Abonneer Log in

Het kind dat doodgeschoten is door soldaten

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 3 (maart), pagina 1 tot 3

Bij Nyanga, luidt de titel van een aangrijpend gedicht van de Zuid-Afrikaanse Ingrid Jonker (1933-1965).1 In het gedicht wordt een zwart kind door een blanke politieman doodgeschoten in de Township Nyanga nabij Kaapstad. Het kind is een slachtoffer van het apartheidsregime. De dood van het kind staat symbool voor een vurig verlangen naar het einde van het apartheidsregime. De woorden formuleren de hoop dat de dood van het kind (van kinderen) veroorzaakt door de staat, een onvermijdelijk einde van de machthebbers zal inluiden en hen zal blijven achtervolgen: ‘het kind is aanwezig bij alle vergaderingen en wetgevingen... het kind dat alleen maar wilde spelen in de zon bij Nyanga is overal’. De beeldspraak in het gedicht is zo overweldigend sterk dat Nelson Mandela er uit citeerde in zijn inaugurele rede bij de opening van het eerste democratisch verkozen Zuid-Afrikaans parlement in 1994.2

Het kind dat doodgeschoten is door soldaten bij Homs, Uruzgan, Kivu, Gaza, Caïro… Het lijkt zo ver van ons bed, het raakt ons een fractie van een seconde, op het moment dat we een beeld opvangen tijdens het tv-journaal, een foto opmerken of artikel lezen in de krant. Het ontbreekt ons aan empathie, betrokkenheid en engagement. We zijn passief.
Eigen kind, schoon kind. Het leed van om het even welk kind grijpt elke volwassene naar de keel. Of toch niet? Beschermen we wat we denken of hopen te kunnen beschermen in tijden waarin samenlevingen haastig en complex geworden zijn? Zijn onze economische, financiële en politieke problemen van die omvang dat ze weinig ruimte laten voor het leed van anderen? Is onze samenleving meedogenloos hard geworden? Zijn we collectief koud en onverschillig?

‘Rudi Vranckx is boos’, titelde Reyers Laat op 6 maart. Het hele interview met Vranckx draaide om zijn radeloosheid en verontwaardiging over het falen van de internationale gemeenschap om op te treden in Syrië. Het uitmoorden van mannen, vrouwen en kinderen blijft doorgaan. Zijn getuigenis over de zoektocht naar de waarheid, zijn engagement, zijn betrokkenheid zou door de VRT moeten worden gebruikt als promotiespot voor haar journalistiek werk. Vranckx’ betrokkenheid werkt aanstekelijk, wekt belangstelling op, informeert.

De VRT is de uitzondering. Er is geen enkel commercieel mediakanaal in Vlaanderen dat mensen ter plaatse stuurt. Té gevaarlijk en (dus) té duur. Buitenlandnieuws, nieuws uit conflictgebieden wordt aangeleverd door internationale agentschappen of overgenomen van andere buitenlandse kranten en televisiekanalen. Commerciële mediagroepen kunnen zich binnen hun huidige businessmodellen niet veroorloven dure buitenlandse reportages te draaien. Dit leidt tot verschraling van het nieuws uit conflictgebieden. Een babymoord in Vlaams-Brabant is dagenlang voorpaginanieuws. Het perspectief en relevantie verdwijnt samen met de waan van de dag.

Volgens het International Rescue Committee (IRC) zijn sedert 1998 in Democratische Republiek Congo minstens 5,4 miljoen Congolezen gestorven door oorlog, ziekte of ondervoeding. Wist u dat? Het zou een interessante kennisvraag zijn voor representatief opinieonderzoek. Maar hoe komt het dat we dat niet weten? Desinteresse? Het valt te betwijfelen. Cynisme mag momenteel dan wel een sterk geapprecieerde attitude zijn, het lijkt me op de lange termijn niet levensvatbaar. Mensen zijn betrokken en sociale wezens. Cynisme is een eigenschap van enkelingen die elke sociale omgang onmogelijk maken.

