Abonneer Log in

How to Fight Inequality

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 69 tot 71

Het boek van Ben Phillips is als een feelgoodfilm: het is niet altijd intellectueel hoogstaand, maar wel goed gemaakt, aangenaam, en je vergeet toch heel even de grote miserie in deze wrede wereld.

How to Fight Inequality

Ben Phillips
Polity Press, Cambridge, 2020

Ook in België lijkt er structureel maar weinig te bewegen, de BLM- en klimaatbeweging ten spijt.

Zijn we te braaf geworden in onze acties, zoals de Franse filosoof Geoffroy de Lagasnerie betoogt?

Ongelijkheid is de 'bepalende strijd van dit tijdperk', schrijft auteur Ben Phillips in de inleiding van zijn boek How to Fight Inequality. And Why That Fight Needs You. Bovendien is de stelling dat ongelijkheid grote problematische gevolgen heeft ondertussen ook mainstream binnen de mainstream internationale instellingen, van bij de paus over het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank tot de OESO en het Wereld Economisch Forum (WEF). Aan de hand van drie vragen wil Phillips, activist, voormalig campagneleider voor Oxfam en ActionAid en medeoprichter van de Fight Inequality Alliance, bijdragen aan het winnen van die belangrijke strijd tegen ongelijkheid.

De eerste vraag is: waarom is de strijd belangrijk? De auteur zet een aantal redenen uiteen, die grosso modo overeenkomen met wat uw dienaar eerder schreef in uw favoriete tijdschrift. Dat debat hebben we volgens Phillips dus al gewonnen. Maar, zoals het bekende strijdlied zegt, wij willen 'geen woorden maar daden'. En aan die daden ontbreekt het in bijna alle landen ter wereld. Het beleid blijft op zijn best vaak beperkt tot gerommel in de marge, en staat op zijn slechtst volledig in het teken van het verder verrijken van de rijken. Daarbij is het probleem niet dat we niet weten wat we moeten doen, maar wel dat we niet de collectieve macht hebben om af te dwingen wat we moeten doen. Oftewel: 'De beschaafde wereld van het debat volstaat niet om de veel barbaarsere wereld van de belangen te verschuiven.'

Dat brengt ons bij de tweede vraag: hoe hebben we die strijd in het verleden gewonnen? Phillips haalt een aantal voorbeelden aan: Latijns-Amerika in de periode 2000-2015, de Gouden Jaren van het westerse kapitalisme (circa 1945-1975) met onder meer ook de burgerrechtenbeweging in de VS, de Scandinavische klassenstrijd sinds het einde van de 19e eeuw.

Uit die voorbeelden distilleert de auteur vier elementen om te antwoorden op de derde en belangrijkste vraag: hoe kunnen we die strijd tegen ongelijkheid opnieuw winnen? Ten eerste kan dat enkel via invloed op het beleid. Als we ons terugtrekken van de politieke strijd zullen we er niet geraken. Maar met ideeën alleen en geen macht om die ideeën om te zetten in beleid, zullen we er ook niet geraken. Of zoals de auteur van het boek Jay Naidoo, die de Zuid-Afrikaanse vakbondscoalitie leidde in de strijd tegen Apartheid, aanhaalt: 'Niemand staat macht af vanwege een briljante Powerpoint-presentatie.' We moeten dus in actie komen.

Daarom moeten we, ten tweede, onze 'deference' overwinnen, dat je kan vertalen als onderdanigheid of berusting. Dat is zeker zo omdat activisme zelden goed onthaald wordt. 'De verontwaardiging over de hinder van diegenen die onrechtvaardigheid bekampen is vaak veel groter dan de verontwaardiging over de onrechtvaardigheid zelf', schrijft de auteur. De prachtige quote van anti-slavernijactivist Frederick Douglass kan ik u daarbij niet onthouden: 'If there is no struggle there is no progress. Those who profess to favor freedom and yet deprecate agitation want crops without plowing up the ground; rain without thunder and lightning. They want the ocean without the awful roar of its many waters. Power concedes nothing without a demand. It never did and it never will.'

Ten derde moeten we aan krachtsopbouw doen. 'Organizing', is daarbij het codewoord. Het spijtige is dat er daarover weinig in het boek staat. De recente nederlaag van de vakbond bij Amazon in Bessemer toont dat daar in de VS nog veel weer aan de winkel is, maar ook in België lijkt er structureel maar weinig te bewegen op dat vlak, opflakkeringen van de BLM-beweging en de klimaatbeweging in de laatste jaren ten spijt.

Ook in België lijkt er structureel maar weinig te bewegen, de BLM- en klimaatbeweging ten spijt.

