Abonneer Log in

Wie helpt de schoolteams?

Vlaanderen heeft nood aan onderwijsvisie, ondersteund door wetenschappers en gedragen door onderwijzers.

We blijven keuzes maken waarvan we weten dat ze ons onderwijs niet verbeteren.

Zeker in tijden waarin leerkrachten herhaaldelijk horen dat de kwaliteit van hun werk omhoog moet, is duidelijkheid over waar de lat ligt essentieel.

Het dichten van de kloof tussen onderwijs en wetenschap is de eerste hindernis die moet worden genomen.

ZITTENBLIJVEN STATISTISCH ALTIJD DE VERKEERDE KEUZE

'Het is moeilijk om een andere onderwijspraktijk te vinden waarvoor het bewijsmateriaal zo onmiskenbaar negatief is.' Zo besluit onderwijsprofessor, John Hattie, het hoofdstuk over zittenblijven in Visible learning (2008). Het boek omvat meer dan 800 meta-analyses van onderzoek bij miljoenen leerlingen en vertegenwoordigt daarmee de grootste verzameling ooit van evidence based onderzoek naar wat leren op school echt verbetert.

Hattie stelt onomwonden dat zittenblijven, statistisch, altijd de verkeerde keuze is. Op korte termijn lijkt er soms een positief effect op het leren te zijn, maar op lange termijn is er een niet te miskennen negatief effect op leerprestaties voor taal, lezen, wiskunde, werk- en studievaardigheden. Meer zelfs: 'Eén van de meest angstwekkende en dure effecten van zittenblijven, is het verhoogde risico op schooluitval.' Een jaar overdoen verdubbelt de kans dat een leerling de school niet afmaakt. Toch is zittenblijven een maatschappelijk aanvaarde en gangbare onderwijsingreep. Duizenden leerlingen krijgen op het einde van het schooljaar het verdict: jij gaat niet mee over.

KLOOF TUSSEN ONDERWIJS EN ONDERWIJSWETENSCHAP

Het is een veelzeggend voorbeeld van de kloof die gaapt tussen het onderwijs en de onderwijswetenschap. De vraag rijst: vanaf wanneer mag de uitkomst van een onderzoek als feit worden beschouwd en overstijgt het de mening?

We blijven keuzes maken waarvan we weten dat ze ons onderwijs niet verbeteren.

Die kloof is problematisch. Want er zijn zowel straffe onderwijswetenschappers als knappe leerkrachten. Toch slaagt het brede onderwijsveld er niet in om die verworven kennis en kwaliteit om te zetten in beleid. We blijven keuzes maken waarvan we weten dat ze ons onderwijs niet verbeteren of, straffer nog, dat ze ons onderwijs aan kwaliteit doen inboeten. Soms omdat we onvoldoende geïnformeerd zijn, soms omdat we populaire ingrepen verkiezen boven wetenschappelijke feiten, soms omdat we niet weten hoe het beter moet. Gedreven door tanende resultaten op internationale onderwijsonderzoeken, zoals TIMMS en PISA, verscherpt ondertussen het debat. Spierballen worden gerold en slogans de onderwijswereld ingestuurd.

Onderwijs is daarvoor te complex. Het is een ingewikkeld geheel van processen. Vaak kunnen de effecten pas op lange termijn worden gemeten. Bovendien moet in Vlaanderen het onderwijs an sich, en bij uitbreiding alle betrokkenen, rekening houden met politieke en levensbeschouwelijke gevoeligheden. Onderwijs is niet te vatten is slogans, hoe vaak je ze ook herhaald.

EINDTERMEN: MET EEN DERDE SCHOOLSTRIJD IS GEEN LEERKRACHT GEBAAT

De onderwijswetenschappers, het onderwijsveld én de politici zijn het er over eens: de kwaliteit van het onderwijs moet omhoog. Vlaanderen heeft nood aan onderwijsvisie, ondersteund door wetenschappers en gedragen door onderwijzers. Het is tijd voor verbetering.

