Abonneer Log in

Het recht op een maatschappij

Kan je als overheid een hulpverlening met steeds grotere stokken achter kwetsbare mensen aan doen hollen, als de wachtlijsten in alle vrijwillige hulpverlening aangroeien?

Als kind maakte ik de moeilijke gesprekken mee, de afwegingen 'gaan we naar hulpverlening of niet?'.

Geen enkele verslaafde blijft een jaar braaf van spuit, glas of sigaret af, geduldig wachtend op hulp.

Preventie en solidariteit zijn geen lichte woorden, maar de basis van het bestaan van links-progressieven.

Sommige kinderen groeien op in schrijnende en vreselijke omstandigheden. Dat dan de gedachte opkomt dat 'zo'n mensen geen kinderen verdienen', is menselijk. Als politicus kan je de verleiding voelen om zo kordaat mogelijk optreden te bepleiten, zoals meer dwangmaatregelen van preventieve uithuisplaatsing tot verplichte sterilisatie.

Debatten over problematische gezinssituaties en kwetsbare gezinnen (het 'recht op een kind') vereisen sereniteit en terughoudendheid. Iedereen doet voorstellen uit oprechte bekommernis om het welzijn van een kind en de politieke wil is er om hen een liefdevol, warm en koesterend nestje te bieden. Maar de laatste tijd werden wel vrij forse en ogenschijnlijk daadkrachtige voorstellen gedaan om zware wantoestanden aan te pakken en te willen vermijden. Van dichterbij lijken ze op steekvlam- of symboolpolitiek. Een paar voorstellen passeerden al de revue. Wanneer het stof gaat liggen, blijken ze niet alleen de juridische toets in mensenrechten maar ook die van proportionaliteit niet of nauwelijks te doorstaan. Meer nog: ze zijn niet effectief. Laten we daarop eens focussen.

DWANG EN REPRESSIE WERKEN NIET

Werkt deze dwang? De hulpverlening zelf luidde al de alarmklok in kranten en vakpers, en zelfs – als ze al een stem kregen – op TV. Van welzijns- en sociaal werkers over experts verslavingszorg en juristen, tot artsen en het middenveld dat met deze mensen werkt: ze huiveren meestal voor de gretigheid en de ethische lijnen die de voorstellen overschrijden, maar zeggen vooral dat dit niet werkt.

Dat is verwonderlijk noch nieuw. Voor rijke mensen betekent hulpverlening van arts tot psycholoog zelden een risico. Zij worden gewoon geholpen. Voor mensen die het moeilijk hebben, sluimert er in hun vertrouwenspersoon ook een bedreiging, van wurgbudget over verplichte acties tot uithuisgeplaatste kindjes.

Als kind maakte ik de moeilijke gesprekken mee, de afwegingen 'gaan we naar hulpverlening of niet?'.

Als kind maakte ik de moeilijke gesprekken en risico-afweging mee onder mensen in miserie, de afwegingen 'gaan we naar hulpverlening of niet?' die zij strikt onder mekaar voeren. En als de stok van je vertrouwenspersoon uitgroeit tot een knuppel, gaat de deur begrijpelijkerwijs niet meer open. Zo nodig verhuist een gezin, zoekt een andere arts, gaat naar een andere spoed of zoekt zelfs zo min mogelijk hulp. Dat ontwortelt de situatie nog meer. Onder andere daarom waarschuwt de hulpverlening tegen dwang en het ontmantelen van het beroepsgeheim. Het is wat cynisch om het zo te stellen, maar wat wel verbetert bij beleid vooral geënt op dwang en repressie, zijn de statistieken: er worden dan officieel bijvoorbeeld minder verslaafde kindjes geboren. We zien ze immers niet meer, en ze moeten het zonder zorg en hulpverlening redden.

Dat betekent niet dat dwangmaatregelen nooit nodig zijn. Nu al wordt er dwang toegepast in de zorg en soms valt die niet te vermijden, zoals bij zeer demente mensen of mensen met een zware verstandelijke handicap. Maar dwang is een laatste redmiddel en een absolute noodrem. Er ligt een heel scala aan vrijwillige maatregelen klaar, die niet alleen veel prettiger zijn maar bovendien véél effectiever werken. Na vrijwillig verzoek tot hulp en ondersteuning, ligt er dan voor de dwang ook nog de inzet op 'drang': aandringen op medewerking door een positief of negatief gevolg te verbinden aan een bepaalde keuze. Het beperkt de vrijheid en laat nog keuze toe. Ook dit is een vorm van vrijheidsbeperking, en ook hiermee moet dus echt zuinig en oordeelkundig omgesprongen worden. Ook dit werkt veel minder goed dan vrijwilligheid.

Op dit moment gaan veel politieke voorstellen voluit voor dwang, ook als drang nog mogelijk is en mensen duidelijk wil en verstandelijke capaciteit hebben om te beslissen. In sommige gevallen toont dat ook een ideologische voorkeur voor repressie, of een vlucht vooruit om falen in preventiever beleid te maskeren. Dit zijn nochtans gevoelige en delicate kwesties, en politici zouden hun oor veel breder te luisteren moeten leggen bij het werkveld en experts, voordat ze politieke knopen doorhakken.

DE WACHTLIJSTEN ZIJN ONMENSELIJK

Waar ik het moeilijk mee heb, is dat sommige politici met een forse inzet op dwang ook de bredere realiteit uit het gezicht duwen. Collectief stappen we mee in een te nauw frame; want ook een deel van links lijkt mee te kijken in die richting. Kan je als overheid een hulpverlening met steeds grotere stokken achter kwetsbare mensen aan doen hollen, als de wachtlijsten in alle vrijwillige hulpverlening aangroeien?

