Abonneer Log in

Ik weet wie je bent en wat je doet

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 66 tot 68

Matthias Dobbelaere-Welvaert schreef de non-fictie versie van '1984'. En nog meer dan Orwell maakt hij duidelijk dat het geen verhaal uit de verre toekomst is.

Ik weet wie je bent en wat je doet

Matthias Dobbelaere-Welvaert
Borgerhoff & Lamberigts, Gent, 2020

Een twintigjarige zag me het boek lezen en vertelde me het ondertussen klassieke 'privacy is iets van het verleden'.

Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik niet altijd langs de kant van de privacy-advocaten sta.

Matthias Dobbelaere-Welvaert schreef de non-fictie versie van 1984. En nog meer dan Orwell maakt hij duidelijk dat het geen verhaal uit de verre toekomst is, dat het niet over romanpersonages gaat, maar over hier en u. De anonieme Big Brother krijgt meteen al iets meer een naam, of toch een begin van identificatie. Geen anonieme dictator maar uw internetprovider, politiezone, autofabrikant, bank en verzekeringsmaatschappij. Systematisch behandelt de auteur voor elke van onze levensmomenten welke bedreiging voor uw privacy er vandaag al de standaard geworden is in uw huis, uw auto, uw werk, … Internet, wifi en bluetooth maken het mogelijk uw doen en laten te volgen op een manier die in 1984, laat staan in 1948 nog echt sciencefiction was.

Wie privacy wat volgt zal Dobbelaere-Welvaert, oprichter van het Ministry of Privacy, nog best kennen van zijn uiteindelijk vruchteloos verzet tegen het plaatsen van vingerafdrukken op ieders identiteitskaart. Die zou zogezegd identiteitsfraude moeten tegengaan maar zelfs de politie rijdt nog niet rond met de toestellen waarmee u eerst uw vingerafdruk moet aanleveren om die dan te kunnen vergelijken met het exemplaar dat op uw identiteitskaart staat. En aangezien er (nog) geen databank is met ieders afdruk, kunnen ze het exemplaar dat de moordenaar op een glas achterliet nog niet gebruiken om de dader te vinden.

Het boek staat, in tegenstelling tot zowat alle literatuur over privacy, niet bol van juridische of technologische weetjes. En is daarom net voor de doorsnee burger zo'n indrukwekkende wake-upcall die leert waar een of ander buitenlandse bedrijf, of in mindere mate de overheid, uw doen en laten tot op de meter en de minuut volgen. Tot nu toe vooral om u efficiënt te profileren en u en uw familie door te verkopen aan adverteerders.

Nog maar pas liet een KBC-directeur in De Tijd optekenen: 'Data van digitale meters zijn erg interessant om bijkomende diensten mee te bouwen die de klant helpen duurzamer met energie om te springen of er een finan­cieel voordeel mee te doen. Door de overeenkomst met Fluvius kunnen we kort op de bal spelen en ons dienstenaanbod verfijnen.' Dus uw bank wil weten hoe vaak en wanneer uw wasmachine draait? De ganse discussie over digitale meters ging tot nu toe over het financiële effect voor wie zonnepanelen installeerde. Maar nauwelijks over het feit dat u een extra binnenhuisspion moet installeren. Om uw jaarlijkse factuur te berekenen hebben ze die meters al niet nodig. En voor het beheer van de belasting van het distributienet evenmin; de gezinnen zijn maar goed voor 21% van het elektriciteitsverbruik in België. Veel 'optimalisaties' zijn daar ook niet te winnen. Zelf voel ik me nu toch al héél elektrogevoelig. In Brussel is dat voor het Grondwettelijk Hof al voldoende reden om dat ding te weigeren.

Een twintigjarige zag me het boek lezen en vertelde me het ondertussen klassieke 'privacy is iets van het verleden'.

Misschien nog het belangrijkste hoofdstuk in het boek van Dobbelaere-Welvaert is: 'Hoe overtuig je iemand van het belang van privacy?'. Een twintigjarige zag me het boek lezen en vertelde me het ondertussen klassieke 'privacy is iets van het verleden'. Wat Orwell beschreef kijken we vandaag nog nauwelijks van op. Druppel bij druppel heeft men dankzij het internet en al die gemakkelijke spulletjes een systeem geïnstalleerd waar Hitler of de Stasi alleen maar van konden dromen. Denk maar aan die ANPR-camera's die omwille van de coronaregels in het oog hielden wie er de synagoge betrad. Je moet ze al geen Jodenster meer opnaaien. Op YouTube vindt u een kort filmpje, getiteld 'Omoleto Police Smartphones', over hoe burgers elkaar surveilleren via hun smartphone, dat nog niet eens zo ongeloofwaardig de huidige evolutie doortrekt.

