Abonneer Log in

0,33%

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 7 (september), pagina 1 tot 3

Volgens de Nederlandse taalunie zijn 23 miljoen mensen in het Nederlands opgegroeid. Ruim 16 miljoen Nederlanders, 6 miljoen Vlamingen en 500.000 Surinamers. Ook op de Nederlandse Antillen en Aruba wordt Nederlands gehoord in scholen en bij de overheid. Van de Nederlandse taalunie kan worden verwacht dat ze het Nederlands promoot en dus ook de cijfers in de voormalige Nederlandse koloniën wat overschat. Met wat cijfergegoochel bekleden we zo de 37ste plaats van de 6000 talen die wereldwijd worden gesproken.1 Aantallen zeggen natuurlijk niet alles. Bijna één zevende van de wereldbevolking praat Chinees en toch wordt het Chinees amper gebruikt door niet-Chinezen om met elkaar te praten. Wat niet is kan natuurlijk veranderen.

Ondanks onze 37ste plaats op de wereldtalenranglijst, spreekt een luttele 0,33 procent van de wereldbevolking onze taal. Reken daarbij degene die Nederlands als tweede, derde, vierde of vijfde taal leren en dan komen we met wat goede wil aan 0,34. In tegenstelling tot wat we denken, wordt ook het Frans als moedertaal door slechts een beperkt aantal mensen gesproken. Zij die het Frans met de paplepel hebben meegekregen, vormen een goede 1,6 procent. Frans is in minstens 30 landen de officiële landstaal. Met de trots van een vergane glorie kunnen de Fransen daarom nog steeds claimen een wereldtaal te spreken. Het Frans verliest evenwel permanent terrein. Ter illustratie: in 2008 besliste Rwanda om in het onderwijs het Frans te vervangen door het Engels. Het valt dus te verwachten dat de toekomstige generaties Rwandezen Engels zullen praten en Frans meer en meer links zullen laten liggen.

Het proces waarbij het Engels meer en meer als internationale taal wordt gehanteerd in handelsrelaties, diplomatiek overleg, academische en politieke uitwisselingen, als werktaal voor internationale bedrijven en niet-gouvernementele relaties, is niet nieuw. Dit proces is ook niet ten einde, het wordt verdergezet. Daarnaast zijn er ook talen die een geweldige opmars maken omwille van de aantallen. Grote bevolkingsgroepen in grote landen. We denken daarbij spontaan aan het Chinees, maar ook Hindi en Arabisch zijn belangrijke talen aan het worden.

Binnen Europa is een groeiende groep mensen die perfect en vloeiend verschillende talen spreekt. Ze drukken zich moeiteloos en genuanceerd uit in een waaier van talen. Deze mensen zijn producten van de Europeanisering en de grote inspanningen die de Europese instellingen hebben geleverd om uitwisselingsprojecten tussen verschillende nationaliteiten en vaak binnen het kader van het onderwijs op te zetten. Soms leiden deze uitwisselingsprojecten tot romantische aangelegenheden die uitmonden in bi-(of multi)nationale samenlevingsvormen. Kinderen die binnen zo’n internationale context opgroeien spreken in bijna alle gevallen minstens twee moedertalen. Het zijn deze kinderen die ook gemakkelijk bijkomende talen aanleren. Het zijn deze kinderen die deel zullen uitmaken van de toekomstige Europese elite.

Toch zullen de meeste mensen en kinderen opgroeien in een wereld waar zij één moedertaal beheersen. Moeten we ons dan neerleggen bij de suprematie van diegene die vele talen spreken, bij diegene die het Engels spreken als hun moedertaal?

Talenkennis, en zeker een grondige kennis van het Engels (en misschien wel Chinees of een andere taal in de zeer nabije toekomst), zal fundamenteel belangrijk zijn in de ontwikkeling en het in stand houden van onze Vlaamse (het woord ‘Belgische’ durf ik haast niet meer te schrijven) welvaart. Met een wereld die zo open en globaal is, is het ondenkbaar dat we het blijven redden met een gebrekkige talenkennis. We kunnen ons proberen te verzetten tegen een globaliserende wereld die steeds meer open wordt. Het verzet is tevergeefs. Door de steeds groter wordende variatie aan toepassingen op internet en de uitdijende digitalisering van onze wereld zal onze Vlaamse toekomst internationaal zijn.

