Abonneer Log in

Vijf lessen uit de coronacrisis

  • Olivier Pintelon - Politicoloog, adviseur studiedienst ABVV (schrijft dit stuk in eigen naam)

Dat België de coronacrisis zonder al te veel kleerscheuren doorstond, noopt tot reflectie. Een aantal maatschappelijk dominante ideeën zijn dringend aan herziening toe.

9 april 2022, coronacommissaris Pedro Facon houdt het voor bekeken. ‘De epidemiologische situatie laat toe om het crisisbeheer af te bouwen, ook op vlak van crisiscoördinatie’, luidt het in de pers. Het is een keerpunt. Het vleermuisvirus dat twee jaar lang het maatschappelijk leven domineerde, lijkt zich eindelijk gewonnen te geven.

Hoogtijd om de balans op te maken. De coronacrisis was één groot sociaaleconomisch experiment, met opmerkelijke resultaten. In 2020 – bij de start van de crisis – zagen we het somber in. De Nationale Bank van België waarschuwde voor ‘200.000 bijkomende werklozen, €50 miljard welvaartsverlies en een onhoudbare staatsschuld’. Twee later jaar blijkt de opgelopen averij verrassend beperkt. De Belgische arbeidsmarkt hield goed stand, onze economie toonde opvallende veerkracht en – opmerkelijk genoeg – in 2021 daalde (!) de inkomensarmoede in ons land. Kortom, de Belgische welvaartsstaat staat als een huis. Maak kennis met de vijf lessen uit de coronacrisis.

De coronacrisis was één groot sociaaleconomisch experiment, met opmerkelijke resultaten.

1. Onze sociale zekerheid is de ultieme stabilisator

We mogen onze sociale zekerheid danken. In tegenstelling tot wat neoliberalen beweren, is onze sociale bescherming geen handicap maar een troef. In tijden van crisis openbaart de sociale zekerheid zich als de ultieme economische schokdemper. Ze vermijdt een vrije val van de economie door de koopkracht te stabiliseren. Denk aan uitkeringen voor wie (tijdelijk) werkloos wordt, of aan het overbruggingsrecht voor zelfstandigen (een tijdelijke uitkering bij – gedeeltelijke – sluiting van de zaak). Economen spreken over een ‘automatische stabilisator’.

Dat de sociale zekerheid een hyperefficiënte schokdemper is, ligt voor de hand: de sociale uitkeringen komen per definitie terecht bij wie inkomensverlies lijdt. Landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hebben geen sterk uitgebouwde sociale zekerheid en moesten noodgedwongen toevlucht zoeken tot minder efficiënte ‘fiscale stimuli’. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat België het er beter vanaf bracht dan pakweg het Verenigd Koninkrijk. Terwijl de economie over het Kanaal in 2020 met net geen dubbele cijfers kromp, was de economische dip in België minder diep dan in andere eurolanden. Kortom, landen met genereuze sociale bescherming hebben een streepje voor.

2. Staar je niet blind op het overheidstekort

De tweede les van de pandemie: de meeste euro’s die een overheid in crisistijden uitgeeft zijn goed besteed. De coronapandemie zorgde voor een tijdelijke groeidip, maar wijzigde niets aan de Belgische economische fundamenten. Het leende zich uitstekend voor wat economen deficit spending noemen. In crisistijd geeft de overheid best meer geld uit om zo de economie te stabiliseren. Naast de sociale zekerheid die ‘automatisch’ optrad als stabilisator, namen de overheden in ons land ook de expliciete beslissing om het geld rijkelijk te laten vloeien. De politiek versoepelde de toegang tot de tijdelijke werkloosheid en het overbruggingsrecht. De generositeit van de uitkeringen ging erop vooruit. Zelfstandigen kregen een compensatiepremie en verplicht gesloten sectoren als horeca, cultuur, recreatie of sport konden rekenen op de nodige financiële ondersteuning. In 2020 deden de maatregelen de staatschuld fors stijgen, maar vanaf 2021 wierp de strategie haar vruchten af. Door het snelle economische herstel – in 2021 groeide onze economie met bijna 6% – daalde de Belgische schuldratio met vier percentpunt (van 112,8% naar 108,6%). De ‘Belgische schuld zal de komende jaren verdwijnen als sneeuw voor de zon’, liet de econoom Paul De Grauwe – enigszins provocerend – optekenen in het debatprogramma De Afspraak.

3. Arbeidsdelen werkt

We weten het al decennia, toch erkent de pers het succes niet. Ik heb het over arbeidsdelen. Arbeidsduurverkorting is hyperefficiënt in crisistijden. Zo bleek tijdens de financieel-economische crisis van 2008-2009, maar ook tijdens de coronacrisis. Tussen 2020 en 2021 nam de Belgische werkloosheid nauwelijks toe, van 5,8% naar 6,3%. Deze glansprestatie is te danken aan het stelsel van tijdelijke werkloosheid. Op de piek – tijdens de eerste coronagolf – waren er ruim 800.000 tijdelijke werklozen in ons land. Het stelsel vermeed de totale implosie van de arbeidsmarkt. Kortom, als het kot in brand staat, is arbeidsduurvermindering de aangewezen brandweerman.

