No Other Choice toont hoe werkloosheid niet alleen inkomen afneemt, maar ook identiteit en waardigheid ontwricht. Het resultaat is een scherpe en vaak ongemakkelijke satire over arbeid, verlangens en overleven in de geglobaliseerde markteconomie.
Het ligt voor de hand om No Other Choice, de meest recente film van Zuid-Koreaanse regisseur Park Chan-wook, te vergelijken met de gelauwerde Parasite van Bong Joon Ho. Beide films werpen hun lens op sociale klassen en ongelijkheden in hedendaags Zuid-Korea. Maar stilistisch ligt No Other Choice waarschijnlijk dichter bij Mickey 17, de volgende film van Bong: een vaak dissonante satire waarin wreedheid en komedie ongemakkelijk dichtbij elkaar komen te liggen. Wie een vlotte of harmonieuze film wil, komt van een kale reis terug. Het derde decennium van de 21e eeuw vraagt om films die niet prikkelen, maar die je doen krabben tot je huid openligt.
Dit decennium vraagt om films die je doen krabben tot je huid openligt
Een satire neemt doorgaans aspecten uit het werkelijke leven en vergroot ze tot ze niets anders dan gelach kunnen opwekken. De komische tegenstellingen stapelen zich op, om daarmee de absurditeit van een bepaald aspect van de samenleving te belichten. Satire biedt zo kritiek vanuit de marge waar kunst zich altijd bevindt. Te onmachtig om een echt gevaar te zijn voor het status quo, kan ze haar doelwit wel scherp maken. Maar hedendaagse films zijn ook een product van onze huidige conditie, waarin er weinig nood is aan kunst om het geweld, de uitbuiting en het onrecht van sociale systemen te belichten. Wellicht daarom is sociale kritiek in recente films vaak grof en in your face, zonder pogingen om ooit te verdoezelen waar het hen werkelijk om te doen is. Films als Mickey 17, Glass Onion, Don't Look Up of No Other Choice hebben geen vertaalsleutel nodig om hun boodschap te doen begrijpen.
Sociale daling
In No Other Choice heeft het hoofdpersonage, Yoo Man-su, na hard werken een ideaal kleinburgerlijk leven uitgebouwd met zijn vrouw Mi-ri, zijn adolescente zoon, licht neurodivergente dochter en hun twee honden. Man-su heeft zich via harde studies kunnen opwerken tot middle-management in de papierfabriek. Maar wanneer Amerikanen plots het bedrijf overnemen en Man-su niet meegaat in hun plannen om zijn werknemers te ontslaan, bevindt hij zich prompt zonder werk. De familie verwacht dat de zoektocht naar een nieuwe baan slechts enkele maanden zou duren, maar deze breidt zich uit tot een jaar zonder enige verbetering in zicht. De kosten stapelen zich op, vooral de dreigingwekkende lening voor hun woning.
Sociale daling is niet enkel een verlies van inkomen, het is ook een statusverlies
Mi-ri beslist dat de familie haar levensstijl moet aanpassen aan de nieuwe situatie: ze verkoopt de auto's, gaat opnieuw aan het werk en dumpt de twee honden bij familie. Ten slotte beslist ze dat ze ook in hun huis niet meer kunnen wonen. De familie van Man-su wordt geconfronteerd met de sociale daling van een gegoede middenklasse tot de precaire wereld van de arbeidersklasse. Man-su werkt zelf nog als verkoopsbediende in een winkel, maar altijd slechts tijdelijk. Sociale daling is niet enkel een verlies van inkomen, het is ook een statusverlies tegenover zichzelf en de anderen uit dezelfde klasse. Het grootste moment van vernedering vindt plaats wanneer de familie haar woning ter verkoop laat bezichtigen aan een verwante familie uit dezelfde sociale kringen.
