Log in

Het kantelmoment?

redactioneel

Het jaar 2006 was indrukwekkend, om vele redenen. Het Shakespeariaans drama rond het CD&V/N-VA-kartel en Verhofstadts nieuwe burgermanifest lanceerden al volop het nieuwe politieke jaar. Politiek 2007 wordt ongemeen boeiend. De federale verkiezingen, die over enkele maanden het politieke landschap misschien grondig hertekenen, doen denken aan de dioxineverkiezingen van 1999. Niet omdat er, zoals tijdens die ‘moeder der verkiezingen’, zoveel assemblees verkozen worden, maar wel omdat de inzet even groot is: een kantelmoment. Zelfs indien alles onveranderd zou blijven, een scenario waarin weinigen geloven, is dat nog indrukwekkend nieuws.

Na acht jaar paars is de glans van deze politieke innovatie afgesleten. Het wervend appeal is fors verminderd. Luid weerklinkt de roep om verandering. Zelfs Verhofstadt probeert zichzelf getrouw opnieuw uit te vinden en appelleert aan het vernieuwingsaureool van zoveel jaren geleden. Op 18 mei 2003, de vorige federale verkiezingen, bestond het kartel CD&V/N-VA nog niet. De Vlaamse christendemocraten lagen toen nog in de touwen: ze konden geen vuist maken tegen het paarse geweld dat op wolkjes leefde. Yves Leterme was nog een nobele onbekende. Agalev werd na Verhofstadt I met alle zonden overladen en verdween zelfs helemaal uit het federaal parlement. In 2003 piekten socialisten en liberalen: Steve Stevaert en de teletubbies bereikten een goddelijke status, de VLD stond op haar sterkst en Verhofstadt was zijn eigen evidente opvolger. Enkel Elio Di Rupo kwam even in aanmerking, maar verder dan een uitgebreide informatieopdracht kwam hij niet. Het vervolg kennen we.
De eclatante verkiezingsoverwinning deed Verhofstadt II geen goed. Zonder ernstige onderhandelingen werd Verhofstadt I simpelweg verdergezet. De regering liet op de flank van het ‘goed bestuur’ openingen vallen, waar de CD&V enthousiast in dook. Een sluipende overwinningsroes werkte bedwelmend: van een sprankelende actieve welvaartsstaat was geen sprake meer. Verhofstadt II startte zonder nieuwe droom of ambitieus project. Meer nog, omdat rood en blauw elkaar nu in evenwicht hielden, was er een leiderschapsprobleem. Toen kwam het migrantenstemrecht, met een ongeziene putch van de premier tegen zijn eigen partijvoorzitter. De VLD raakte in verval. Ook de sp.a leerde op 13 juni 2004 dat de overwinning van 2003 minder structureel was dan gedacht. Stevaert en zijn ‘gratis-socialisme’ bleken onderhevig aan het vernietigende virus van de politieke inflatie.
Niets is nog zoals het in 2003 was. Groen! kan straks alleen maar beter doen, van een kartel met sp.a is even geen sprake meer. Het kartel CD&V/N-VA is volgens zowat alle peilingen de grootste fractie. Het VB zal wellicht haar score van 2004 niet kunnen overdoen en zal vermoedelijk stabiliseren of licht zakken, waarna misschien enkele verkiezingsnederlagen wenken. Nieuw is ook dat er vandaag uit elke van de huidige Vlaamse federale regeerpartijen een kandidaat voor de Wetstraat 16 is: niet enkel Verhofstadt maar ook Vande Lanotte is premierklaar, naast Leterme of een andere CD&V’er.