Mensen met een verslavingsproblematiek die wíllen afkicken en kiezen voor vrijwillige hulpverlening moeten vandaag maanden, zoniet een jaar wachten op hulp. Terwijl we weten: bij verslaving moet je elk window of opportunity ten volle aangrijpen, en wel meteen. Geen enkele verslaafde blijft een jaar braaf van spuit, glas of sigaret af, geduldig wachtend op hulp. De crisisbedden voor de zo vaak besproken verslaafde zwangere vrouwen zijn op één, misschien twee handen te tellen en hulpverleners moeten rondbellen voor een half aangepast plekje.

Geen enkele verslaafde blijft een jaar braaf van spuit, glas of sigaret af, geduldig wachtend op hulp.

De realiteit na 17 jaar besparen en onderinvesteren, is dat wachtlijsten niet gewoon een organisatorisch probleem zijn, maar onmenselijk, oneindig en onhoudbaar werden. De meeste mishandelende ouders kúnnen worden geholpen, maar ook daar gelden weken-, maanden- of jarenlange wachttijden. Stel je voor dat je de noodklok luidt over je mishandelende ouder, partner of zelfs over jezelf. En na die melding krijg je de boodschap: sorry, er is een wachtrij. Je moet als gezin, zonder enige hulp, jezelf weken of maanden lang staande houden tot de eerste afspraak, in de te snijden spanning na zo'n melding. Armoede, een bekende stressfactor die het risico op mishandeling en verslaving enorm vergroot (en meer nog in middenklasse en rijke gezinnen dan bij generatie-armen), groeit onder het Vlaamse beleid jaar na jaar en tijdens de Covid-crisis nog meer.

Jarenlange onderinvestering zorgt ook voor complexere wachtlijsten, waar gevallen van mensen en gezinnen verergeren terwijl ze op de wachtlijst staan of 'een beetje' hulp krijgen, met alle neerwaartse spiralen en complexe problematieken vandien. Sociaal werkers en zorgverleners zelf verzuipen in de cases en spurten van mens naar mens, overal eventjes helpend. Efficiëntiedrang en gebrek aan middelen doen hulpverleners massaal doorbranden in burn-out. En sommige vormen van absoluut noodzakelijke hulp zijn simpelweg niet voorhanden of werden al wegbespaard.

In dit klimaat van stijgende en etterende noden grijpt rechts naar het laatste redmiddel van dwang. Het is geen wonder dat sommige hulpverleners daar in wanhoop een redding in zien. Maar het is wel een fundamenteel onrechtvaardig en slecht beleid als je mensen te weinig of geen hulp aanbiedt, nadien zelfs drang grotendeels achterwege laat, om wanneer het te laat is opeens wél de knuppel van de dwang boven te halen.

HOE KON DIT GEBEUREN?

Hoe kon dit eigenlijk gebeuren, terwijl het tegen de logica van zorg en welzijn ingaat? Vermoedelijk kan het omdat voor de rechterzijde het individu op zichzelf bestaat, niet in verhouding tot de ander of de maatschappij. Je moet jezelf uit het moeras trekken 'by the bootstraps'. Vet komt bovendrijven. Wie het goed bedoelt redt het wel, en de rest zijn luiaards en lastig. Het evenwicht tussen drang en dwang verschuift immers met l'air du temps, de politieke mode en het publiek debat. In het huidig klimaat waarin rechts zwaar weegt in het politieke klimaat, wint dwang het met rasse schreden. Als links-progressieven moeten we ons van dat evenwicht en het hele discours erachter heel bewust zijn.

Je kan de maatschappij zien als een verzameling zelfstandige individuen die vooral ondernemend moeten zijn. Hulp is dan 'mensen pamperen' en mensen moet zichzelf weten te redden. Wie daarin niet slaagt en soms puur door miserie anderen kwaad berokkent, vooral zijn naasten en kinderen, moet worden gestraft en gedwongen. We willen nog wel even de stok laten zien aan wie niet verbetert.

Natuurlijk draag je als mens verantwoordelijkheid. Aan dwang kunnen we soms niet ontsnappen. Maar hoe komt het dat jezelf redden zo veel makkelijker is met een erfenis of een flink netwerk dan in een gezin in armoede en precariteit? Waar blijft in dit verhaal de collectieve verantwoordelijkheid? Kunnen we vandaag vinden dat onze verzorgingsstaat adequaat werkt en elke kwetsbare mens in vertrouwen en goodwill de hulp ontmoet die hij nodig heeft? Is ons zorg- en welzijnsnet nog altijd performant? Zijn er werkelijk geen gaten geslagen in ons collectief vangnet en zijn we echt niet doorgeslagen in het nastreven van cijfermatige efficiëntie? Zelfs die vanzelfsprekende vragen stellen lijkt vandaag soms al revolutionair, activistisch, 'naïef' of 'Gutmensch'. Dan lijkt dwang inderdaad de enige optie die nog overblijft.

Preventie en solidariteit zijn geen lichte woorden, maar de basis van het bestaan van links-progressieven.

We kunnen kiezen voor het oneindige straatje van de dwang. Maar voor progressief links ligt er een gezamenlijke, vruchtbaarder weg klaar met een autostrade van mogelijkheden. Die van maatregelen die een gemeenschap bouwen, op diepere problemen werken en op preventie. Hij zal ons menselijkheid en op lange termijn ook geld besparen. Laat ons hopen dat we dat ten minste leerden van het afgelopen Covid-jaar: dat preventie en solidariteit geen lichte woorden zijn, maar de basis van ons bestaan. En dat we eindelijk toe zijn aan authentiek linkse oplossingen die mens en maatschappij centraal stellen.