Abonneer Log in

De ridders worden draken

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 3 (maart), pagina 1 tot 2

Vlot en spontaan

De minister van cultuur heeft een rel aan z’n been: de Theatercommissie is collectief opgestapt nadat Bert Anciaux beslist had om naast de door de commissie aanbevolen gezelschappen nog enkele ‘gebuisden’ op te vissen. Het argument van de Theatercommissie: de minister benoemt te veel gezelschappen in verhouding tot de beschikbare infrastructuur en het publiek; hij speelt Sinterklaas en schopt moeilijke beslissingen voor zich uit. Anciauxs tegenargument was tweeledig. Eén: ik neem net een moeilijke beslissing, want ik had me d’r vanaf kunnen maken door het advies van de commissie over te nemen. Twee: ik speel geen Sinterklaas, cultuur is echter zo belangrijk dat er meer middelen naartoe moeten. Dat laatste argument werd gebracht met tremolo’s in de stem, dramatisch wegkijkend van de camera, in een aaneenschakeling van slappe slogans (‘cultuur schept openheid en verdraagzaamheid’, enzovoort); géén argument dus, enkel een inkaderen van woorden in een imago van vlotheid en spontane oprechtheid. Anciaux lachte er nog wat tussen en was sympathiek als geen ander.

Redelijkheid en ernst

De minister van justitie heeft ook een rel aan z’n been. Hij heeft de zus van een collega-liberaal-minister in een hoge magistraatspost benoemd tegen de zin van een adviescollege en van de Raad van State, en op Verwilghen rust nu het stigma van de OPC-er, de postjes-verdeler, de politiek-benoemer. Ook hij verweerde zich met de gebruikelijke middelen: de Verwilghense rust en redelijkheid, wijzend op het feit dat al de procedures gevolgd waren en dat mevrouw Reynders als enige met een beleidsplan op de proppen gekomen was - nét wat de minister nodig had als benoemingsargument. Het was niet de enige klap die Verwilghen recent kreeg. Zijn veiligheidsplan werd ongemeen heftig aangevallen door Elio di Rupo, voorzitter van een coalitiepartij. Diens argument: Verwilghen schrijft zijn persoonlijke gedachten uit, noemt dat een beleidstekst en trekt er mee naar de media, de rest zo voor een fait accompli stellend. Verwilghens weerwerk, rustig en redelijk als geen één: dit was slechts een eerste ontwerp, geen nood, iedereen zal z’n zeg nog krijgen. Geen argument met andere woorden, enkel een inkaderen van woorden in een imago van redelijkheid en ernst.

