Abonneer Log in

Vooruit naar een ander landbouwmodel

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 54 tot 59

Boeren komen niet meer rond en ons klein Vlaanderen kan de milieu- en klimaatimpact niet meer dragen. Hoog tijd voor een socialistische model voor onze landbouw.

We vragen ons af wat de Boerenbond en CD&V al die jaren gedaan hebben om de kleinschalige landbouw te verdedigen.

Landbouwers zijn het slachtoffer van globalisering en een doorgedraaide marktlogica.

We moeten de boeren verlossen van de verstikkende economische mallemolen.

Traditioneel zijn de landbouwers geen deel van de socialistische beweging. De landbouwsector is sinds eind 19e eeuw sterk vervlochten met wat rest van de katholieke zuil. De Belgische Boerenbond, nu Boerenbond, werd toen opgericht door de clerus en burgerij om aansluiting te zoeken bij de godvruchtige landbouwers. Dat verliep vlot doordat de leefwereld op het platteland sowieso al goed aansluit bij het katholieke gedachtengoed. Nochtans hebben verschillende socialistische denkers pogingen gewaagd om ook de boer als politiek subject op te nemen binnen de ideologie. Er zijn immers veel gelijkenissen te trekken tussen de positie van de landbouwer en arbeider binnen het kapitalistisch systeem. Midden 19e eeuw leidde dit boerenvraagstuk tot een aantal coöperatieven in België, die maar kortstondig hebben standgehouden.

Maar volgens ons blijft dit vraagstuk even relevant, want landbouwers staan ook nu onder druk binnen de geglobaliseerde voedselketen. Ook is er de druk vanuit milieuverenigingen om iets te doen aan de stikstofuitstoot, het biodiversiteitsverlies en de vervuiling door pesticiden. Met de uitspraak van de Raad voor Vergunningenbetwistingen over de stikstofuitstoot heeft deze druk in Vlaanderen een kritiek punt bereikt en dienen er keuzes gemaakt te worden. Iets wat de voorbije decennia niet gebeurde en de reden is dat we staan waar we nu staan: een landbouwsector die te groot is voor de beschikbare ruimte en waarin zeer weinig boeren voldoende verdienen om rond te komen.

Een ander landbouwmodel dringt zich nu letterlijk op en daarom is het tijd dat we een socialistisch alternatief aanrijken voor het huidige landbouwmodel. Een model zonder taboes dat rekening houdt met de draagkracht van de Vlaamse natuur, maar ook solidair is met de landbouwer en zijn economische situatie. In deze analyse trachten we de eerste contouren van dit landbouwmodel uit te tekenen.

OP WEG NAAR EEN INDUSTRIËLE LANDBOUW

De afgelopen decennia kende onze economie een algemene tendens naar schaalvergroting door het afbreken van handelsbarrières. Globalisering moest zorgen voor meer concurrentie tussen bedrijven en een grotere afzetmarkt. Daardoor blijven alleen de meest productieve bedrijven bestaan, die dan op een grotere schaal hun producten kunnen verkopen. Deze evolutie heeft zich tevens voltrokken in de landbouwsector, zij het met wat vertraging, doordat de EU met haar landbouw- en handelsbeleid de sector altijd afschermde. Alleen de grootste en meest productieve landbouwerbedrijven overleven.

Dit betekent het einde van het idyllische beeld dat we doorgaans hebben van een landbouwbedrijf: een familiebedrijf met een aantal akkers en een aantal dieren. De landbouw wordt stilaan gedomineerd door de agro-industrie, die bestaat uit megastallen en landbouwbedrijven met tientallen hectaren plantages of akkers en met een constante nood aan schaalvergroting. Deze verschuiving zien we eveneens bij het aantal landbouwers in Vlaanderen. De gemiddelde leeftijd van het bedrijfshoofd van een landbouwbedrijf is gestegen naar 54 jaar in 2016. Het aantal land- en tuinbouwbedrijven daalde van 34.410 in 2005 naar 23.318 in 2019. De omgekeerde evolutie zien we bij de schaal van land- en tuinbouwbedrijven. De gemiddelde oppervlakte cultuurgrond per bedrijf is bijna met de helft gestegen tussen 2005 en 2019. Hetzelfde geldt voor de veeteelt­sector, waar het gemiddeld aantal kippen in een pluimveebedrijf in dezelfde periode gestegen is van 31.499 naar 60.971. Familiale landbouwbedrijven staan voor de keuze: ofwel moeten ze zich in de schulden steken om massaal meer te produceren, ofwel moeten ze stoppen.

