Abonneer Log in

Kiezen voor een kosmopolitische blik

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 7 (september), pagina 30 tot 37

Vlaanderen worstelt met de overgang van ‘la Flandre profonde’ uit de 20ste eeuw naar het multi-etnisch, pluricultureel Vlaanderen van de 21ste eeuw. Een reeks incidenten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen zorgen voor toenemende polarisatie. Ze versterken het wij-en-zijdenken en de kloof tussen mensen. Dat vertroebelt ook onze blik op de kosmopolitische realiteit in onze steden. Dit essay pleit voor een gedurfder discours over de echte stedelijke realiteit. Dat missen we bij de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Debatten over diversiteit kleurden het voorjaar en de campagne voor 8 oktober. Daarbij lopen verschillende discussies door elkaar. Het gaat om het asielbeleid, om migratie, grenzen, draagkracht en solidariteit met mensen zonder papieren. Denk maar aan het ongeziene kerkasiel en de kerkontruimingen deze zomer.
Het debat over racisme is aangewakkerd door racistisch geïnspireerd geweld: de mp3-moord in het Brusselse Centraal Station in april, de racistische moorden in Antwerpen in mei op het tweejarige meisje en haar oppas en de aanslag op de vrouw op de bank. Nog dit voorjaar sloegen Brugse skinheads een kleurling en iemand met dreadlocks in elkaar, kreeg een zwarte man slaag bij een tankstation en verdronk een jonge Marokkaan in Antwerpen na een racistische ruzie. Eind juni sloegen allochtone jongeren een passagier op een Antwerpse bus. De man is gestorven. In Brussel en Antwerpen waren er marsen tegen zinloos geweld en tegen racisme. Eind augustus sloegen skinheads een Kosovaar in elkaar in Tienen.
Er volgt een debat over veiligheid op tram, bus, trein en publieke plaatsen. Van meer Lijnspotters tot de vraag om administratieve sancties voor 12- tot 16-jarigen, van de roep om meer politie tot harde taal over de opvoeding van die jongeren: de grens tussen paniekvoetbal en structurele voorstellen was flinterdun. Op de achtergrond blijft het debat over integratie, achterstelling en discriminatie, met torenhoge werkloosheidscijfers en onderwijsachterstand van allochtone jongeren. De achterstelling blijkt telkens weer, de fundamentele en structurele beleidsmaatregelen volgen hooguit mondjesmaat. Op deze discussies ent zich een partijpolitiek debat: hoe gaan we om met een partij die voor racisme is veroordeeld, wel van naam veranderde, maar niet van streken? En houdt het cordon sanitaire stand, omdat je als democraat geen compromissen kan sluiten met een dergelijke partij?
Ten slotte sluimert het debat over de media. Welke rol speelt de vierde macht als verslaggever en actor? Hoe gaan media om met een tot racisme veroordeelde partij? De verdeeldheid heerst er samen met de vertwijfeling en hier en daar een groeiende sympathie.

Van verouderde perspectieven…

Dit alles confronteert ons met de in Vlaanderen nog onverwerkte multiculturele realiteit. We beseffen nog maar half hoe sterk onze samenleving veranderde en we kijken nog door een verouderde bril. Om de veranderingen beheersbaar te maken, polariseren we in verouderde en (deels) onhoudbare wij-zijtegenstellingen. Extreemrechts en verwante politici kloppen die tegenstellingen op om het failliet van de multiculturele samenleving aan te tonen. Liberalen als Bart Somers hebben alleen nog oog voor individuen (‘weg met het groepsdenken’). Ze individualiseren structurele achterstelling weg. Tegelijk beklemtonen andere liberalen voortdurend de verschillen. Vele progressieven willen de kloof overbruggen, maar ook zij blijven denken vanuit wij-zijtegenstellingen. Telkens wortelt die wij-zijtegenstelling in het onvoldoende (her)kennen van de steeds complexere realiteit in onze steden. Die snel veranderende werkelijkheid in onze steden dwingt ons om anders naar onze samenleving te kijken.

