Abonneer Log in

Vande Lanotte for president?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 3 (maart), pagina 1 tot 3

Sinds 9 mei 1988 maken de socialisten onafgebroken deel uit van de Belgische en regionale regeringen. Hoewel in de wetstraat heel veel mogelijk is, mag met een aan de zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gesteld worden dat sp.a en PS na 10 juni weer rond de onderhandelingstafel zitten. Het alternatief, een roomsblauwe regering met eventuele addenda, lijkt niet meteen voor morgen.

Deze stelling is niet zozeer het gevolg van wishful thinking, maar van nuchtere analyse. Gelukkig leidt ze op de grasmarkt, het sp.a HQ, niet tot gemakzucht. Integendeel, de partij investeert achter de schermen fors in het vermijden van een 2004-scenario. Toen leidde de ‘midden in het bed’-houding ertoe dat de partij wat buiten de campagne viel. Zelfs een laattijdig getunede negenproef mocht niet veel meer baten. Het leek alsof de partij toen, zegezeker en beneveld door optimistische eigen peilingen, rekende op een natuurlijke volkssympathie, die hen op basis van het uitstekende regeringswerk, het hippe team en frisse vondsten zomaar zou toekomen. Een sterke ploeg, het gratis-verhaal, een ideeënfabriek met ‘nieuwe, leuke en originele ideeën’ en enkele welgemikte Stevaertiaanse Vijfkamp-voorstellen: dat, en veel meer, moest ‘de mensen’ toch overtuigen?
Maar op 13 juni 2004 was er niet zozeer vreugde omwille van de flinke vooruitgang t.o.v. 13 juni 1999, maar wel ontgoocheling omwille van de achteruitgang - 3,8% - tegenover 18 mei 2003. In de laatste peilingen voor de verkiezingen zat de partij hoger dan ooit. Het zelfvertrouwen was groot, er werd gedroomd van cijfers ver boven de 20%. Het werd er net onder. Met die 19,7% voor de Vlaamse stembusslag deed de partij, toen zonder kartelpartner spirit, niet zo veel beter dan in 1991 en 1995. Die kartelpartner leek de sp.a in 2004 niet veel bij te brengen. Op 8 oktober 2006 zou dat anders geweest zijn, valt her en der te horen. Ook op dat punt is 10 juni dus niet zonder belang.

In 2004 bleek vooral de heropstanding van Groen! een belangrijke verklaring te zijn. Slechter doen dan in 2003, toen Agalev uit het federale parlement verdween, kan die partij straks niet. Kortom, daar schuilt voor de sp.a een grote uitdaging. En de partij neemt die vol overgave aan. Vandaar de boodschap, die steeds verder insijpelt, dat Groen! niet zo nodig is omdat er nu eenmaal een sp.a is. Er zijn niet veel tekenen die aangeven dat die boodschap niet kan aanslaan. De forse verdediging van de uitstap uit kernenergie of het klimaatplan moeten die boodschap onmiskenbaar en overtuigend maken. De sp.a strijdt niet tegen Groen!, integendeel, ze maait haar het gras voor de voeten weg. Groen! probeert de sp.a volop op de groene flank te raken, en komt daarbij zelfs aardig agressief uit de hoek. In ruil geeft sp.a Groen! gelijk, en verwijst ze naar de coalitiepartners en de kiezer om de grenzen van haar beleid aan te geven. Daardoor moet Groen! zich radicaler en harder opstellen, waardoor ze in brede kringen sympathie verliest. Niet iedereen wou na het zien van An Inconvenient Truth met de fiets naar huis. Maar Groen! kan ook op de rode flank de sp.a concurrentie aandoen. En eigenaardig genoeg ligt het verweer daar minder makkelijk.

De sp.a heeft tijdens de voorbije decennia directe sociale afbraak kunnen vermijden. Maar de uitkeringen liggen vandaag te laag, veel te laag: de relatieve sociale achteruitgang verliep sluipend, stiller, maar doet een socialistenhart daarom niet minder bloeden. De bodem van de welvaartsstaat is weggesleten. De toegenomen selectiviteit van de sociale zekerheid, het groter persoonlijke aandeel en de nakende commercialisering (een vorm van feitelijke privatisering), zijn samen met enkele andere gevaarlijke tendensen ronduit zorgwekkend. En het zijn stuk voor stuk gevoelige plekken voor socialisten, die al decennia dat beleid mee vormgeven. ‘We hebben erger voorkomen’, valt dan wel eens te horen. Of ook ‘er moest nu eenmaal ingegrepen worden en wij deden dat zo sociaal vriendelijk’. Wellicht is die stelling ook correct, maar toch, het blijft een zwakke schakel in de verdediging. De welvaartskloof groeit: dat is vloeken in de rode kerk. Dat wringt met gelijke kansen.

Daarnaast loert aan de einder opnieuw een grote clash tussen CD&V en Open Vld, met een figurantenrol voor de rest van de cast. Hoewel dat niet de strijd tussen de twee grootste formaties is, raken deze partijen om verschillende redenen niet uit hun stilaan historisch antagonistische verhouding. Er moet niet verwacht worden dat de sp.a zich daar zomaar kan tussenwringen, met de boodschap dat ze als betrouwbare bestuurders boven het puberaal geprofileer staan met volwassen voorstellen. Bijvoorbeeld omdat alle presidentskandidaten zich als staatsman opstellen, omdat alle partijen hun best doen om een inhoudelijk verhaal te brengen. Dat maakt dat ook de sp.a met goed gerief aan de startlijn moet verschijnen. Zoals we vorige maand op deze bladzijden aanhaalden, levert de beginselverklaring daartoe alvast heel wat inspiratie.
Het valt ook zeer sterk te betwijfelen dat het uitstekende regeringswerk van Verhofstadt II, het hippe sp.a-spirit team en frisse vondsten deze keer het grote verschil kunnen maken. Zo mag de partij alvast haar knapste koppen, zeg maar een stapel John Crombezs, aan het werk zetten om de mensen uit te leggen waarom je in hemelsnaam gebouwen verkoopt om ze daarna aan zo’n tarief terug te huren dat zelfs blinden zien dat de verkoopprijs al na enkele jaren opgebruikt is. Natuurlijk zijn er sterke lijsttrekkers, maar ook bij de sp.a lijkt er niet meteen sprake van een luxueus overaanbod. Een ideeënfabriek, bespaar het ons Heer. Maar een stapel welgemikte voorstellen rond gelijke kansen, laat maar komen.

