Samenleving & Politiek
INTERVIEW

Ash Sarkar

'De inflatie van persoonlijke identiteit is nefast voor links'

Foto: Jonathan Ring

De Britse journaliste en auteur, Ash Sarkar, spaart haar eigen kamp niet: links moet zich minder bezighouden met persoonlijke identiteit en meer met klasse. “Ik ken een linkse organisatie die elke bijeenkomst opende met een ‘diversiteitsgroet’. Ik ben geen therapeut, maar dat is volgens mij een straatje zonder eind.”

‘Ik zou wel de hele dag kunnen blijven praten over politiek,’ zegt Ash Sarkar wanneer we ons gesprek afronden.

Sarkars liefde voor politiek vormt de rode draad door haar relatief korte, maar indrukwekkende carrière. Als journalist bij het Britse populaire linkse nieuwsmedium Novara Media interviewt ze politieke giganten zoals Bernie Sanders en Gerry Adams. Als politiek commentator is ze een graag geziene gast bij Britse televisiedebatten, en slaagt ze er als geen ander in om mensen zoals Piers Morgan op hun plaats te zetten. En als auteur publiceerde Sarkar recent haar eerste boek, Minority Rule: Adventures in the Culture War. Dat werd een boek over, hoe kan ook het anders, politiek.

Met Minority Rule levert Sarkar een scherpe en constructieve kritiek op links. Dat moet zich, zo stelt Sarkar, minder bezighouden met persoonlijke identiteit en meer met klasse.

In Minority Rule bekritiseert u de rol van identiteit in de politiek. Wat is het probleem?

“Discussies over serieuze politieke onderwerpen, zoals pakweg immigratie of klimaatverandering, worden al te vaak herleid tot discussies over identiteit. Vooral in het Verenigd Koninkrijk gaat het tijdens politieke debatten vaker over de identiteit van de mensen die rond de tafel zitten, dan over het onderwerp dat op tafel ligt. Men wil eigenlijk weten: wie ben jij en hoe komt het dat jouw manier van denken een bedreiging vormt voor mij?”

The person is the message, zeg maar?

“Precies. Identiteit heeft altijd deel uitgemaakt van het politieke domein, maar in de voorbije jaren heeft links een liberale invulling van identiteitspolitiek omarmd. Dat heeft het sociale belang van identiteitskenmerken – zoals etniciteit, seksualiteit en genderidentiteit – echt naar de politieke voorgrond gebracht. Tegelijk betekende dit dat links identiteitspolitiek heeft losgetrokken van haar antikapitalistische oorsprong.

Conflicten over persoonlijke identiteit staan samenwerking en coördinatie in de weg

De inflatie van persoonlijke identiteit is nefast voor links, omdat het in wezen anti-solidair is. Conflicten over persoonlijke identiteit staan samenwerking en coördinatie in de weg, terwijl deze zaken net de sterktes van links zijn. Rechts heeft heel goed begrepen dat het identiteitspolitiek kan inzetten om het bewustzijn onder de arbeidersklasse te ondermijnen, juist op een moment dat de klassenongelijkheid groter is dan ooit.

En ik geef grif toe: ook ik heb bijgedragen aan deze evolutie, net zoals veel van mijn vrienden en de organisaties die ik steun. Er is een linkse organisatie, die ik niet bij naam zal noemen omdat ik vind dat ze verder fantastisch werk doet, die elke bijeenkomst opende met een ‘diversiteitsgroet’. Daarbij moesten de aanwezigen hun persoonlijke identiteiten opsommen, zoals genderidentiteiten en religies, maar ook – en ik verzin dit niet – of ze pescotariër waren. Ik heb geen probleem met pescotariërs, maar wel met het idee dat links zich moet bezighouden met de vraag of iedereen zich continu gezien voelt. Ik ben geen therapeut, maar dat is volgens mij een straatje zonder eind. Zodra je gaat focussen op de wens om gezien te worden, zal het nooit genoeg zijn. Want weet je wat? Er zijn ook andere mensen. Je zult je nooit genoeg gezien voelen en je zult altijd met anderen concurreren.”

Ook aan de rechterzijde van het politieke spectrum zijn politici kritisch over de manier waarop links de liberale identiteitspolitiek heeft omarmd. Onze premier, Bart De Wever, schreef er zelfs een boek over (Over Woke). Wat vaak terugkomt in het discours van rechtse politici over woke, is dat zij identiteitspolitiek eigenlijk niet verwerpen. Wel pleiten ze voor een andere vorm van identiteitspolitiek, waarbij nationale identiteiten vaak centraal staat. Hoe komt dat?

