Log in

Banditisme of politiek?

Over conceptuele onduidelijkheid

Esthetiek en emotie

Toen ik de eerste beelden zag van de aanslag op de WTC-torens in New York was mijn reactie: man, wat is dit mooi. We kregen zowat de meest spectaculaire beelden uit de geschiedenis van de massamedia te zien, dingen die men enkel via uiterst geavanceerde special effects in films te zien krijgt kwamen nu als reality door, nog groter, nog scherper, nog duidelijker, nog schokkender. Toen ik zag hoe die jet zich in de toren boorde en ontplofte dacht ik: zo’n beelden krijg je maar enkele keren in je leven te zien.
Alles wat we vandaag verstaan onder termen als nieuws of informatie komt tot ons in een beeldentaal die oneindige mogelijkheden laat tot esthetisering, en die daardoor oneindige mogelijkheden biedt om onze reacties daarop in vaste patronen te gieten. De regisseur van een horrorfilm weet dat bepaalde beelden griezels zullen oproepen, die van een humoristische film weet dat bepaalde beelden de lach zullen opwekken. Beeldenmakers die zich met nieuws bezighouden moeten ook weten dat bepaalde beelden enkel irrationele reacties kunnen genereren, andere enkel redelijke overwegingen. Het beeld van Manhattan met daarboven een rookpluim enkel te vergelijken met een vulkaanuitbarsting of een nucleaire explosie - dat beeld staat ons enkel emotionele, irrationele reacties toe, gaande van ‘waaaaww’ tot diepe verontwaardiging, angst of afgrijzen. Wanneer men vlak na dit beeld het beeld plakt van juichende Palestijnse jongeren, dan krijgen we een syntaxis die ons dwingt het ene in relatie tot het andere te interpreteren: onze verontwaardiging over de brandende torens wordt dan gecontrasteerd met die juichende jongens. Ze lachen ons uit, ze grinikken om onze shock, ze bespotten ons of vernederen ons. De combinatie van beelden laat geen rationele decodering toe: we vallen van emotie in emotie, van afgrijzen in verontwaardiging en woede. Alle voorwaarden zijn nu geschapen voor een efficiënte suggestie: die Palestijnen zullen er wel iets mee te maken hebben. En gegeven onze woede mag nu alles. De Israëli’s mogen het plan opperen om een miljoen Palestijnen te deporteren.

We maken deze suggestie op grond van puur emotionele kadertjes. Voor een redelijke afweging van aanwijzingen of bewijzen is vanzelfsprekend geen plaats meer in onze gedachten. Evenmin voor vragen als: van waar komen deze beelden? wie heeft ze geschoten? Waarom worden ze aangeboden als ‘de Palestijnen reageren zo op het gebeuren’? En bovenal, zien de programmamakers die deze beelden in een sequens zetten niet in hoe krachtig en eenduidig de boodschap wel is die ze zo hebben gemaakt? Op momenten zoals deze bepaalt de enorme golf van beelden en commentaren volkomen ‘de publieke opinie’. Ze geeft ze vorm en gestalte, zowel door haar kwantiteit als door haar kwaliteit. Dat deze beeldengolf wordt geproduceerd door mensen die even verward zijn als wij, en voor wie de feiten even onduidelijk zijn als voor ons, doet niet ter zake. De beelden worden aangeboden als een verhaal met een zekere samenhang, en is die niet expliciet, dan wordt die door middel van diverse vormen van suggestie geboden. Daardoor komt het dat we in omstandigheden zoals die van deze aanslag zeer snel komen tot enkele wijd circulerende waarheden, in elkaar geflanste versies die men snel aanneemt, en die men dan als maatstaf gaat gebruiken voor alle nieuwe informatie die op ons afkomt. In die versies zitten talloze elementen die zoniet fout zijn, dan toch zeer betwistbaar zijn, en minstens wat kritische, rationele, kanttekeningen vereisen. Ik overloop (met een groot risico van provocatie) er enkele.

