Log in

Pers en politiek begrijpen elkaar uitstekend

boekessay

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 9 (november), pagina 74 tot 80

De politiek is een ruilhandel. De politicus verkoopt, de journalist betaalt. Zijn handelswaar zijn verhalen voor de krant, het betaalmiddel is zichtbaarheid in de media. ‘Jij een primeur, ik in de krant’, het belang is wederzijds. Zo functioneert de journalistiek als een Siamese tweeling met de politiek, schrijft de Nederlandse politiek verslaggever Pieter Van Os in een zeer lezenswaardig boek. De veelzeggende titel: Wij begrijpen elkaar uitstekend, in wat hij een ‘permanente wurggreep tussen pers en politiek’ noemt.

Met veel zin voor ironie legt Van Os uit hoe een politieke gebeurtenis nieuws wordt, welke rol spindoctors spelen, waarom politici hun controlerende rol laten overnemen door de pers. Zijn voorbeelden zijn uiteraard Haagse voorbeelden, maar ze zijn o zo herkenbaar voor iedereen die de Belgische politiek van nabij volgt. Is de politieke praktijk in België uniek? Zouden journalisten en politiek bij ons minder verstrengeld zijn dan in Nederland? Vergeet het. Alle fenomenen die in Nederland voorkomen, van spinning tot lobbying, persoonlijke relaties, tot in het bed toe, treffen we net zo goed aan in België. Het bevrijdt ons van de dwingende gedachte, gepromoot door sommige partijen, dat wij uniek zouden zijn. Dat zijn we niet. Noch in de politiek, noch in de journalistiek. Tenslotte heeft de journalistiek zo haar wetmatigheden, waar ze ook wordt beoefend. Overal zijn journalisten op zoek naar hetzelfde nieuws, als het even kan hetzelfde nieuws in primeur. Dat veronderstelt een proces van geven en nemen, want het is een concurrentiële markt waarin velen tegelijk bij dezelfde nieuwsbronnen naar dezelfde feiten of uitspraken hengelen.

EVOLUTIE IN DE POLITIEKE JOURNALISTIEK

De politieke verslaggeving vormt daarin geen uitzondering. Haar methodes zijn niet meer of minder ethisch dan in andere sectoren. Maar het is alvast een vorm van journalistiek waar zelden of nooit voor nieuws wordt betaald. In sommige sectoren van de pers loopt dat anders. Kijk naar de magazines. Zij betalen voor hun primeurreportages over huwelijken van BV’s. Zelfs in de gerechtelijke journalistiek wil het wel eens gebeuren dat vergoedingen worden gevraagd voor een opzienbarend interview, waarbij het belang van de geïnterviewde maatschappelijk betwistbaar kan zijn. Niet zo in de politiek. Journalist en politicus zijn er allebei maatschappelijk betrokken.

In mijn loopbaan heb ik de verslaggeving en vooral de jacht op primeur-nieuws intenser zien worden. Dertig, veertig jaar geleden waren politieke journalisten even eergierig om grote primeurs binnen te halen, om Hugo De Ridder niet te noemen. Maar het had toch een andere dimensie. De concurrentiedrang tussen de nieuwsmedia was minder sterk. De televisie speelde lang nog niet dezelfde overheersende rol die de camera’s nu hebben. Er was op de tv een journaal in de vooravond, een korte herhaling op het einde van de dag, een wekelijks duidingsprogramma en een zondagse praatshow. Daar moesten we het mee stellen. En er was ook maar één zender, de openbare omroep. Die had de ether en de kabel voor zich alleen. Er moest bijgevolg geen strijd worden geleverd met concurrenten.