Verlies t.o.v. 2003, een evident vergelijkingspunt, is zeer aannemelijk en dus doet de waarschijnlijkheid dat de partij opnieuw zal meebesturen niets van de scherpte af. Want elk procent, elke winst of verlies zal verschillende keren uitvergroot worden in de precaire verhoudingen van het komende kabinet. Meer dan ooit zal de perceptie, die op 10 juni tussen 18u en 22u wordt gemaakt, de onderlinge posities bepalen. De sp.a zal er dus wellicht bij zijn, maar om voorop te lopen of om achterna te komen? Wat kan de partij straks doordrukken? Daarvoor zal elke stem tellen.
Met de inhoud komt het stilaan goed. In maart presenteert de partij verschillende teksten, die samen een stevig programma laten zien. Bovendien is het zeer verstandig om ook op minder evidente domeinen, zoals bijv. het gezin, volop socialistisch te durven zijn. Het samenlevingsmodel en andere ‘softe’ thema’s moeten een weldoende compensatie vormen t.a.v. de harde cijfers en berekeningen die laten zien dat tegenover de programma-uitgaven ook voldoende inkomsten staan.

Grote uitdagingen voor de sp.a zijn er genoeg. Het zou mooi zijn, mocht de sp.a tijdens de komende legislatuur de crisis bij de fiscus aanpakken en van eerlijke en correcte belastingen een speerpunt maken. Armoedebestrijding, in oude én nieuwe vormen, is nog een domein waarop de sp.a zichzelf kan bewijzen of verliezen.
‘De sociale zekerheid waar we zo fier op zijn, is de voorbije twintig jaar sterk geërodeerd. Trek die evolutie door en je ziet dat we afstevenen op een minimalistische sociale zekerheid naar Angelsaksisch model.’ Dat zijn de woorden van Bea Cantillon. Als Cantillon zoiets zegt, dan luister je. Het antwoord ligt grotendeels in het arbeidsmarktbeleid - ‘werk werk werk’ - en een volgehouden, slimme en sociale activering. In ruil voor genereuze voorzieningen voor al wie zijn best doet, maar niet over de streep raakt. In het verleden leek er wel sprake van een stilzwijgende deal: de welvaartsaanpassingen van uitkeringen komen er niet, in ruil laten we de uitkeringsontvangers met rust, we betalen ze weinig en laten ze zitten. Vandaag moet dat twee keer anders. Die uitkeringen moeten dus globaal naar omhoog én de werkloosheidsval moet dicht. Dat kost bakken geld. En dan kijken we ook naar de overheidsfinanciering, uit alle inkomens. We moeten ook bestaande sociale risico’s durven bekijken en nieuwe definiëren. Ons welvaartssysteem staat, kort voor het openklappen van de vergrijzing, voor een cruciale fase.

De inzet is groot. Het programma krijgt stilaan vorm. Op het einde van deze maand zal de sp.a wat van de lijstvorming laten zien. Bij Open Vld is de kopman bekend, bij CD&V is daar al maanden veel om te doen. Als Leterme niet gaat, dan kan Van Rompuy die klus wel aan. Maar eigenaardig genoeg is het bij sp.a al die tijd op dat punt relatief stil gebleven.
Dat kan een zaak van goede smaak zijn - ‘we zijn nog niet bezig met de postjes maar met de inhoud’ -, maar ondertussen wordt het stilaan tijd dat opperkameraad Vande Lanotte zich tot een of andere positie bekend. Als de partij haar programma zoveel mogelijk wil uitvoeren en daarvoor in een moeilijke situatie het onderste uit de kan moet halen, dan is over de rol van de frontman eigenlijk weinig discussie mogelijk.

In afwachting tot deze outing graag een verzoek. België staat op vele domeinen voor grote uitdagingen, maar vooral op die domeinen waar socialisten een historische verantwoordelijkheid dragen en waar de kwaliteit van het leven rechtstreeks ter discussie staat. Waar de sp.a een verschil kan maken.
Dat die partij er straks wellicht weer bij is, levert geen zekerheid dat het beleid zo socialistisch mogelijk is. Daarvoor moet de partij goed boeren, terwijl het verlies t.a.v. 2003 wenkt. En dus moet de sp.a ambitie laten zien. Dat geldt ook voor haar frontman. Gelet op de omstandigheden en uitdagingen, en gelet op zijn cv, is er geen reden te verzinnen waarom Vande Lanotte niet voor de 16 zou gaan, en daar ook geschikt voor zou zijn.
Dus, Johan, waar wacht je op? Ga op 10.6 voor de 16!
Het zou je sieren mocht je niet wachten tot een zogenaamde massale volksvoordracht of een mediadebatje je op het podium roept. Zou iemand die wel belangrijk is stilaan eens aan je mouw kunnen trekken, en misschien een oproep lanceren?

Carl Devos
Hoofdredacteur

edito - Johan Vande Lanotte - politiek leiderschap

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 3 (maart), pagina 1 tot 3