Abonneer Log in

Onderwijzers zijn geen sociaal werkers

Op scholen zien we dat meer en meer gezinnen het steeds moeilijker krijgen om te voorzien in primaire behoeften als voeding, huisvesting, vrije tijd, fysieke en mentale gezondheid.

Scholen blijven één van de meest laagdrempelige contacten tussen gezin en maatschappij.

We zetten het ene na het andere project op, omdat we zien dat het niet goed gaat om onze pupillen.

PLANLAST

Vlaanderen ontwikkelde best een straf kader om de kwaliteit van een school te bekijken. Samen met ouders, leerlingen, leerkrachten en onderwijswetenschappers werd 'het referentiekader voor onderwijskwaliteit' uitgeschreven. Dat kader gaat al een tijdje mee en heeft zijn deugdelijkheid meer dan bewezen.

Op het eerste zicht is dat kader onhaalbaar. Te hoog gegrepen en onmogelijk om volledig in te vullen. Steeds meer scholen vinden hun weg er mee. Ze ontwikkelen en komen zo steeds dichter bij de door Vlaanderen als ideaal omschreven school. De inspectie komt niet kijken of je de ideale school bent, ze komen kijken naar het proces dat je loopt.

Toch hoor je steeds weer berichten uit het onderwijsveld dat het zo verschrikkelijk moeilijk gaat, dat de planlast te hoog is en er te weinig ondersteuning is. Zeker wanneer de context waarbinnen het onderwijs moet opereren complexer wordt en steeds meer taken aan het onderwijs worden toegewezen.

'MOETEN WE DAT ER ALS SCHOOL OOK NOG BIJNEMEN?'

Klopt dat gevoel? Welke taken worden bovenop het onderwijzen al dan niet officieel aan de schoolwerking toegevoegd en staan daar wel voldoende middelen tegenover. De uitdagingen zijn enorm. Steeds meer kinderen leven onder de armoedegrens, steeds meer leerlingen zijn anderstalig, steeds meer hebben afwijkende normen en waarden. We weten allemaal dat wanneer de honger knaagt je niet tot leren komt.

'Moeten we dat er als school ook nog bijnemen?' We leren kinderen ondertussen, zwemmen, fietsen, steppen, gezond eten, kritisch zijn, omgaan met social media. We scheppen wereldburgers die als het even kan oplossingsgericht robots kunnen programmeren en met een 3D-printer het ontbrekende onderdeel van hun pen even bijprinten.

SCHOLEN NEMEN EEN UITZONDERLIJKE PLAATS IN DE MAATSCHAPPIJ IN

Ik ben er niet bang van. Ik geloof dat de school zijn uitzonderlijke plaats in de maatschappij best kan spelen. Scholen blijven één van de meest laagdrempelige contacten tussen gezin en maatschappij, of specifieker: tussen gezin en overheid. Als alles goed gaat is er dagelijks contact. Voor veel ouders het eerste en/of het enige contact met de overheid. Zeker wanneer een school dat begrijpt, wordt van alles mogelijk.

Scholen blijven één van de meest laagdrempelige contacten tussen gezin en maatschappij.

Ouders leren Nederlands op de school van hun kind, leerlingen worden begeleid naar jeugdwerk, gezinsondersteuning, huizen van het kind. Naschoolse opvang wordt steeds straffer uitgewerkt. Vroeger was opvangen voldoende. Nu wordt huiswerk begeleid, motorische vaardigheden ontwikkeld, geprogrammeerd, gesport, gezelschapsspelletjes gespeeld om sociale vaardigheden te ontwikkelen. Even de belastingbrief van die ouder bekijken en wat ondersteuning geven bij het invullen. Samen met de ouders een bibliotheekkaart halen. Het kan allemaal, maar hangt af van het inzicht van een schoolteam, de kennis van de sociale kaart en de weerbaarheid die het team, na het uitvoeren van zijn kerntaak, nog heeft.

HET WORDT WAT VEEL

Ik ben er niet bang van, maar het wordt wat veel. Zeker wanneer deze taken officieus bij de school blijven liggen. Want officieus betekent ook dat er geen middelen tegenover staan. Het is tijd om een keuze te maken: erkennen we maatschappelijk dat scholen een sleutelrol hebben of schermen we scholen af?

Natuurlijk kan de school een geweldige centrale rol spelen in onze maatschappij. Ik hou vandaag als schooldirecteur dan ook pleidooi om die taken uit te werken, te ontwikkelen en te ondersteunen. Niet meteen de hele bataclan, maar stap voor stap. Maak telkens opnieuw zichtbaar welke taak je bij een school wil leggen, omschrijf hoe die uitgevoerd kan worden, voorzie er middelen en expertise voor. Vraag je steeds af of die middelen onderwijsgebonden zijn en dus uit de onderwijspot moeten komen. Vraag je ook steeds opnieuw af of het wel de leerkracht is die deze taak moet vervullen. Wie kan flankerend de school versterken om een stukje van de opdracht kwaliteitsvol over te nemen.

DE ONDERWIJZER IS GEEN SOCIAAL WERKER

Op scholen zien we dat meer en meer gezinnen het steeds moeilijker krijgen om te voorzien in primaire behoeften als voeding, huisvesting, vrije tijd, fysieke en mentale gezondheid. We zetten het ene na het andere project op om zoden aan die dijk te brengen, vaak omdat met lede ogen wordt aangezien dat het niet goed gaat met onze pupillen.

We zetten het ene na het andere project op, omdat we zien dat het niet goed gaat om onze pupillen.

Schoolteams bestaan echter uit onderwijsprofessionals. Vaak ontbreekt dan ook het inzicht en inlevingsvermogen om echt een verschil in de context van leerlingen en hun gezinnen te kunnen maken. Logisch, geen onderwijzer werd opgeleid om sociaal werker te zijn. De expertise 'sociaal werk' neem je er niet zomaar even bij. Je laat dat best over aan wie opgeleid en getraind werd.

DE ZORGCOÖRDINATOR IS GEEN LEERKRACHT

De nodige ernst is daarbij noodzakelijk. Wanneer zo'n taken 'officieel' worden toegewezen, dient dat serieus en echt te gebeuren. We moeten ons hoeden voor dode mussen. Extra uren voorzien voor de zorgcoördinator was bijvoorbeeld hoogst noodzakelijk; dus kende Vlaanderen wat extra uren toe. Tegelijkertijd werd de druk opgevoerd en moest diezelfde zorgcoördinator meer uren op de klasvloer staan. Vergeten werd dat in veel scholen de zorgcoördinator geen leerkracht is en diens waarde vaak dus niet op de klasvloer ligt. Soms krijg je de indruk dat de termen zorgcoördinator en zorgleerkracht wat door elkaar gehaald worden.

Binnenkort is er de 'Digisprong', een uiterst noodzakelijke ingreep. Een welgekomen injectie in ons onderwijs. Die ingreep zal, indien goed uitgerold, effect hebben op de resultaten (al zijn daar, volgens onderzoek, wat bedenkingen bij). De Digisprong wordt echter ook verkocht als een stukje werken aan gelijke kansen. Ik ben benieuwd wat sociaal werkers daarvan denken.