De terroristen

Het algemene kader waarin de feiten meteen werden geplaatst was dat van ‘terrorisme’. Terrorisme is een term die connotaties heeft van ongeregeld, niet-reglementair, kwaadaardig, niet-legitiem, immoreel gedrag gericht tegen ‘niet-militaire’ doelwitten. Daders van terroristische aanslagen worden steevast bekleed met kwaliteiten als misdadig, fanatiek, volkomen respectloos, irrationeel. Wanneer we het hebben over terroristen ontkennen we elke legitieme politieke drijfveer, evenals elke vorm van eerbied voor afspraken in verband met gewapende strijd. Terroristen houden zich per definitie niet aan wetten en evenmin aan internationale akkoorden inzake het gebruik van bepaalde wapens, rechten van de slachtoffers, mensenrechten en zo meer. In de wereld van de internationale verhoudingen zijn zij de absolute schoften. Men hoeft dan ook de oorlogsregels niet te respecteren wanneer men het men hen aan de stok heeft: standrechterlijk executeren, bases over de grens bombarderen, leiders laten vermoorden. Het is allemaal geoorloofd als het om terroristen gaat. Terroristen plaatsen zich buiten de rechtsorde, en men mag dan ook precies dezelfde overtredingen begaan als diegene die men hen verwijt om ze te onderdrukken. Terrorisme wordt in de regel gecounterd met terrorisme.

Het is dan ook geen mirakel dat de term nadrukkelijk wordt opgezocht door regimes die geconfronteerd worden met langdurig verzet vanwege georganiseerde bewegingen. Het Apartheidsregime bestempelde Nelson Mandela en zijn ANC systematisch als terroristen. De Israëli’s doen hetzelfde met de Palestijnse weerstand; de Russen met de Tsjetsjeense rebellen. In al die gevallen was het toekennen van die term voldoende om alle mogelijke vormen van terreur tegenover die ‘terroristen’ goed te keuren en zelfs te beschouwen als een noodzaak om recht, orde, vrijheid en democratie te laten zegevieren. De term wordt in de regel gecontesteerd, en dat is maar goed ook. Het is immers een term die uiterst belangrijke actiepatronen goedkeurt, meteen een moreel kader toekent aan de strijd, en het recht en het legitieme doel van de strijd meteen legt bij diegene die terroristen bestrijdt. Het is nooit een neutrale kwalificatie, het is een door-en-door politiek wapen. Het belangrijkste effect van het wapen is dat men de intenties, doelen en principes van de ‘terroristen’ meteen uit alle mogelijke analyses uitschakelt. Wanneer een groep als terroristisch is geïdentificeerd, dan worden de discours en motieven van die groep meteen waardeloos en kunnen ze nooit in redelijkheid afgewogen worden tegenover die van wie hen bestrijdt. Het recht, de grote waarden en de nobele doelen zijn altijd die van de antiterroristen.
In de context van de aanslagen op New York en Washington zie ik nu twee problemen. Het eerste probleem raakt de referent van ‘terrorisme’ en de manier waarop dit begrip zich verhoudt tegenover ‘oorlog’. Oorlog associëren we met een grootschalig, vrij langdurig gewapend conflict met een zekere structuur. Terrorisme is in de regel iets wat we associëren met geïsoleerde en kleinschalige voorvallen. Nemen we nu de aanslagen in de VS dan merken we al een probleem van schaal. Deze ene aanslag zou wel eens zoveel Amerikaanse slachtoffers kunnen maken als de gehele Vietnam-oorlog. Indien er tienduizenden slachtoffers zouden vallen, dan is dit evenveel als tijdens de beginfase van het Somme-offensief in 1915, het prototype van ‘oorlog’. Met andere woorden, kunnen we iets van deze omvang nog vatten onder een term die eveneens gehanteerd wordt voor een geïsoleerde landmijn in Namibië, een bombrief in London, of zelfs een vrachtwagen vol explosieven in Oklahoma? Stellen we hier niet wat conceptuele problemen vast, die maken dat ‘terrorisme’ niet echt een duidelijke term is voor dit voorval? Daar komen nog dingen bij. Is dit een geïsoleerd, ongestructureerd evenement? Of moeten we het plaatsen in een lange lijst van vergelijkbare acties waartussen een zekere samenhang bestaat? Er is wel degelijk een lange historiek van aanslagen waarin de VS worden geviseerd, niet zozeer in termen van reële militaire effecten - de VS zullen altijd wel meer firepower kunnen ontketenen dan wie ook - maar in termen van symbolische schade. Vaak ook werd de VS geviseerd omwille van haar duistere, impliciete maar reële impact op ontwikkelingen elders in de wereld, met name in het Midden-Oosten. Wie deze samenhang aanvaardt, moet beseffen dat deze gebeurtenissen dichterbij het begrip ‘oorlog’ staan dan bij een traditioneel begrip van ‘terrorisme’. De overweging moet zeker gemaakt worden. De NAVO-beslissing om dit als een ‘oorlog’ te catalogeren, terwijl alles wat ze zegt draait rond het ‘terroristische’ karakter van de aanslagen, drukt de onduidelijkheid in al haar glorie uit.