EERLIJKE PRIJZEN

De vraag is dan of deze familiale landbouwbedrijven rendabel worden wanneer ze meestappen in het verhaal van schaalvergroting. Volgens het gemiddeld inkomen van een landbouwer niet. Wie voltijds werkt in de landbouwsector verdient gemiddeld 46% minder dan de gemiddelde loontrekkende Vlaming. Daarnaast zien we dat voor veel deelsectoren het gemiddeld netto-bedrijfsresultaat negatief is in de periode 2012-2016. Dit heeft alles te maken met absurd lage prijzen, die landbouwers krijgen voor hun producten. Om een beeld te schetsen: voor 1 kilogram (kg) braadkip krijgt een boer 88 cent, de fruitteler voor 1 kg conference peren 42 cent en voor de felbegeerde jonagoldappel 84 cent per kg. Als ik in de lokale goedkopere supermarkt ga kijken betaal ik 2,39 euro voor dezelfde braadkip, 99 cent voor de conference peren en 1,84 euro voor de jonagold appelen. Klanten betalen bijna twee keer zoveel als de boeren krijgen.

Zoals de voorbije decennia duidelijk is geworden, creëert globalisering misschien meer welvaart, maar waar gaat die welvaart naartoe? De landbouwsector is hier een goed voorbeeld van. De prijzen voor voeding zijn zeer laag en er wordt altijd geopperd dat de consumenten niet meer willen betalen. Maar is dit zo? De enorme groei van de korte ketenverkoop schept een ander beeld. Volgens ons betalen Vlamingen graag wat meer voor hun appelen en peren, als ze weten dat die meerprijs volledig voor de landbouw is.

De inspanning moet ook niet volledig van de consument komen. De vraag is naar wie dat verschil van 1,51 euro voor een braadkip naartoe gaat. Deze belandt bij de voedingsindustrie: supermarkt, slachthuizen, veevoederbedrijven, zuivelbedrijven, enzovoort. Op de achtergrond zijn er een hele reeks tussenschakels actief binnen de voedingsketen, die profiteren van de lage prijzen voor landbouwers. Deze slechte positie van de landbouwer in de voedingsketen komt doordat inkoopkantoren en supermarkten een oligopolie vormen en zo de inkoopprijs kunnen opleggen. Zij gaan dan ook met alle winst lopen. Van heel de agro­voedings­keten zit maar 9% van de omzet bij de land- en tuinbouwers en 65% bij de voedingsindustrie.

GRENZEN AAN DE GROEI

De tweede druk, die de landbouwsector ondervindt, komt vanuit milieuverenigingen en de Europese milieuwetgeving. Voor de veeteeltsector is deze druk door het stikstofarrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen acuut geworden. Kort uitgelegd, houdt het arrest in dat een landbouwbedrijf altijd zijn stikstofimpact zal moeten laten onderzoeken bij een vergunningsaanvraag, wat het onmogelijk maakt om bij natuurgebied nieuwe veestallen de plaatsen. Voor er nieuwe activiteiten kunnen bijkomen, moet de stikstofuitstoot drastisch omlaag. De landbouwsector, verantwoordelijk voor bijna 74% van de stikstofdepositie in Vlaanderen, en daarbinnen specifiek de veeteeltsector, zullen hier de grootste inspanning moeten leveren.

Naast de stikstofcrisis zijn er de andere milieuproblemen veroorzaakt door de intensieve landbouw: de pesticiden in het oppervlakte- en grondwater, de hoeveelheid nitraten in onze waterwegen, de erosie van landbouwgrond, de afname van biodiversiteit in landbouwgebied, de uitstoot van fijn stof en de problemen met dierenwelzijn. De parameters voor al deze problemen verbeterden de voorbije decennia niet en de water­kwaliteit in landbouwgebied is er recent zelfs op achteruit gegaan. Al deze problemen worden veroorzaakt door de intensifiëring van de landbouw, die als doel heeft mee te kunnen concurreren op de internationale markten ten koste van de natuur en de gezondheid van omwonenden.

