Abonneer Log in

Politiek of 'klinkers kopen'?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 10 (december), pagina 1 tot 2

Men heeft het al vaker beweerd, maar toch wijst veel erop dat de komende parlementsverkiezingen de meest onvoorspelbare worden van de laatste tien jaar. Op louter formeel vlak zal gekeken worden naar de ‘stemmenopbrengst’ die de diverse ‘verruimingsoperaties’ met zich zullen brengen. Er zal gekeken worden naar het effect van het verdwijnen van een aantal oude rotten - Louis Tobback en Jean Luc Dehaene - en van de vereiste van seksepariteit voor de kieslijsten en van het ritsprincipe voor de eerste vier plaatsen. Er zal gekeken worden op welke manier en, vooral, met welk profiel, de nieuwe CD&V zich al of niet zal weten te herpakken. Er zal gewikt en gewogen worden of de regeringsdeelname van de groenen hen geen windeieren heeft gelegd. Er zal gekeken worden naar de invloed van ‘stemmentrekkers’ - gereduceerd tot ‘teletubbies’ of ‘bertjes’ - op de verkiezingsuitslag. En er zal, uiteraard, gekeken worden naar het electorale succes van extreemrechts, waarop de huidige paars-groene coalitie zélf wenst beoordeeld te worden.

Wat vooral opvalt is de radicale keuze die alle politieke formaties hebben gemaakt voor het discours van de politieke marketing (of is het veeleer ‘gemarketed politiek’) en waarbij politieke issues vooral op hun ‘aantrekkingskracht’ bij de diverse (vermeende) kiespublieken worden gewogen. Dit worden de verkiezingen van de verkiezingsanalysten, van diegenen die beweren kiespublieken en hun belangstellingspunten haarfijn te kunnen differentiëren. En indien we die analysten mogen geloven, dan behoren de onderling verbonden thema’s van de globalisatie, van de multiculturele samenleving en van de duurzame ontwikkeling niet tot de hot issues die mensen bezig houden of, exacter, die maken dat je stemmen kan trekken. Daar hebben de media voor gezorgd, die reeds lang ‘de politiek’ tot theater hebben gereduceerd en misschien ook nu weer Bracke en Crabbé de kans zullen geven om een quasi-onbekende pion pijlsnel de top in te sturen.
Hoewel er zich zienderogen een ‘buitenparlementaire oppositie’ van andersglobalisten in heel Europa vormt, houden de politieke partijen en zelfs de vakbonden (althans bij ons) de boot af. Het is tenminste een verdienste van Guy Verhofstadt dat hij het belang van de globalisering wel bovenaan de agenda plaatst, zij het dan als een apologeet en dat hij de discussie met andersglobalisten - zeer mediatiek, maar wie doet dat niet - tenminste ernstig neemt. Hoe andere partijen zich tegenover de andersglobalisten profileren blijft een raadsel, het uitgesproken pro van de sympathieke Staf Nimmegeers niet te na gesproken. En nochtans bevatten deze drie thema’s - globalisering, multiculturalisering en duurzame ontwikkeling - de kern van de politiek-economische ontwikkelingen die de manoeuvreerruimte van regeringen de komende decennia zal bepalen. Daarin geen positie innemen getuigt niet alleen van een gebrek aan politiek doorzicht, het dreigt de bevolking ook zand in de ogen te strooien want hun gevolgen zullen bij iedereen, tot op hun bord, zichtbaar worden.