… naar een kosmopolitische blik

De Duitse socioloog Ulrich Beck (2004) pleit daarbij voor een kosmopolitische blik als de enige manier om de werkelijkheid in onze steden te kunnen zien, zonder ons te laten verblinden door hokjesdenken in termen van nationaliteiten of etniciteiten. In onze wereldrisicomaatschappij verandert niet alleen de sociale strijd (Beck, 1986; Geldof, 2002), maar verliezen oude verschillen tussen binnen en buiten, tussen nationaal en internationaal, tussen wij en de anderen, hun bindende kracht. Kosmopolitisme is bij Beck meer dan een theorie of een traditie. Het tekent een nieuw tijdperk waarin de grenzen van de nationale staten geleidelijk oplossen en we ze politiek opnieuw moeten definiëren. De kosmopolitische blik staat tegenover de dominante nationale blik in ons denken, in het beleid en in het onderzoek, en tegenover het methodologische nationalisme.

Het of-ofdenken voorbij

De kosmopolitische blik is zowel het resultaat als de voorwaarde voor een nieuwe manier van waarnemen. De globalisering en de migratieprocessen dwingen ons om concepten als etniciteit en identiteit te herbekijken. De complexiteit in onze steden laat zich niet langer vatten in wij-zijtegenstellingen. Wie in of-ofcategorieën blijft denken, probeert het ‘eigene’ van het ‘vreemde’ af te grenzen, op basis van een territoriaal of-ofdenken over identiteit. Deze metatheorie van identiteit, maatschappij en politiek vervreemdt ons steeds meer van de realiteit in een wereld van en-en. We moeten oog leren hebben voor de ambivalenties en (culturele) tegenspraken. Dat kan door onze of-oflogica te vervangen door een en-enlogica.
Concreet: hoe typeren we Nederlandssprekende Belgen van Turkse origine? Deze transmigranten leven en werken in Antwerpen, Gent of Brussel, maar niet alleen daar. Ze hebben nog familie in Turkije en Berlijn. Ze drijven handel met Turkije en Amsterdam. Bij een aardbeving in Turkije zetten ze hier solidariteitsacties op. Als Turkije voetbalt, supporteren ze, maar ook voor de Belgische nationale ploeg. België-Turkije verdeelt de familie sportief…
Steeds meer mensen zijn niet langer vast te pinnen op één nationaliteit of één kenmerk. Ze zijn én Borgerhoutenaar én Antwerpenaar én Vlaming én Belg én Marokkaan. De Belgische jongere van Marokkaanse ouders spreekt Antwerps en supportert voor Beerschot. Hij kan een ‘Belgisch’ lief hebben, een ‘Marokkaans’ lief in Antwerpen geboren of een ‘importbruid’. ’s Avonds koopt hij sigaretten bij de Pakistaanse nachtwinkelier. Die is actief in de lokale middenstandsvereniging, vormt een netwerk met andere nachtwinkeliers in de stad en mailt dagelijks met zijn familie in Pakistan. Samen hebben ze het moeilijk met steeds meer Polen in ‘hun’ straat… Ook onze economie draait op vele nationaliteiten.
Door de intensieve migratieprocessen zijn meer en meer mensen, zeker in de steden, niet langer door één nationaliteit of één identiteit te definiëren. Onze nationale blik met zijn onderscheid tussen buitenlanders en ‘binnenlanders’ vat deze werkelijkheid niet langer. Steden worden transnationaal, met meervoudige lidmaatschappen en verwantschappen, over de grenzen van landen en nationaliteiten (Beck, 2004: 42-50). Deze transnationalen zijn inlanders en soms ook weer niet, afhankelijk van het perspectief. Ze leven in transnationale netwerken, verwachtingswerelden, ambities en tegenspraken. Deze transnationaliteit staat tegenover de bestaande begrippen in onze sociale ordening. Daar ligt de politieke en analytische provocatie. Of zoals Beck (2004: 110) stelt: ‘Welches Wir meinen wir, wenn wir über Wir reden?’ Het gaat om ‘tegelijk en ook’.