In tegenstelling tot mei 2003 is het vandaag ondenkbaar dat een nieuwe federale regering start zonder een hoofdstuk ‘staatshervorming’ in het regeerakkoord. Verhofstadt I kende met het Lambermont/Lombard-akkoord een, alvast op financieel vlak, forse brok staatshervorming. Onder Verhofstadt II gebeurde op dat terrein niets. Maar dat hoeft niet per definitie als een minpunt gezien worden. Straks lijkt een staatkundige stand still ondenkbaar. De mislukte onderhandelingen over en het onverwerkt verleden van BHV voerde de druk langs Vlaamse kant fors op: de verlanglijstjes zijn indrukwekkend. In het verleden leerden Costa en Forum dat staatshervorming enkel slaagt indien ze gekoppeld wordt aan regeringsvorming, als er dus een sterk drukkingsmiddel is. Ook daarom is 2007 zo verschillend van 2003: het worden zonder twijfel Grote Onderhandelingen.
Want er is een ontstekingsmechanisme voor een nieuwe ronde staatshervorming: Brussel-Halle-Vilvoorde. Even recapituleren. De invoering van provinciale kieskringen in 2003 in heel België, behalve in de kieskring BHV, zorgde volgens het Arbitragehof (vandaag Grondwettelijk Hof) voor een discriminatie: de kandidaten uit Halle-Vilvoorde hebben een nadeel omdat ze moeten concurreren met kandidaten van buiten hun provincie (Brussel), en die van Leuven hebben het voordeel dat ze niet moeten concurreren met kandidaten binnen hun provincie (Halle-Vilvoorde). Kortom, door de kieskring BHV te handhaven, discrimineerde de wetgever de kandidaten van de provincie Vlaams-Brabant. Heeft het Hof een splitsing bevolen? Geenszins. Het spreekt zich daar niet over uit en vraagt enkel om die discriminatie op te heffen. Dat kan bijv. door terug te keren naar de arrondissementele kieskringen. Volgens sommigen kwamen die provinciale kieskringen er vooral op vraag van de Vlaamse paarse partijen die hun kopstukken op het toppunt van hun roem in de hele provincie wilden laten renderen. Vandaar dat Franstaligen in de terugkeer naar de arrondissementele kieskringen het uitgelezen antwoord zien op het arrest van het Grondwettelijk Hof. Maar ook in de wijziging van art. 63 van de Grondwet - op basis waarvan aan elke kieskring een vast aantal zetels gegarandeerd wordt - en een aanpassing van de techniek van de zetelverdeling, ligt een mogelijkheid: zodoende kan een virtuele kieskring Vlaams-Brabant gemaakt worden, mét de garantie dat de zeven zetels van de kieskring Leuven inderdaad in die kieskring blijven en niet overgaan naar de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (met 22 zetels).
Met andere woorden, de splitsing van BHV staat dan wel in de sterren geschreven, maar daarom niet in een wet of arrest. Naar de geest van het arrest van 26 mei 2003 had BHV al voor de nakende federale verkiezingen van 2007 geregeld moeten worden. Naar de letter van het arrest is er meer ruimte. Het Grondwettelijk Hof zei in een ingewikkelde formulering dat die discriminatie nog tijdens de (bijna voorbije) legislatuur Verhofstadt II mocht blijven verder bestaan maar dat de kwestie opgelost moest zijn tegen de volgende verkiezingen, tenminste als die op het normale tijdstip zouden vallen (d.w.z. op 24 juni 2007). Als de regering de verkiezingen vóór die datum organiseert, dus ten laatste op 17 juni 2007, dan kan dat nog even met behoud van de bestaande discriminatie en dus met behoud van de kieskring BHV. Elke federale verkiezing na 24 juni 2007 kan pas (grond)wettelijk correct georganiseerd worden indien het probleem BHV opgelost is.
Her en der valt wel eens te horen dat BHV nog kan wachten tot 2011. Dan hebben we opnieuw federale verkiezingen en die kunnen dan niet langer met de huidige kiesregelingen doorgaan. Dat is om twee redenen onverstandig. Als er na de verkiezingen van 2007 vroegtijdige federale verkiezingen nodig zijn, dan moet daarvoor eerst nog vlug BHV geregeld worden. Verantwoordelijke politici die dat vooraf kunnen voorzien, proberen die situatie te vermijden. Want BHV regelen is een moeilijke klus, zo is gebleken. Maar belangrijker: BHV is niet op te lossen indien het niet samen met andere dossiers van staatshervorming wordt aangepakt. Pas als er veel in de onderhandelingskorf zit, kan het spel van geven en nemen voor iedereen een uitweg bieden.
Ook Elio Di Rupo zei daar eerder, in De Standaard van 11 mei 2005, over: ‘De parlementsverkiezingen kunnen probleemloos plaatsvinden in 2007 zonder dat men voordien een antwoord biedt op het arrest van het Arbitragehof. Het is bij de vorming van de volgende regering dat er een antwoord moet worden gevonden’. Een nieuwe federale regering, die BHV niet vanaf de aanvang regelt, zal er tot het zover is door gegijzeld worden. Kortom, er zijn hopen argumenten te vinden die ertoe leiden dat bij de volgende regeringsvorming het dossier staatshervorming moet worden uitgewerkt. Dat heeft zelfs niets met een Vlaams-nationalistische agenda te maken.

