Abonneer Log in

Eindelijk in het derde millennium

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 1 (januari), pagina 1 tot 2

Met een jaar vertraging buitelen we eindelijk het derde millennium in. Het cijfer 2001 oogt wat minder fraai dan het vorige (de drie nullen!) maar dit keer is het écht zover. We zijn nu echt tweeduizend jaar na Christus. Het doet ons wat afstand nemen van het momentane. Wat is een jaar? Wat is vier jaar? Wat is zes jaar? Het doet ons in een bui van reflexie terugkeren naar een ander niveau, het historische. Weinig momenten zijn zo gepast om het belang van historisch besef te onderstrepen als dit moment, de eerste maand van het derde millennium van onze tijdrekening.

Dit lijkt me meteen ook de grootste opgave voor Samenleving en politiek in deze tijden. Het behouden van een bredere kijk, één die de herrie van de dag-in-dag-uit politiek overstijgt en die af en toe wat perspectief geeft aan feiten die men, bij gebrek aan bredere kijk, veel te veel belang, zelfs historisch belang, toedicht. Dit blad moet blijven ‘kaderen’, het moet lijnen blijven trekken tussen diverse evenementen en fenomenen en er telkens op wijzen dat die samenhangen even belangrijk zijn, zoniet belangrijker, dan de feitjes zelf.
Feiten zullen zich vanzelf wel aandienen en we kunnen zo al aanvoelen dat dit soort ‘kadering’ uiterst belangrijk zal zijn. Ik geef, voor de vuist weg, twee voorbeelden.

Eén: Antwerpen heeft een nieuw stadsbestuur. Dit geldt ook voor de andere steden en gemeenten in dit land, maar iedereen weet dat Antwerpen een geval apart is. We staan in Antwerpen voor een periode die door velen intuïtief aangevoeld wordt als die van de laatste kans. Als dit bestuur geen kentering brengt, slaan we binnen zes jaar een pagina om en komt extreemrechts aan de macht in het economische zwaartepunt van het land. Twee: de SP zet dit jaar een nieuwe, zoveelste bezinningsronde in, die in een herformulering van de partij en haar doelstellingen moet uitmonden. ‘Waarheen met de SP?’ zal ook in dit blad een veel gestelde vraag worden. Na de ideologische vernieuwing van 1998 moet er nu verder hervormd worden. Stijl, ideeën en bemanning van de partij moeten aan de 21ste eeuw aangepast worden. Laten we nu beide voorbeelden eens van naderbij bekijken.

Antwerpen: de nieuwe coalitie vertrekt onder een slecht gesternte. Het besef dat er dringend aan een nieuw democratisch elan moet gewerkt worden, was acuut op de avond van 8 oktober 2000. De volgende ochtend ruimde het de plaats voor buitengewoon ordinaire coalitiegesprekken, die eerst draaiden rond de vraag ‘Leo of Leona?’, daarna rond de aan- of afwezigheid van Agalev in het college en over het belang van een schepen voor veiligheid. Correctie: de Agalev-toets resulteerde in een nieuwe formulering, ‘schepen voor integrale veiligheidszorg’. En tenslotte de vraag of Nahima Lanjri en Fatima Bali eindelijk allochtone voorbeeldschepenen mochten worden in de Bruine Stad, quod non. Als signaal naar de burger konden deze najaarsweken tellen. Tenslotte ging er een nieuwe coalitie van start die nu eindelijk de ommezwaai zal brengen. De langverwachte vernieuwing die de Antwerpenaar een veiliger gevoel zal bieden en hem of haar eindelijk uit de greep van Filip De Winter zal halen.
Ik stond onlangs in mijn krantenwinkel. Voor mij had een Turkse klant net een krant gekocht met een briefje van duizend. Ikzelf wou mijn Humo betalen met een briefje van vijfhonderd. De winkelier vroeg me of ik ‘niets kleiners’ had, want hij had net zijn wisselgeld aan de Turkse klant gegeven. Meteen morde een man achter mij: “zeg, ik ben maar een Belg, mag ik ook met duizend frank betalen? Want voor die Turken mag dat allemaal, maar voor ons...” Dit is de vijand van de Antwerpse coalitie, de onbeschrijfelijke zanik-cultuur en de onwaarschijnlijk lange tenen die een groot deel van de Antwerpse populatie lijken te kenmerken. De totale afwezigheid van remmingen als het erop aankomt zijn gemoed te luchten tegen of over allochtonen. Een sfeer waarin letterlijk àlles in de kaart van het Blok speelt en het weze aangestipt dat ook Joden steeds meer het doelwit van dit soort oprispingen worden. De coalitie moet opboksen tegen een Antwerpse cultuur die zich het laatste decennium specialiseert in navelstaarderij en waarin er nog slechts één belang centraal lijkt te staan: het mijne. Hoe een schepen van integrale veiligheidszorg hiertegen zal ingaan is me een raadsel. In de performance-politiek die vandaag de dag heerst, vrees ik dat zo’n schepen eerst onveiligheid zal moeten scheppen om ze dan ‘daadwerkelijk, kordaat, enzovoort’ op te lossen. Aan het gezanik en gezeur zie ik niet meteen een einde komen. De anekdotiek heerst en zij voert een rechtse dictatuur.