De waarheid is namelijk dat de politiek - de overheid, zeg maar - de laatste decennia enorm veel macht heeft afgestaan aan economische actoren die op wereldschaal opereren en zich geen snars aantrekken van lokale ‘politieke gevoeligheden’: kijk maar naar de Waalse knieval voor FN en voor de tabakslobby.
De honderd grootste multinationale bedrijven ter wereld beheersen, aldus Noorena Herz in De Stille Overname, nu ongeveer 20 procent van de buitenlandse activa ter wereld en van de honderd grootste economische eenheden ter wereld zijn er eenenvijftig bedrijven, en slechts negenenveertig staten. De onderhandelingen in de Wereldhandelsorganisatie willen die verschuiving van de macht van politiek naar economie nog verder doordrukken, ook op het gebied van de cultuur. Reagan en Thatcher hebben de sporen gelegd voor een beleid dat vandaag rustig wordt verdergezet: het kapitaal betaalt steeds minder belastingen - is, met andere woorden steeds minder solidair - en dus moet de politiek het steeds meer rooien met de inkomsten die ze via belastingen op arbeid en consumptie weet bijeen te sprokkelen. Dat het daarbinnen mogelijk blijft een sociaal verantwoord beleid te voeren hebben Frank Vandenbroucke of Steve Stevaert duidelijk geïllustreerd, maar dat neemt niet weg dat de marges waarin zij kunnen opereren steeds smaller worden. In de eenentwintigste eeuw zijn het in toenemende mate de ondernemingen zélf die bepalen of, hoeveel en waar ze (weinig) belastingen zullen betalen en/of (tijdelijke) werkgelegenheid zullen creëren.
De beleidsmaatregelen van IMF en Wereldbank - deregulering, liberalisering, vermindering van de overheidsuitgaven - hebben de moeizaam opgebouwde institutionele verhoudingen tussen arbeid en kapitaal uitgehold, hebben massale privatiseringsprogramma’s opgelegd waar slechts een minderheid profijt uit wist te halen en hebben overheden verboden om hun uitgaven voor welzijnsbehoeften te verhogen. In de Verenigde Staten ging 97% van de beloofde inkomensverhogingen in de laatste 20 jaar naar de rijkste 20% van de huishoudens en daalde het inkomen van de armsten: 40% van de rijkdom is in handen van de rijkste 1%. En toch durft ook bij ons geen enkele partij het aan om voor belastingverhogingen te pleiten, ook niet indien zij in de eerste plaats de rijken zouden treffen en ook niet indien zij vooral zouden worden ingezet voor betere openbare dienstverlening. Het vrijemarktvertoog is voorwaar diep in de geesten doorgedrongen.

Het is in dit kader dat het ‘multiculturalismedebat’ moet worden gesitueerd, want het betreft hier allemaal samenlevingsproblemen die zich hoofdzakelijk bij de armsten en de zwaksten opstapelen, maar die wel door de toenemende kloof tussen arm en rijk op wereldschaal worden veroorzaakt. Werkloosheid, nepstatuten, flexibilisering en arbeidsonzekerheid, ze zijn allen het gevolg van de nieuwe kapitalistische wereldhegemonie, maar omdat die zo ongrijpbaar is geworden worden gevoelens van onzekerheid makkelijk hertaald in samenlevingsproblemen tussen gedepriveerde groepen. Des te schrijnender is het daarom dat een deel van die gedepriveerden in de lokroep van een extreemrechts gelooft, dat nochtans op sociaaleconomisch vlak de heraut is van nog grotere speelruimte voor het kapitaal. Van vals bewustzijn gesproken!
De groeiende samenlevingsproblemen worden daarom maar met een law-and-order-discours aangepakt, en ook daarin waren Reagan en Thatcher de voorlopers. De resultaten? De Amerikaanse gevangenisbevolking is in de afgelopen 30 jaar met niet minder dan 800% gestegen! Het moge een waarschuwing zijn voor diegenen in ons land die het stoere discours van de ‘zerotolerance’ en van de ‘jeugdgevangenissen’ vertolken of die menen dat ze door de (op volstrekt losse gronden gebaseerde) aanhouding van een charismatische, islamitische leidersfiguur, pais en vree kunnen doen nederdalen. Nee, de politieke marketeers zijn al te druk doende om een schijngestalte van de macht via schijnissues een schijnpublieke opinie te laten representeren, omdat ze van daadwerkelijke maatschappijanalyse geen kaas hebben gegeten en gewoon niet maatschappijkritisch zijn ingesteld. Maar zijn politici dat nog wel? Durven zij nog wel de moeilijke vragen stellen? Kunnen zij de moeilijke vragen nog wel begrijpen? Zijn zij, met andere woorden, nog wel politici, van wie het geloof in de maakbaarheid van de samenleving niet beperkt wordt tot wat zij - of hun marketeers - nog als ‘publicitair haalbaar’ inschatten? Het antwoord hierop is, althans voor de samenleving, eigenlijk belangrijker dan de vraag wie de verkiezingen in het Belgische lunapark zal winnen….

Koen Raes
*Hoofdredacteur *

edito - media en politiek - sociaaldemocratie - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 10 (december), pagina 1 tot 2