Log in

De laatste zin

redactioneel

Wat we zien hangt af van wat we willen zien en van hoe we kijken. Ook van de afstand die we daarvoor innemen. Vanop grote afstand is het beeld minder scherp, maar soms komt zo een reliëf naar boven die we vanop de begane grond niet (h)erkennen. Als we enkele losse feiten van de afgelopen weken op één hoop gooien, ontwarren we dan een nieuwe Gestalt? Zien we een patroon in het geheel, of gaat het om gezichtsbedrog?

In de VS wint George Bush het van John Kerry. Veel boeiender dan de campagne zijn de exit polls die de overwinning van Bush helpen begrijpen. Als de omstandigheden de Democraten ooit gunstig gezind waren, dan was het wel begin november 2004. Toch wint Bush, vooral omdat hij meer kiezers kon mobiliseren die rond de ethische thema’s (abortus, homorechten) zijn harde compromisloosheid waardeerden. De verkiezingen laten de VS achter als een verdeeld, gepolariseerd land waarin nogal wat bitterheid de samenleving aantast.
In Nederland proberen kogels nog maar eens om een mening te doen verstommen. Theo Van Gogh is er na zijn verwerpelijke executie een martelaar van de vrije meningsuiting. Zijn roepen en tieren, verwijten en beledigingen rechtvaardigen geen enkele gewelddaad, maar evenzeer als de kogels die hem stil maakten zijn het luide getuigen van scherpe, gepolariseerde samenlevingsproblemen. Samen met de inhoud van en discussie over de sociale hervormingsplannen van het kabinet ‘Bak Ellende’ lijkt het ooit zo toonaangevende ‘Nederland Gidsland’ snel te verharden. Alsof een koude, kille wind de samenleving uiteenblaast en de bevrijde individuen veroordeelt tot eenzame zelfredzaamheid.
In België schrijft Frank Vandenbroucke een brief. Daarover is al veel geschreven en vergeten. Maar als het stof is gaan rusten blijven enkele zinnetjes op de maag liggen. Ze gaan niet over dit stomme maar pijnlijke incident, ze raken de essentie van het probleem veel dieper, in de kern. Zo schrijft De Standaard van 20 oktober in een artikel ‘Zonnetje weg in Teletubbieland’: ‘De socialisten zullen ook moeten nadenken over het project dat ze aan de kiezers willen voorleggen. Het socialistisch elan is verworden tot een dosis realiteitszin.’ Volgens de auteurs is de droom van een socialistische volkspartij dood omdat Vlaanderen er gewoon te rechts voor is. Ze hebben dus maar deels gelijk. Als Vlaanderen rechts is, is dat ook omdat links dat laat gebeuren. Vlaanderen is niet voorbestemd om rechts te zijn, als dat laatste al zou kloppen.

Deze zinnen zijn zoveel belangrijker dan de interne, anonieme maar openlijke kritiek op de partijtop zoals die in De Morgen van diezelfde 20 oktober te lezen was. Walter Pauli liet er socialisten - ‘meervoud, geen enkelvoud, die niet de minste reden tot klagen hebben’ - aan het woord die vonden dat Stevaert met te weinig mensen werkt, dat er te weinig onderling debat is en dat we niet weten waar de partij de volgende vijf dagen heen wil. Dat er op dit ogenblik geen alternatieven bestaan voor de partijelite betekent niet dat de huidige heersers niet langer voldoen. Maar dat betekent anderzijds ook niet dat een ervaren en goedmenende partijtop geen fouten kan maken. Als sommige journalisten, analisten, kiezers en partijmilitanten geen project zien, dan schort er minstens iets aan de communicatie. Als er al niet meer aan de hand is.
Hebben die verhaaltjes met elkaar te maken? Wellicht niet. Hoewel. Ze laten allemaal een bittere smaak na. Misschien wijzen ze op koudere, polariserende, hardere, veramerikaanste samenlevingen. Misschien ook niet. Wat er ook van weze, heel wat mensen voelen dat zo aan en zoeken dus naar een bekommerd oor, naar een uitgestoken hand die hun belangen in de harde verdelingsstrijd ter harte neemt.
Want niet voor iedereen is het einde van de ideologieën, de individualisering, de kenniseconomie, de modernisering, de ontzuiling, de flexibilisering, enzovoort in eerste instantie een bevrijdende opportuniteit. Voor nogal wat mensen, de lagergeschoolden, de laaggeletterden of zij die sukkelen met hun huur, kortom de zwakkeren van het moderne proletariaat, is die nieuwe vrijheid zeer bedreigend, onrustbarend, angstwekkend.
Vandaar dat het dwars door de aderen snijdt in De Standaard van 30 oktober 2004 als laatste zin in de analyse over de sp.a in de recentste opiniepeiling te moeten lezen: ‘Opvallend: sp.a/spirit lijkt de aansluiting bij de lagere klassen en de arbeiders helemaal kwijt te geraken.’ Het zal sommige ‘moderne’ socialisten misschien niet eens vreselijk in de oren klinken. Maar deze vaststelling is niet zozeer het ultieme bewijs dat de hippe kartelformule niet langer de partij van de zwakken en zieken is. Als deze analyse klopt, dan is dat vooral een pijnlijke nederlaag waarop zeer snel een (ander) antwoord moet worden gevonden.

Vandaar dat het bijzonder hoopgevend is dat Stevaert de failliete ideeënfabriek laat voor wat ze is en van het Vlaams socialisme op een ideologisch - een ideologisch! - congres in de tweede helft van 2005 meer wil maken dan een verzameling van leuke of interessante voorstellen. Ja, al deze creatieve maatregelen deelden, ongeveer, een gemeenschappelijke onderbouw, maar ze konden de indruk van ideologische verschraling - op het moment dat andere partijen zich fundamenteel herbronnen - niet wegnemen. De ideologische herbronning organiseren langsheen werkgroepen over specifieke problemen is slechts een methode, maar het resultaat mag niet zijn dat ideologische herbronning staat voor een door realiteitszin versmoorde ambitie. De verleidelijke defaitistische ‘vaststelling’ dat in een rechts Vlaanderen een socialistische partij moeilijk kan overleven zou voor sommigen wel eens het excuus kunnen zijn om de ideologische herbronning onder te dompelen in overdreven pragmatisme.
Een krachtig, levendig en ambitieus socialistisch project is meer dan ooit van doen. Want ‘wij hebben waap’nen hen te raken, die dorstig schijnen naar ons bloed.’
De laatste zin hoeft dus niet hopeloos te klinken.

Carl Devos
Hoofdredacteur

edito - perceptie - media en politiek

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 9 (november), pagina 1 tot 2