8 oktober blijft steken in wij-en-zij

Toch domineert in de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen nog het wij-zijdenken, zeker na alle incidenten dit jaar. Hierdoor zien we onvoldoende hoe juist dat leven tussen twee of meerdere culturen en bruggen slaan stilaan uitgroeit tot één van de kenmerken van onze cultuur. Het gaat niet alleen om de ‘verscheurdheid’, maar ook om de mogelijkheden om in een culturele melange vorm te geven aan het eigen leven en aan het samenleven. Lokale, nationale, etnische, religieuze én kosmopolitische culturen en tradities doordringen elkaar, verbinden zich met elkaar en vermengen zich. Naast het formele meervoudige burgerschap gaat het ook om meervoudig samengestelde, gelaagde identiteiten en rollen, en om de ambivalentie tussen die rollen en identiteiten.
Alleen wie een transnationale manier van kijken ontwikkelt, stelt Elisabeth Beck-Gernsheim (2004: 17), kan de leefwereld verstaan van wie is gemigreerd en zich nog steeds buiten de ‘meerderheidscultuur’ bevindt. Alleen door de monoculturele evidenties te verlaten, kunnen we de misverstanden overstijgen die de debatten over migratie en samenleven domineren. Kosmopolitisme betekent juist de (h)erkenning van de andersheid van de anderen, voorbij aan de misverstanden van territorialiteit en homogenisering van cultuur. Enkel terugplooien op de eigen, lokale identiteit van eigen-volk-eerst is daarom zinloos: provincialisme zonder kosmopolitisme is blind. Maar ook het omgekeerde geldt: kosmopolitisme zonder provincialisme is leeg. Lokale identiteit speelt een rol, ook als bindmiddel.

Durven we onze steden zien als kosmopolitische steden?

In onze steden wordt het onderscheid tussen burgers en niet-burgers, buitenlanders en binnenlanders, mensenrechten en rechten van staatsburgers met de dag onscherper. Binnen in onze steden spelen de internationale ongelijkheden, tegenstellingen en rechtvaardigheidsvragen alsmaar brutaler. Helaas durven we die amper benoemen, tenzij in repressieve termen. Het debat over mensen zonder papieren illustreert dit. Hoe humaan is het om asielzoekers na vijf jaar terug te sturen, inclusief kinderen die hier geboren zijn? De theoretische vraag of je geen rechtsongelijkheid inbouwt wanneer je regulariseert, is voor velen handig om ondertussen de realiteit te ontlopen. Het wordt van langsom moeilijker om strikte grenzen tussen nationaal en internationaal te trekken. Ongelijkheden binnen en tussen natiestaten en steden, maar ook transnationale ongelijkheden worden politiek explosief (Beck, 2004: 63). De gemeenteraadsverkiezingen dreigen daar opnieuw een uiting van te worden. De overgang naar een kosmopolitische samenleving tekent zich het duidelijkst af in steden. Globalisering is er geen abstract begrip, ze slaat neer in de straten en pleinen.
Laat me mijn eigen stad nemen, een Antwerpen dat velen nog niet (willen) zien, een deels verborgen stad. Officieel telt Antwerpen 462.000 inwoners, ruim 15.000 meer dan begin deze legislatuur. Na decennia van stadsvlucht groeit de metropool terug. Meer jonge gezinnen willen er wonen. Tegelijk zorgen gezinshereniging, huwelijksmigratie, regularisatie, toekenning van asiel of de uitbreiding van de Europese Unie voor meer inwoners. Vanuit de nationale blik hebben zo’n 60.000 inwoners een andere nationaliteit, waaronder 12.000 mensen met een Marokkaanse nationaliteit, iets meer dan 4.000 mensen met een Turkse nationaliteit en ruim 7.500 Nederlandse staatsburgers. Antwerpen telt 170 nationaliteiten.

