Log in

Instabiliteit plaagt (links) Tsjechië

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 9 (november), pagina 41 tot 45

Toen de Tsjechische republiek in 2004 toetrad tot de Europese Unie leek het één van de meest welvarende nieuwe lidstaten met een goed functionerend en stabiel democratisch bestel. Mooie economische groeicijfers en een goed socialezekerheidsstelsel bevestigden het positieve beeld. Zowat tien jaar later blijft van die positieve ontwikkelingen niet veel meer staande: net zoals in de andere Centraal-Europese landen heeft de democratie na EU-toetreding serieuze imagoschade opgelopen. Op 26 en 27 oktober trokken de Tsjechen vervroegd naar de stembus. De sociaaldemocraten haalden er de meeste stemmen, maar door de versnippering belooft de coalitievorming allerminst eenvoudig te worden. Bovendien intervenieert president Zeman openlijk in de politiek en wist hij de sociaaldemocraten te splijten. U leest hieronder over politieke instabiliteit in het hart van Centraal-Europa.

INLEIDING

In de jaren 1990 werd het politieke landschap gedomineerd door twee partijen: de conservatieve burgerpartij ODS en de sociaaldemocratische ČSSD. In tegenstelling tot elders in Centraal-Europa was de Tsjechische sociaaldemocratische partij geen successiepartij van de voormalige communistische partij. De Tsjechische sociaaldemocratie heeft wortels tot diep in de 19de eeuw en zelfs onder communistisch bewind bleef de partij functioneren in ballingschap. In 1998 won Miloš Zeman de parlementsverkiezingen. Met een stabiele basis leidden de sociaaldemocraten twee legislaturen het land. Toenmalig premier en later eurocommissaris voor sociale zaken, Vladimír Špidla, liet het land in goede staat achter aan partijgenoten Stanislav Gross en Jiří Paroubek, die tot 2006 het land verder de weg deden inslaan van economische groei. Fundamentele maatschappelijke hervormingen zoals de invoering van het geregistreerd partnerschap voor homoseksuele paren en de succesvolle afronding van het toetredingsproces tot de Europese Unie werden allemaal uitgevoerd onder sociaaldemocratisch bestuur.

De sociaaldemocratische ČSSD verloor in 2006 nipt de parlementsverkiezingen. Zo kon de conservatieve ODS van voormalige premier en toenmalig president Václav Klaus voor het eerst sinds 1998 weer een kabinet leiden. Het eerste kabinet onder Mirek Topolánek bleek niet in staat het hoofd te bieden aan de wereldwijde economische crisis, die ook Tsjechië in alle heftigheid trof. Het duurde uiteindelijk tot het tweede kwartaal van 2013 totdat Tsjechië uit de recessie zou geraken.

In 2010 wonnen de sociaaldemocraten opnieuw de parlementsverkiezingen, maar de rechtse partijen wisten samen een meerderheid te vormen. Onder leiding van Petr Nečas werd een kabinet gevormd met twee nieuwe partijen. Het was de eerste keer dat nieuwe partijen uit het niets in de Kamer terechtkwamen. De onvrede met de twee grote partijen (ČSSD en ODS) leidde tot de eerste versplintering, met name aan de rechtse zijde. Het resultaat van de eerste versplinteringsgolf leverde opnieuw een zwak kabinet, dat niet in staat was om de economische crisis te beteugelen. Bovendien werd een zeer regressief bezuinigingsbeleid gevoerd wat leidde tot nog meer maatschappelijke onvrede en uiteindelijk het heropleven van de voormalige communistische partij KSČM (die in tegenstelling tot elders in Centraal-Europa geen hervormde sociaaldemocratische partij was geworden).

DE AANLOOP NAAR DE VERVROEGDE PARLEMENTSVERKIEZINGEN - EEN NIEUWE PRESIDENT

De Tsjechische sociaaldemocraten hadden dan wel de verkiezingen in 2010 gewonnen, door de versplintering aan de rechterzijde was ze niet in staat om een coalitiepartner te vinden. Voormalig premier en partijleider Jiří Paroubek trad na de verkiezingen in 2010 af. Hij werd opgevolgd door Bohuslav Sobotka. Intussen had de eerste partijleider na 1989, Miloš Zeman, de partij verlaten uit onvrede met de progressievere koerswijziging.

Met Sobotka kwam een geheel nieuwe generatie sociaaldemocraten aan het roer van de partij. Deze post-1989 generatie was vaak nog wel opgegroeid onder het Communisme, maar had geen professioneel of politiek verleden in het voormalige regime. Met onder meer Michal Hašek, regionale partijleider in Zuid-Moravië, en Jiří Dienstbier jr., zoon van de voormalige minister van buitenlandse zaken, wist de ČSSD een breed publiek aan te spreken. ČSSD was terug een catch-all partij geworden. Zowel conservatief als progressief links vond de weg naar de partij. In peilingen, senaats- en regionale verkiezingen veroverde de partij gemakkelijk een derde van de stemmen.

