Abonneer Log in

De banaliteit van het catastrofale

VERSLAG OVER DE KLIMAATZAAK

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 33 tot 39

De klimaatzaak, volgens het aantal mede-eisers (58.681) het grootste proces ooit in dit land, moest het in de media stellen met een kruimel van de aandacht die kasteel- of parachutemoordprocessen te beurt vielen, laat staan rechtszaken rond het sms-verkeer van een gevallen televisieheld. Toch was het een ontluisterend court room drama, compleet mét smoking gun.

Het gaat hier over een aantasting van het eerste basisrecht van de mens, dat op een aanvaardbaar leven.

Was het allemaal niet zo symbolisch en terminaal tragisch, het was bijwijlen best lollig geweest.

Valt er nog iets positiefs te melden? Ja. Toch wel. De lijn van het Waalse Gewest bijvoorbeeld.

Een verlaten NAVO-site, te midden van een soort post-militair waste land. Een gepast pre-apocalyptisch décor was alvast gevonden voor een rechtszaak waar tien dagen lang de toekomst op het spel stond, en zowaar de staat zelf op de beklaagdenbank zat. Misschien was het nog te begrijpen ook, dat het opgedaagde journaille na het optekenen van enkele quotes van de bekende mede-eisers niet echt veel zin had in tien dagen van juridisch gehakketak. Bovendien dus in het Frans. Dat laatste was de uitkomst van de zes jaar juridische sabotage die dit proces voorging, had u dat gevolgd? Zes jaar van strategische vertragingsmanoeuvres, waarbij goed drie jaar even handig als surrealistisch rond de voertaal van het proces werd gedribbeld. Misschien legden deze zeer succesvolle uitsteltechnieken op zichzelf eigenlijk al de hypocrisie bloot, en de kwalijke inertie van staatswege. Precies wat voor dit Hof bewezen moest worden.

Zelfs wie deze vlakke inkt in braille leest kan het aanvoelen; dit uitermate onvolledige verslag van wat zich tien pleitdagen lang afspeelde in deze vreemdsoortige nieuwe tempel van recht is – dierbare lezer – op geen enkele manier journalistiek objectief. Tot u schrijft immers – maskers af – één van de elf oprichters van de vzw Klimaatzaak, die – bij gebrek aan opnames of reporters – dan maar een summiere persoonlijk indruk geeft van de vertoning. Voor een uitgebreider verslag van de schermutselingen verwijs ik graag naar collega-medestander David Van Reybrouck, die later dit jaar het geredigeerd notaboekje uitbrengt waarin hij tien dagen het spektakel opvolgde, langsheen de vaak bochtige verdedigingslinies met soms vreemdsoortige juridische pirouettes.

'A PRIORI TOUT EST FOUTU'

Het begon voor ons allen met opwinding. Toen ik ze – als in een oeroud toneelstuk – in een statig rijtje zag opkomen, de drie rechters van de vierde kamer van de Brusselse (Franstalige) rechtbank van eerste aanleg, overviel me vooreerst een gevoel van dankbaarheid. Hoe wonderbaarlijk mooi: de rechterlijke macht als controlerende dwarsbalk van onze democratische basiliek, waar uiteindelijk zelfs de staat kan worden aangeklaagd, door zijn eigen burgers. Hoe heerlijk ook dat hier tien dagen de tijd zou worden genomen. Ver weg van de blitse oneliner in het praatprogramma of de bitsige tweet in de echokamers van de asociale media. Tijd voor beleefde gedachten- en feitenuitwisseling waar een waarlijk onafhankelijk rechtscollege op zoek zou kunnen gaan naar de waarheid, en niets dan de waarheid.