De verborgen stad

Hier botst de klassieke nationale blik in termen van nationaliteiten echter op haar grenzen. Antwerpen ziet er in werkelijkheid immers heel anders uit dan in de officiële cijfers. Zoals in alle Europese steden vertelt de wettelijke stad steeds minder over de werkelijke stad. Bekijken we het reële Antwerpen nu vanuit een kosmopolitische blik. Naturalisaties vormen een eerste correctie op de cijfers. Bij Belgen denken we nog te gemakkelijk aan autochtonen, maar bij steeds meer Belgen verschillen nationaliteit en etniciteit. Het reële kosmopolitische Antwerpen is niet meer te vatten in termen van nationaliteiten. Kleinkinderen van de vroegere gastarbeiders krijgen automatisch de Belgische nationaliteit. Er zijn de bewuste naturalisaties van volwassenen, zeker na de snel-Belg-wet. Van 2001 tot 2004 werden in Antwerpen alleen al zo’n 22.000 ‘vreemdelingen’ Belg. Ruim één op acht van de officieel gekende inwoners heeft een andere nationaliteit, maar ruw geschat meer dan één op vijf van de officiële inwoners een andere etniciteit. Mohammed staat op één in de toptien van jongensnamen bij de baby’s in de stad.
Hebben we nu een beeld van de kosmopolitische stad? Nog niet: de echte stad laat zich zo gemakkelijk niet vatten. Duizenden mensen vallen buiten de cijfers, maar ze wonen wel in de stad. Asielzoekers zijn toegewezen aan OCMW’s in het hele land, maar velen wonen in Antwerpen. Soms kiezen ze zelf om niet te blijven wonen in Reetveerdegem of Schoten aan wiens OCMW ze zijn toegewezen. Ze zoeken land-, lot- of dorpsgenoten op in de stad. Even zo vaak willen (in alle opzichten) kleine OCMW’s en gemeentebesturen niet te veel kleur op het platteland, in hun verkavelingen of tussen het residentiële groen. Ze sturen ‘hun’ asielzoekers naar de steden, begeleid of als prooi voor huisjesmelkers. Begin 2006 had de stad Antwerpen kennis van zo’n 6.000 asielzoekers in de stad.
Helemaal onbekend zijn mensen die uitgeprocedeerd zijn en het land moesten verlaten. Toch wonen ze nog in de stad. Ze leven er met zovelen onzichtbaar dat ze zichtbaar worden, in Antwerpen-Noord, bij de voedselbedelingen, op de scholen of soms op straat. Ze werken onzichtbaar in keukens van onze restaurants, in ateliers van bedrijfjes of op bouwwerven. Nog anderen zijn nooit in een procedure gestapt. Ze kwamen hun geluk en tijdelijk (zwart)werk zoeken, maar zowel het geluk, het werk als de tijdelijkheid verschillen van de oorspronkelijke plannen. Het restrictief vreemdelingenbeleid heeft onbedoelde gevolgen, stelt sociologe Aleidis Devillé (2006) vast, waarbij de pogingen tot uitsluiting van mensen zonder papieren leiden tot een verder ondergronds gaan van deze mensen. Ondergronds, maar toch niet geheel onzichtbaar in de stad.
Ten slotte verblijven er duizenden mensen uit (nieuwe) EU-landen, vaak met een legaal toeristenvisum. Ze pendelen en werken in het zwart als poetsvrouw of in de bouw. Ze zijn het onzichtbare smeermiddel van onze economie en rijkdom. Polen vormen de zichtbare meerderheid met eigen netwerken, herkenbare Poolse nummerplaten, volgepakte wekelijkse pendelbussen, Poolse clubs, cafés en kerkdiensten, kleding, haarstijl en taal, voor wie het wil zien en horen.
Zo telt het reële, kosmopolitische Antwerpen meer dan een half miljoen inwoners, enkele tienduizenden mensen meer dan de officiële bevolkingscijfers. Officieel heeft de stad 60.000 mensen met een andere nationaliteit, in realiteit hebben minimaal één op vier van de reële inwoners een andere etniciteit. Dat deels verborgen, kosmopolitische Antwerpen is sterk zichtbaar in de verpauperde buurten en meer verborgen in de middenklassewijken.

