Abonneer Log in

Wie heeft krijgt meer, wie niets heeft krijgt minder

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 1 (januari), pagina 1 tot 3

Eén op zeven Belgen heeft een inkomen onder de armoedegrens. In Brussel bedraagt dit cijfer maar liefst één op vier! De kinderarmoede in België zit bij de zes hoogste in Europa, maar liefst twaalf procent van de kinderen in België groeit op in baanloze gezinnen. In 2008 deden maar liefst 110.000 mensen een beroep op voedselbanken. En nog: de kloof tussen arm en rijk is het laatste decennium sterk toegenomen. Al deze cijfers die door de onderzoekers van de Universiteit Antwerpen verderop in dit nummer van Samenleving en politiek en meer gedetailleerd in hun andere publicaties worden aangehaald, schetsen een dramatisch harde realiteit in België. Ons zogenaamd sociaal paradijs lijkt niet te bestaan, althans niet voor de allerzwaksten.

De barre winterkoude van de afgelopen weken confronteerde ons met de keiharde consequenties van armoede voor de meest kwetsbare groep in onze samenleving, met name de daklozen. Het was uitgerekend de premier die de bevolking opriep de daklozen te steunen. De kritiek op deze oproep lag voor de hand. De overheid én alle politieke partijen hebben gefaald om structureel maatregelen te nemen en deze mistoestanden de wereld uit te helpen. Dat één van de rijkste regio’s van Europa zo’n triestige armoedecijfers moet voorleggen, is ronduit een schandaal. De oproep van de premier was nochtans nobel. Het appelleert aan het solidariteitsgevoel van de burgers en kan het versterken, het kan een breder draagvlak creëren voor een betere solidariteit met allerzwaksten.
Ook de Gentse afdeling van de Broeders van Liefde kon de massale toevloed van gewone goedbedoelende burgers maar matig appreciëren. In De Standaard etaleerde een lid van deze geloofsgenootschap een groot misprijzen voor deze ‘vrijwilligers voor één dag’. Deze individuen, gestimuleerd door de media, zouden de daklozen beschouwen als gelegenheidsknuffelberen. Het is jammer dat de Broeders van Liefde zo bitsig reageren. Was het niet beter geweest deze golf van niet professionele hulp te kanaliseren en er iets positiefs mee aan te vangen?

De onderzoekers wijzen in hun artikel op de bereidheid van de bevolking om een solidair systeem te ondersteunen voor deserving poor (bijvoorbeeld ouderen en gehandicapten). Dit geldt niet voor de zogenaamde undeserving poor (zij die volgens de bevolking zelf genoeg troeven in handen hebben om iets van hun leven te maken, bijvoorbeeld de steuntrekkers). Zij kunnen op veel minder mededogen rekenen. De onderzoekers stellen terecht dat deze opvattingen bij grote delen van de bevolking de legitimiteit van armoedebestrijding aantast, waardoor de efficiëntie en de doelmatigheid van het beleid wordt aangetast. Armoede wordt te veel herleid tot het niet grijpen van aangeboden kansen waardoor armen zelf verantwoordelijk worden gesteld voor hun situatie. En wie zelf voor honderd procent verantwoordelijk wordt geacht voor zijn eigen penibele situatie, moet op weinig mededogen rekenen. Zoals de Antwerpse onderzoekers, binnen hun lange traditie van onderzoek naar armoede, al decennialang aantonen, is armoede een zeer complex verhaal.

Eén van de belangrijkste verklaringen voor de grote ongelijkheid en de groeiende kloof tussen arm en rijk zijn de zogenaamde Matteüseffecten in ons sociaal beleid. Vooral de hogere inkomenscategorieën genieten van de sociale voordelen van ons systeem, de lagere inkomenscategorieën vallen al te vaak uit de boot. Ons beleid houdt te weinig rekening met de lagere inkomens. Neem bijvoorbeeld een eenvoudig doktersbezoek. Alle patiënten betalen uiteindelijk via tussenkomst van het ziekenfonds enkel het remgeld. Maar voor een steeds groeiend aantal gezinnen is voorschieten van het hele bedrag bij een dokters- of tandartsbezoek een drempel. Steeds meer gezinnen stellen een noodzakelijk doktersbezoek al te lang uit. Het is voor een groot aantal gezinnen steeds meer puzzelen om met de schaarse middelen rond te komen. Dit is geen fictie, dit is een beenharde realiteit voor tienduizenden Vlamingen en Belgen. Het wetsvoorstel van Marleen Temmerman om patiënten nog enkel het remgeld te laten betalen en een veralgemeend derdebetalersregeling in te voeren is een stap die zeker voor de laagste inkomens een van de hindernissen in een gelijke gezondheidszorg voor iedereen kan wegwerken.