BELEID VOEREN MET OOGKLEPPEN OP

Kleinschalige landbouwbedrijven bevinden zich tussen hamer en aambeeld. Ze moeten intensiever en op grotere schaal gaan boeren om te concurreren. Maar tegelijkertijd worden ze geconfronteerd met strengere milieunormen, die dit beperken. Deze milieuproblemen en de logica achter schaalvergroting gaan wel al decennia mee. We vragen ons af wat de Boerenbond en CD&V al die jaren gedaan hebben om de kleinschalige landbouw te verdedigen. We kunnen alleen maar vaststellen dat ze de economische logica van schaalvergroting mee ondersteund hebben. Concreet deden ze dit met bedrijfsadvies, investeringssteun en waarborgen, terwijl lakse milieuregelgeving, zoals de Programmatorische Aanpak Stikstof (PAS), de echte problemen aan de kant schoof.

We vragen ons af wat de Boerenbond en CD&V al die jaren gedaan hebben om de kleinschalige landbouw te verdedigen.

Het feit dat 68% van de landbouwbedrijven tussen 1980 en 2018 verdwenen, wordt weggemoffeld door een discours dat de schuld legt bij de consument, dierenrechtenactivisten, de EU en klimaat- en milieuactivisten. Zij staan zogezegd in de weg van de schaalvergroting, die nodig is om de sector levend te houden. Het is dan niet verwonderlijk dat landbouwers protesteren met de oproep: 'Geef boeren ruimte!'. Met zo een aanpak wordt de schaalvergroting een noodzaak en een onvermijdelijke wetmatigheid, en de milieuregelgeving een last. Terwijl juist het omgekeerde waar is. Uiteindelijk winnen alleen de grootste landbouwbedrijven en de voedingsindustrie. Het is geen geheim dat de Boerenbond ook sterk verweven is met deze laatste sector.

WAAROM EEN SOCIALISTISCHE VISIE?

Wat heeft een socialistische beweging zoals Vooruit hier nu mee te maken? En wat voor antwoorden zouden wij kunnen bieden? Simpel, landbouwers zijn ook het slachtoffer van globalisering en een doorgedraaide marktlogica. De situatie van kleine landbouwers vertoont veel gelijkenissen met groepen binnen onze samenleving, die de voorbije decennia aan het kortste eind trokken bij economische verschuivingen. Voor boeren houdt dit lagere prijzen in, voor de gemiddelde werknemer een toenemende job onzekerheid, meer werkdruk en stagnerende lonen. Tegelijkertijd wordt er van hen gevraagd om klimaatvriendelijker te leven zonder rekening te houden met hun inkomen. Landbouwers moeten door milieuregelgeving extra investeren en personen met een oude dieselwagen mogen de stadskernen niet meer binnenrijden. Daarom verdienen landbouwers onze solidariteit en moeten we ook voor hen een weg vooruit vinden.

Landbouwers zijn het slachtoffer van globalisering en een doorgedraaide marktlogica.

Het is aan ons om, samen met iedereen die opkomt voor een solidaire samenleving, een alternatief te ontwikkelen voor het model van de Boerenbond en CD&V. Een discours waarin oneindige groei niet noodzakelijk is, waar alle winst niet bij de banken en groothandelaars terechtkomt, waar landbouwers een eerlijke prijs krijgen en milieu, klimaat en landbouw samengaan. Dit is niet mogelijk zonder de macht van inkoopbedrijven in vraag te stellen. Diegene die geprofiteerd hebben van het huidige landbouwmodel, zullen ook de kostprijs van de transitie moeten betalen.

CONTOUREN VAN EEN SOCIALISTISCH LANDBOUWMODEL

Het uitganspunt dat we naar voor schuiven is, dat we een levendige landbouwsector nodig hebben in Vlaanderen. Het blijft immers de primaire sector en het is handig dat we als land enigszins zelfvoorzienend kunnen zijn. Wel moeten we niet hopen heel de wereld te voorzien van aardappelen en varkensvlees, wat we nu wel proberen. Daarvoor is Vlaanderen simpelweg te klein. In essentie moet een bedrijfsmodel mogelijk worden dat rendabel kan zijn zonder constante uitbreiding en intensifiëring. Hieronder stellen we 10 oplossingen voor die ons dichter bij zo'n model kunnen brengen. Voor ons zijn deze oplossingen niet in steeg gebeiteld. We willen hierover een gesprek aangaan met iedereen die vindt dat kleinschalige landbouwbedrijven terug vooruit moeten kunnen in het leven.