Tweede probleem. Men ontzegt alle ernstige doelstellingen aan de daders van de aanslagen. Hun daden - ook al is er een samenhang en een structuur in te herkennen - zijn telkens weer irrationeel, fanatiek en immoreel. Als we dit doen dan houden we maar één versie van de feiten meer over: die waarin een rechtvaardige, democratische en vrijheidslievende samenleving op gruwelijke wijze wordt aangevallen door een bende gekke bandieten, zo gewiekst en zo immoreel dat ze zich in de eerste plaats richten op onschuldige burgers. Ik ga in wat volgt deze versie van enkele ‘vervelende voetnoten’ voorzien.

Beeld je in

Beeld je in dat je in een land woont waarin 70% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. De alfabetiseringsgraad is 18%, de gemiddelde levensverwachting is 43 jaar. De afgelopen vijf jaar is je land getroffen door drie acute hongersnoden, en ook voor volgend jaar voorzien we problemen met de oogst. In die hongersnoden zijn in totaal 250.000 mensen in de meest erbarmelijke omstandigheden om het leven gekomen, waaronder een aantal van jouw familieleden. Vlak na de onafhankelijkheid is een uiterst populaire leider van je land door een internationaal complot om het leven gebracht, en het land heeft decennia lang een vernietigende dictatuur ondergaan. Je land heeft jaren geleden een IMF-herstructureringsprogramma gekregen. Ten gevolge daarvan heeft men een meerpartijensysteem artificieel uit de grond moeten stampen, hetgeen heeft geleid tot chronische politieke instabiliteit en geweld. Door verregaande bezuinigingen in de gezondheidszorg, gekoppeld aan massale immigratie in de steden door verpauperde boeren op de vlucht voor de honger, is er een escalatie van aids met talloze doden tot gevolg. Vragen om steun aan de VS en de EU botsen systematisch op het bezwaar dat het democratiseringsproces in je land nog te wensen overlaat, en dat de mensenrechten er geschonden worden. Je leeft in dat land en je beseft dat veel van je medeburgers een bestaan hebben dat één grote mensenrechtenschending is, dag in, dag uit. Je beseft bovendien dat men in het Westen lak heeft aan je zorgen en dat er voortdurend eisen worden gesteld die je onmogelijk zelf kan realiseren omdat je er simpelweg de middelen niet voor hebt. Je bestaan en dat van je medemensen is volkomen uitzichtloos. Je weet dat je nooit een wagen zal hebben, nooit een tv, nooit een mooi polsuurwerk. Je werkte op een boerderij, maar die is door de daling van de prijzen voor landbouwproducten op de wereldmarkt de dieperik in gegaan. Je bent arm en boos. Op de racismeconferentie in Durban heeft het Westen bovendien zeer moeilijk gedaan over een erkenning van het kolonialisme als misdaad tegen de mensheid, met het argument dat dit een excuus zou zijn om het postkoloniale falen van de derdewereldregimes te verdoezelen. Men heeft je dus ook gekrenkt in je zelfrespect en in dat laatste greintje positieve zelfbeeld: neen, je bent geen slachtoffer van de geschiedenis, je bent zelf de schuld van je miserie. Zoek het zelf maar uit.