Het uitsturen van reporters naar conflictgebieden in het buitenland zou moeten worden aangemoedigd. Niet omdat het spannend is maar omdat gewelddadige conflicten immoreel zijn. Een kaakslag en schending van de mensenrechten. De informatie over internationale conflicten die we krijgen voorgeschoteld in onze traditionele massamedia (kranten, radio, tv) is té gering. Media pikken het wel op, maar diepgravende, betrokken stukken op regelmatige tijdstippen ontbreken. Mocht u deze opmerking als een verwijt aan het adres van dé media interpreteren, dan dien ik dit te ontkennen.

Journalistiek die mensen in het hart raakt, informeert en eventueel mobiliseert voor het onrecht van onschuldige slachtoffers vraagt een grote herkenbaarheid. Die herkenbaarheid kan enkel worden gerealiseerd door betrokken en gedreven journalisten die op regelmatige tijdstippen over deze conflicten berichten. De kijker, de lezer moet de journalist herkennen. Waarom geen permanente reporter in Congo of Caïro die wekelijks een reportage maakt voor krant, radio of tv? Tom Van de Weghe als reporter in China heeft een grote herkenbaarheid voor de VRT-kijkers. Hij heeft door zijn herhaaldelijk optreden het inzicht en belangstelling in de Chinese samenleving vergroot. Dit moet ook kunnen voor bijvoorbeeld Congo, Egypte, Syrië of de Palestijnse gebieden.

De overheid steunt de internationale berichtgeving via de publieke zender, de VRT. Ze betaalt de lonen en werkingsgelden van Rudi Vranckx en Tom Van de Weghe. Maar ze kan nog een hele stap verder gaan. De overheid zou projecten van mediakanalen kunnen steunen die journalisten op permanente basis in conflictgebieden willen stationeren. Ze zou het loon en de werkingsgelden van deze journalisten kunnen betalen op voorwaarde dat de betrokken journalist voor zijn krant, radio of tv minstens één stuk per week brengt over het conflictgebied waar hij verblijft. Men zou ook verschillende mediakanalen met elkaar kunnen laten samenwerken zodat over verschillende conflictgebieden kan worden bericht en uitwisseling van informatie kan plaatsvinden.

Dit hoeft geen utopie te zijn. Er zijn budgetlijnen binnen ontwikkelingssamenwerking en conflictpreventie, die mits enige aanpassing van de regels, zulke projecten mogelijk maakt. Het is onbegrijpelijk dat de overheid slechts op heel beperkte en indirecte wijze de mediasector betrekt in journalistieke projecten. Veel geld wordt besteed aan het informeren van de publieke opinie over thema’s als ontwikkelingssamenwerking en conflictpreventie. Deze financiering verloopt bijna altijd indirect. Is het steunen van buitenlandse reporters dan echt zo’n gek idee?

Het informeren van onze bevolking over buitenlandse conflicten en onrecht is geen fait divers. Democratische waarden en respect voor de mensenrechten zijn het hart van onze ontwikkeling en de ontwikkeling van elke mens. Het zijn deze waarden die ons en anderen een waardig leven kunnen geven. Dit recht, dat onze voorouders voor ons hebben afgedwongen, mogen we anderen niet ontzeggen. Daarvoor moeten we een draagvlak creëren. Daarvoor hebben wij en vooral de mensen die lijden in conflictgebieden onze media nodig. Onze media zijn de voedingsbodem voor bewuste en betrokken burgers, die een grotere kennis hebben over onrecht elders in de wereld. Dit resulteert finaal in een grotere druk van de publieke opinie op politici. Het zijn uiteindelijk politici die de keuze kunnen maken om conflicten op te lossen of ze te laten escaleren.

Patrick Vander Weyden
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

Noten
1/ Ingrid Jonker. Ik herhaal je. Gedichten. Vertaling Gerrit Komrij. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2011.
2/ Het deel van de inaugurele rede waarbij Nelson Mandela ‘Het kind dat doodgeschoten is door soldaten bij Nyanga’ citeert, kan worden herbeken op YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=9zMwdBX1V\_8.

edito - journalistiek - oorlog

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 3 (maart), pagina 1 tot 3