Abonneer Log in

Van herverkaveling naar het amalgaam?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 9 (november), pagina 1 tot 2

Indien we de media moeten geloven worden er momenteel twee dominante debatten gevoerd binnen de politieke herverkavelingsdiscussie. Het eerste debat zou draaien rond de noodzaak aan een grote volkspartij, die als het ware het brede midden van de samenleving zou moeten vertegenwoordigen. En omdat dat brede midden zich steeds minder in christelijke standpunten herkent - cf. de euthanasieproblematiek, waarbij 70% van de bevolking wel degelijk voor een wettelijke regeling te vinden was - is een dergelijke volkspartij dus best ook een seculiere partij. De VLD, dus, met als volkse menner Karel De Gucht. Vroeger een uitgesproken rechts-liberale partij, maar vandaag gewoon een ‘volkse partij’. Is dat, op de keper beschouwd, wel zo?
Het tweede debat zou draaien rond de nood aan een nieuwe neoconservatieve hergroepering, die afstand zou nemen van het racistisch en extreemrechts imago van het Vlaams Blok, maar voor het overige vrolijk de standpunten van die partij inzake het gezin, de rolverdeling tussen man en vrouw, seksualiteit, vakbonden en media zou overnemen.

Is het echt hieraan dat we nood hebben? Wat is, politiek gesproken, het voordeel van een volkspartij die ‘zegt wat de meesten denken’, of dat toch tenminste van zichzelf beweert? Ik heb er geen flauw idee van. Ja, voor politieke machthebbers is het natuurlijk leuk om een stevige achterban te hebben zodat zij hun ding kunnen doen, maar is de samenleving daar wel mee gebaat? En conservatieve hergroeperingen komen er in de geschiedenis maar pas wanneer de heersende machten zich reëel bedreigd voelen door de hete adem van een progressief alternatief. Conservatieve hergroeperingen zijn, met andere worden, reactionair.
Is er vandaag sprake van een progressieve dreiging? Ik zie die alvast niet. Ja, onze socialistische en ecologische mannen en vrouwen zitten in de regering en doen dat niet slecht: de invoering van een maximumfactuur in de gezondheidszorg, het zilverfonds, het stimuleren van generische geneesmiddelen, de wet op euthanasie en palliatieve zorg, het zijn allemaal stuk voor stuk maatregelen, waar we als socialisten prat op kunnen gaan. Maar toch kan men de paarse coalitie waarin ze hun ding doen daarom toch nog geen progressieve coalitie noemen? Wat er allemaal gebeurd is na het debacle van Lernout & Hauspie of van Sabena, was toch alles behalve een ‘linkse respons’.
En voor zover ik dat weet is Het Sienjaal van Norbert de Batselier en Maurits Coppieters toch enigszins stilgevallen, hoewel een effectieve uitbouw van een radicaal roodgroen alternatief wellicht nog steeds de meest adequate vertolking zou zijn van een daadwerkelijk inspirerend én bedreigend progressief alternatief. Maar men is alsnog meer met namen en logo’s bezig - No Logo is nochtans hét devies van antiglobaliste Naomi Klein - dan met politieke inhouden zoals gemeentelijk stemrecht voor migranten, duurzame werkgelegenheid, arbeidsduurvermindering en arbeidsherverdeling, een radicaal milieuvriendelijke landbouw, een beter en toegankelijker openbaar vervoer, een groots opgezet gelijkekansenproject, gericht op het kleuter- en lager onderwijs en vooral, meer rechtvaardige wereldverhoudingen. Paars mag dan al eens iets nieuws zijn in termen van coalities én in termen van public relations, zo erg origineel of progressief is het gevoerde beleid nu ook weer niet, terwijl stilaan duidelijk wordt dat de rechterzijde nog op haar honger zit. Ballonnetjes in de richting van het beperken van het stakingsrecht of het verder verminderen van de vennootschapsbelasting zijn duidelijk voor hen bedoeld.
Nee, het herverkavelingsdebat zoals het de laatste jaren gevoerd wordt, al of niet in combinatie met de discussies over een nieuwe politieke cultuur, is alsnog een allesbehalve begeesterend debat geweest. Eerder dan grotere duidelijkheid te scheppen over de politieke opvattingen waarin diverse stromingen van elkaar verschillen en eerder dan het ontwikkelen van nieuwe denk- en handelingskaders heeft dat debat gereveleerd hoe weinig diepgang zogenaamde tegenstellingen soms hebben en hoe vaak persoonlijke ambities gewoon het enige programma zijn. Kennelijk gaat het steeds minder om herverkaveling, maar veeleer om uitbreiding van èèn enkele kavel die, zoals eertijds de CVP, de allures van een kwal begint aan te nemen.
Grotere partijen, tja, het is er makkelijker regeren mee, maar of dat ook het proces van democratische besluitvorming ten goede komt, valt te betwijfelen. Vroeger lamenteerde men over ‘de versnippering bij klein links’. Vandaag kan men toch alleen maar betreuren dat er zelfs geen klein links meer bestaat. Liever, met andere woorden, een bont gezelschap actieve burgers die geïnteresseerd zijn in en begaan zijn met de res publica, dan een grijze volkspartij waarin iedereen de leider volgt. Liever vele kavels waar iets anders op groeit, dan een grote kavel met alleen maar haver.

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 9 (november), pagina 1 tot 2