Vooral na de eeuwwisseling hebben we de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van de informatieprogramma’s meegemaakt, op radio en tv. Eenzelfde evolutie was er bij de kranten. De aandacht voor politiek is in de media aanzienlijk groter geworden, niet alleen in de dagelijkse verslaggeving. De columns zijn verschenen, de opiniepagina’s en nadien zelfs opiniekaternen, zaterdagse interviews, enzomeer. De politicus wordt ook niet meer alleen ondervraagd over zijn beleid, zijn intenties en ideeën. Neen, de journalisten zijn ook doorgedrongen tot zijn privéleven, in ‘t goede en soms in ‘t kwade. Voor de openbare omroep is politieke verslaggeving bepalend geworden in de concurrentiestrijd met de commerciële zenders. Ook voor de zogenaamde ‘kwaliteitskranten’ is dat het geval. Zij moeten het hebben van politieke, economische en maatschappelijke berichtgeving. Voor hen is politiek een zaak van existentieel belang. Het is hun uithangbordje, hun ‘sensatie’. Waar de grote populaire media sensatie maakten met faits divers-nieuws en sport, gebruiken zij de politiek als sensatiedrager. Er zijn nu ook andere nieuwskanalen, die hun deel van het nieuws komen opeisen. En dan laat ik nog bladen als Samenleving en politiek buiten beschouwing. In het vorige nummer nog publiceerde dit blad een eigen studie die in alle media werd overgenomen.

In de wandelgangen van de ministeries en de parlementen is het om al die redenen zeer druk geworden. Het aantal journalisten dat op jacht is naar primeurs, is sterk toegenomen. Ook de aard van de politieke verslaggeving is veranderd. Er zijn, om Pieter Van Os te citeren, nu grosso modo drie vormen van journalistiek: inhoudelijke politieke verslaggeving zoals die altijd al werd beoefend, politieke journalistiek als een wedstrijd met winnaars en verliezers (hij noemt dat de horse race) en dan de portretjournalistiek die peilt naar de persoonlijkheid van de politicus, zijn kwaliteiten en gebreken.

Druk van de nieuwschefs

Tegelijk is de omgeving waarin de journalisten moeten werken sterk gewijzigd. De politieke redactie is al lang niet meer meester van zijn eigen discipline. Het zijn nu de nieuwschefs op de nieuwsdesks die de politieke verslaggever doen marcheren. Politieke journalisten schreven zich vroeger in voor een persconferentie, van wie ook, van partijen tot regeringen en vakbonden, ze lobbyden bij hun vrienden in de politiek en brachten daar laat op de dag verslag van uit. Ik herinner me uit mijn periode als nieuwschef dat we al blij mochten zijn als we in de vroege namiddag hoogte kregen van wat de politieke redactie die dag aan het doen was. Dan spreek ik nog niet eens van wat hun artikels buiten het onderwerp precies zouden inhouden. Dat zagen we pas om zes uur ‘s avonds en de opdracht van de eindredactie bestond er vervolgens in al die teksten behoorlijk in de krant te krijgen.

In de laatste twintig jaar is dat ingrijpend veranderd. Vandaag kan de politieke redactie er maar beter voor zorgen dat ze aanwezig is op de ochtendvergadering, want anders vult de vergadering haar dag in op basis van wat dan al bekend is aan politieke actualiteit. De nieuwschefs nemen daar een groot aandeel in. Zij zijn niet in politiek gespecialiseerd, maar kijken ernaar met de onbevangen blik van de geïnteresseerde waarnemer. Dat wil uiteraard al eens leiden tot keuzes die het einde van de dag niet halen.

Druk van de eindredactie

Politieke verslaggevers moeten in deze tijd hun werk twee keer verkopen. De eerste keer aan de nieuwschef en later op de dag een tweede keer aan de eindredactie, zowel aan de chef eindredactie die beslist op welke plaats in de krant het stuk komt en of het desgevallend de cover kan halen, als aan de eindredacteur die het stuk meer inhoudelijk bekijkt. De tweede selectie, die van de eindredactie, is de moeilijkste om te overleven. Bij de eindredactie komt het stuk van de politieke redacteur in concurrentie met berichten van andere redacteuren over andere onderwerpen. Een politiek stuk dat niet spannend is, niet boeiend om lezen, verteert de tweede selectie vaak niet.

