Abonneer Log in

De overheid investeert, de markt profiteert

Onze centrumsteden bloeien maar hun stadskassen dreigen leeg te vloeien. Dat past in een liberale strategie van 'drain the beast', het bewust laten leeglopen van de overheidsmiddelen door massale eenmalige investeringen die vervolgens worden gecompenseerd door te snoeien in de structurele middelen, voor bijvoorbeeld personeel of sociaal beleid.


Cinéma Lumière, Mechelen
© David Legrève

Bart Somers is geen socialist. Zijn investeringsijver in het publiek patrimonium eindigt al te vaak in een onevenwicht tussen de lusten en de lasten, tussen overheid en privé.

Eigenaars van Mechelse woningen kunnen dankzij de publieke investeringen hun eigendom vandaag met grote winst verkopen.

Twee weken geleden opende in Mechelen een prachtige nieuwe stadscinema. In de oude vervallen stadsfeestzaal is sinds kort cinéma Lumière te vinden. Een prachtig staaltje renovatie en een oplossing voor een stadskanker. Prachtig toch. Klein addertje onder het gras: Stad Mechelen investeerde zelf 3 miljoen euro in het gebouw en de omvorming tot bioscoop, waarvan ongeveer 1 miljoen euro een Vlaamse erfgoedpremie was. Het investeringsbudget van de uitbater Lumière daarentegen bedroeg 907.000 euro … U en ik zijn met andere woorden de drijvende kracht achter de renovatie en de winsten gaan nadien naar het bedrijf.

De prachtige Mechelse stadscinema vertelt dan ook een bijzonder verhaal. Een verhaal dat te weinig wordt verteld in Vlaanderen. Een verhaal van een overheid die de risico's en de kosten op zich neemt en ondernemers die op deze voluntaristische overheid kunnen kapitaliseren. Deze realiteit staat haaks op het riedeltje dat het alleen ondernemers zijn die risico's nemen en daar dus ook voor beloond mogen worden. Waar is de beloning voor de ondernemende overheid?

Begrijp me niet verkeerd. Als socialist juich ik investeringen door de overheid toe. Meer zelfs, het is de verdomde plicht van besturen, ook de lokale, om te investeren. Want investeringen renderen. Ze doen de motor van de economie aanslaan, ze creëren rendement en maken onze steden opnieuw leefbaar. Een tijdje terug was ik in Charleroi, op bezoek bij Paul Magnette en Thomas Dermine. En Magnette was als burgemeester van Charleroi glashelder: "Er wordt soms geklaagd dat het allemaal overheidsinvesteringen zijn die zorgen voor de stadsrenovatie van Charleroi. De reden is simpel: enkel de overheid is bereid te investeren. Zonder overheidsinvestering geen vooruitgang."

In Vlaanderen zie ik steeds meer liberale bestuurders mee springen op de kar van de publieke investeringen, met Bart Somers als 'early adopter'. Somers besefte al zeer vroeg dat enkel massale overheidsinvesteringen onze stad zou transformeren. En dat recept brengt hij nu doorheen Vlaanderen aan de man, denk maar aan het Denderfonds waarbij de worstelende steden in de Denderstreek zoals Ninove en Geraardsbergen met extra publieke investeringen de strijd tegen de stilstand en achteruitgang moeten aangaan.

Bart Somers is geen socialist. Zijn investeringsijver in het publiek patrimonium eindigt al te vaak in een onevenwicht tussen de lusten en de lasten, tussen overheid en privé.

Maar vergis u niet. Somers is geen socialist. Zijn investeringsijver in het publiek patrimonium eindigt al te vaak in een onevenwicht tussen de lusten en de lasten, tussen overheid en privé. De lasten zijn in grote mate voor de overheid. De lusten voor de privé. De overheid investeert, de markt profiteert. En ondertussen loopt de stadskist leeg. Dit is geen beleid van "starve the beast" waarbij rechtse politieke krachten de overheid bewust uithongeren door de inkomsten te doen dalen, maar wel "drain the beast", het bewust laten leeglopen van de overheidsmiddelen door massale eenmalige investeringen die vervolgens worden gecompenseerd door te snoeien in de structurele middelen, voor bijvoorbeeld personeel of sociaal beleid. In hyper-gemediatiseerde tijden levert lintjes knippen nu ook eenmaal meer stemmen op dan personeel aanwerven.

Een ander Mechels voorbeeld: Galapagos. Galapagos is een beursgenoteerd farmaceutisch bedrijf met hoofdzetel in Mechelen. Die hoofdzetel zou verhuizen van haar huidige locatie naar een nieuwe vestiging in de nog aan te leggen wijk Ragheno, achter het station van Mechelen – dat trouwens momenteel ook wordt verbouwd. Wanneer een bedrijf een dergelijk project wil ontwikkelen, dienen er stedenbouwkundige lasten te worden betaald. Dergelijke stedenbouwkundige lasten zijn een vergoeding voor de infrastructuur, die de overheid door dit project moet aanleggen, te financieren. Voor de toekomstige hoofdzetel van Galapagos bedroeg die last om en bij 4 miljoen. Het stadsbestuur sloot echter een deal die de factuur met meer dan de helft deed dalen op voorwaarde dat Galapagos extra personeel zou aanwerven. Toen ik navroeg hoeveel extra personeel er exact extra dienden te worden aangeworven, bleek het om 17 voltijdse equivalenten te gaan. Meer dan 2 miljoen korting in ruil voor 17 personeelsleden. Maar de investeringen moeten wel blijven gebeuren. En dus komt de factuur opnieuw bij u en ik. (Ondertussen is het gehele project on hold gezet wegens de tegenvallende resultaten van Galapagos.)

Eigenaars van Mechelse woningen kunnen dankzij de publieke investeringen hun eigendom vandaag met grote winst verkopen.

Prof. Stijn Oosterlynck, stadssocioloog van de UAntwerpen, omschreef het onevenwicht tussen de lasten en de lusten recent ook in een zeer boeiende podcast met Pat Donnez over de ontwikkeling van mijn thuisstad Mechelen. De publieke investeringen hebben de stad verfraaid, zo stelde hij. Ze hebben de stad aantrekkelijker gemaakt maar daardoor ook de woningprijzen in onze stad doen ontploffen. Eigenaars van Mechelse woningen kunnen dankzij de publieke investeringen hun eigendom vandaag met grote winst verkopen. Een winst waar ze eigenlijk zelf nauwelijks een verdienste aan hebben. De lasten voor de overheid, de lusten voor het individu.

Onze centrumsteden bloeien maar hun stadskassen dreigen leeg te vloeien. En dus stelt zich de vraag: hoe blijf je investeren in de aantrekkelijkheid van je stad of gemeente, in de uitstraling en de infrastructuur zonder dat dit ten koste gaat van structureel en sociaal beleid. Hoe zorg je ervoor dat de investeringen ván ons allen ook tot rendement vóór ons worden. Als we op deze vraag geen antwoord vinden, dreigen we te eindigen we met steden van glas: beeldschoon maar oh zo kwetsbaar.