreven aan een nieuw concept, en dat heeft gewerkt. Er kwamen productievere ondernemingen en meer welvarende gezinnen. De sociale zekerheid ontstond. Maar ook daarvoor al, op het einde van de 19e eeuw, was er 'rerum novarum'.

Dat kwam zo: in het begin van de 19e eeuw ontstonden de eerste echte grote beurzen: Brussel en New York. De marktwaarde van die beurzen werd toen gedomineerd door één sector, een beetje zoals nu de techbedrijven. Toen waren dat de spoorwegen. Maar doordat geld macht maakte, en ook door politiek kapitalisme, werden de overheden weggezet in hun regulerende functie door dat kapitaal. In 1890 kwam senator John Sherman met de Sherman Antitrust Act. Die moest marktmacht beperken en georganiseerde oligopolies breken in het belang van de bredere maatschappij. Tot op vandaag is die Sherman Antitrust Act in de rechtspraak een belangrijke basis.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is er geen degelijke correctie meer geweest. We zien hoe de bestaande systemen de allerrijksten rijker maken. Vandaag verzetten de vertegenwoordigers van de bedrijven (niet de ondernemers zelf dus) zich echter hard tegen een nieuw model van herverdeling. Nochtans zou dat hun eigen doel dienen, of toch dat van degenen die ze zogezegd vertegenwoordigen: de ondernemers. Dat is een verschil, men wil blijkbaar niet.

Het groot kapitaal heeft de laatste decennia hard gewerkt op de wetgeving.

Het groot kapitaal heeft de laatste decennia hard gewerkt op de wetgeving en de formulering van de vonnissen in de rechtbanken. Het zet hard in op het soepel genoeg houden van de interpretatie van wetgeving en het formuleren van de regels, om voldoende kapitaal te verzamelen én voldoende van hun kapitaal te onttrekken aan de maatschappij. Recent onderzoek toont aan dat in de VS de rijkste 1% zo'n 21% van hun inkomen niet rapporteert. Bij de fabrieksarbeider is dat nagenoeg 0%. Dat was (en is) ook een deel van de internationale handelsakkoorden, zoals de discussie rond CETA.

Maar wat is dan wel nodig? Het reguleren door sterke instellingen, het aanpakken van belastingparadijzen en het betalen van een maatschappelijk dividend. Het reguleren maakt dat overheden zorgen dat grote bedrijven niet de macht krijgen om de competitie te bepalen en het kapitaal bij hen te verzamelen. De belastingparadijzen moeten worden aangepakt als een virus, met track en trace. Want het is een misdaad tegen de mensheid geworden. En het laatste, het betalen van een maatschappelijk dividend: nu er volledige uitwisseling van bankgegevens in de wereld is, moeten de bankgeheimen worden opgegeven. Volledig. (En nee, dat is nog niet zo. In sommige landen wel, maar in België bijvoorbeeld niet.)

Er is geen enkele reden dat elke cent van handenarbeid volledig transparant moet zijn en dat de euro's die binnenkomen omdat je al rijk bent dat niet moeten zijn. Dat is onthutsend. Uit die dividendmassa kan een maatschappelijk dividend betaald worden. Als de volledige uitgekeerde massa transparant zou zijn, kan het de economie vooruithelpen. Het kan zelfs de belastingen van werkenden en ondernemers verlagen.