De waarheid is 'A priori tout est foutu', zo start Meester Eric Gillet – een zwaargewicht van de Brusselse balie, die met deze zaak zijn impressionante carrière beëindigt. 'Dans vingt ans c'est la barbarie.' De waarheid is dat zijn tweejarige kleindochter in 2100 rond de 80 zal zijn, en dan volgens VN-rapporten in een wereld van ongeveer 4 graden warmer zal moeten leven. Dat betekent in absolute chaos, met natuurrampen waar geen klimaatwetenschapper een tekening bij durft te maken. Wanneer Meester Carole Billet er vervolgens de beenharde feiten en poedelnaakte cijfers onder metselt; hoe lang we dit al weten en doortastend handelen toch fataal zijn blijven uitstellen, dan lijkt het plots logisch dat we ooit in een juridische arena moesten terechtkomen. Want bij dit soort grove nalatigheid en schuldig verzuim kan men al snel spreken over wandaden. Immers het gaat hier over een aantasting van het eerste basisrecht van de mens, dat op een aanvaardbaar leven.

Het gaat hier over een aantasting van het eerste basisrecht van de mens, dat op een aanvaardbaar leven.

Hier in een rechtbank kan je vaststellen hoe een flink aantal rechtsprincipes zwaar geweld werden aangedaan. Voorop de 'duty of care', de zorgplicht, die stipuleert dat de overheid haar bevolking moet beschermen, ook tegen toekomstig – maar duidelijk aantoonbaar en aangetoond – onheil. In rechtspraak kom je dan bij de termen die het zo veel duidelijk maken: de onrechtmatige daad, een dergelijk maatschappelijke onzorgvuldigheid dat een hele bevolking schade wordt toegebracht. 'Er zijn, mevrouw de voorzitter, mensen die sterven. Zeer veel mensen die zullen sterven.' De hoge stem van Meester Billet zindert na, wanneer ze de treffende vergelijking maakt met Hannah Arendts notie van de 'Banaliteit van het Kwaad', die ze nota bene ten tijde van het Proces Eichmann ontwikkelde. Wanneer we over de enormiteit van de klimaatverwoesting praten dan zie je toch vaak de 'Banaliteit van het Catastrofale'. Niemand heeft het slecht voor. Niemand is het geweest. Niemand heeft het geweten. Niemand heeft het echt zien aankomen.

CYNISCHE EXCUSES VAN DE VERDEDIGING

Het idee blijft als een puntige nagel steken in mijn hoofd en in de kostelijk oversized gerechtszaal met wel vijftig televisiemonitors zonder volk om er naar te kijken, of recorders die mogen worden aangesloten, om deze soms verbijsterende film vast te leggen. Wanneer de verdediging na zes jaar talmen eindelijk haar kaarten moet laten zien, dan is het immers alsof ongeveer elke verwerende partij dit idee, de banaliteit van het catastrofale, op een nieuwe manier lijkt te willen komen illustreren met een web van nijvere excuses en niet eens altijd zo uitgekookte ontwijkingsstrategieën.

Om te beginnen krijgt het rechtscollege het traditionele juridisch-technisch gegoochel met de kleine lettertjes om de zaak onontvankelijk te laten verklaren, waarbij de advocaten van het Waalse Gewest het bijvoorbeeld presteren om fijntjes aan te duiden dat toekomstige generaties geen rechtspersoon kunnen zijn in een rechtszaak. Kon 'l'arrogance, la brutalité' beter worden geïllustreerd, maakt Meester Gillet zich boos. 'Générations futures, dégagez-vous. Générations futures, taisez-vous.' Of zoals zijn jonge collega, Linli Pan-Van de Meulebroucke, het later met een historische echo zou laten schallen: 'How dare you?'.

Al even cynisch, de pogingen – vooral dan vanwege het Vlaamse Gewest – om de uitzonderlijke moeilijke situatie van ons kleine geïndustrialiseerde en volgebouwde landje aan te grijpen als groot excuus voor de slechte rapporten, die nee toch niet de allerslechtste waren van de Europese klas. Er zijn er in het oosten nog slechtere! De lange donkere schaduw van het kabinet-Schauvlieghe waait nog binnen, met alle boekhoudkundige noodgrepen waarmee onze Gewesten nu al zoveel moeizame jaren aan Europa proberen te bewijzen dat ze de hakken niet in, maar écht toch wel een millimeter over de sloot hebben gekregen.