Goed. Beeld je in dat al deze dingen in je hoofd zitten en dat je doorheen die bril de wereld decodeert. In zo’n wereld is het Westen - de VS en de EU voorop - geen voorbeeld van vrijheid en democratie, maar een bron van verdrukking, armoede en kwaad. Het zijn westerlingen die de schouders ophalen omwille van je armoede, omwille van jouw aidsdoden, omwille van jouw politieke problemen en je hongersnoden. Voor jou zijn de WTC-torens en het Pentagon geen symbolen van vrijheid en hooggestemde waarden, maar instrumenten, wapens waarmee men jouw leven vernietigt. In de VS en de EU leven dan ook geen onschuldige burgers: al wie er leeft werkt mee aan die uitbuiting die bij jou levens kost en nog meer levens vernietigt. Al wie George Bush verkozen heeft is een vijand. En vermits er geen manier is waarop je een ‘echte’ oorlog kan aangaan met het Westen, maar je toch oorlog wil voeren, moet je op zoek naar wapens, techniek en middelen die dat doel kunnen bereiken zonder dat je je vijand van zijn sterkste, onoverwinnelijke flank moet pakken. Je hanteert dan iets wat door de tegenpartij geklasseerd wordt als terrorisme: je zoekt de zwakke plekken van het Westen en slaat daar toe, met low-tech, zonder grote troepenformaties, zonder peperdure wapens, en met mensen als voornaamste wapen.

Oorlog is vuil, en de redenering die ik hierboven uitschreef is volstrekt verwerpelijk. Maar is ze verwerpelijker dan de versie van de tegenpartij? Is ze juister? Of is ze fouter? Het punt is dat hetgeen werd geventileerd als een aanval op de democratie voor de tegenpartij misschien een aanval op de onderdrukking en de uitbuiting is, dat men daarbij ‘burgerlijke’ doelwitten als de WTC ziet als een wapen van onderdrukking dat vernietigd moet worden, dat de onschuldige slachtoffers die daarbij vallen ook als daders van allerhande gruweldaden kunnen voorgesteld worden. Kortom, het punt is dat er een politiek verhaal bestaat dat de daden van de tegenpartij motiveert en legitimeert. Een politiek verhaal, en dus niet zomaar een irrationeel en fanatiek misdadig verhaal. Een verhaal dat deze aanslag kadert als een deel van een oorlog met als inzet grote kwesties die te maken hebben met de wereldverhoudingen, met macht en machteloosheid. Een politiek verhaal waarin wij niet vanzelfsprekend democratieën zijn, noch bewakers van de vrijheid en de vrede in de wereld, maar aanstichters van allerhande conflicten, uiterst brutale en vaak arrogante tegenspelers in onderhandelingen, krenterige en veeleisende kredietverstrekkers. Een verhaal, kortom, waarin wij de slechten zijn. En nogmaals, is dit verhaal slechter dan dat waarin wij per definitie de goeden zijn?