“Ik denk dat je het zelf perfect hebt verwoord, dit is precies wat er gebeurt in de anti-woke-backlash. Het is geen terugslag tegen identiteitspolitiek an sich, maar tegen de poging om een ander soort identiteitspolitiek tot stand te brengen. Mijn argument in Minority Rule is dat de identiteitspolitiek van rechts altijd succesvoller zal zijn dan de identiteitspolitiek van links, omdat ze een beroep doet op de meerderheid van de bevolking. Het probleem met minderheden is dat we altijd met minder zullen zijn, en politiek is een numbers game.

De identiteitspolitiek van rechts zal altijd succesvoller zijn omdat ze een beroep doet op de meerderheid van de bevolking

Identiteit maakt altijd deel uit van de politiek. De vraag is: hoe uitsluitend is je identiteitsmodel? Je kan identiteit zien als iets dat mensen met elkaar verbindt, of als iets dat hen verdeelt. We hebben allemaal meerdere identiteiten en het is onmogelijk om te duiden waar de ene begint en de andere eindigt. Om een persoonlijk voorbeeld te geven: ik ben Engels, Brits én Bengaals. Het mooie daarvan is niet dat het mij van anderen onderscheidt, maar dat al die dingen mij in contact brengen met een ander deel van de mensheid.

Conservatieven gebruiken identiteit als instrument om mensen te verdelen. Maar ook liberale identiteitspolitiek is inherent competitief. Liberalen zien mensen namelijk als concurrenten van elkaar; dat is hun model van een gezonde samenleving.”

Uw boek draagt de titel Minority Rule. Naar welke machtige minderheid verwijst u hiermee?

“De titel heeft een dubbele laag. Ten eerste beschrijft die een paranoïde fantasie die overal de kop opsteekt, telkens als je een krant openslaat, de tv aanzet of een debat op YouTube bekijkt. Volgens die fantasie doen minderheden – zoals transgenders, moslims, klimaatactivisten, progressieven en vrouwen – er alles aan om hun wil op te leggen aan de meerderheid van de bevolking.

Maar in werkelijkheid is een andere minderheid aan de macht, namelijk die van grondbezitters. Dan heb ik het niet alleen over mensen die huizen bezitten, hoewel die er ook bij horen, maar over mensen als Larry Ellison, Jeff Bezos en Elon Musk. Over oligarchen die geen waarde creëren, maar voortdurend winst afromen van de dingen die ze bezitten. Dat is de échte minority rule.

Uiteindelijk deelt iedereen dezelfde boosheid, of ze nu rechts of links stemmen. Mensen zijn boos omdat ze terecht vaststellen dat ze steeds machtelozer worden. In mijn boek stel ik dat dat komt omdat regeringen middle managers zijn geworden tussen de democratie en het oligarchisch kapitaal.”

U beschrijft in het boek dat de politieke klasse een drijvende kracht is achter de opkomst van de zogenaamde ‘culture wars’. Welke rol spelen zij in dat verhaal?

“Ten eerste lijden politici aan wat ik ‘aangeleerde hulpeloosheid’ noem. Dat is een concept uit de psychologie dat beschrijft wat er gebeurt als mensen gaan geloven dat ze geen macht hebben. Politici lijden aan aangeleerde hulpeloosheid omdat alle onderdelen van de staat die zij zouden moeten beheren, zijn verdwenen. Taken zoals het uitbreiden van infrastructuur en het stimuleren van de economie liggen niet meer in hun handen, maar in die van de markt.

Politici lijden aan aangeleerde hulpeloosheid omdat alle onderdelen van de staat die zij zouden moeten beheren, zijn verdwenen

Omdat hun macht wordt uitbesteed aan de markt, hebben politici zich dan maar verveld tot veredelde opiniemakers. Ze beschouwen het als deel van hun job om deel te nemen aan televisiedebatten en te praten over futiele zaken, zoals over de klap die Will Smith enkele jaren geleden uitdeelde op de Oscars. Maar ik wil helemaal niet weten wat een politicus denkt over Will Smith, ik wil dat die zich verdomme bezighoudt met het bouwen van een degelijk treinnetwerk.”

Laten we het hebben over zichtbaarheid, een belangrijke thema in uw boek. Politici maken gretig gebruik van marketeers en sociale media om zich zichtbaar te maken voor kiezers. Een noodzakelijk kwaad, schrijft u, maar hoe ziet een verantwoordelijke omgang met politieke zichtbaarheid er volgens u uit?

