Log in

Zijn politieke projecten (op) hol?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 4 (april), pagina 1 tot 2

De jongste periode is het aantal liefdesverklaringen voor de paars-groene regering exponentieel gestegen. Deze hormonenopstoot zal wel te verklaren zijn door de verkiezingen die dichterbij komen, want op het eerste gezicht was het er niet echt de tijd voor. Er was de mini-pcb-crisis en het getouwtrek rond het migrantenstemrecht. Ecolo moest nog beslissen of haar ministers het regeringswerk mochten verder zetten. En over belangrijke thema’s als verkeer en onderwijs liepen de meningen tussen de coalitiepartners soms sterk uiteen. Bovendien was er nogal veel kritiek op de regering naar aanleiding van het inderhaast openen van het gesloten jeugdcentrum in Everberg begin maart en de bijhorende noodwet. De regering is ambitieus in haar plannen, maar ze moet toch wel toegeven dat het uitvoerend werk niet van een leien dakje loopt. Heel wat prioriteiten blijven onafgewerkt (voedselveiligheid, Copernicus, politiehervorming). En andere, zoals het asielbeleid, blijven in de koelkast of worden er terug ingestopt.

Het was dan ook aandoenlijk om zien hoe vice-premier Louis Michel zich positief uitliet over de huidige regering. Als het van hem afhangt gaat de regering er zeker nog een legislatuur bijdoen onder leiding van Verhofstadt en met de groenen. We wisten al langer dat zelfs een niet-Anderlecht supporter en CD&V’er als Dehaene de kleur paars niet ongenegen was, maar wie had ooit durven dromen dat ook Louis Tobback zich hierover gunstig zou uitlaten? En dan was er de ‘warme handdruk’ tussen Patrick Dewael en Bert Anciaux. Beide politici pleitten ervoor om met een openlijk stembusakkoord op zak naar de Vlaamse verkiezingen te trekken in 2004. Toen zowel Agalev als sp.a enige weerstand lieten blijken, nuanceerde Dewael: hij wil tijdens de rest van de legislatuur het paars-groene project verder verdedigen en als dat project nog verder vorm krijgt, kunnen de regerende partijen daarmee ook met een gerust hart naar de kiezer trekken. Dewael raakt een belangrijk punt aan. Het is in tijden van media, politieke en ideologische versnippering en groeiende hang naar populisme niet onverstandig het politiek verhaal dat men wil vertellen en uitvoeren opnieuw beter te articuleren. Politieke beleidsbeslissingen, zowel lokaal als federaal, die kaderen in een breder geheel kunnen beter gecommuniceerd en begrepen worden. Daardoor weten ook de burgers weten welke richting het moet uitgaan.
De vraag hierbij is natuurlijk: welk consistent verhaal heeft een paars-groene coalitie te vertellen? Critici vergelijken de regering met een groep kippen die er elk voor zichzelf duchtig op los kakelen en dit zonder veel eieren. De opendebatcultuur resulteert inderdaad dikwijls in een spel van politiek opbod waarbij we niet zelden met valse beloften worden opgezadeld. Bij het begin van de legislatuur, heeft het er even naar uitgezien dat de verschillende coalitiepartners zich volop zouden laten leiden door het verhaal dat Vandenbroucke en Verhofstadt de titel ‘actieve welvaartsstaat’ meegaven. Ik weet het: het ontbreekt een containerbegrip als de actieve welvaartstaat soms aan duidelijkheid, maar het heeft toch het voordeel dat het een verhaallijn kan uitzetten dat van toepassing is op tal van beleidsterreinen. De uitgangspunten van de actieve welvaartstaat kunnen als vertrekpunt dienen voor thema’s als sociale zekerheid, werkgelegenheid, onderwijs en minderhedenbeleid. Nu echter de hoogconjunctuur het wat laat afweten en nu blijkt hoe moeilijk het is de activiteitsgraad bij de bevolking naar boven te krijgen, in het bijzonder van de 55-plussers, verdwijnt het koepelbegrip naar de achtergrond waardoor de samenhang soms zoek raakt.