Elk verbeterproces bestaat uit dezelfde stappen. Ze worden al eens anders omschreven, maar het komt neer op plannen, uitvoeren, evalueren, bijsturen en dan opnieuw plannen. Wanneer bij dit proces vanuit de wetenschap vertrokken wordt, heeft het meer kans op slagen. Vooreerst zijn doelstellingen nodig.

We spreken dan over de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen. Die bepalen waar leerlingen op het einde van hun traject moeten uitkomen. Het is geen geheim dat het schrijven van nieuwe eindtermen niet van een leien dakje loopt. Politici en onderwijskoepels staan lijnrecht tegenover elkaar. In de kranten spreekt men over de derde schoolstrijd. Onverantwoord. Zeker in tijden waarin leerkrachten herhaaldelijk horen dat de kwaliteit van hun werk omhoog moet, is duidelijkheid over waar de lat ligt essentieel. Met een derde schoolstrijd is geen leerkracht gebaat.

Zeker in tijden waarin leerkrachten herhaaldelijk horen dat de kwaliteit van hun werk omhoog moet, is duidelijkheid over waar de lat ligt essentieel.

Wie zich een beetje inlaat met de lopende discussie over de eindtermen merkt al snel dat die over de vorm gaat eerder dan de inhoud. Hoewel er consensus is over wat leerlingen moeten kunnen en kennen, loopt dit proces vast in ideologische keuzes over de vorm. Van toenadering tussen de kibbelende partijen is vooralsnog weinig nieuws.

SCHOOLTEAMS PLOEGEN VERDER

Ik pleit om terug te gaan naar de essentie. Het Vlaamse Parlement stemt de eindtermen. Deze eindtermen zijn helder, oninterpreteerbaar en wetenschappelijk onderbouwd. Deze eindtermen komen vervolgens terecht bij de onderwijskoepels. De onderwijskoepels vertalen ze naar leerplannen. Ze delen de eindtermen als het ware op in kleine leerstappen. Bij het schrijven van deze leerplannen worden door de onderwijskoepels nog keuzes gemaakt. Er worden (levensbeschouwelijke) inzichten toegevoegd of accenten gelegd. Niet elke leerling in Vlaanderen volgt dus hetzelfde leerplan, wel dezelfde eindtermen.

Onderwijzers hebben nood aan dat gevalideerde doelenkader. Als we vragen om meer kwaliteitsvol onderwijs, moeten we hen daarin ondersteunen. Wie helpt om hen inzicht te geven in het volledige (verbeter)proces? Wat moet worden gepland? Wat zijn sterke onderwijsingrepen? Hoe breng je de resultaten van onderwijs gedegen in kaart? Hoe lees je die resultaten en hoe trek je daar conclusies uit? Daar ligt de grote uitdaging, daar liggen de kansen. Het dichten van de kloof tussen onderwijs en wetenschap is de eerste hindernis die moet worden genomen. Het onderwijs heeft bruggenbouwers nodig.

Het dichten van de kloof tussen onderwijs en wetenschap is de eerste hindernis die moet worden genomen.

Wie brengt wetenschappelijke inzichten op de voorgrond? Wie helpt onderwijzers aan de juiste tools om hun dagelijkse praktijk kwaliteitsvol te ontwikkelen? Wie plant de zaadjes voor kwaliteitsverhoging? Kunnen we dat samen netoverschrijdend of blijft iedereen koppig zijn mening verkondigen? Tijd voor feiten.

Ik zie ondertussen schoolteams verder ploegen, doelgericht samen dezelfde richting uit denken. We zetten stappen, elke dag. Soms slagen we, soms falen we. We borgen wat goed is en sturen bij waar het moeilijk gaat. We hebben echter zelden het gevoel dat iemand ons daarbij helpt. De druk verhoogt de ondersteuning niet.

Onverantwoord.