“Als je naar de campagne van Zohran Mamdani kijkt, zal je merken dat die een heel unieke brand identity had. Zijn team maakte gebruik van de kleuren en lettertypes uit de Bollywoodfilms uit de jaren 1970. Zo bracht hij subtiel zijn belangrijkste boodschap over: ik ben niet zoals de anderen. Maar Mamdani’s campagne was geen kunstmatige poging om van hem iets te maken wat hij niet is. De campagne toonde wat er al in hem zat en gaf dat weer door middel van grafisch ontwerp, creatieve video’s, enzovoort.

Marketing is geen vervanging voor authenticiteit. Het enige wat het kan en moet doen, is versterken wat er al is. Ik weet niet of dit ook in België het geval is, maar het probleem is dat Britse partijen steevast kiezen voor de minst charismatische, minst competente en minst menselijke leiders. Dan krijg je volkomen hersenloze vleesklompen als politieke leiders. Vervolgens gaan partijen aan de slag met allerlei marketingmiddelen, in de hoop dat de mensen deze persoon leuk gaan vinden. Maar dat werkt niet.”

Keir Starmer worstelt op zijn eigen manier met zichtbaarheid. Volgens een recente peiling van YouGov heeft driekwart van de Britten een ongunstige mening over de premier en Labour-voorzitter. Hoe verklaart u zo ‘n uitslag, slechts anderhalf jaar nadat Labour een enorme parlementaire meerderheid wist te behalen?

“Labours meerderheid is groot, maar liefdeloos. In absolute termen kreeg Starmer minder stemmen dan Corbyn in 2019, wat destijds uitmondde in een nederlaag voor Labour. Starmer won, omdat hij erin slaagde om de juiste stemmen op de juiste plaatsen te krijgen. Dat is op zich een mooie prestatie, alleen besloot Starmer om hier op wetgevend vlak helemaal niets mee te doen. In plaats daarvan, rolde hij de rode loper uit voor grote bedrijven zoals BlackRock en Palantir. Tegelijk ging de belastingdruk voor werkende mensen omhoog.

Het probleem met Starmer is dat hij een man zonder overtuigingen is. Hij gelooft werkelijk nergens in

Het probleem met Starmer is dat hij een man zonder overtuigingen is. Hij gelooft werkelijk nergens in. Het enige wat hij wil, is achter een spreekgestoelte staan en er belangrijk uitzien. Dus heeft hij het politieke werk uitbesteed aan Morgan McSweeney, zijn kabinetschef en de poulain van Peter Mandelson. Mandelson, dat was Tony Blairs ‘prince of darkness’ en een goede vriend van Jeffrey Epstein. Pas na de publicatie van de Epstein-documenten werd Mandelson gedwongen om af te treden, hoewel de vriendschap tussen Mandelson en Epstein al bekend was voordat Starmer hem benoemde tot ambassadeur in de Verenigde Staten. McSweeney heeft de verantwoordelijkheid voor die benoeming op zich genomen en is recent opgestapt.

Nu, de crisis omtrent Mandelson en McSweeney raakt de kern van het probleem met Starmer. Elke regering krijgt te maken met schandalen, maar hoe beter je presteert voor je bevolking, hoe minder kwetsbaar je bent voor die schandalen. Dat maakt van Starmer een erg kwetsbare man.”

We zien een enorme verschuiving in de Britse peilingen, en met name de Green Party wordt steeds populairder. Dat terwijl veel groene partijen op het Europese vasteland steeds minder aanhang kennen. Hoe komt dat?

“Heel eenvoudig. Ten eerste heeft de Green Party sinds vorig najaar een nieuwe leider, Zack Polanski. Hij heeft de strategie van de partij volledig omgegooid door eerst te kijken naar de plekken waar de partij in 2024 op de tweede plaats is gestrand. Dat waren niet de landelijke kiesdistricten waar mensen zich vooral bekommeren om milieubescherming, maar diverse stedelijke kiesdistricten met een multi-etnische arbeidersklasse en afgestudeerden wiens sociale status is afgebrokkeld. Dit zijn mensen die niet zozeer geven om kikkers en bomen, maar wel om zaken zoals huisvesting, koopkracht en transport. Voor Polanski was het simpel: als we meer parlementsleden willen, moeten we minder inzetten op landelijke milieukwesties en meer op stedelijke economische kwesties.