Tot slot moeten we een nieuw verhaal creëren. Dat gaat over het 'waarom': waarom zouden mensen zich moeten organiseren en actie voeren om zo een ander beleid door te duwen? Ook hier geeft de auteur maar een beperkt antwoord. Volgens hem zal dat verhaal niet overal ter wereld hetzelfde zijn, moet het een hoopvol verhaal zijn, moet het belang van de gemeenschap centraal staan in plaats van het extreme individualisme, en is er de noodzaak aan een emotioneel, moreel, passioneel verhaal in plaats van een louter rationeel, technocratisch verhaal.

Wat heeft dit boek mij nu bijgebracht? Op zich niet zo veel dat ik nog niet wist. Het is wel een leuk boek om te lezen, met verhalen van mensen die Ben Philips ontmoet heeft tijdens zijn activisme, en vol met quotes van beroemdheden, van Thucydides en de paus over Martin Luther King en Noam Chomsky tot schrijfster Arundhati Roy en muzikant Billy Bragg. De schrijver noemt zichzelf 'ultimately optimistic' en je bent geneigd om er ook even optimistisch van te worden. Je kan het boek vergelijken met een goede feelgoodfilm: het is niet altijd intellectueel hoogstaand, maar wel goed gemaakt, aangenaam, en je vergeet toch heel even de grote miserie in deze wrede wereld.

Daarnaast deed het boek (of vooral het schrijven van een boekbespreking, ik kan het iedereen aanraden) mij wel nadenken over kritische noten bij het gezang van Ben Phillips. Dat helpt op zijn beurt dan ook weer om scherper te krijgen waar het fout loopt in de context van de rijke, westerse wereld.

Ten eerste lijkt het mij niet helemaal correct om te zeggen dat we de ideeënstrijd gewonnen hebben. Ja, meer gelijkheid is populair, zelfs in mainstream instituten. Maar eenmaal het over het beleid gaat dat nodig is tegen ongelijkheid, stoot je op veel ideologische dogma's. Uitkeringen omhoog? Dan zouden we werken weleens te veel kunnen 'ontmoedigen'. Hogere (vermogens)belastingen om de concentratie aan de top tegen te gaan en de financiering van de sociale zekerheid te versterken? Maar meneer, we hebben al zo'n 'hoge belastingen'. Bedrijfssubsidies schrappen, het terugdringen van de decennialange verlaging van de vennootschapsbelasting, een hoger minimumloon? Wat dan met onze 'competitiviteit'?

Ten tweede, zelfs als we wel de ideeënstrijd winnen, zoals over een gematigde vermogensbelasting, blijft het beleid heel voorzichtig, wat aansluit bij de algemene stelling van de auteur. Er is dus meer druk nodig op beleidsmakers. Maar zoals hierboven aangegeven lijken we wat genoegzaam als het gaat over organiseren en mobiliseren. Zijn we te braaf geworden in onze acties, zoals de Franse filosoof Geoffroy de Lagasnerie betoogt? Houden we het niet te veel bij steeds dezelfde mensen mobiliseren, in plaats van te zoeken naar manieren om andere mensen te bereiken die nu enkel op een geatomiseerde, geïndividualiseerde manier in aanraking komen met politiek? Verdoen we niet te veel tijd en energie met het zoeken naar compromissen via Zoom-, Teams- en Skypevergaderingen, of met al onze observaties op vluchtige media als Facebook en Twitter te zetten?

Zijn we te braaf geworden in onze acties, zoals de Franse filosoof Geoffroy de Lagasnerie betoogt?

Ten derde is er de vraag van het 'grotere verhaal'. In het verleden hadden we grote thema's om voor te strijden: algemeen enkelvoudig stemrecht, de sociale zekerheid, een 8-urendag en een weekend, zelfs een socialistische samenleving (en de onafhankelijkheidsstrijd in het Globale Zouden). Maar hebben we die thema's vandaag nog wel? De idee van een socialistische economie en waar die verschilt van het kapitalisme is sinds de overwinning van het neoliberalisme in de jaren 1970 en 1980, de val van de Sovjet-Unie, en de Derde Weg van de sociaaldemocratie, helemaal uit het debat verdwenen. Algemeen stemrecht hebben we al, net als een degelijke sociale zekerheid hier (die 15% nemen we er natuurlijk maar bij). Pleidooien voor een 30-urenweek of een 4-dagenweek weerklinken wel, maar een sociale strijd zoals voor de 8-urendag blijft volledig achterwege. Als we willen dat veel mensen de strijd aangaan, moet die strijd ook de moeite waard zijn. Een utopisch toekomstbeeld en transformatieve doelstellingen zijn dan geen overbodige luxe maar een absolute noodzaak.

Sacha Dierckx

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 69 tot 71