Vergeef me nogmaals als de samenvatting summier en gekleurd is. Maar over het algemeen blijven de doorgaans weinig verheffende verbale tussenkomsten van de vier verdedigende teams steken in veelal warrige sudokuspelletjes met emissiereducties en targets, dure centen en vage procenten. Als één van de komische hoogtepunten is er het kostelijke moment waarop de immer vriendelijke en begrijpende voorzitster, Mevrouw Malengrau, voor de zoveelste keer vraagt of zij en haar twee collega-rechters nu eindelijk ook eens duidelijke Belgische overzichtscijfers konden krijgen. Helaas, die blijken nog altijd in de maak op de advocatenbureaus en wie weet zelfs de kabinetten. Na zes jaar wachten op het proces dacht je dat het huiswerk misschien al eens zou gemaakt zijn. Ja, was het allemaal niet zo symbolisch en terminaal tragisch, het was bijwijlen best lollig geweest. Zelfs elke onbevooroordeelde gerechts- of sportverslaggever zou raar opgekeken hebben om vier juridische ploegen zo kris kras over en door elkaar over het oppervlakkig omgewoelde veld van de klimaatjurisprudentie te zien knotsen. Helaas is ook dat net zo tragisch tekenend voor hoe klimaatpolitiek in dit samen geknutselde landje al te vaak à l'improviste wordt bedreven, waarbij Gewesten en federale overkoepelingen over, door en al te vaak helaas zelfs tégen elkaar opbotsen.

Was het allemaal niet zo symbolisch en terminaal tragisch, het was bijwijlen best lollig geweest.

'HET IS NIET AAN DE RECHTER OM AAN POLITIEK TE DOEN'

Wat nog in de verdediging? De meest gehoorde, en volgens sommige rechtsgeleerden meest steek houdende argumentatie is de stilaan bekende riedel dat whatever de enormiteit van de mogelijke schade de trias politica moet worden gerespecteerd, en dat het niet aan de rechter is om aan politiek te doen. Of zoals Meester Vandamme, die optreedt voor de Belgische staat, het kernachtig kon samenvatten: 'De engagementen uit het verleden hebben we gehaald. Misschien niet met schoonheidsprijzen, maar er zijn nog wel slechtere leerlingen dan wij. Nu hogere ambities koesteren en targets stellen is misschien respectabel, maar het is niet aan de rechter om die te stellen, wel aan regering en parlement.'

Dit argument, dat door een aantal eerbiedwaardige rechtsprofessoren ook soms met ijver wordt verdedigd, lijkt inderdaad steek te houden. Behalve dat alles in die immens ingewikkelde klimaatboekhouding en uitstootstratego nu net te maken heeft met aangekondigde ambities, plannen en targets. Het is inderdaad aan de politiek om die op te stellen en klimaatakkoorden te ondertekenen (of niet). Het is echter aan een rechtbank als die rechtsregels manifest geschonden worden, zoals wanneer die levensbelangrijke doelen gewoon niet gehaald worden, bijvoorbeeld omdat men op voorhand al zegt dat ze 'niet realistisch zijn'. In die zogenaamde emissiekloof, het gapende gat tussen het woord en de daad ligt nu net het kalf gebonden. Daar ligt het rokende pistool van de aanklagers op tafel in de vorm van een vlakke lijn in onze nationale emissies. Of hoe de laatste zes jaren – ironisch genoeg even lang als deze klimaatzaak met kluitjes in riet werd gestuurd – onze uitstoot met geen enkel procentpunt meer is gedaald, dat terwijl die daling eigenlijk jaarlijks zeker omtrent dan 7 à 8% zou moeten bedragen om Parijs (en zo een soort planetaire redding) te halen. Over die politieke ambities die wel aangezegd maar nooit hard gemaakt worden, gaat het. Tot daar reikt de hele eis van klimaatzaak. Heren dames politici, doe gewoon nog maar het minimum minimorum van wat in Parijs door glunderende politici werd ondertekend en beloofd.

