Abonneer Log in

De onvermijdelijkheid van een oorlog en de onmacht van de democratie

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 3 (maart), pagina 1 tot 2

Pessimisme van de geest, optimisme van de wil, hoe vaak is dit devies niet al te pas en te onpas van stal gehaald om er een politieke constellatie mee te duiden? En kan men het vandaag niet weer andermaal perfect toepassen op de Amerikaanse oorlogsdreiging tegenover het regime van Saddam Hoessein in Irak? Want de Amerikaanse oorlogsvoorbereiding gaat zonder schroom door vanuit de zelfgenoegzame zekerheid dat de regering Bush uiteindelijk de wereldopinie wel naar haar hand zal kunnen zetten. En dat terwijl belangrijke leden van de Veiligheidsraad - China, Frankrijk, Duitsland - openlijk stellen van hun vetorecht gebruik te zullen maken indien de Verenigde Staten en Groot-Brittannië die raad om een mandaat vragen voor hun oorlog, en terwijl het VN-inspectieteam onder leiding van Blix uitdrukkelijk stelt nog maanden tijd nodig te hebben om zijn onderzoek van de Iraakse ontwapening tot een goed einde te brengen. Een meerderheid in het Turkse Parlement stemt tegen Amerikaanse troepenbewegingen om die oorlog logistiek te ondersteunen, in tientallen landen op de wereld - ook, gelukkig, in Groot-Brittannië - wordt massaal tegen de oorlog geprotesteerd omdat er geen enkele legitieme grond voor kan worden aangewezen en alom worden burgerinitiatieven genomen tegen de Amerikaanse oorlogsplannen. Een dergelijke schaamteloze verwaarlozing van de geringe democratie die er op wereldvlak bestaat is nog maar zelden vertoond en dwingt ons om grondig na te denken over de nieuwe machtsverhoudingen die zich in de 21ste eeuw op wereldvlak aandienen en waarin, inderdaad, de Verenigde Staten nog de enige militaire supermacht zijn.

Want onder alle vredesactivisten die zich de voeten van het lijf lopen om tegen de oorlog te strijden leeft tegelijk de overtuiging dat de Amerikaanse regering daaraan haar voeten zal vegen, omdat ze die oorlog nu eenmaal koste wat het kost wil. Met argumenten als het even kan, maar zonder argumenten als het niet anders kan. De fragiele internationale instellingen die door de Verenigde Naties werden uitgebouwd worden hierbij radicaal voor schut gezet. Indien de Verenigde Staten een oorlog willen ontketenen omdat ze toch één geslaagd signaal willen kunnen uitzenden na het debacle in Afghanistan waarin iedereen - behalve Osama Bin Laden en Al-Qaeda - onder de voet werd gelopen, dan zal dat signaal gegeven worden.

In The Eagle’s shadow (2002) probeert Mark Hertsgaard zijn landgenoten duidelijk te maken waarom de wereld niet beaat de hielen likt van het land dat voor iedereen toch per definitie als het land van de vrijheid en de vooruitgang moet worden gezien. Maar er zullen wellicht nog bibliotheken nodig zijn om de Amerikanen te overtuigen dat er nog een andere wereld bestaat dan ‘the world according to America’s interests’. En dat is meer dan dringend, want wie als niet-Amerikaan, Amerikaanse kranten leest of naar CNN kijkt, wordt telkens opnieuw getroffen door de beangstigende eenzijdigheid waarmee in Amerika de wereld in good guys en bad guys wordt opgedeeld, zonder enig gevoel voor nuancering. Wie dat toch probeert - zoals Noam Chomsky of Susan Sontag - wordt meteen uit de ether gebannen en krijgt verwijten van antipatriottisme of ‘heulen met de vijand’ naar het hoofd geslingerd, die iedere redelijkheid tarten.

Waar wij, Europeanen, ons inderdaad het meest moeten om bekommeren, dat is om de stem van de verbrokkelde vredesbeweging in de Verenigde Staten zélf, die in de hoogdagen van de Vietnam-oorlog wel degelijk een stem in het kapittel had, maar momenteel quasi-monddood is gemaakt. Want één ding is duidelijk: deze oorlog gaat niet alleen om Irak en om de oliebelangen van Bush’ entourage, deze oorlog is er ook een tegen de mogelijkheid zélf om aan het geschil tussen de Verenigde Naties en Irak een vreedzame oplossing te geven. Dankzij de VN-wapeninspecties werden tussen 1991 en 1998 in Irak méér massavernietigingswapens (chemische munitie, lanceerinstallaties) vernietigd dan door alle bombardementen die sinds 1991 boven Irak door Amerikaanse en Britse bommenwerpers werden verricht. De Verenigde Staten willen de geloofwaardigheid van vreedzame oplossingen niet versterken, omdat ze daardoor de geloofwaardigheid van de Verenigde Naties zouden versterken en hun eigen positie van wereldpolitiemacht daardoor zouden verzwakken. Alleen een oorlog kan de Amerikaanse hegemonie bekrachtigen. De hele wereld, Europa incluis, mag dan al alle belang hebben bij een vreedzame beslechting van een geschil, de Verenigde Staten daarentegen hebben, na het einde van de Koude Oorlog, nood aan een externe vijand om hun wapenindustrie draaiende te houden en hebben in die zin belang bij het versterken van het moslimfundamentalisme. Dat is cynisme in het kwadraat, maar het is wel de realiteit. Hierdoor versterkt nu ook een pessimisme van de wil het pessimisme van de geest, en dat is dodelijk voor (ieder geloof in) iedere democratische politiek. Bedankt, Uncle Bush!

Koen Raes
Hoofdredacteur

edito - oorlog - internationale veiligheid - Irak - Verenigde Naties

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 3 (maart), pagina 1 tot 2