De structurele afbouw van vaste tewerkstelling bij de VRT raakt aan de kern van onafhankelijke journalistiek. Want met een onzeker statuut speel je al sneller op veilig.
Besparingen bij de openbare omroep worden vaak voorgesteld als een technische of budgettaire oefening. Alsof het hier gaat om efficiëntie, optimalisatie of het "moderniseren" van structuren. Maar wie kijkt naar de opeenstapeling van besparingen bij de VRT over de voorbije twintig jaar, ziet iets anders: een structurele afbouw van vaste tewerkstelling. Die evolutie heeft niet alleen gevolgen voor werknemers, maar raakt aan de kern van onafhankelijke journalistiek en dus aan de kwaliteit van onze democratie.
Op 15 januari 2026 maakte de VRT bekend dat ook de openbare omroep niet gespaard blijft van de nieuwe begrotings- en besparingsmaatregelen van de Vlaamse regering. De vakbonden reageerden fel en spreken van contractbreuk en een onbetrouwbaar regeringsbeleid. Het is daarbij niet zozeer het bedrag van de bijkomende besparing (644.000 euro minder jaarlijkse dotatie) dat in het verkeerde keelgat schiet, maar vooral de timing: amper twee weken na het ingaan van een nieuwe beheersovereenkomst. Zo'n overeenkomst is een contract tussen overheid en VRT dat financiële zekerheid moet bieden (of dat toch zou moeten doen).
De huidige besparingen staan bovendien niet op zichzelf. In 2025 sloot de VRT-directie een nieuwe beheersovereenkomst af waarin zij zich engageert om 16 miljoen euro te besparen. Volgens diezelfde directie betekent dat opnieuw loonmatiging - dit keer voor een periode van vijf jaar - en het op de helling zetten van zo'n vijftig jobs. Daar komt nu nog eens 644.000 euro bovenop, op een moment dat de vakbonden net aan tafel zaten om te proberen een socialere oplossing te onderhandelen.
Die 16,6 miljoen euro komt bovenop een lange reeks eerdere ingrepen. In 2022 waren er, voor het eerst in de geschiedenis van de openbare omroep, vijftig naakte ontslagen. Daarnaast werd de productie Thuis, met een zeventigtal vaste medewerkers, geprivatiseerd. Het personeel dat overbleef, kreeg bovendien meerdere jaren loonmatiging opgelegd. In de praktijk komt dat neer op het niet toepassen van voorziene anciënniteitsverhogingen. In 2016 was er dan weer een sociaal plan dat ontslagen vermeed, maar wel honderden banen kostte. En ook in de jaren daarvoor volgden herstructureringen en besparingsrondes elkaar op.
De VRT is op ongeveer twintig jaar tijd zo'n duizend vaste collega's kwijtgeraakt.
Alles samen heeft dat ertoe geleid dat de VRT op ongeveer twintig jaar tijd zo'n duizend vaste collega's is kwijtgeraakt. Tegelijk verschoof het budget naar een model met steeds meer freelancers en uitzendarbeid: vandaag werken er naar schatting vijfhonderd mensen in onzekere statuten. Waar de VRT ooit functioneerde als een echte openbare omroep met een gemengd systeem van ongeveer 1.100 statutaire en 1.700 contractuele werknemers, is ze geëvolueerd naar een organisatie met nog slechts een honderdtal statutairen, 1.700 contractuelen en een groeiende schil van freelancers en uitzendkrachten.
Dat is geen toeval en geen tijdelijke crisismaatregel, maar het resultaat van een structurele afbouw van vaste openbare omroepwerking. Die afbouw sluit bovendien aan bij twee ideologische strekkingen. Enerzijds is er een neoliberale logica die publieke middelen zo veel mogelijk wil doorsluizen naar privébedrijven, productiehuizen en consultancy. Anderzijds is er een Vlaams-nationalistische visie die financiële druk inzet als een instrument om indirect meer greep te krijgen op de openbare omroep.
Een Vlaams-nationalistische visie zet financiële druk in als instrument om indirect meer greep te krijgen op de openbare omroep.
Ook de VRT-nieuwsdienst ontsnapt niet aan deze evolutie. Materieel is die lange tijd wat meer gespaard gebleven, maar inhoudelijk tekenen zich dezelfde trends af: stijgende werkdruk, minder tijd en een toenemende afhankelijkheid van freelance- en uitzendarbeid. Journalistieke onafhankelijkheid is echter niet alleen een kwestie van ethiek of principes, maar ook van arbeidsvoorwaarden. Ze veronderstelt tijd, zekerheid en institutionele bescherming.
Nu beschikt de VRT terecht over belangrijke democratische waarborgen: het redactiestatuut, de redactieraad en de deontologische raad. Die structuren beschermen de journalistieke onafhankelijkheid en zijn essentieel. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om ook naar meer impliciete vormen van druk te kijken. Wat betekent het voor journalistiek werk als je statuut onzeker is? Als je contract afloopt, of als je als freelancer afhankelijk bent van nieuwe opdrachten? Hoe groot is dan de verleiding om veilig te spelen, om aan zelfcensuur te doen?
Hoe groot is de verleiding om aan zelfcensuur te doen als je als freelancer afhankelijk bent van nieuwe opdrachten?
Die vragen worden vandaag te weinig onderzocht. En dat is problematisch, want hier staat meer op het spel dan arbeidsvoorwaarden alleen. Het gaat om de kwaliteit van de journalistiek en, in het verlengde daarvan, om de gezondheid van onze democratie. Dat betekent niet noodzakelijk dat de journalistiek vandaag onbetrouwbaar is. Wel dat deze evolutie kritisch opgevolgd en onderzocht moet worden, omdat de VRT een sleutelrol speelt in het democratische publieke debat.
Wie de openbare omroep structureel uitholt, ondergraaft niet alleen werkzekerheid, maar ook de voorwaarden waaronder kritische, onafhankelijke journalistiek kan bestaan. En dat is uiteindelijk geen loutere besparingskwestie, maar een democratische.