De inhoud van het boek is nu door Tim Verheyden min of meer verfilmd in de Canvas-reeks Privacy en ik, met trouwens een cameo voor de auteur. In de eerste aflevering kwam er al een zorgwekkende scene waarbij getoond werd hoeveel gegevens uw gsm rondstuurt van zodra u die aanschakelt. De Brusselse politie was dan weer fier dat ze met hun camera's iemand kilometers lang kunnen volgen. Dat moet onze veiligheid verhogen. Maar eigenlijk zijn die dingen pas bruikbaar om na de feiten met wat geluk te volgen waar de boef naar toe wandelde. Een camera heeft hoogstens een afschrikwekkend effect voor een amateur-schurk die zonder bivakmuts een handtas wil pikken. Die zal op zoek moeten naar een straatje zonder camera, ik liet me vertellen dat er nog steeds zijn.

Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik niet altijd langs de kant van de privacy-advocaten sta.

Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik niet altijd langs de kant van de privacy-advocaten sta. Toen de politie recent de SKY ECC-telefoons van het Antwerpse drugsmilieu kraakte vond Dobbelaere-Welvaert de oproep dat wie onschuldig was zich zou melden zodat ze zijn gesprekken konden elimineren niet oké. 'Hier moet de onschuldige burger zichzelf aanmelden om zijn of haar gegevens te laten verwijderen en dat is de omgekeerde wereld.' Het leek me toch niet evident dat een paar honderden miljoenen geëncrypteerde berichten vlot kunnen worden opgedeeld in malafide en keurige zonder ze allemaal te openen. Ook al omdat er nu al een paar keurige burgers wel degelijk hand- en spandiensten leverden aan de gangsters. Terzijde is het wel vreemd dat ziekenhuispersoneel onopgemerkt in rijksregistergegevens kon snuisteren. Als die adressen moesten dienen om handgranaten aan huis te leveren, had men uit de logging van het rijksregister al lang kunnen nagaan wie er in de gegevens van de slachtoffers had geneusd. U kan best trouwens zelf af en toe eens kijken op www.mijndossier.rrn.fgov.be wie er in uw gegevens neust. Maar ik geef toe, ik vond dat de privacy van cocaïnesmokkelaars niet echt voorrang moest krijgen op het oprollen van een stukje van de drugstrafiek.

Alle privacy-experten geven perfect advies over hoe u zich kan beschermen tegen allerlei aanvallen op uw privacy, en hoe u klacht kan indienen wanneer u merkt dat er flagrante inbreuken tegen de GDPR (AVG) zijn. Elk kan dan zelf uitmaken of de baten van een gratis toepassing opwegen tegen de kosten van het verlies aan privacy. Als dat beperkt zou blijven tot wat irritante reclames is dat soms een klein offer. Maar als de gegevens van uw gezondheidsapp in handen komen van uw verzekeringsmaatschappij, die dan ook nog eens in real time uw rijgedrag kan volgen, zitten we toch met een ander verhaal. En sowieso is zo'n advies maar nuttig voor redelijk goed geschoolde mensen die ook met technologie overweg kunnen. Ik pleitte er eerder in Samenleving & Politiek al voor om die 'end user agreements' in mensentaal om te zetten zodat mensen begrijpen op wat ze oké klikken. Zoals uw ijskast een label krijgt van energie-efficiëntie, zou een label voor 'privacygevoeligheid' ook zeer klantvriendelijk zijn.

Zelf voel ik dat nog steeds maar als de helft van het verhaal aan. Een paar duizend mensen die een of andere van hun apps op hun eigen smartphone uitschakelen, zijn hooguit wat irritant voor de app-leveranciers. Maar aangezien een deel van de industrie én van de overheid zelf graag uw gegevens benutten voor zaken waar ze niet voor bedoeld zijn, valt er geen regelgeving te verwachten om die dataverzameling en dat gebruik gewoon te verbieden. Tot de bevolking in opstand komt tegen de 21e eeuwse Big Brother moet ze absoluut dit boek lezen.

Geert Mareels

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 66 tot 68