Het kosmopolitische moet nog komen…

Toch is dit maar een momentopname. Kosmopolitische veranderingen zien we beter als een film; demografie werkt immers in golven en cohorten. Het beeld van de stad verandert daarbij sneller dan de inzichten en durf van de lokale politiek. De fixatie van de klassieke partijen op het Vlaams Belang en op de angst die de partij zaait en oogst, hypothekeren een open debat en een open blik. Daardoor mist de politieke wereld cruciale veranderingen. Velen - ook progressieven - propageren in oktober 2006 een beleid van gisteren voor de stad van morgen. Voor het reële Antwerpen in 2020 moeten we naar de kleuter- en lagere scholen vandaag kijken. Anno 2006 zitten in het lager onderwijs van Antwerpen binnen de Ring, inclusief de delen van Borgerhout en Berchem, meer dan de helft van de kinderen van wie de thuistaal niet het Nederlands is. Een basisschool als De Pijl (‘t Atheneum) heeft (samengevoegde) klassen met liefst 40 nationaliteiten. Steeds meer kinderen binnen de stadsgrenzen hebben een andere etnische herkomst: van 100% van de leerlingen in ‘zwarte’ concentratiescholen tot 20% in meer ‘witte’ en elitaire scholen. In alle scholen vinden we - zij het in zeer verschillende mate - een mengelmoes van nationaliteiten, een palet aan verschillende etnische achtergronden en een waaier aan levensbeschouwingen.

De dagelijkse conflicten in een kosmopolitische stad

Voor deze complexiteit en ambivalentie in onze steden schieten bestaande benaderingen tekort. Het multiculturalisme was lang te euforisch over de omgang met de diversiteit. De reële overgang naar de kosmopolitische stad gaat gepaard met spanningen, problemen en conflicten over territoria, culturen en kleine gewoonten. De veranderingen van het straatbeeld veroorzaken bij velen onzekerheid, angst en afweerreacties. Tegenmodernisering dreigt. Ook hier is nood aan een kosmopolitisch realisme, dat de dagelijkse problemen van het nieuwe samenleven erkent.
Al die problemen lossen we helaas niet op met een andere kijk. Een andere blik kan echter wel leiden tot een andere aanpak en een ander beleid. Wie de stad blijft bekijken in termen van Belg en niet-Belg of in andere wij-zijtermen, mist steeds meer de groeiende en meer genuanceerde realiteit van transnationaliteit, meervoudig burgerschap en meervoudige identiteiten. Een kosmopolitische blik erkent de andersheid en die meervoudige identiteiten wel. Ze vertrekt van de ambivalentie en waardeert die ook, in plaats van kunstmatig vast te klampen aan verouderende en afbrokkelende identiteiten. Dat biedt perspectief om te vermijden dat mensen angstig terugplooien op gereconstrueerde en deels verkrampte identiteiten, die aan weerszijden enkel tot fundamentalisme leiden: van eigen volk tot eigen fundamentalisme eerst.

Geraakt Antwerpen uit haar kramp?

