Abonneer Log in

Het generatieplan dat maar geen pact kon worden

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 10 (december), pagina 1 tot 2

Het generatiepact zal de geschiedenis ingaan als een merkwaardig conflict. Een conflict op vele fronten: in de overlegarena, in de media, in de bedrijven en op straat. Een conflict met een bizarre frontvorming. Een bonte schare die zich verenigde tegen de vakbonden. Volgens het andere kamp hielden deze kortzichtig en krampachtig vast aan verworven rechten.

Een conflict met toch wel wat verrassingen. De redactie van de-krant-die-durft, die niet alleen in haar editoriaal de (socialistische) vakbond de mantel uitveegt, maar ook in haar gewone verslaggeving vooral gewag maakt van schermutselingen, treinreizigers die ‘plompverloren in het Vlaamse landschap worden achtergelaten’, en andere schelmenstreken.
De premier die zich in het vuur van zijn betoog ‘verspreekt’ en die de topman van het ABVV vergelijkt met een Vlaams Blokker, of was het omgekeerd? En die na een massabetoging fijntjes opmerkt: ‘het pact blijft intact.’ Jong Spirit die op de vakbondszetels komt uitleggen dat de vakbonden niet de belangen van de jonge generaties voor ogen hebben. Werkgeversorganisaties die kosten noch moeite sparen om het recht op werk te etaleren.
Maar het was ook een conflict met barsten in bestaande fronten. Er waren de wrijvingen tussen de vakbonden onderling over de te volgen strategie. En het open conflict binnen de socialistische familie tussen partij en vakbond. Het derde conflict op rij, na het interprofessioneel akkoord dat niet door het ABVV maar wel door de regering werd goedgekeurd en de valse noten op het 1 meifeest rond de algemene sociale bijdrage. Op de achtergrond was er de oorverdovende stilte van de parlementen en van de democratische oppositiepartijen. Maar dit is werk voor de betere kroniekschrijver.
Tijdens het hele conflict kwamen steeds dezelfde vragen boven drijven: was het dan niet nodig om iets te ondernemen en is het regeringsplan nu al dan niet sociaal rechtvaardig?
Over de noodzaak om de toekomst voor te bereiden bestaat er geen discussie. Geen weldenkend mens die eraan twijfelt dat de financiering van de sociale zekerheid veilig moet worden gesteld en dat er voldoende mensen aan de slag moeten blijven, willen we de economie draaiende houden op het ogenblik dat minder jongeren op de arbeidsmarkt komen. Maar leg maar eens aan de 600.000 werklozen van vandaag uit dat ouderen nu langer moeten werken om die toekomst veilig te stellen. In Vlaanderen, dat het snelst zal worden geconfronteerd met de ontgroenings- en vergrijzingsverschijnselen, zullen er volgens de demografen 170.000 minder mensen actief zijn op de arbeidsmarkt in 2020. Dit is nog altijd minder dan de 220.000 werklozen die Vlaanderen op vandaag telt. En het Planbureau heeft net berekend dat, ondanks de betere groeivooruitzichten, de werkloosheid ook het volgend jaar niet zal krimpen. Want de beroepsbevolking zal nog toenemen, onder meer omwille van de regeringsmaatregelen om mensen langer aan het werk te houden…
Zou er dan toch iets schorten aan de timing van de regeringsmaatregelen? Of hebben we gewoon een veel te statische visie op de werking van de arbeidsmarkt, alsof de arbeidsmarkt een taart in een vaste vorm is: als je er een stuk van afsnijdt dan blijft er minder voor de andere over? Misschien beseffen we nog niet dat de arbeidsmarkt als een zelfrijzende taart is: hoe meer mensen (langer) aan het werk, hoe meer koopkracht, hoe beter voor de economie, hoe meer werkgelegenheid…

Is het ‘bijgestuurde’ pact dan zo onrechtvaardig? Er is zeker geen sprake van een sociaal bloedbad. De socialistische partijen hebben dit inderdaad voorkomen en het weinige overleg en de vele vakbondsacties hebben een en ander in de goede richting bijgestuurd. Maar er blijven pijnpunten bestaan: heel wat werknemers zullen een stuk inboeten op het recht om vervroegd uit te treden. De loopbaanvereiste om op brugpensioen te kunnen gaan op 58 en 60 jaar, wordt merkelijk verhoogd. Dat is vooral nadelig voor vrouwen en deeltijdsen, voor werknemers die veel periodes van werkloosheid hebben en voor werknemers die door hun studies laat op de arbeidsmarkt komen.
Op een ogenblik dat 1 op 2 Vlaamse werknemers één of meerdere problemen ondervindt met de werkbaarheid van het werk (zoals problemen met de combinatie van arbeid en zorg of met werkstress) komt een boodschap van langer werken hard aan. Wie het slachtoffer wordt van herstructurering kan nog op brugpensioen maar moet eerst in de ‘tewerkstellingscel’ en moet ook daarna tot 58 jaar beschikbaar blijven, op straf van schorsing. Als je dan weet dat slechts 4,1 % van de aangeworven personen ouder is dan 45 jaar dan stemt dat toch tot nadenken.
Oudere werknemers worden opgejaagd, maar het activeren van de werkgevers blijft nagenoeg uit. Bedrijven in ons land blinken nochtans niet uit in internationale vergelijkingen als het om opleidingsinspanningen gaat of om investeringen in onderzoek en ontwikkeling. En evenmin als het gaat om het voeren van een diversiteitsbeleid. Ze lonken vaak eerder naar nieuwe werknemers uit het Oosten in plaats van allochtonen die hier wonen echt een kans te geven.
Laat ons er op rekenen dat vooral de regionale overheden nu verder gaan sleutelen aan het arbeidsmarktbeleid zodat jongeren, ouderen en kansengroepen meer perspectief krijgen op werk en dat de werkgevers een constructieve houding aannemen bij het verder overleg over de invulling van de eindeloopbaanmaatregelen van de regering.

Er is niets mis met het bestaan van sociale conflicten. Wel integendeel, ze maken deel uit van het democratisch besluitvormingsproces. Maar er is wel een probleem als ze tot weinig of niets leiden. Want dan blijft enkel frustratie over. Pas dan keren mensen hun rug toe naar politici waarvan ze beter verwachten. En als het om sociaaleconomische thema’s gaat dan gaan die verwachtingen vooral naar de socialistische partijen uit. Precies daarom moeten vakbond en partij straks aan tafel gaan zitten om na te gaan hoe de samenwerking opnieuw beter kan. Want de sociaaleconomische uitdagingen blijven groot. Liberalen hebben het al over een tweede generatiepact en de gouverneur van de Nationale Bank over een competitiviteitspact waarbij de koppeling van de lonen aan de index wordt afgevlakt.
Het recept voor echt overleg tussen partij en vakbond is bekend maar niet zo voor de hand liggend: zoeken naar een gemeenschappelijk project, dialoog en wederzijds respect voor ieders eigenheid. Precies op die drie terreinen hebben de kameraden wat steken laten vallen. Laten we daar aan sleutelen!

Jean-Marie De Baene
Redactielid

edito - pensioen - generatiepact

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 10 (december), pagina 1 tot 2