De hedendaagse mainstream Vlaamse opinie waar een romantisch Vlaams-nationalistisch verhaal verpakt wordt in een rechts economisch electoraal discours, is niet wat Vlaanderen nodig heeft. Het huidige klimaat, waar zoveel Vlamingen hun geloof in vinden, is nefast voor onze beeldvorming en attitudes ten opzichte van de nieuwe wereld. In plaats van mensen die open staan, die nieuwsgierig zijn, die onze samenleving en onze kinderen klaarstomen voor de toekomst, zijn we aan het veranderen in een samenleving die Vlaams is én bang is én in zichzelf gekeerd zijn eigen superioriteit predikt, in een sfeer van permanent ongenoegen en onbegrepenheid. Dit is niet wat we nodig hebben. We zullen altijd onbegrepen blijven. Dit is ons lot. Ons taalgebied en onze gemeenschap (om even in Vlaams-nationalistische termen te blijven hangen) zijn té klein om van de wereld te verwachten dat ze massaal belangstelling voor ons zal hebben. Wij zullen naar de wereld moeten kijken, wij zullen de anderen moeten begrijpen. We zullen open moeten zijn, we zullen onze blik op de andere moeten richten, we zullen ons moeten mengen binnen een internationale context. Daardoor bereiden we onze toekomst en de toekomst van komende generaties voor. Dat vraagt inspanningen. Dit is geen gemakkelijke toekomst. Het is een kwestie van mentaliteit. Een wielrenner die de ‘moral’ heeft, verzet bergen. Mensen met een ingesteldheid van nieuwsgierigheid, openheid, leergierigheid hebben de toekomst voor zich. Dat moet politiek doen met mensen: mensen brengen naar een houding, een gedreven ingesteldheid, mentaliteit die ze voorbereidt op de toekomst.

Een open globaliserende wereld en het functioneren van grote bevolkingsgroepen binnen zo’n wereld is een ongelooflijk interessante uitdaging. Velen denken dat het slechts is weggelegd voor de happy few. Vandaar dat het Europees verhaal en de globalisering ook zo vaak door populisten als een elitair verhaal wordt afgedaan. Maar het elitarisme schuilt net in de ontkrachting van die internationaal functionerende wereld. Een bevolking niet wijzen op deze onherroepelijke evolutie en de noodzakelijke publieke en individuele stappen die moeten worden gezet, getuigt niet alleen van een gelatenheid en een ongeloof in de kracht en mogelijkheden van individuen en samenlevingen maar leidt onvermijdelijk tot een patroon waarin enkel een zeer kleine elite in staat zal blijken te zijn te overleven binnen zo’n context. De enkelingen die het geluk hebben gehad zich te kunnen voorbereiden, zullen zich weten te ontplooien. De grote meerderheid van de bevolking zal dan het lot moeten ondergaan.

We moeten ons dus voorbereiden op de toekomst en we moeten iedereen voorbereiden op die nieuwe wereld. Onderwijs speelt daarin uiteraard een doorslaggevende rol. De talennota van Pascal Smet, waarvan u verderop in dit nummer van Samenleving en politiek een beschrijving vindt, is een zeer belangrijke aanzet. Zijn nota getuigt ook van een belangrijke toekomstvisie waarin mogelijkheden worden opgelaten om naast het Frans en Engels ook andere (wereld)talen te onderwijzen. Om taalvaardigheden van nieuwe Belgen te integreren/te benutten en verder te ontwikkelen. Zijn nota is kortweg één van de weinige maar belangrijke lichtpunten in de donkere uitzichtloze Belgische en Vlaamse politiek.

Patrick Vander Weyden
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

Noot
1/ http://taalunieversum.org/nieuws/2910/hoeveel\_mensen\_spreken\_nederlands\_als\_moedertaal

edito - taal - nationalisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 7 (september), pagina 1 tot 3