Politieke samenwerking met de niet hervormde, communistische KSČM ligt erg moeilijk in Tsjechië. Rechts weet te pas en te onpas gebruik te maken van de zogenoemde terugkeer van het rode gevaar en de gevreesde terugkeer van een totalitair regime. Voor de ČSSD betekent dit een erg moeilijke oefening. Ook al omdat andere mogelijke coalitiepartners aan de linker- of centrumzijde niet of nauwelijks vertegenwoordigd zijn in het parlement.

In 2012 zocht het rechtse kabinet van Petr Nečas steun om de Tsjechische president voortaan rechtstreeks te kiezen. Vanuit de oppositie steunde de ČSSD deze grondwetswijziging. Traditioneel werd de Tsjechische president door het parlement verkozen. Door de grondwetswijziging hoopte men een stevigere legitimiteit aan het mandaat te geven. Formeel heeft de Tsjechische president niet zo heel veel bevoegdheden, maar hij kan wel zelf de formateur aanduiden na verkiezingen. Tot 2013 was het echter geen grondwettelijk gebruik om iemand anders te kiezen dan de leider van de winnende partij.

Zo werd in januari 2013 de derde president, na Václav Havel en Václav Klaus, voor het eerst door het grote publiek gekozen. Miloš Zeman, voormalig leider van de ČSSD maar zoals eerder gezegd uit onvrede uit de partij gestapt, stelde zich kandidaat. Dat leverde voor de ČSSD een intern probleem. Het is niet onlogisch dat een oud-partijleider en succesvol premier nog veel aanhang heeft in zijn oude partij. Uiteindelijk besliste de ČSSD toch een eigen kandidaat naar voren te schuiven, Jiří Dienstbier jr. Hij was volgens de polls de populairste politicus van het land en liep zich met name in de kijker door een kordate aanpak van corruptie, toch nog steeds één van de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen in Centraal-Europa. Dienstbier liep dan wel geen foutloos parcours en voerde een bittere strijd met Zeman, hij was de morele winnaar van de presidentsverkiezingen. Als eerste wist Dienstbier het traditioneel niet-linkse kiespubliek toch aan links te binden. Toch won Zeman de presidentsverkiezingen. Snel werd duidelijk dat hij zich op één of andere manier zou gaan bemoeien met de gang van zaken in ‘zijn’ ex-partij.

Sinds 7 maart 2013 is Miloš Zeman dus president van het land. Hij is welbespraakt, flamboyant, maar vaak weinig respectvol en niet gespecialiseerd in goede manieren. Als de gelegenheid zich voordoet, drinkt hij graag een paar glazen meer. Hij weigert in publieke gebouwen het geldende rookverbod te respecteren. Dat neemt niet weg dat Zeman een slim en sluw politicus is, die in het algemeen een duidelijk linksere en pro-Europese koers vaart dan zijn voorganger, Václav Klaus. De rechtse regering van Petr Nečas kreeg dus plots stevige concurrentie van een president die niet van plan was om Nečas rustig zijn kiestermijn te laten uitdoen.

Corruptieproblemen, slechte economische vooruitzichten en een driehoeksrelatie (!) droegen niet bij tot een grote populariteit voor de regering-Nečas. Na een rel over het misbruiken van informatie in verband met een driehoeksrelatie van de premier, viel het kabinet. President Zeman was aan zet. Die had zijn eerste doel bereikt: de onpopulaire rechtse regering was gevallen. De weg lag open voor vervroegde verkiezingen; dat dacht althans de oppositie, geleid door ČSSD en KSČM. Zeman kwam echter met een nog nooit geziene oplossing: zoals eerder aangegeven mag de Tsjechische president vrij beschikken in de formateurskeuze. Dat was bij de voormalige (let wel, door het parlement gekozen) presidenten vooral een symbolische kwestie - de grootse partij mocht de formateur leveren. De president mag echter ook zelf iemand aanduiden die dan maar een meerderheid in het parlement moet zoeken. Tegen de algemene verwachting in deed Zeman dat ook. Hij kwam terecht bij Jiří Rusnok, een linkse econoom en bekend criticus van de rechtse bezuinigingsmaatregelen van het voormalige kabinet-Nečas.De regering-Rusnok overleefde echter geen enkele vertrouwensstemming. De weg lag dan toch open naar vervroegde verkiezingen.

DE PARLEMENTSVERKIEZINGEN VAN 25-26 OKTOBER 2013

Het begin van het schooljaar betekende in Tsjechië ook de start van de verkiezingscampagne. De polls aan het begin van de campagne waren erg optimistisch voor de sociaaldemocratische ČSSD (tussen 25 à 30% van de stemmen). Het einde van zeven jaar oppositie leek lang in zicht, zeker doordat eventuele gedoogsteun door de communisten van de KSČM ook maatschappelijk steeds meer wordt geaccepteerd.

