Abonneer Log in

De PS tussen volkshuis en night-club

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 4 (april), pagina 1 tot 2

38,7 %. Dat is de score die de electorale barometer van La Libre Belgique de PS onlangs meegaf. Daarmee komen de Franstalige socialisten stilaan opnieuw in de buurt van hun electoraal hoogtepunt uit 1987, toen jaren centrumrechts beleid hun score tot 40,9 % voortstuwde. In Vlaanderen wordt wel eens raar opgekeken bij de bekendmaking van dit soort percentages. Toch zijn enkele nuanceringen op zijn plaats.

Bovengenoemd cijfer geldt enkel voor Wallonië. Bij de Franstalige Brusselaars heeft de MR nog steeds een voorsprong, al werd die volgens de laatste peiling herleid tot een magere 2,3%. Dat is dan weer vooral te wijten aan de zwakte van de MR die - gelijktijdig met de VLD - te kampen kreeg met een aantal interne problemen, niet het minst de fiscale losbandigheden van Daniel Ducarme en Richard Fournaux. Ook mag men niet vergeten dat er in Franstalig België geen sterk extreemrechts blok bestaat en dat deze stemmen dus sowieso over de andere partijen kunnen verdeeld worden.
Niettemin is het opvallend. De PS is de enige regeringspartij die er volgens de peilingen op zou vooruitgaan ten opzichte van 18 mei en Elio Di Rupo is veruit de populairste politicus. Daar zijn verschillende mogelijke verklaringen voor. Er is het aspect van de stabiliteit. Tegenover een wankele MR staat de PS als een rots in de branding. Er is de verbondenheid met de kiezers, wat zich uit in vormen van dienstbetoon maar wat ook extreemrechts op een afstand houdt. En het is ongetwijfeld vooral het resultaat van een geslaagde facelift onder leiding van Elio Di Rupo.
Net als de SP leed de PS in 1999 een forse nederlaag. De partij zakte bij de federale verkiezingen onder de symbolische grens van 30% en was sinds de piek van 1987 een derde van zijn electoraat verloren. Een onderzoek naar de perceptie van de Franstalige politieke partijen bij de kiezers gaf aan dat de PS met een ouderwets, verstard en vermolmd imago kampte. Kortom: het beeld dat in Vlaanderen nog steeds in grote mate leeft. Net als Janssens en Stevaert besefte Di Rupo dat het vijf voor twaalf was. Hij startte een ingrijpende vernieuwingsoperatie op, vergezeld van een frisse communicatie. De partij werd verjongd en vervrouwelijkt. Zo werd de toen nog volslagen onbekende Marie Arena in 2000 tot Waals minister van arbeid gebombardeerd en mocht ze vorig jaar doorgroeien naar de federale regering. Di Rupo nam het openlijk op tegen de baronieën in zijn partij. Zelfs in Luik slaagt hij erin om - langzaam maar zeker - de wind te doen keren. De deuren en lijsten werden opengezet voor vertegenwoordigers van het ruime progressieve middenveld, zoals de christelijke arbeidersbeweging, ngo’s of andersglobalisten. Di Rupo, die deelnam aan de Wereld Sociale Fora in Porto Alegre en Mumbaai, maakte van de strijd voor een andere globalisering een volwaardig hoofdstuk in het partijprogramma en op congressen. De nadruk werd ook in toenemende mate gelegd op postmateriële waarden. Over softdrugs neemt de PS een radicaler-libertaire positie in dan sp.a en ook de gelijkberechtiging van holebi’s werd een prioriteit. Op Wereld Aids Dag tooide het hoofdkwartier van de PS zich met een reuze condoom en dook de voorzitter het Brusselse nachtleven in om condooms uit te delen aan jongeren. De PS heeft perfect de aansluiting met de jonge generatie gevonden.
Het is echter niet omdat Di Rupo de trendy Brusselse night-clubs onveilig maakt, dat hij daarom de volkshuizen in Seraing of de Borinage links zou laten liggen. De metamorfose van de PS wordt perfect gesymboliseerd via het nieuwe logo. De vormgeving is modern en stijlvol, maar tegelijkertijd kleurt het logo zéér rood en werd de ‘ S’ veel vetter aangezet dan de ‘P’. De links-rechtstegenstelling - in Vlaanderen steeds meer als achterhaald beschouwd - vormt voor Di Rupo meer dan ooit de inzet van het maatschappelijk debat. In tegenstelling met sp.a ging de succesvolle vernieuwingsoperatie bij de PS dus gepaard met een verlinksing van het discours.
Dat is ook absoluut niet verwonderlijk als je kijkt naar de verschillende socio-economische context waarin beide partijen opereren. Nog meer dan bij vernieuwingsoperaties ligt daar waarschijnlijk dé verklaring voor het succes van de PS. Als uit studies blijkt dat de gemiddelde Waal het nog steeds met 15% minder beschikbaar inkomen moet stellen dan de doorsnee Vlaming, is het logisch dat er een groter publiek bestaat voor een uitgesproken linkse partij in Wallonië dan in Vlaanderen.
Dat verschil kwam de voorbije maanden ook tot uiting in verschillende dossiers op regeringsniveau, zoals het systeem van dienstencheques of de verscherpte controle op werklozen. Dergelijke dossiers worden in Vlaanderen al snel gekaderd als onoverbrugbare tegenstellingen tussen noord en zuid. Met dat soort veralgemeningen moet echter opgepast worden. Zo is het vrij evident dat bepaalde zogenaamde ‘Waalse’ standpunten ook in Vlaanderen op bijval kunnen rekenen. Vlaamse gepensioneerden of invaliden zullen waarschijnlijk niet ontevreden zijn met de vasthoudendheid van de PS inzake het welvaartsvast maken van de uitkeringen. Deze onlangs goedgekeurde maatregel kan overigens - ondanks de aanzienlijke beperkingen - een historische stap genoemd worden voor de socialistische beweging in België. Ook op politiek vlak is er geen sprake van een algemene tegenstelling tussen noord en zuid. Franstalige en Vlaamse liberalen trokken in beide voornoemde dossiers aan één zeel met de sp.a. Veeleer was de PS geïsoleerd.
Zelfs de twee socialistische fronten zijn niet zo homogeen. Zo leeft er eveneens in Vlaamse syndicale middens dikwijls sympathie voor het PS-standpunt, dat meestal dichter aanleunt bij dat van de vakbonden. Het is zelfs vrij evident dat leden en mandatarissen binnen de twee socialistische partijen soms (stiekem) neigen naar het standpunt van ‘de overzijde’. Meer dan van een algemeen mentaliteitsverschil tussen noord en zuid of tussen Vlaamse en Franstalige socialisten, is er dan ook eerder sprake van een iets traditioneel-linksere invulling van het socialisme aan de andere kant van de taalgrens. Het lijkt dan ook vooral die ‘dreiging’ van een sterk links blok te zijn die sommigen in Vlaanderen ertoe brengt de PS als de baarlijke duivel af te schilderen.
Los van politieke voorkeuren moet vastgesteld worden dat via de PS het ideologisch spectrum op Belgisch niveau verbreed wordt. Misschien moeten we dat als een democratische meerwaarde beschouwen in een kartellerend Vlaanderen waar de stelling dat democratie een georganiseerd meningsverschil is, steeds meer terrein verliest.

Dave Sinardet
Redactielid

edito - Wallonië - PS - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 4 (april), pagina 1 tot 2