De oppositie ziet een mooie kans om een eigen interpretatie aan het regeringswerk te geven. Met ‘waardenpartijen’ als Vlaams Blok en CD&V op de oppositiebanken krijgt de paars-groene regering dan al snel het verwijt dat ze de meest libertaire en permissieve regering is sinds jaren. Paars-groen zou niets anders zijn dan de belichaming van het ‘alles kan, alles mag’-principe. Is het niet deze regering die een te ‘soft’ drugs- en veiligheidsbeleid voert, het failliet van Sabena op haar kerfstok heeft staan en die euthanasie, homohuwelijken, piercings op school en naaktstranden toelaat? Meteen is duidelijk dat als de regering er niet in slaagt duidelijk te maken waarvoor ze staat en welke waarden ze wil belichamen, veel (progressief) regeringswerk een maat voor niets zal zijn. De analyse wordt nog negatiever als we zien dat het verhaal niet enkel ontbreekt op het niveau van de coalitie, maar ook op het niveau van de politieke partijen. Partijprogramma’s hangen dikwijls met haken en ogen aan elkaar. Er wordt single-issued gedacht, onderwerp per onderwerp. Eén van de mooiste voorbeelden was het resultaat van het vernieuwingscongres van de Vlaamse Christen Democraten (september 2001): leg maar eens uit hoe een rechtgeaard christen tegen het migrantenstemrecht, maar voor het homohuwelijk moet zijn. Liever Stefaan De Clerck dan ik, denk ik dan …

Het ingenomen standpunt wordt niet langer bepaald door ideologie (wat een oud en vies woord is dat) maar door (vermeende) electorale belangen of door wat andere partijen ervan denken. Men gaat niet meer op zoek naar consistentie maar naar unique selling propositions. Bij de positionering van (nieuwe of vernieuwde) partijen is men enkel nog geïnteresseerd in het ‘gat in de electorale markt’. Dat dit een allegaartje van tegenstrijdigheden kan opleveren blijkt geen probleem. Voor die enkele wijsneuzen die dat doorhebben moet men het toch niet laten, zeker? Ook het discours van de Nieuwe Politieke Cultuur is niet van enige inconsequenties verstoken: enerzijds wil men de burger meer bij het beleid betrekken door referenda te organiseren, anderzijds wil men de opkomstplicht afschaffen. Men wil de democratie verfijnen maar men slaagt er niet eens in alle burgers van dit land stemrecht te geven. Sommige ‘democraten’ bakten het zelfs zo bruin dat ze ervoor pleitten een referendum te organiseren over het migrantenstemrecht: meer democratie om minder democratie te legitimeren.

Dit alles in beschouwing genomen, moeten we het de voorzitter van de sp.a toch nageven: er is wel wat kritiek op het gelijkekansendiscours, maar de partij slaagt er toch in met een coherent verhaal naar buiten te komen dat op verschillende domeinen radicaal toegepast kan worden. Dit zorgt voor een duidelijke richting en inhoudelijke standpuntbepalingen. Op dit punt is men toch al een eind op de goede weg. Nu moet het verhaal nog wat beter worden overgebracht. Vanuit dit verhaal kan zeker op verschillende terreinen en in verschillende lagen van de bevolking gemobiliseerd worden. In dat opzicht was de gelijkekansenmanifestatie van 10 maart voor de sp.a er één van ‘gemiste kansen’. Men moet zo’n optocht niet politiek accapareren, maar men moet zich ook niet met anderhalve man en een paardenkop verstoppen helemaal achteraan de manifestatie. Was het geen uitgelezen moment om te tonen dat de sp.a inderdaad anders is geworden en dat het volk op de been kan krijgen voor haar project? In vergelijking met de meeste delegaties in de manifestatie was er trouwens bijzonder weinig Animo. Op zo’n moment mogen er ‘trommels en trompetten’ aan te pas komen en kan een werve(le)nd feestje ontstaan. De woorden van Janssens blijven nagalmen: ‘als de sp.a niet vooruit gaat, stappen we sowieso niet in een volgende regering.’ Om dit te vermijden zal de partij nog een extra inspanning moeten doen en alle kansen die ze krijgt maximaal aanwenden. Misschien moet men in dit verband wel eens wat (valse) bescheidenheid aan de kant durven schuiven.

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 4 (april), pagina 1 tot 2