De uitdaging de komende maanden en jaren bestaat erin de levensduur van die arbeidsduurverkorting te verlengen. De Belgische ‘tijdelijke werkloosheid’ (met gedeeltelijk loonverlies) is per definitie van korte duur. In ons land bestaan er bedrijfssubsidies om structureel de werkweek in te korten, maar de bijpassing door de overheid is aan de magere kant en bovendien beperkt in de tijd. Het heroriënteren van bestaande subsidies (denk aan die voor ploegen- en nachtarbeid) richting de kortere werkweek moet structurele arbeidsduurverkorting opnieuw de wind in de zeilen geven.

4. Onbetaalde (zorg)arbeid is van tel

De iconische slogan 8-8-8 is de grootste zinsbegoocheling ooit. Toen de achturendag in 1921 het daglicht zag, bracht die de belofte van acht uur werken, acht uur vrije tijd en acht uur slapen. Heeft u elk dag acht uur vrije tijd? Ik denk het niet. U bent niet alleen. In het maatschappelijk debat vergeten we vaak dat er naast betaalde arbeid ook heel wat onbetaald werk wordt verricht. Denk aan huishoudelijk werk of informele zorg. We onderschatten steevast het gewicht van die ‘tweede shift’. Bij tweeverdieners met jonge kinderen loopt die op tot gemiddelde 26 uur per week. Voor mannen het equivalent van een extra deeltijdbaan, voor vrouwen een vier vijfde extra (cijfers: onderzoeksgroep TOR VUB).

Het is één van positieve neveneffecten van de coronacrisis: het maakte onbetaalde arbeid zichtbaar. De zoommeetings met een peuter op de schoot staan nog in menig geheugen gegrift. De forse terugval in formele opvang voor kinderen speelde onze economie parten. De ultieme illustratie: dat de Vlaamse ondernemerskoepel VOKA plotseling een lans brak voor voldoende opvang op de scholen. Het toont aan dat onze economie niet zonder formele én informele zorg kan. De zichtbaarheid van die tweede shift tijdens de coronacrisis zet structurele oplossingen voor een betere combinatie tussen betaald en onbetaald werk steevast op de agenda. De komende jaren ontsnappen we niet aan een maatschappelijk debat over een lagere voltijdse norm, een veralgemeend recht op telewerk en een verdere uitbouw van formele opvang.

5. Lagere armoedecijfers vergen enkel een politieke pennenstreek

Eind jaren 1990 zag men het anders: herverdeling was toen hors mode. Politici bonden voortaan de strijd tegen armoede aan door te focussen op een hogere arbeidsmarktparticipatie. Werk is de beste bescherming tegen armoede, luidde het devies. Onder Britse en Duitse sociaaldemocraten maakte de ‘Derde Weg’ furore. Het leek de ultieme synthese tussen liberalisme en socialisme. Die ideeën sijpelden ook door in ons land. De ‘actieve welvaartsstaat’ was het cement van de paarsgroene regering-Verhofstadt I (1999-2003). Het idee klinkt aannemelijk, maar er was een achilleshiel: de politiek vergat te herverdelen. Door de exclusieve focus op meer mensen aan de slag, erodeerden de uitkeringen stilaan tot ver onder de armoedegrens. Het verklaart waarom de actieve welvaartsstaat geen gamechanger was in de strijd tegen armoede.

De coronapandemie herbevestigde de sleutelrol die herverdeling bekleedt.

De coronapandemie herbevestigde de sleutelrol die herverdeling bekleedt. Volgens officiële cijfers van Statbel daalde de inkomensarmoede in 2021 van ruim 14% naar 13,1%. Toen ik aan het Centrum voor Sociaal Beleid werkte, heb ik zelf die armoedecijfers berekend. Ik herinner me nog goed de verbazing over de stabiliteit van de Belgische armoede. Ondanks allerlei ‘actieplannen’ bleef de inkomensarmoede verrassend stabiel. De cijfers leken ‘systemisch’. Het maakt de armoedestatistiek voor 2021 des te opmerkelijk. Armoede lijkt vooral afhankelijk van de politieke wil om te herverdelen. Tijdens de coronapandemie zette de politiek in op meer genereuze uitkeringen. Er kwamen hogere uitkeringen voor tijdelijk werklozen en de federale regering ‘bevroor de degressiviteit’, waardoor de bedragen niet langer daalden in de tijd. Willen we de armoede post-corona structureel terugdringen, dan moeten we die maatregelen betonneren. Structureel lagere armoedecijfers vergen enkel zo’n politieke pennenstreek.

De coronapandemie luidde een opmerkelijk sociaaleconomisch experiment in. Dat België de crisis zonder al te veel kleerscheuren doorstond, noopt tot reflectie. Een aantal maatschappelijk dominante ideeën zijn dringend aan herziening toe. Van de kracht van onze sociale zekerheid, over het nut van deficit spending tot de nood aan verdere herverdeling. Dat is de les van de coronacrisis.

Abonneer je op Samenleving & Politiek

abo
 

SAMPOL STEUN

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
MEEST GEKOZEN

SAMPOL COMPLEET

40€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL KORTING

30€/jaar (-25j en +65j)

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL ONLINE

30€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief

Het magazine verschijnt 10 keer per jaar; niet in juli en augustus.
Proefnummer? Factuur? Contacteer ons via info@sampol.be of op 09 267 35 31.
Het abonnementsgeld gaat jaarlijks automatisch van je rekening. Het abonnement kan je op elk moment opzeggen. Lees de Algemene voorwaarden.

Je betaalt liever via overschrijving?

*Ontdek onze SamPol draagtas.