Abonneer Log in

De les van de Vlaamse kinderbijslag

De regionalisering van de kinderbijslag bleek de voorbode voor de sociale afbraak. Laten we die naïeve fout niet herhalen in 2024 bij een regionalisering van de sociale zekerheid.

De Vlaamse regering had nog maar net de gezinsbijslag onder haar hoede en ze voerde al een dubbele indexsprong door.

N-VA en VOKA zien de regionalisering als hefboom voor besparingen en een neoliberale make-over van ons sociaal systeem.

De klassieke economische theorie van het federalisme behoudt de interpersoonlijke solidariteit op het federale niveau.

Die ochtend sprak Bart De Wever klare taal. 'Na 2024 met PS onderhandelen over ordentelijk scheidingsakkoord', zei hij op 3 juli 2021 tijdens De Ochtend (Radio 1). Politici van allerlei pluimage kijken reikhalzend uit naar een nieuw rondje staatshervorming. Ook CD&V lijkt een gedeeltelijke boedelscheiding niet ongenegen. 'Bij een volgende staatshervorming moet niet gefocust worden op wat gesplitst moet worden, maar wat samen op federaal niveau moet gebeuren', luidde de conclusie van een inhoudelijk congres begin deze maand. Steeds meer politici overwegen een verregaande regionalisering van de sociale zekerheid.

Deze column trekt lessen uit de regionalisering van de gezinsbijslag en belicht de voordelen van het behoud van de sociale zekerheid op federaal niveau.

Laat ik beginnen met een korte flashback. In 2012 en 2014 bereikten de politici akkoorden over de zogenaamde 'zesde staatshervorming'. Het akkoord uit 2014 bevatte een opvallende primeur: de regionalisering van de gezinsbijslagen. Sinds 2015 is het officieel een Vlaamse bevoegdheid, sinds 2019 is het hervormde systeem – onder de noemer 'groeipakket' – officieel in voege. Voortaan was er een basisbedrag voor elk kind (momenteel €169,79), de leeftijdstoeslagen en de rangorde verdwenen. Naast dat basisbedrag kwam er een sociale toeslag en de participatietoeslag (afhankelijk van deelname aan kinderopvang of kleuterschool).

Op sociaal vlak bleek het 'groeipakket' alvast een slag in water. Het Centrum voor Sociaal Beleid van de UAntwerpen en de KULeuven becijferden in 2016 en 2017 dat het nieuwe systeem nauwelijks meerwaarde biedt in de strijd tegen kinderarmoede. Sommige arme, kroostrijke gezinnen gaan er zelfs licht op achteruit. Maar dat is niet alles. Ondertussen weten we dat de regionalisering van de kinderbijslag synoniem is voor sociale afbraak. De Vlaamse regering had nog maar net de gezinsbijslag onder haar hoede en ze voerde al een dubbele indexsprong door (in 2015 en 2017). Een alleenstaande ouder liep daardoor op jaarbasis een slordige €312 mis. De Vlaamse regering besloot in het najaar verder te gaan op de ingeslagen weg. Voortaan wordt de indexering van het basisbedrag slechts voor de helft doorgevoerd. Kortom, de kinderbijslagen zullen de komende jaren niet met 2% maar met 1% worden geïndexeerd. 'Het groeipakket wordt steeds meer een krimppakket', klonk het uit de mond van de Gezinsbond.

De Vlaamse regering had nog maar net de gezinsbijslag onder haar hoede en ze voerde al een dubbele indexsprong door.

Het verhaal van de kinderbijslagen illustreert gevat het grootste voordeel van behoud van de federale solidariteit: het werpt een dam op tegen het neoliberalisme. Politieke actoren als N-VA en VOKA zien regionalisering als hefboom voor besparingen en een neoliberale make-over van ons sociaal systeem. Ik maak geen intentieproces op, hun pleidooien zijn nauwelijks verholen. Ze krijgen hun hervormingen federaal niet verkocht, dus schuiven de bevoegdheden best naar de deelstaten. Dat Vlaanderen niet altijd sociale keuzes maakt, zie je ook in de Vlaamse zorgverzekering. Sinds 1999 voorziet het stelsel een zorgbudget van €130 per maand voor zwaar zorgbehoevenden. Het was de start van de 'Vlaamse sociale bescherming'. In tegenstelling tot de federale stelsels is de bedrage aan de Vlaamse zorgkas niet procentueel, maar forfaitair (€27 of €54 per maand). Hierdoor dragen verhoudingsgewijs de hogere inkomens veel minder bij. Zo'n financiering is ondenkbaar voor de federale sociale zekerheid.

N-VA en VOKA zien de regionalisering als hefboom voor besparingen en een neoliberale make-over van ons sociaal systeem.

Bovendien is behoud van de federale sociale zekerheid een economische nobrainer. De klassieke economische theorie van het federalisme (gevat uiteengezet in het boek The Price of Federalism) behoudt de interpersoonlijke solidariteit op het federale niveau. Dat biedt op zijn minst drie economische voordelen. Vooreerst vermijdt een federale organisatie van de sociale zekerheid een neerwaartse spiraal. In een federaal land kan sociale bescherming op deelstaatniveau aanleiding geven tot een dubbel 'shopgedrag'. Werknemers kiezen steevast het meest genereuze systeem, werkgevers het voor hen goedkoopste stelsel. Beide zitten een rem op de sociale uitgaven. Als een sociaal systeem te 'asymmetrisch' is, wordt die te verleidelijk voor een werknemer en net te onaantrekkelijk voor een werkgever. Deelstaten met een onderontwikkeld sociaal vangnet hebben voor bedrijfsinvesteringen een streepje voor. Weinig verbazend zijn net federale staten als de Verenigde Staten en Zwitserland onderontwikkelde welvaartsstaten. De federale staatsstructuur zet er een stevige rem op de sociale uitgaven.

De klassieke economische theorie van het federalisme behoudt de interpersoonlijke solidariteit op het federale niveau.

Daarnaast garandeert een sociale zekerheid op federaal niveau economische schaaleffecten. Hoe groter de schaal, hoe lager de beheerskosten uitvallen. Door de regionalisering van de kinderbijslag zagen nieuwe regionale kinderbijslagfondsen het daglicht – zoals FONS, de uitbetalingsinstantie van de Vlaamse Overheid. Wat zijn de baten voor Jan Modaal? Door de grotere schaal is er bovendien een betere risicospreiding. Sociale risico's als werkloosheid clusteren vaak binnen één of meerdere regio's. In België zitten de uitgaven voor de werkloosheid vooral in Brussel en Wallonië, maar de vergrijzingskost zit in hoofdmoot in Vlaanderen. Een splitsing van de sociale zekerheid maakt beide systemen financieel kwetsbaar.

Sommige politici kijken reikhalzend uit naar een nieuw rondje staatshervorming. 2024 moet de nieuwste halte worden in de voortschrijdende boedelscheiding. Een regionalisering van (takken van) de sociale zekerheid is niet langer taboe. Corona is – ironisch gezien – voor sommigen een argument om de gezondheidszorg volledig te regionaliseren. Een gewaarschuwd man is er evenwel twee waard. De regionalisering van de kinderbijslagen bleek de voorbode voor de sociale afbraak. Laten we die naïeve fout niet herhalen in 2024.