De veelkleurige werkelijkheid verdwijnt immers niet als mensen mensen wegwensen of proberen weg te stemmen. De vraag is niet zwart-wit of we in Antwerpen met 170 nationaliteiten en nog meer culturen willen samenleven. De vraag is hoe we dit willen en kunnen, op een 21steeeuwse stedelijke manier, voorbij het wij-en-zij.
Het enige perspectief ligt in het moeizame zoeken naar een en-enverhaal. Dat betekent zoeken naar wat alle inwoners in Antwerpen en in andere steden verbindt of kan verbinden. Iedere stad is de plaats voor ontmoeting, op straten en pleinen, maar ook in de scholen en nog veel te weinig in de winkels en bedrijven. Samenleven vertrekt daarbij zowel vanuit respect voor het anderszijn als vanuit de erkenning van de bestaande samenlevingsconflicten.
Is dit haalbaar? Na de kerkasielen en de witte marsen rijst opnieuw de vraag naar de duurzaamheid van de confrontatie van onze samenleving en onze steden met zichzelf. Durven en kunnen politici en stadsbewoners bij de verkiezingen van oktober 2006 praten over de reële stad van vandaag en morgen? Of blijven velen - ook binnen de klassieke partijen - nostalgisch verlangen naar de stad van gisteren, een stad zonder ambivalentie, waarin we mensen netjes in hokjes kunnen opdelen? Vele politici sluiten zich verkrampt op in een catch-22: ze durven niet meer open over de reële veranderingen praten uit angst voor extreemrechts, en (mede daardoor?) groeit de angst voor die veranderingen verder.
Het is pijnlijk hoe het merendeel van de debatten vandaag nog vertrekt van die steeds meer voorbijgestreefde scheiding tussen ‘dé Belgen’ en ‘dé migranten’. Niet alleen extreemrechts, maar ook de klassieke partijen en sommige allochtonen blijven in de wij-en-zijtegenstellingen steken. Aan beide kanten van de gekoesterde demarcatielijnen gaat dan het over het eigen volk eerst, over samenlevingsconflicten en over gekoesterde verschillen. Vele rechtse politici herleiden vervolgens samenlevingsproblemen tot veiligheidsproblemen: door deze nefaste verwarring krijgt de echte criminaliteit onvoldoende prioriteit en raakt het samenleven alleen verder gepolariseerd.

Antwerpen binnenkort niet meer van iedereen?

Ronduit verontrustend is de verlokking die in Antwerpen uitgaat van het ‘Rotterdams model’. Daar mag men zich in bepaalde wijken enkel nog vestigen wanneer men meer dan 120% van het minimuminkomen verdient. Het Vlaams Blok omhelsde deze idee direct, ook al gaat ze evengoed ten koste van ‘eigen volk’ met lage inkomens, bijvoorbeeld na een scheiding. Maar ook liberalen en christendemocraten als Marc Van Peel flirten ermee. In die context is de passage in het boek van sp.a-burgemeester Janssens (2006: 19) verontrustend, wanneer hij de vraag stelt of ‘we het aandurven om ook de samenstelling van de stadsbevolking meer te sturen. Tot hoever kan diversiteit gaan? Mag eender wie naar de stad komen, mag eender wie hier blijven? Of durven we het debat aangaan om deze processen te sturen, al dan niet met harde hand? Als we uitdrukkelijk wensen dat sterkere groepen niet langer uit de stad wegtrekken, willen we dan ook dat zwakkere groepen niet (langer) naar de stad komen of er zelfs uit wegtrekken’ Is het vraagteken strategisch? Janssens suggereert een positief antwoord op (varianten op) het Rotterdams model, maar houdt (voorlopig) een slag om de arm. De deur staat op een kier, de koude wind komt binnen.
We staan hier zeer ver van de positieve benadering van de kosmopolitische stad. Hier klinkt een wij-zijdenken tussen ‘sterkere groepen’ die men wil aantrekken/houden, en ‘zwakkere groepen’ die dat verhinderen en die ‘we’ ‘dus’ uit de stad moeten krijgen. Is het niet de armoede, maar de armen die het probleem vormen? Meer duidelijkheid is hier nodig, of binnenkort wordt de nieuwe realiteit ‘Antwerpen was van iedereen.’ Wie zorgt hier nog voor de nodige tegenwind?