Het aantal voorbeelden van een (sociaal) systeem dat gericht is op de hogere inkomens is eindeloos. Welke inkomenscategorieën genieten het meest van allerhande overheidspremies? De renovatiepremie? De subsidie voor zonnepanelen? Al deze maatregelen komen in eerste instantie tegemoet aan de noden van de hogere inkomens. Daardoor worden bepaalde ongelijkheden versterkt. Zij die reeds een hoger inkomen hebben, krijgen hulp die de kwaliteit van hun leven verhoogd, zij die het hoe dan ook niet kunnen betalen, glijden verder weg in een diepere kloof.

Afgelopen jaren zijn er bijzondere inspanningen geleverd om de ongelijkheden in bepaalde sectoren zoals onderwijs en kinderopvang weg te werken. Bijzondere inspanningen blijken echter noodzakelijk om het draagvlak voor armoedebestrijding te vergroten. Yves Leterme, al dan niet bewust, heeft een aanzet gegeven. De Gentse Broeders van Liefde hebben een kans gemist. Ondertussen is het weer oorverdovend stil. Waar is in godsnaam de algehele politieke verontwaardiging?
Een beleid dat enkel gericht is op de middenklasse en op de hogere inkomens, en de laagste inkomens in de kou laat staan, werkt een groeiende ongelijkheid in de hand. Geen enkele politieke partij, maar zeker niet linkse partijen kunnen dit onrecht ongemoeid laten. Het is misschien electoraal oninteressant, alhoewel. N-VA is er in geslaagd om een fundamenteel onbelangrijk probleem als B-H-V maandenlang op de politieke agenda te zetten. Wat zouden linkse partijen dan niet armoede op de agenda kunnen zetten? Is het een kwestie van politieke moed? Loont dit electoraal niet?

De groeiende ongelijkheid en armoede moeten zo snel mogelijk worden weggewerkt. De huidige economische crisis is geen argument om niet te doen wat nodig is. Integendeel, het is juist het moment om te doen wat heel erg noodzakelijk is. Een draagvlak creëren om een structurele solidariteit uit te bouwen met de meest kwetsbare volwassenen en kinderen in onze samenleving maakt daar deel van uit. Dit is alvast één van de kernopdrachten van politieke partijen aan de linkerzijde van het politieke spectrum. De zoektocht naar een partijpolitiek profiel kan alvast bij de concrete armoedecijfers starten en de aanzet zijn om het werk van sommigen met versterkte kracht verder te zetten. Zoals nationalistische partijen hun draagvlak de afgelopen jaren hebben vergroot, zo moeten ook sociaaldemocratische partijen het draagvlak vergroten om deze schrijnende toestanden sterker op de politieke agenda te laten wegen en extra budgetten voor de meest kwetsbaren te voorzien. Het is té belangrijk en geen marginaal verschijnsel.
Niet minder dan 78 miljoen Europeanen leven vandaag met een armoederisico, waaronder 19 miljoen kinderen. Wat in politiek Vlaanderen en België in een hoekje lijkt weg te kwijnen, werd door de Europese Unie opgepikt. 2010 werd door de Europese Unie uitgeroepen tot het ‘Europees jaar van de bestrijding van armoede’. De Europese Unie heeft alvast 17 miljoen euro uitgetrokken voor de periode 2009-2010. Hopelijk krijgt dit massaal veel aandacht in Vlaanderen en België.

De redactie van dit tijdschrift zal in ieder geval niet nalaten tijdens dit ‘Europees jaar van de bestrijding van armoede’ het thema vanuit verschillende gezichtspunten te belichten.

Patrick Vander Weyden
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

edito - armoede - armoedebestrijding

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 1 (januari), pagina 1 tot 3