'REALISTISCHE' PLEITNOTA'S

Surrealistisch was het om deze vele staatsadvocaten, cinematografisch verantwoord gekleed in hun lange zwarte gewaden, stuk voor stuk rond deze hete brij te horen draaien. Aan alles was te merken dat het echte diepe besef rond de urgentie ook bij deze boodschappers met witte bef niet echt terdege was ingedaald. Want 'tenslotte is klimaat maar één factor', zo argumenteerde de jonge verdedigster van het Vlaamse Gewest. 'We zouden bijvoorbeeld de Antwerpse haven kunnen sluiten. Dat zou heel erg goed zijn voor het klimaat. Maar niet zozeer voor de werkgelegenheid of de economie.' Serieus? Moest er echt nog een vermoeide klimaatwetenschapper gehaald worden als getuige? Om andermaal aan deze mensen te komen uitleggen dat het enige wat een haven definitief kan sluiten een zeespiegelstijging van een goede meter is, pittig afgekruid met wat superstormen. Ofwel dus precies wat we tegen het eind van de eeuw dus ook kunnen verwachten. De banaliteit van het catastrofale, die zich alweer durfde te hullen in de grootsprakerige toga van het woord 'realisme'.

Vaak hoefde je de 'realistische' pleitnota's van het Vlaamse Gewest maar te aanhoren om op zo veel catastrofale banaliteit te stoten. Neem dit. 'De actie (van klimaatzaak, red.) viseert het voorkomen van toekomstige schade, wat betekent dat er geen actueel belang is, en de eis bijgevolg onontvankelijk is. Bovendien is de schade waarover de eisers klagen hypothetisch.' Toekomstige schade? Geen actueel belang? Hypothetisch? Really? Ook al bleef elke pleiter het mondmaskertje mooi aanhouden. De maskers vallen in een rechtbank snel af.

CALIMERO

Dan was er natuurlijk ook nog het calimerosluitstuk in de verdediging, die je terugziet in ongeveer elke klimaatzaak. 'Wij vertegenwoordigen in België maar een banale 0,35% van de mondiale uitstoot. Wij zijn te klein om een verschil te maken. Ga toch beter klagen in Europa, of op het wereldtoneel, voer processen tegen de Chinezen, de Amerikanen'.

De goede raad klinkt niet onslim of onlief. Maar ook daar bewijst de prachtige logica van ons gemeen recht zich, zoals het zo briljant op de klimaatproblematiek werd toegepast door de peetvader van dit soort klimaatzaken, Meester Roger Cox, die met het simpelweg toepassen van bestaande jurisprudentie ook de Nederlandse Urgenda zaak won. De wet is de wet. 'Judex non calculat'. De rechter is geen boekhouder. Ook al was je maar één van de 198 anderen die moeder natuur hebben staan doodschoppen, en was de uitkomst zonder jouw trap van 0,35% net dezelfde, dat maakt jou uiteraard niet minder aansprakelijk of schuldig.

'Het is niet elke dag dat het voortbestaan van de mensheid hier op het spel staat voor een Brusselse rechtbank van eerste aanleg.' Met deze waarschijnlijk ironisch bedoelde slimmigheid sloot op een gegeven moment één van de advocaten (voor het Brusselse Gewest) zijn ietwat warrige pleidooi af. De pijnlijke waarheid van die woorden zal ons misschien ook pas binnen jaren duidelijk worden. Maar voor een rechter die zich een beetje treffelijk inleest in de klimaatproblematiek, zoals de dame justitia van dienst, voorzitster Mevrouw Malengrau, dat duidelijk had gedaan, moeten een aantal van de argumenten à décharge omgekeerd hebben geklonken.

Zoals dat spelletje juridisch badminton rondom de vraag hoe de juridische vertaling van de 1,5 graden veiligheidsgrens puur rechterlijk moest worden geïnterpreteerd. Ik moet u even de details onthouden. En helaas ontbreekt me de kennis of het juridisch doorzicht om te weten of de verdediging wegkomt met hun bewering dat we niet met de ogen van vandaag naar gisteren mogen kijken. Het blijft enkel pijnlijk cynisch om als Belgische overheid, die op internationale klimaatconferenties altijd de meest uitmuntende en strijdvaardige delegaties heeft, op een proces als dit eigenlijk een soort recht op statelijke sloomheid te horen pleiten: 'Oeps! We wisten pas in 2018 dat het die wetenschappers al die tijd ook echt menens was met die anderhalf graden'.