Kleinschalig maar rendabel
1/ Allereerst moeten we overheersende macht van inkoopkantoren binnen de voedselketen breken door het mededingingsbeleid te verbeteren.
2/ Daarnaast is de korte keten zoals hoevenverkoop een mogelijke oplossing. Hier is de uitdaging om dit op een grote schaal te organiseren. Korteketenhubs en meer lokale producten in supermarkten kunnen dit oplossen.
3/ De ondersteunende maatregelen van de Vlaamse overheid dienen aangepast te worden om 'lock-ins', wanneer bedrijven door schulden vastzitten in een bedrijfsmodel, te vermijden. Hiervoor moeten we de investeringssteun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) voor materiële activa afbouwen.
4/ Daarnaast moeten we ook een strategisch handelsbeleid overwegen om onze landbouwsector te beschermen.

Een kleinere landbouw om de natuur te beschermen
5/ Een hervorming van het stikstofbeleid, de PAS en het Mestactieplan (MAP) dringen zich op. Daarnaast is een strenger omgevingsbeleid, waar veeteeltactiviteiten meer gespreid worden, aan de orde.
6/ We kunnen de veestapel doen door het aantal nutriëntenemissierechten af te bouwen. Voor ons mogen boeren, die tegen wil en dank mee stapten in het verhaal van schaalvergroting, hier niet het slachtoffer van zijn. Daarvoor zijn warme saneringen, een vergoeding, voor wie wil stoppen een oplossing.

Een ander soort landbouw
7/ We moeten het aantal landbouwbedrijven dat agro-ecologische principes volgt, doen toenemen. Deze verschuiving vereist een mindshift. Om die shift in te zetten, moeten agro-ecologische principes een belangrijk deel uitmaken van het landbouwonderwijs.
8/ De 100 miljoen per jaar, die de Vlaamse regering inzet voor de landbouwsector, moet worden gebruikt om reconversies naar ecologische landbouw te ondersteunen.
9/ Er moet veel meer gebruik gemaakt worden van de niet-productieve investeringen om de biodiversiteit op en naast velden te stimuleren.
10/ De eco-regelingen in het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten we maximaal inzetten om duurzame landbouwpraktijken te ondersteunen, zoals het behoud van grasland. We moeten ook de directe steun voor landbouwbedrijven van de EU afbouwen en deze middelen inzetten voor eco-regelingen.

DE STILSTAND DOORBREKEN

De landbouwsector staat op barsten. Boeren komen niet meer rond en ons klein Vlaanderen kan de milieu- en klimaatimpact niet meer dragen. Het beleid heeft jarenlang stilgestaan, maar nu moeten er keuzes gemaakt worden. De komende maanden en jaren zullen daarom beslissend zijn voor de toekomst van ons landbouwbeleid. Als socialistische progressieve beweging moeten we ook een eigen model naar voor schuiven, dat oplossingen biedt voor de landbouwer en het milieu. Een landbouwmodel waarin de boeren verlost zijn van de verstikkende economische mallemolen en waarin het milieu niet wordt opgeofferd voor oneindige schaalvergroting. De hervormingen en maatregelen, die we voorstellen, zijn een eerste stap naar zo'n model.

We moeten de boeren verlossen van de verstikkende economische mallemolen.

In de komende weken en maanden willen we in gesprek gaan over deze transitie naar een nieuw landbouwmodel met iedereen die vindt dat boeren terug vooruit moeten kunnen gaan in het leven. Dat doen we op basis van onze kernwaarden solidariteit. En solidariteit dat is voor ons bijdragen naar vermogen en krijgen naar noden. Dat is niet alleen overleven, maar ook vooral goed leven. Dat moet ook mogelijk zijn voor landbouwers. Daarom willen we als socialistische beweging dit debat op een constructieve en progressieve manier houden over en met de landbouwsector zodat we bouwen aan een betere toekomst voor landbouwers.

Iedereen die hierover wil meedenken, of ideeën wil aanleveren, kan zich inschrijven voor de digitale infosessies 'Een goed en gelukkig leven' via vooruit.org/evenementen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 54 tot 59