Abonneer Log in

Internet in het Zuiden: Gouden kalf of witte olifant

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 6 (juni), pagina 43 tot 45

Naar aanleiding van het verschijnen van rapporten van internationale organisaties, krijgen we zo nu en dan in onze kranten te lezen dat het Internet ongekende mogelijkheden biedt voor de ontwikkeling van het Zuiden. De redenering waarop deze uitspraak steunt, vertoont opvallende gelijkenis met de retoriek rond het Internet in het Westen. Toegang tot informatie schenkt mensen de mogelijkheid hun situatie te begrijpen en te verbeteren. Het Internet kan bijdragen tot het beter functioneren van zowat alle sectoren in de samenleving, met mogelijkheden in het onderwijs, de gezondheidszorg en de globale economie. De voorbeelden die aangehaald worden, spreken sterk tot de verbeelding: artsen op het platteland van Botswana krijgen toegang tot expertise uit Londen, jongeren op afgelegen eilanden van de Filippijnen kunnen via afstandsonderwijs school lopen in de grote stad, kleine platenlabels in Ouagadougou kunnen hun muziek kwijt aan subculturen in New York en Berlijn. De resem aan voorbeelden lijkt eindeloos en dient vooral als metafoor voor de enorme mogelijkheden die het Internet biedt.

Huisapotheek

Het opduiken van dergelijke opvattingen hoeft niet echt te verwonderen. De idee dat technologie de motor van ontwikkeling is, vergezelt ons reeds sinds het aanbreken van de Verlichting. De Internet-goeroe’s van internationale organisaties pikken daar gretig op in. Sinds het midden van de jaren negentig worden op grote schaal documenten verspreid en workshopsgeorganiseerd die het Internet in het Zuiden moeten promoten. Naast de reeds gekende remedies voor ontwikkeling - liberalisering en privatisering - is het Internet inderdaad deel gaan uitmaken van de huisapotheek van deze instellingen. De Wereldbank, de Internationale Telecommmunicatie Unie (ITU), het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en de Wereld Handelsorganisatie (WTO) geloven alle dat het Internet het Zuiden de kans biedt enkele treden op de ontwikkelingsladder over te slaan. Het Internet moet deze landen helpen de sprong te wagen van de agrarische samenleving naar de informatiesamenleving.

Maar kan men aannemen dat het Internet - en de ermee gepaard gaande toegang tot informatie - zomaar tot ontwikkeling leidt? Kan een technologische doorbraak als het Internet de motor worden van economische en sociale transformatie? Of wordt het Zuiden een ideologie voorgehouden die moet aanzetten technologie uit onze groeisectoren aan te werven? Of behartigen de internationale organisaties nu opeens enkel de belangen van het Zuiden? De ideologie van het Internet als motor van sociale en economische ontwikkeling lijkt alvast uit te gaan van vier fundamentele veronderstellingen die niet onproblematisch zijn, namelijk technologie is neutraal, informatie is voorhanden, informatie is gratis en informatie is kennis.

De overtuiging dat technologie op zich leidt tot ontwikkeling, ligt sinds de koloniale periode aan de basis van technologietransfers van Noord naar Zuid. Daarbij wordt aangenomen dat technologie neutraal is en dus los staat van de samenleving. Met betrekking tot het Internet wordt eenzelfde redenering gevolgd: het Internet is een succes in het Westen en zal dus ook slagen in het Zuiden. Dat in de jaren vijftig en zestig de enorme transfers van technologie niet geleid hebben tot de verwachte industrialisering, wordt gemakkelijkheidshalve even vergeten. Het Internet is toch een ‘nieuwe’ technologie die veel flexibeler is en dus makkelijker af te stemmen op specifieke noden? Of niet soms?

Informatie

In de hele discussie rond het Internet wordt nauwelijks aandacht besteed aan de productie en verspreiding van informatie. De overvloed aan informatie waarmee de gebruiker wordt geconfronteerd, leidt al gauw tot de conclusie dat relevante informatie voor het grijpen ligt. Deze zienswijze heeft weinig aandacht voor het feit dat naast technologie ook informatie contextueel is. Niet alleen dient informatie in de juiste taal te worden overgebracht, ze dient eveneens van directe toepassing te zijn op de problemen die zich in een bepaalde context voordoen. Bovendien leidt een overvloed aan informatie ertoe dat schaarse middelen, tijd en kennis geïnvesteerd dienen te worden in de selectie en verwerking van informatie. Middelen, tijd en kennis waarover vele ontwikkelingslanden niet beschikken.
Samen met de overtuiging dat de nodige informatie voorhanden is, ontstaat de opvatting dat informatie goedkoper of zelfs gratis wordt. Hoewel het Internet de toegang tot informatie kan vergemakkelijken gaat deze vaststelling in tegen de groeiende tendens tot commercialisering van informatie en kennis. Waar vroeger informatie als een publiek goed werd beschouwd, wordt informatie nu toenemend op marktbasis aangeboden. Nu reeds zien we dat gespecialiseerd onderzoek, onder andere in de geneeskunde en landbouw, gericht op het verwerven van patenten of het uitvoeren van gespecialiseerde consultancy angstvallig binnenskamers wordt gehouden. Deze evolutie zorgt ervoor dat in een aantal belangrijke sectoren steeds meer informatie ontoegankelijk wordt.

Kennis

Achter de opvatting dat het Internet bijdraagt tot ontwikkeling, schuilt de opvatting dat informatie op zich gelijk gesteld kan worden met kennis. Deze gevolgtrekking slaat een aantal stappen over. Kennis ontstaat pas wanneer mensen over de capaciteiten beschikken om informatie actief te verwerken. Het verwerven van deze capaciteiten is een langdurig leerproces dat in grote mate afhangt van een gedegen onderwijssysteem. Daarenboven leidt kennis pas tot ontwikkeling wanneer mensen ook over de nodige middelen beschikken om die kennis om te zetten in actie. En hier wringt uiteraard het schoentje.
De ideologie van het Internet is gevaarlijk aangezien ze onze aandacht afleidt van de structurele oorzaken van armoede en onderontwikkeling. Informatie op zich helpt weinig tegen chronische ondervoeding, de schuldenlast of handelsprotectionisme. Door het kritiekloos overnemen van deze ideologie lopen ontwikkelingslanden het gevaar de nadruk te leggen op de verkeerde prioriteiten.

Strategie

Kan het Internet dan geen bijdrage leveren tot ontwikkeling in het Zuiden? Toch wel, op voorwaarde dat het wordt ingebed in een ontwikkelingsstrategie die rekening houdt met de omringende factoren en barrières. Daarbij is het noodzakelijk van een omgekeerde redenering te vertrekken, waarbij uitgegaan wordt van de structurele problemen in het Zuiden. Binnen een globale ontwikkelingsstrategie kan het Internet een middel zijn - en niet meer dan dat - om bepaalde doelstellingen te ondersteunen. Blind investeren in Internet-infrastructuur zonder oog voor omringende factoren en barrières zou anders wel eens tot nieuwe witte olifanten kunnen leiden.

Leo Van Audenhove
Gert Nulens
Verbonden aan het Centrum voor Studies over Media, Informatie en Telecommunicatie Vrije Universiteit Brussel

media - internet

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 6 (juni), pagina 43 tot 45