'Ici, on fait du droit', hoorde ik de verdediging meermaals opgewonden piepen. Met die kleine heilige lettertjes in de wetboeken was men er inderdaad al eens in geslaagd om een noodkreet voor onmiddellijke actie met zes jaar te vertragen. Maar zoals Meester Roger Cox het zegt: van zodra een rechtscollege zich ook even echt verdiept in klimaatproblematiek, dan vallen de puur juridisch-technische argumenten al snel in het niet bij de verpletterende overtreding van de meest fundamentele rechtsregels, het verzaken aan de zorgplicht, als het niet blussen van een uitslaande brand. Wanneer het voortbestaan van de mensheid al eens in de weegschaal van dame Justitia wordt gelegd, dan zal ze met nog zeven blinddoeken aan, meteen voelen in welke richting de balans met overdonderende klap doorslaat.

Valt er nog iets positiefs te melden? Ja. Toch wel. De lijn van het Waalse Gewest bijvoorbeeld.

Valt er nog iets positiefs te melden? Ja. Toch wel. De lijn van het Waalse Gewest bijvoorbeeld, die aangaf dat ze nu net sinds kort een klimaatwet had, mét de ambitie om er volop aan te beginnen. Of hoe het Brusselse Gewest aandrong dat ze echt wou dat ze meer hefbomen had voor klimaatactie. Men had gelijk. Natuurlijk was dit het proces dat eigenlijk nooit had moeten plaatsvinden. Want hoe absurd is het niet? Stel het je even voor met een niet nader te benoemen pandemie, want dan wordt het voor eenieder soms toch helderder. Wat als 65.000 bezorgde burgers de staat zouden moeten aanklagen omdat onze vele regeringen in vele toonaarden proclameren dat we dit virus keihard zullen te lijf gaan, om vervolgens vast te stellen dat er amper wat mondmaskertjes worden gestikt, nauwelijks vaccins worden aangekocht, laat staan toegediend. De publieke verontwaardiging en het mediagehuil dat zou opstijgen...

WAT HADDEN WE GRAAG DE ZAAK LATEN VALLEN

Wat waren we er dus ook maar al te graag mee gestopt, met deze knotsgekke rechtbankprent. Wat hadden we graag de stevige plannen aangehoord en de aangetoonde realisaties bekeken, en dan elkaar zo stevig in de armen gevallen als de sanitaire maatregelen het hadden toegelaten. Wat hadden we zes jaar geleden al heel erg graag de zaak laten vallen. Omdat het bij de aanzegging in die hyperconstructieve vergadering met alle daadkrachtige ministers van Klimaat en Milieu duidelijk voor iedereen menens was. We waren samen zo veel verder gekomen in de transitie die we sowieso moeten aanvatten. Maar helaas. Zes jaar later lag ie er dus. Als cruciaal bewijsstuk A, het nawalmend moordwapen. Die platte lijn van de nul gedaalde uitstoot van de laatste zes jaar. De flat line die zo ondubbelzinnig aantoont dat er sinds die vergadering niet nog ene gram CO₂ minder was uitgestoten. Een platte lijn die alles zei over ons platte land, en de schuldig verzuimende huisvaders (m/v) die hun bevolking aan hun lot over lieten.

Ik zou niet graag de rechter zijn die uiteindelijk hier op dit onbeslagen terrein van klimaatrechtspraak, en in dit malle Belgische labyrint een Salomons oordeel 7.0 moet vellen, en daarbij dan ook nog eens met spitsboekhoudkunde moet toewijzen wat welk bestuurlijk niveau voor hoeveel heeft in te halen, recht te zetten, of op te hoesten. Maar ons vertrouwen in de rechtstaat is zo sterk dat wij geloven in een even moedig en belangrijk vonnis als we hebben zien uitgesproken worden in andere staten. Na jaren van achterop hinken en linkeballen kunnen we hierin misschien mee de lead nemen, en de belangrijke dominosteen zijn waarmee klimaatrecht wie weet toch nog de levens van onze kinderen redt. Daarom dus. Niet enkel het grootste maar misschien ook wel het belangrijkste proces ooit gevoerd op ons grondgebied.

Uitspraak volgt begin juli. Fijn dat iedereen er dan wel bij zal zijn.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 33 tot 39