Waarom slagen de groene partijen er vandaag niet in om de bezorgdheid voor het klimaat om te zetten in electorale winst?
De jongeren die deelnamen aan klimaatmarsen en schoolstakingen hebben intussen stemrecht. Bovendien maken extreme weersomstandigheden scherp duidelijk dat klimaatactie nodig is. Ondanks de grote aandacht voor het klimaat en bezorgdheid over klimaatsverandering bij de bevolking, lijken grote electorale successen voor groene partijen uit te blijven. Terwijl radicaal-rechtse partijen in steeds meer landen de grootste electorale kracht worden, trappelen groene partijen wat ter plaatse.
Ook in België hebben groene partijen het de laatste jaren moeilijk. Bij de Kamerverkiezingen van 2024 verloor Groen twee Kamerzetels. Zusterpartij Ecolo verloor zelfs 10 van haar 13 zetels in het federale parlement. Recente peilingen tonen geen kentering. En ook de voorzitterswissels die op de verkiezingsnederlagen volgden, brachten geen soelaas. Waarom slagen groene partijen er vandaag niet in om de bezorgdheid voor het klimaat om te zetten in electorale winst? Politiek-wetenschappelijk onderzoek biedt een aantal verklaringen.
Kiezers twijfelen of groene politici wel bekwame bestuurders zijn
Allereerst wijst onderzoek uit dat veel kiezers een stem voor groene partijen overwegen, maar dat slechts een klein deel dat ook effectief doet. Een grote groep kiezers vindt het klimaat een belangrijk thema. Bovendien kunnen velen zich vinden in de verkiezingsprogramma's van groene partijen. Die kiezers overwegen dan ook een stem voor groene partijen. Maar als het erop aankomt, maken ze een andere keuze. Dat doen ze omdat ze eraan twijfelen of groene politici wel bekwame bestuurders zijn. Die perceptie is een gevolg van de meer beperkte ervaring die groene politici gemiddeld hebben. Wanneer de groene kopstukken ook minder aanwezig zijn in de media, is het dan ook bijzonder moeilijk om dat beeld te keren. Een sterke voorzitter vinden, die voor zichtbaarheid zorgt in het publieke debat, is dus noodzakelijk als Groen en Ecolo het tij willen keren.
Daarnaast zijn groene partijen vaak minder electoraal succesvol wanneer er veel competitie is op links. Vooral radicaal-linkse partijen kosten groene partijen stemmen, want beiden vissen voor een stuk in dezelfde electorale vijver. Allebei hebben ze een meer stedelijk, jong en hoger opgeleid kiespubliek. Sterke radicaal-linkse partijen, zoals PTB en PVDA, "stelen" dus kiezers die anders voor groene partijen zouden kiezen. In die zin hangt de moeilijke periode waarin Groen en Ecolo zich bevinden samen het recente succes van PVDA/PTB.
De moeilijke periode waarin Groen en Ecolo zich bevinden, hangt samen het recente succes van PVDA/PTB
Een andere verklaring kan worden gevonden in de economische en financiële context. Voor veel kiezers zijn maatregelen om de klimaatverandering tegen te gaan een "luxe". Ze steunen zo'n maatregelen wanneer het economisch goed gaat en er budgettaire ruimte voor is, maar in een periode van economische crisis en bezuinigingen, worden snelle economische oplossingen verkozen boven klimaatmaatregelen die pas later renderen. De investeringen die op korte termijn nodig zijn om de klimaatverandering tegen te gaan - denk maar aan elektrische wagens, warmtepompen en zonnepanelen - verklaren mee waarom groene partijen meer steun genieten bij kiezers met een hoger inkomen. En het kostenplaatje van die klimaatmaatregelen zorgt er ook voor dat wanneer de economie slecht draait, groene regeringspartijen extra veel stemmen verliezen. Groen en Ecolo dragen nu dus de gevolgen van hun deelname aan de regering-De Croo.
Ten slotte kunnen de resultaten die groene partijen behalen niet los worden gezien van hoe gevestigde partijen reageren op hun opkomst. Zoals alle relatief "jonge" politieke partijen, zijn ook groene partijen electoraal succesvol als ze erin slagen om een wig te drijven tussen de andere partijen. Dat kunnen ze doen door sterk in te zetten op een nieuw thema, en door zelf ook een andere positie op dat thema in te nemen dan de gevestigde partijen. Er is geen twijfel dat groene partijen, ook Groen en Ecolo, in die eerste stap zijn geslaagd. Ze vroegen aandacht voor groene thema's en klimaatbeleid, en worden door kiezers heel sterk met die thema's geassocieerd.
De posities van groene partijen op het vlak van klimaat zijn niet langer uniek
Maar omdat gevestigde partijen op de competitie van groene partijen hebben gereageerd door ook zelf positie op het vlak van klimaat in te nemen, en ook erkennen dat klimaatmaatregelen nodig zijn, zijn de posities van groene partijen op het vlak van klimaat niet langer uniek. Wie klimaatmaatregelen wil, hoeft dus niet per se voor Groen of Ecolo te stemmen. Paradoxaal genoeg lijken het juist radicaal-rechtse partijen te zijn die wel succesvol een wig drijven op klimaatthema's: zij zijn de enige partijen die consistent tegen klimaatmaatregelen zijn. En door die uitgesproken positie, spreken zij klimaat sceptische kiezers van over het hele politieke spectrum aan.
Kortom, het is duidelijk dat Groen en Ecolo voor een flinke electorale uitdaging staan. Ze moeten zich profileren in een politiek landschap waar radicaal-links om dezelfde kiezers concurreert, gevestigde partijen klimaat eveneens omarmen, en economische onzekerheid klimaatinvesteringen minder aantrekkelijk maakt. Bovendien moeten ze kiezers overtuigen van hun bestuurlijke competentie - iets wat zichtbare en sterke kopstukken vereist. Of Groen en Ecolo die kopstukken vinden, zal bepalen of ze relevant blijven in het Belgische politieke debat.
Dit is een wisselcolumn: Ruth Dassonneville & Laura Jacobs