Van werkloosheid naar geweld
Dit is wanneer Man-su, wanhopig voor nieuw werk in de papierindustrie, tot het besef komt dat hij nooit een nieuwe baan zal krijgen tot beter gekwalificeerde kandidaten zouden verdwijnen - letterlijk. Via een valse jobadvertentie spoort hij zelf twee betere kandidaten op en beraamt hij plannen om hen, samen met de persoon wiens positie hij begeert, één voor één uit de weg te ruimen.
Wie met economische ondergang geconfronteerd wordt, heeft als vijand net diegenen met wie ze het meeste delen
Het plan is even bij de haren gerukt als de uitvoering, en een knoeiende Man-su botst telkens met zijn slachtoffers die er, elk op eigen wijze, even berooid aan toe zijn als hij. Dit is de eerste sociale observatie van Park Chan-wook: wie met economische ondergang geconfronteerd wordt, heeft als vijand niet diegene hogerop, laat staan iets abstract als de 'ijzeren wetten van het kapitalisme', maar net diegenen met wie ze het meeste delen. Ieder doelwit deelt iets significant met Man-su. Beom-mo is verstokt aan de drank en wordt bedrogen door zijn vrouw (Man-su verdenkt zijn vrouw van hetzelfde). Si-jo heeft ook een jonge dochter en werkt als verkoper in afwachting van een nieuwe aanbieding in de papierindustrie. Seon-chul stak zijn toekomst in zijn woning en kampt met een even groot drankprobleem als de meeste mannen in deze film. In het verleden was zo'n gedeelde situatie vaak de voedingsbodem voor organisatie en tegenmacht van onderuit. In No Other Choice ontbreekt iedere vorm van collectiviteit of groepsvorming daarentegen. Wanneer een duidelijke vijand ontbreekt en dwang onpersoonlijk wordt, rest haar slachtoffers slechts competitie tegen elkaar.
Arbeid, subjectiviteit en ruilwaarde
Werk is niet louter instrumenteel, maar werkt subjectiverend. Net als de talrijke jaren op de schoolbanken, vormt de tijd waarin je werkt je als persoon. Je job herbouwt (letterlijk) je lichaam, kerft zich (figuurlijk) in je huid en nestelt zich in het diepst van je ziel. Zeker, voor velen is hun job een sleur waar ze liefst zo weinig mogelijk aan denken en energie in steken. Anderen daarentegen identificeren zich met hun job en kunnen zichzelf nauwelijks zonder haar inbeelden. Dit wordt het pijnlijkst zichtbaar wanneer je werkloos valt. Nieuwe technologieën kunnen je vaardigheden overbodig maken, of hoger management kan meer winst trachten te maken met minder werkkrachten. In beide gevallen ontstaat er intern een vernederende dissonantie tussen wie je bent (als aangeleerde houding en subjectiviteit) en de situatie waarin je je bevindt.
Deze dynamiek loopt als een rode draad doorheen No Other Choice. Zelfs wanneer hij in de natuur op undercover surveillance gaat, blijft Man-su komisch gedost in pak en das. Vóór iedere moordpoging verbroedert hij ook met zijn slachtoffers via gesprekken die telkens over de nobele kunst van papierproductie gaan. Een liefde voor kwaliteitsvolle producten, adequate kennis van productieprocessen en een trots op eigen discipline en vaardigheden kenmerken deze mannen. Werkloosheid is naast een sociale ook een existentiële afgrond, omdat Man-su tekortschiet tegenover zijn eigen zelfbeeld.
Werkloosheid is voor Man-su ook een existentiële afgrond, omdat hij tekortschiet tegenover zijn eigen zelfbeeld
Voor werkgevers, regeringsleiders en professionele economen verschijnt arbeid vaak als cijfertjes in groeitabellen, als kostenplaatjes, tewerkstellingscijfers of bronnen van belastinginkomsten. Maar achter deze cijfers bevinden zich mensen die zich niet kunnen aanpassen zonder quasi-traumatische mutatie. Aangeleerde houdingen en geïnternaliseerde normen passen zich niet pijnloos aan in nieuwe contexten, vooral wanneer deze plaatsvinden in een eigen context van sociale achteruitgang.