Dan de socialisten. In een stuk in dit blad naar aanleiding van het ideologisch vernieuwingscongres van 1998 schreef ik al dat de SP zich leek te hebben neergelegd bij het einde van de grote verhalen en daardoor een zeer mager verhaaltje produceerde. Hoeveel vermag dat nog? Want dat is mijn vrees, dat vernieuwing net als in Antwerpen in hoofdzaak neerkomt op zéggen dat men vernieuwt. Vernieuwing wordt een politiek doelwit op zich en er ontstaat een opbod inzake vernieuwingsretoriek en vernieuwingspropaganda. De centrale slogan van de VLD tijdens de laatste verkiezingen liet dat al zien: “de vernieuwing werkt”. Het werd niet: er is een belastingsvermindering doorgevoerd, de sociale zekerheid ziet er beter uit of de werkloosheid is gedaald, maar de vernieuwing doet het goed. In de jaren negentig is vernieuwing een politieke waarde van formaat geworden en imago’s en communicatiestijlen zijn effectief en grondig vernieuwd. Maar deze ‘bennetonisering’ van de politiek is gepaard gegaan met een ideologische erosie die alle partijen naar het centrum stompt. En daar moeten steeds meer minuscule verschillen, zoals bij Gore en Bush, door verfijnde communicatiestrategieën opgeblazen worden tot fundamentele breuklijnen.

De politiek is verengd. Politieke vernieuwing gaat niet langer over het herdenken van de fundamenten van het systeem, maar over kleuren en cijfers na de komma. Waar grote verhalen verdwijnen, komen kleine verhalen in de plaats. Waar ideologie verdwijnt, neemt anekdotiek over. We merken bij alle partijen en in alle coalities in Vlaamse steden dezelfde bekommernis over dezelfde ‘verzuchtingen van de burger’. Die verzuchtingen denken we te horen in het gezanik van ‘verontruste’ of ‘zich onveilig voelende’ burgers. En bij gebrek aan ideologisch kader waarmee we die anekdotes kunnen verklaren, nemen we ze voor werkelijke politieke stellingnamen, voor ‘datgene wat onder de mensen leeft’. We pogen dit te remediëren en merken dan dat alle andere partijen, de vijand incluis, ook met vrijwel dezelfde recepten komen aanzetten. Waarheen met de SP? Wat mij betreft: weg uit dit straatje of beter, weg van dit pleintje waarop al de rest samentroept. ‘Accenten’ vervangen geen visie.
Het historische gewicht van dit moment leidt niet tot groot optimisme bij schrijver dezes. Maar één zaak is zeker, dit blad moet de ruimere ‘kadering’ blijven beklemtonen van datgene wat men onder politiek verstaat. Dit is de opdracht voor het nieuwe millennium: politiek blijven definiëren en omschrijven.

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 1 (januari), pagina 1 tot 2