Abonneer Log in

De ander dat ben ik, of toch een deeltje

Ik vind het belangrijk om heel helder te expliciteren als progressieven hoe we identiteit zien en hoe dat verschilt van een conservatieve visie op identiteit.

Iemands identiteit worden niet gevormd door een slagveld in 1302 of een schrijver uit 1812.

Eén gelijkenis in een zee van verschillen kan voldoende zijn om het gesprek te starten.

Een paar jaar geleden ging ik op huisbezoek. Een gewone Mechelse straat met huizen, deur aan deur. Ik bel aan en een oude dame doet open. Na een korte voorstelling, stel ik de simpele vraag: "Woont u hier graag?" Er volgt een diepe zucht: "Wel, mijnheer, nee. Niet meer. U moet weten, mijn ouders hebben hier altijd gewoond en na hun dood ben ik hier blijven wonen. Ik heb hier altijd graag gewoond, ik woon hier al gans mijn leven. En vroeger, als het goe weer was, zaten we met alle buren op 't straat, een klapke doen. Toen kenden de buren elkaar nog, é mijnheer. Maar nu? Hiernaast worden een Marokkaans gezin en ik klap daar nooit mee. Ik kom ook niet veel meer buiten. Die kinders zijn altijd buiten aan het spelen en maken veel lawaai ze…" Ze zwijgt en zucht opnieuw: "Ja, vroeger was't hier beter."

Ik besluit dan maar eens bij de buren aan te bellen en te horen hoe zij het zien. En vrolijk glimlachende jonge mama doet de deur open, twee kinderen verscholen achter haar rok. Ik stel opnieuw dezelfde vraag: "Woont u hier graag?" "Ja ze", antwoordt ze. "'t Is hier rustig, de school is in de buurt. En er rijden niet veel auto's door de straat, dus in de zomer kunnen de kinderen op straat spelen. Ja, wij wonen hier graag." Ze zwijgt even en zegt vervolgens: "Er is misschien wel één ding dat ik jammer vind. Ik zit vaak op straat als het mooi weer is maar ik zie de buren nooit. Ik zou het wel fijn vinden om eens een babbeltje te doen."

Twee vrouwen, voor een deeltje spiegels van elkaar maar toch geen contact. Ik vertel deze anekdote regelmatig om duidelijk te maken waar het volgens mij misloopt in onze samenleving en hoe we het samenleven kunnen herstellen.

IDENTITEIT: WEL INDIVIDUEEL, NIET INDIVIDUALISTISCH

Alles vertrekt vanuit een visie op identiteit. Geen schrik! Hier volgt niet de zoveelste pro- of contra-analyse van Mark Elchardus, want die moet ik immers zelf nog lezen. Wel vind ik het belangrijk om heel helder te expliciteren als progressieven hoe we identiteit zien en hoe dat verschilt van een conservatieve visie op identiteit.

Voor conservatieven is identiteit een blok. Een door eeuwenlang geschuur van wind en water gevormd blok graniet. Solide. Met cultuur en afkomst als basis. Voor mij is een identiteit iets anders. Iemands identiteit worden niet gevormd door een slagveld in 1302 of een schrijver uit 1812. Identiteit is voor mij een netwerk. Het is een driedimensionaal spinnenweb waarbinnen alle elementen, die je onderscheiden van de anderen en die die je verenigen met de anderen, samenkomen tot een unieke combinatie die jouw individuele identiteit vormt. Identiteit is, met andere woorden, wel individueel maar niet individualistisch. Het is inherent een collectief gegeven. Het ontstaat door tegenstellingen, gelijkenissen en verbindingen met anderen.

Iemands identiteit worden niet gevormd door een slagveld in 1302 of een schrijver uit 1812.

Vanwaar je bent, waar je woont, wie je familie is, wie je vrienden zijn, wat je hobby's en talenten zijn, op wie je valt, en nog zoveel andere zaken, vormen wie je bent en hoe jij anders bent dan de andere. Maar net doordat het een netwerk is met vele elementen, ben je tegelijk fundamenteel anders als de andere én tegelijk ten dele ook gelijk aan anderen. Je deelt elementen van je identiteit met anderen. Ik ben net als Bart Somers een Mechelaar, maar in tegenstelling tot Bart Somers ben ik er niet geboren. Ik ben net als de zanger Christoff homo, maar heb helaas geen talent voor zingen.

SAMEN EEN NETWERK VAN GEDEELDE KNOOPPUNTEN VORMEN

Waarom vertel ik dit? Omdat ik geloof dat het besef van een identiteit als een netwerk, samenleven haalbaarder maakt. Het aanvaardt de verschillen, maar ziet ook de gelijkenissen. Eén gelijkenis in een zee van verschillen kan voldoende zijn om het gesprek te starten. De straat waarin we wonen, de leeftijd van onze kinderen, een gedeelde interesse of gedeeld verdriet.

Eén gelijkenis in een zee van verschillen kan voldoende zijn om het gesprek te starten.

Als samenleven enkel het stapelen van blokken is dan heb je verdomd sterke mortel nodig om een solide samenleven op te bouwen. Maar als wij allemaal samen een netwerk van gedeelde knooppunten vormen, dan wordt samenleven een stuk evidenter.

Nu vergis u niet, het is niet omdat je één knooppunt deelt dat samenleven meteen per definitie ook werkt. Ik deel bijvoorbeeld wellicht veel punten met Stijn Baert, maar de kloof tussen ons beiden is wel gigantisch. Samenleven kost tijd en energie. Hoe groter de diversiteit, hoe minder we misschien met elkaar delen. Maar toch geeft het hoop, of althans bij mij. Ik geloof immers dat als we de knooppunten die we delen naar boven kunnen brengen, het gesprek kan ontstaan.

En daar ligt voor mij dan ook de taak van een overheid. Kruispunten creëren waar het gesprek ontstaat. Vanuit een visie op identiteit als een netwerk aan elementen. Streven naar het gesprek tussen mensen die fundamenteel anders zijn maar toch zaken delen. Zorgen dat buren met elkaar terug in gesprek gaan, dat ouders aan de schoolpoort praten... En er zo langzaam voor zorgen dat ze de andere niet langer zien als een vreemde maar als een deeltje van zichzelf. Dat men beseft: de ander, dat ben ik. Of toch een deeltje.