In de eerste volume van Het Kapitaal maakt Marx het beroemde onderscheid tussen gebruikswaarde en ruilwaarde. Terwijl gebruikswaarde gaat over het praktische nut van een object, is ruilwaarde haar economische waarde in productieprocessen en verkoop. Een flesje cola is bruisend en zoet, maar ook 3 euro wanneer je haar op een terras consumeert. Het verhaal van het kapitalisme was volgens Marx dat de ruilwaarde de gebruikswaarde zou domineren en aan zich ondergeschikt maken: wat we maken en verhandelen, en hoe we dat doen, wordt bovenal bepaald door de ruilwaarde van goederen (de handel van aandelen en andere effecten zijn hier waarschijnlijk het summum van).
De Amerikaanse filosoof Jason Read beargumenteert in The Double Shift dat arbeid dezelfde tweedeling produceert op het niveau van subjectiviteit. Werknemers kunnen trots zijn op goed gemaakte producten waar aandacht aan werd gegeven, waar de juiste expertise werd toegepast en waarbij de juiste materialen werden gebruikt. Man-su en zijn slachtoffers benadrukken allen wat er nodig is om kwaliteitsvol papier te maken. In de beslissingen van bedrijven neemt de ruilwaarde echter zo goed als altijd de bovenhand op de gebruikswaarde. Op het subjectieve niveau betekent dit dat productieve arbeid an sich de norm wordt. Los van de vereisten van goed werk, wordt het belangrijkste dat Man-su werk heeft en een loon verdient waarmee hij zijn kosten kan betalen. Park Chan-wook drijft deze dynamiek zo ver door dat de druk van de ruilwaarde (het loon) het hoofdpersonage doet overgaan tot fysieke eliminatie van zijn competitie. Kwaliteit noch moraal kunnen uiteindelijk in de weg staan van het volgende loonbriefje.
Abstracte dwang
Volgens Read kan de ruilwaarde arbeid volledig aan zich onderwerpen, tot het punt dat de specifieke kenmerken van arbeid er niet meer toe doen. In de slotscène van No Other Choice heeft Man-su zijn droomjob opnieuw vast. Management deelt hem echter mee dat zijn werk nu zal bestaan uit het surveilleren van AI robots die menselijke arbeid hebben vervangen. De menselijke controle van de kwaliteit van het papieren eindproduct, vroeger belangrijk maar vooral ook een zelfverheffende handeling, is volledig overgenomen door geautomatiseerde machines.
In de slotscène heeft Man-su zijn droomjob opnieuw vast. Zijn werk zal nu bestaan uit het surveilleren van AI robots
In deze laatste scene toont Park Chan-wook de gerobotiseerde afkapping van bomen in spiegelmontage met het isolerende werk dat zijn hoofdpersonage nu verricht. Samen met de titel van de film belicht het de abstracte, vaak stilblijvende maar daarom niet minder verstikkende, dwang van de hedendaagse economie. Productieprocessen efficiënter maken door arbeidskrachten te verminderen is een noodzaak in een competitieve markt. Op de arbeidsmarkt zelf kan het risico op inkomensverlies je dwingen tot vernederende of kwaadaardige handelingen. Natuur en arbeid blijven de twee uitbuitbare bronnen die het kapitalisme nodig heeft, terwijl het uiteindelijk allebei geweld aandoet.
De grote merite van No Other Choice ligt in hoe ze deze abstracte mechanismen nooit de bovenhand laat nemen boven de relaties van haar personages. De markteconomie legt haar eigen wetten op aan menselijke relaties die ze vormt en misvormt. Mensen zijn evenwel geen passieve wezens maar gedreven door plannen, dromen, angsten en verwachtingen, waar de economie zelf op inwerkt. Wanneer we willen begrijpen hoe de hedendaagse economie mensenlevens verandert, doen we er best aan om die laatsten in al hun textuur als uitgangspunt te nemen.
NO OTHER CHOICE
Park Chan-wook, 2025