De Tsjechische sociaaldemocraten stapten naar de kiezer met een relanceprogramma voor jobcreatie en tegen de groeiende jeugdwerkloosheid. Hun slogan onderstreepte vooral het gebrek aan een functionerend overheidsapparaat. Maar net zoals in 2010 dook ook nu weer het spook van de versplintering op. Twee geheel nieuwe partijen, namelijk het rechts-populistische ANO (vertaling: Ja) en het quasi xenofobe USVÍT (vertaling: Dageraad), namen in de peilingen steeds een prominentere rol in. Beide partijen worden geleid door erg vermogende zakenlui, die vermoedelijk vooral uit zijn op financieel gewin en weinig concrete voorstellen hebben om effectief de problemen in het land aan te pakken.

Binnen de ČSSD zorgde dat voor groeiende spanningen. Het progressieve kamp, geleid door voorzitter Bohuslav Sobotka, werd onder druk gezet door het conservatieve kamp, met Michal Hašek als kopman. Die laatste heeft (in tegenstelling tot Sobotka) goede relaties met president Miloš Zeman en zag in hem een bondgenoot tegen rechts. De groep-Sobotka zag president Zeman eerder als een factor van instabiliteit, die door de mediabelangstelling een negatieve invloed heeft op het resultaat van links. Door de nervositeit in de campagne, en de dalende trends in de peilingen, werd de interne strijd tussen beide kampen steeds meer op straat uitgevochten, en verder aangewakkerd door de sluwe Zeman, die daardoor zijn eigen positie versterkt zag.

Uiteindelijk scoort de sociaaldemocratische ČSSD tijdens de parlementsverkiezingen van 26-27 oktober ondermaats. Ook al wint het de verkiezingen, blijkt dat de partij weer 100.000 kiezers verloor. Met een goede 20% van de stemmen wordt het opnieuw aartsmoeilijk om een stabiele coalitie op de been te brengen. Het rechts-populistische ANO komt uit het niets op 18%. De voormalige rechtse regeringspartijen ODS en TOP09 verliezen zwaar. En met USVÍT komt voor het eerst sinds lang opnieuw een xenofobe partij in het parlement.

EPILOOG

Ook al verloor ČSSD stemmen, het blijft de grootste partij en lijkt aan zet om de komende regeringsonderhandelingen te leiden. De voormalige rechtse regeringspartijen zijn uitgeteld. Een minderheidskabinet met steun van de communistische KSČM haalt geen meerderheid in de Kamer. De enige realistische mogelijkheid lijkt een coalitie met het rechts-populistische ANO, aangevuld met de kleine christendemocratische KDU-ČSL. Sowieso niet eenvoudig.

Daarbovenop barstte de interne strijd binnen ČSSD reeds één dag na de verkiezingen volledig uit. Het kamp-Hašek, gesteund door Zeman, eiste het ontslag van partijvoorzitter Sobotka; hij zou verantwoordelijk zijn voor het debacle. Sobotka weigerde en wenste eerst de coalitiegesprekken aan te vatten en daarna een eventuele coalitie te laten goedkeuren door de leden van de partij op een congres. Mochten de leden hem verantwoordelijk stellen voor het stemmenverlies, is hij alsnog bereid om op te stappen. Publiek krijgt Sobotka veel steun. De groep-Hašek wordt verweten dit scenario te hebben voorbereid, met steun van president Zeman, om zo de macht binnen de sociaaldemocratische partij volledig naar zich toe te trekken. Sobotka klampt zich niet vast aan de macht, zo wordt beweerd, aangezien hij een duidelijk mandaat van de partijleden heeft om de coalitiegesprekken aan te vangen.

Het is dus nog even afwachten of Tsjechië zich aansluit bij de reeks van landen in Centraal-Europa waar wel eens een loopje wordt genomen met de grondwet en fundamentele regels van het democratische spel. In Hongarije hebben we de toenemende machtsgroei gezien van Viktor Orbán. In Slovakije heeft de linkse premier Robert Fico vrij spel, maar die lijkt zich toch meer dan vroeger te hebben verzoend met de democratie. Tsjechisch president Miloš Zeman heeft formeel niet zoveel macht, maar wil als eerste rechtstreeks gekozen president duidelijk meer bepalend zijn dan zijn voorgangers. Hij heeft daar een sterke politieke bondgenoot voor nodig. Dat leek lange tijd ČSSD te worden, maar nu Sobotka halsstarrig weigert op te stappen, wordt het voor Zeman een stuk moeilijker om de lakens naar zich toe te trekken. De publieke opinie heeft duidelijk meer zin in het progressievere verhaal van Sobotka. Afwachten of zijn kamp het uiteindelijk haalt bij de moeilijke coalitieonderhandelingen.

Stijn Croes
Ondervoorzitter Jong sociaaldemocraten in Tsjechië en delegatiesecretaris van de Tsjechische
sociaaldemocraten in het Europees Parlement.

verkiezingen - sociaaldemocratie - links - Tsjechië

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 9 (november), pagina 41 tot 45