De boemerang van het imago

Twee NPC-boegbeelden lijken aangeschoten wild; twee Witte Ridders worden draken in de Wetstraat. Interessant, temeer omdat men merkt dat andere ministers, lang niet zo wit van imago, blijkbaar minder obstakels ontmoeten. De OPC-ers profileren zich in deze coalities als de wat grijze technocraten die met klassieke procedures het beleidswerk doen. De NPC-ers krijgen net die procedures voortdurend naar hun kop omdat ze te veel aan communicatiepolitiek doen, en in concrete dossiers worden ze beschuldigd van ouderwetse politieke spelletjes; Sinterklaasje spelen, vriendje benoemen.
De Witte Ridders raken in de knoei omdat ze het beleidswerk niet doen volgens de regels maar integendeel sterk speculeren op de impact van hun persoonlijk imago. Ze illustreren de verschuiving in de politiek die ik in een vroeger artikel in dit tijdschrift als een soort ‘Clinton-ificatie’ heb beschreven. Verwilghen en Anciaux hebben in de oppositie een bijzonder sterke imagopolitiek gevoerd, gebaseerd op complexe beelden van zichzelf als mens (allebei één klomp scrupules) en van hun rol als politicus, en op beelden van een ‘nieuwe politiek’ die fundamenteel anders zou zijn dan de oude politiek. Ze hebben beide ook de mediaberichtgeving gedomineerd en werden onder hun beidjes zelfs een nieuw genre in politieke communicatie, want met Anciaux en Verwilghen sprak je ‘anders’ over politiek dan met pakweg de gebroeders Van Rompuy of Marcel Colla.
Mijn indruk is dat de Witte Ridders stilaan een prijs zullen moeten betalen. Dit heeft weinig te maken met henzelf, hun bekwaamheid of hun inborst; wel met het feit dat men een bepaald soort politiek slechts in de oppositie kan beoefenen: de NPC van Anciaux en Verwilghen, een offensieve retorische strategie waarin niets meer blijft zoals het oude. De cultivering van een imago en een retorisch ideaalbeeld van vernieuwing verliep onder de stolp van oppositiepolitiek en was uitsluitend gericht op de media en de publieke opinie. In een ministerfunctie wordt het verhaal over beleid en beleidsmakers echter merkelijk complexer. De beleidsbeslissing is niet langer enkel die van de minister - ze moet genegotieerd worden met vele anderen; het ideaal wordt een compromis, maar het moet nog altijd als een ideaal verkocht raken, hetgeen geen offensieve maar een defensieve communicatiestrategie opdringt (iets waarmee beide vernieuwers duidelijk last hebben).
Terzelfdertijd blijft de druk zeer groot om het imago dat de verkiezingen won onder geen beding te ruilen voor een ander imago. Bert moet en zal de toffe peer blijven en Marc de ernstige Prinzipienreiter; beide moeten fundamenteel ‘anders’ blijven dan de gebroeders Van Rompuy of Marcel Colla. Dit imago wordt een steeds nijpender dwangbuis. De NPC-imago’s blijken immers vormen van politieke praktijk in te houden die niet ‘marcheren’ in de praktijk. Dit toegeven is een nederlaag voor het imago van de vernieuwer; dit niet toegeven leidt tot bochtenwerk en politieke mislukkingen. Het gaat erom dat de vernieuwingsmodellen die de afgelopen jaren geproclameerd zijn door de NPC-stamhoofden afgestemd raken op een realiteit waarin vernieuwing traag en niet echt ‘sexy’ verloopt, en die inderdaad aan het electoraat het gevoel kan geven dat er niets vernieuwt.
De concentratie op imago’s heeft niet geresulteerd in een beter begrip van wat politiek en politieke praktijk in feite is, integendeel, het heeft dat beeld een zeer onrealistische draai gegeven. Het zou vernieuwend zijn indien men het hoopvolle maar snel ontgoochelde electoraat zou uitleggen dat vernieuwing in de praktijk een moeizaam stap-voor-stap proces is dat wellicht de carrière van individuen zal overstijgen. Niet Verwilghen zal vernieuwen, het systeem zal geleidelijk aan vernieuwd worden. Even vernieuwend zou het zijn indien men de eigen stijl en visie aan deze realiteit zou aanpassen. Er zal immers een moment komen waarop bij Anciaux het gebrek aan argumenten niet meer kan toegedekt worden door de ontwapenende lach of de slogans over cultuur en openheid. Idem met Verwilghen. Ik vrees (en hoop stilletjes) dat men op een bepaald moment de voorkeur zal geven aan een desnoods saai en niet-mediageniek beleid dat wel effectieve hervormingen realiseert, boven een mediagenieke minister die weinig potten breekt. Ik hoop dat ook Patrick Janssens dit leest.

Hulde

En dan iets totaal anders: in dit editoriaal breng ik hulde aan Geert Selleslach die, na vele jaren als voortreffelijk redactiesecretaris van dit tijdschrift, andere horizonten opzoekt. Dit tijdschrift is er mede dank zij Geert, en zijn invloed op het hele project van debat en dialoog in Samenleving en politiek is reusachtig. Mensen zoals hij werken achter de schermen en in de anonimiteit, ze plukken dan ook vaak niet de vruchten van zo’n onderneming: publieke appreciatie, een zekere bekendheid, aangesproken worden over het tijdschrift. Welnu: zonder Geert Selleslach was dit alles onmogelijk en dit mag best eens gezegd worden.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 3 (maart), pagina 1 tot 2