Conceptuele chaos

Morele oordelen lijken eenvoudig in zaken zoals deze. In feite zijn ze uitermate complex. Wie kan beletten dat we de term terrorisme gebruiken voor de volgende feiten: het bombarderen van Tripoli met burgerslachtoffers, na de Lockerbie-aanslag maar lang voor dat er een feitelijke grond was om Lybië van die aanslag te verdenken; het bombarderen bij herhaling van Bagdad, met burgerslachtoffers, omdat Iraakse vliegtuigen de no-fly zone waren binnengevlogen; het bombarderen van het televisiestation in Belgrado, met burgerslachtoffers; het bombarderen, met burgerslachtoffers, van een geneesmiddelenfabriek in Soedan omdat daar vermoedelijk chemische wapens werden gemaakt. Telkens werd de actie verantwoord als een actie tegen terrorisme, telkens was ze in termen van internationale regels van zeer bedenkelijk allooi, en telkens raakte ze burgerlijke doelen en maakte ze onschuldige burgerslachtoffers. Vanuit het standpunt van die slachtoffers, die in geen van de gevallen rechtstreeks beschuldigd kunnen worden van de wandaden van bepaalde groeperingen of leiders in hun land, lijkt me dit moeilijk anders te interpreteren dan als terreur. En wie kan een eenvoudige morele beoordeling geven van het feit dat men nu een concept hanteert van ‘terroristische staat’ (of ‘schurkenstaat’, in het Bushiaanse taalgebruik), waardoor heel de bevolking meteen een legitiem doelwit wordt van antiterroristische acties en alle politieke argumenten die door die staten worden gebruikt meteen en zonder onderzoek naar de prullenmand verwezen worden? Kan het niet zijn dat anderen met evenveel reden de VS als een ‘terroristische’ of ‘schurkenstaat’ catalogeren, waardoor ook daar de hele bevolking een doelwit wordt?
Morele oordelen lijken eenvoudig enerzijds omdat de machtsverhoudingen duidelijkheid opleggen, en anderzijds omdat ze voortdurend gevoed worden door wat we informatie noemen. Die informatie legt eenvoud op aan onze oordelen - wij zijn goed, wij zijn democraten en vrijheidslievend. De anderen zijn bandieten. De macht zorgt ervoor dat andere versies gewoon niet hoorbaar zijn. De Palestijnen hadden niet de middelen om snel en accuraat te reageren tegen de beelden van hun juichende jongeren; de Lybiërs krijgen niet meteen een overdaad aan exposure in onze media; de Soedanezen evenmin. De wereldvisie van de arme Afrikaanse boer raakt niet tot in onze kranten. En als er flarden van de versie van onze tegenpartij tot bij ons komen, dan kaderen we ze in expliciete of impliciete verdachtmakingen. Dit is geen informatie maar propaganda.
Wat we hebben gezien na de aanslagen op de VS is propaganda. Het is een dwingende, eenzijdige belichting van een uiterst complex feit dat ons tot diep nadenken moet stemmen. Het moet ons doen nadenken over de onoplosbaarheid van moderne conflicten indien men het ruimere plaatje weigert te bekijken. Die onoplosbaarheid schept allerlei problemen: menselijke drama’s, geweld, schandalig lijden, maar evenzeer problemen die langer lopen en dieper gaan. Conceptuele verwarring, niet weten hoe we precies moeten nadenken over deze fenomenen is wellicht het grootste probleem. Het zorgt ervoor dat we het denken uitschakelen, onze emoties de vrije loop laten en tot ons enige richtsnoer maken, en inmiddels vergissing na vergissing begaan in de behandeling en verwerking van de feiten. Wat dat betreft is de aanslag op de VS een scharniermoment dat het failliet aantoont van alle mogelijke geijkte categorieën en denkbeelden die bij ons leven. Laat ons beginnen met aan te nemen dat onze waarheid slechts één versie is, en dat indien we de andere mogelijke versies niet zien, we er naar op zoek moeten gaan. Dit is duidelijk niet langer een luxeprobleem, het kan een kwestie zijn van overleven voor onze tegenstanders als voor onszelf. De 21ste eeuw is definitief begonnen. Het is tijd dat we een interpretatiekader beginnen te voorzien.

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 7 (september), pagina 11 tot 15