Maar laat ons hopen dat het straks over zoveel meer gaat. Het scharniermoment waarvoor we staan, verwijst niet zozeer naar de herinrichting van de structuren, maar vooral naar de keuzes die binnen die structuren moeten worden gemaakt. Keuzes over de toekomst van onze samenleving, over vergrijzing, burgerschap, milieu, economie, veiligheid, zorg, enz. Overwegingen over vertrouwde degelijkheid en zekerheid, en over openheid voor verandering of ambitie, keuzes over de mate en richting van verandering die onze samenleving moet kennen. In 2007 is de tijd weer rijp voor de grote verhalen, door sommigen als ideologieën omschreven. Dit jaar helpen ideeënfabrieken of mannetjesmakerij niet meer. Ook bij de media is de terugkeer naar de vlotte ernst en aantrekkelijke degelijkheid te voelen; het speelse en dartele van 2003 is voorbij. In dit spannende politieke jaar is ook de inhoudelijke inzet hoog. De nieuwjaarsbrieven die u hierna kan lezen, geven dat onverkort aan.
Ook voor links breken belangrijke tijden aan. Een tijd van vereniging, zoals verderop in de nieuwjaarsbrief van Vande Lanotte en Lambert mag blijken.
Johan Vande Lanotte haalde met de sp.a op 8 oktober 2006 meer dan wat vooropgesteld was. Rekenwerk van politicologen, eerder in Sampol verschenen, wees de sp.a als de grootste overwinnaar van de lokale verkiezingen aan. Uit dat succes kan de partij kracht puren. Het wordt heel moeilijk om het resultaat van 2003 te evenaren, laat staan beter te doen. Maar het beperken van het verlies is een vrij defensieve, misschien zelfs defaitistische optie. En die leiden zelden tot resultaat. Vandaar dat de partij brandend ambitieus moet zijn, zich niet mag verstoppen of gemakzuchtig mag afwachten tot anderen haar in de campagne betrekken. De sp.a zal er moeten staan met een sterk appellerende en eigen boodschap.

Het jaar 2006 was een hard jaar, waarin verschillen tussen mensen pijnlijk werden uitvergroot.
Laat 2007 het jaar van de hoop zijn. Hoop op verbondenheid tussen mensen die in een volwassen democratie vurig met elkaar van mening kunnen en durven verschillen, maar die ook even intens naar gezamenlijke oplossingen streven. Niemand heeft daarbij de waarheid in pacht, maar gezien heel wat mensen de samenleving als steeds harder aanvoelen, komen alleen sociale antwoorden in aanmerking: het beleid, of de herinrichting van structuren, moet eerst en vooral de zwaksten onder ons ten goede komen.
Ik wens u in naam van de hele redactie een gezond, gelukkig, succesvol en boeiend 2007.

Carl Devos
Hoofdredacteur

nieuwjaarsbrief - edito - verkiezingen - Brussel-Halle-Vilvoorde

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 1 (januari), pagina 1 tot 3