Van integratiedebat naar assimilatiedwang

Wil Antwerpen opnieuw een echte metropool zijn, dan moeten we onze blik openen voor de bestaande kosmopolitische stad die het is en nog meer zal worden. Dat vereist ook een meer open beleidsagenda. De laatste jaren verschoof het debat op van integratie naar assimilatie. Vlaams Belang bepleit een Leitkultur waar iedereen zich naar moet schikken of oprotten. Anderen pleiten subtieler voor assimilatie. Vanuit een kosmopolitische blik met aandacht voor de ambivalentie en transnationaliteit, zijn pleidooien voor assimilatie achterhoedegevechten. De diversiteit in de reële wereld maakt culturele mengvormen dominant, met diversiteit en pluralisme in al zijn verscheidenheid als reële Leitkultur. Toch is dit geen pleidooi voor cultuurrelativisme: juist de vele mengvormen maken een debat over gezamenlijke normen en waarden meer dan ooit noodzakelijk en onvermijdelijk. Voor een dergelijk debat is dialoog nodig om tot wederzijds begrip en respect te komen.
Vlaanderen moet ook meer dan één tandje bijsteken om structurele achterstelling te bestrijden. Met de onverwerkte overgang naar kosmopolitische steden lopen we hopeloos achter bij de structurele aanpak van achterstelling in het onderwijs, op de arbeidsmarkt en inzake huisvesting. Na het sociaal pact in het midden van de 20ste eeuw als antwoord op het arbeidersvraagstuk is er nood aan een diversiteitspact om de overgang naar een kosmopolitisch Vlaanderen te pacificeren en op een minder bedreigende manier te laten verlopen (zie Geldof, 2006).

De stad als kosmopolitische emancipatiemachine

Willen we van Antwerpen opnieuw een echte metropool maken, dan moeten we niet alleen economische, sociale, veiligheids- of samenlevingsproblemen proberen op te lossen. We moeten ook durven erkennen en vertellen hoe Antwerpen een globale en kosmopolitische stad is geworden, waar de globalisering zichtbaar-verborgen is in (bijna) alle straten en wijken. We kunnen ons niet langer veroorloven om als konijnen naar de lichtbak te staren en ons af te vragen of we dit wel willen, de vraag is hoe we het samen organiseren.
Maarten van Poelgeest, wethouder van Groen-Links in Amsterdam, spreekt over de stad als een emancipatiemachine, die al haar inwoners - ook tijdelijke - kansen moet geven om zich als mens te ontplooien. Het is een wervende metafoor voor onze kosmopolitische steden, die de lat heel wat hoger legt dan een vaak te vrijblijvend gelijkekansendiscours dat alleen geldt voor de officiële inwoners en dus de reële samenlevingsconflicten nooit kan oplossen. Werk maken om van onze steden emancipatiemachines te maken, vraagt alleszins veel meer structurele maatregelen.
Vervalt Antwerpen tot een verdeelde provinciestad vol verzuring, die zich in haar eigen gelijk en problemen wentelt? Of wordt het opnieuw een open metropool waar mensen samen naar oplossingen proberen te zoeken en van hun stad een echte emancipatiemachine durven maken? Pas wanneer we met een kosmopolitische blik naar onze stad durven kijken en ernaar handelen, kan Antwerpen echt uitgroeien tot de stad van iedereen die het vandaag al pretendeert te zijn.

Dirk Geldof
Socioloog, fractieleider in de Antwerpse gemeenteraad en werkzaam bij de politieke cel van Groen!

Literatuur
- Beck U. (1986) Risikogesellschaft. Auf dem Weg in eine andere Moderne. Frankfurt am Main, Suhrkamp.
- Beck U. (2004) Der kosmopolitische Blick, oder: Krieg ist Frieden. Frankfurt am Main, Suhrkamp.
- Beck-Gernsheim E. (2004) Wir und die Anderen. Vom Blick der Deutschen auf Migranten und Minderheiten. Frankfurt am Main, Suhrkamp.
- Devillé A. (2006) De onzichtbare rechteloze klasse. De leef- en belevingswereld van mensen zonder wettig verblijf in Vlaanderen en Brussel. Tijdschrift voor Sociologie, jrg. 27, nr. 2.
- Geldof D. (2002) Niet meer maar beter. Over zelfbeperking in de risicomaatschappij. Leuven, Acco.
- Geldof D. (2006) De stad is een kosmos. In: Alert, jrg. 32, nr. 3, pp. 66-79.
- Janssens P. (2006) Het beste moet nog komen. Antwerpen, Book & Media Publishing
- Platvoet L. & Van Poelgeest M. (2005) Amsterdam als emancipatiemachine. Bussum, Toth.

migratie - diversiteit - racisme - multicultureel

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 7 (september), pagina 30 tot 37