63% van de conservatieve kiezers in het VK is voorstander van een vermogensbelasting

Ten tweede is Labour fors naar rechts opgeschoven. Daardoor is er aan de linkerzijde ruimte ontstaan die door geen enkele partij werd ingenomen. Je zou kunnen zeggen dat dat een vorm van links economisch populisme is, omdat de Green Party onder meer pleit voor een vermogensbelasting. Maar in werkelijkheid is de meerderheid van de bevolking, en zelfs 63% van de conservatieve kiezers, voorstander van een vermogensbelasting. Het was met andere woorden een open doel, en Polanski besloot dat hij diegene was die erin zou trappen.”

Ik hoorde dat er in de nieuwe editie van uw boek een nieuw ‘personage’ zal opduiken: de Belgische PVDA. Hoe past deze partij binnen het verhaal van Minority Rule?

“In het nieuwe nawoord stel ik dat elke linkse persoon, of die nu een socialist, marxist of communist is, zichzelf twee vragen zou moeten stellen. Ten eerste: neem ik deel aan politieke activiteiten die me in contact brengen met mensen in de echte wereld en met mensen die anders zijn dan ik? En ten tweede: help ik mee aan de opbouw van een organisatie die een langer leven is beschoren dan één nieuwscyclus?

Daarvoor kijk ik naar twee organisaties met een uiteenlopende aanpak: de Belgische PVDA en de Democratische Socialisten van Amerika (DSA). Historisch gezien heeft de PVDA ingezet op het bereiken van een zeer hoge mate van politieke overeenstemming binnen een kleine groep mensen, en ging de partij van daaruit verder. De DSA is helemaal anders. Hun filosofie is: we hijsen iedereen aan boord, en we zien wel waar we eindigen. Beide benaderingen hebben voor- en nadelen.

Het DSA-model, dat inzet op massamobilisatie, heeft als voordeel dat iemand als Zohran Mamdani het kan schoppen van 1% in de peilingen tot burgemeester van New York. Hij kwam uit het niets aanvliegen en we zullen zien hoe het zal gaan, want voorlopig is het nog te vroeg om te zeggen wat zijn structurele sterktes en zwaktes zijn. Peter Mertens vertelde me hoe de PVDA dat helemaal anders aanpakt. Hij zegt dat de arbeidersklasse politici haat, partijpolitiek haat, en daar goede redenen voor heeft. Dus hun filosofie is: voordat je mensen om hun stem gaat vragen, moet je eerst iets nuttig voor hen doen. Hun gezondheidsklinieken (Geneeskunde voor het Volk, pv) zijn daar een voorbeeld van.

Mijn bedoeling is om links aan te zetten tot reflectie. Je kan niet alles tegelijk doen

Mijn bedoeling is om links aan te zetten tot reflectie. Je kan niet alles tegelijk doen. Dat is het probleem met Your Party, de nieuwe politieke partij die eind 2025 werd opgericht door Jeremy Corbyn. Je kunt ofwel een partij hebben met een kleine groep mensen die allemaal op één lijn zitten, prima, maar je kunt geen massale arbeiderspartij hebben als je ongeveer 50 rode lijnen trekt. Dat is wat ik met de vergelijking tussen de DSA en de PVDA probeerde aan te tonen. Niemand heeft dé oplossing, maar wat ik mooi vind, is dat zowel Mamdani als Mertens mensen zijn met een strategie.”

Voor we afronden, wil ik het nog even hebben over uw werk als journaliste bij Novara Media. U beschrijft journalistiek als uw favoriete manier van politiek bedrijven. Hoe ziet u de rol van journalisten in de politiek?

“Elke journalist en elke krant heeft een politieke overtuiging. Het hoort gewoon bij het leven. Als journaliste hecht ik belang aan twee zaken: nauwkeurigheid over feiten en transparantie ten opzichte van lezers. De waarde van journalistiek ligt in het vertellen van de waarheid. Ik denk dat het eerlijker is om toe te geven waar je vandaan komt en te zeggen: dit zijn de normen waar ik me aan houd, dit zijn de regels waar ik me aan houd, dit zijn de feiten die ik in mijn analyse heb meegenomen.”

Waar zal Novara Media binnen tien jaar staan?

“Wereldheerschappij (lacht). Het feit dat we na vijftien jaar nog steeds bestaan, is op zich al een mooie prestatie. Onze ‘leeftijdsgenoten’, zoals Vice Media, Buzzfeed en Huffington Post, hebben enorme injecties van durfkapitaal gekregen en zijn toch stuk voor stuk de boeken ingestort. Als we over tien jaar nog steeds bestaan, zou dat dus al iets om te vieren zijn.”

 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*