Druk van de blogs

Aan de nieuwsdesks hadden de chefs vroeger een telefoon, een schrijfmachine en een telex met papieren berichten. Hoe dat niet gewijzigd is! Vandaag kolkt het op de nieuwsdesk. Permanent staan er twee tv-zenders te draaien met hun teletekst en hun journaals. En daarnaast scannen de nieuwschefs de mailboxen van de redactie, de vele bloggers op het net, houden ze een oog op twitter en de sociale media, luisteren ze tussendoor naar de radio en gonst hun mobiele telefoon constant. Een job waarin de stress nooit weg is. Tegen het moment dat de politieke redacteur binnenvalt, is het bericht dat hij wil maken doorgaans al lang op zijn waarde ingeschat op basis van externe informatie die op de nieuwsdesks is binnengewaaid.

Meestal zijn de nieuwschefs redelijk goed op de hoogte en zijn ze ook voor rede vatbaar, als de politieke redactie - zoals alle andere deelredacties - goede argumenten aanbrengt. Maar de nieuwsopbouw leidt op die manier wel tot artikels die conform zijn aan de teneur die radio, tv, teletekst en de blogs hebben bepaald. Als deze evolutie zich verder doorzet, zullen we uiteindelijk media krijgen zoals in de Verenigde Staten: 143 kanalen en overal is hetzelfde te zien met hooguit een licht afwijkende invalshoek. Aangezien op alle redacties dezelfde bronnen bestaan, die leiden tot dezelfde besluitvorming, krijg je dan in alle kranten, op radio en tv dezelfde uithaal te horen van dezelfde Bart De Wever om eens iemand te noemen.

De middenpartijen kunnen met die evolutie in de media niet zo goed om, vooral niet als ze ook in de regering zitten en ze subtiele nuances moeten leggen in hun standpunten. Partijen als de N-VA en VB hebben daar geen last van. Ze zitten in de oppositie en hoeven niet meer te doen dan te klagen. Negatief nieuws werkt altijd beter dan positief. Emotioneel nieuws is ook beter dan rationeel nieuws. En persoonlijk nieuws gaat altijd boven inhoudelijke berichtgeving.

Harde strijd

Tussen de media is de strijd bikkelhard. En het hardst van al gaat het eraan toe bij de openbare omroep. Precies zoals in Nederland met de NOS is het grootste deel van de camera’s in de Wetstraat gewoonlijk van de VRT. Eigenlijk is het moeilijk te begrijpen dat een zender die in politieke verslaggeving in feite amper concurrentie heeft op een dergelijke agressieve manier onderlinge concurrentie organiseert, die andere media bezig is weg te duwen. Reyers Laat, Ter Zake, Het Journaal, Café Corsari, Koppen XL, De Zevende Dag, ze vechten onder elkaar om de politieke primeurs. En dan vergeet ik nog De Ochtend en Vandaag op de radio en alle andere programma’s die ze daar maken. Zeg je toe bij Ter Zake dan gaan de deuren van Reyers Laat dicht, en omgekeerd.

Ook onder de krantenjournalisten is de jacht op primeurs bikkelhard. Er zijn collega’s die woordvoerders letterlijk afdreigen met een boycot, als ze hun blad de volgende primeur niet gunnen.

Geen gevlei

Ik was altijd eerst commentator en daarna verslaggever. Ik heb dus nooit tussen de collega’s aan de poort van de 16 gestaan. Dat had ik ook niet nodig. Ik deed mijn werk in aparte gesprekken en vooral met de gsm. Als journalisten van Het Laatste Nieuws hadden we eerder te kiezen of we aan berichten van ministers, partijen of Kamerleden al dan niet aandacht zouden besteden. Dat komt door de schaalgrootte van de krant. Een politicus, minister, parlementslid, politieke partij die een bericht heeft voor een groot publiek, heeft uiteraard belang bij grote aandacht in de grootste krant van het land. Heb je dan een reputatie van betrouwbaarheid, dan moet je geen moddergevechten aangaan. Je moet dan niet gaan bedelen om de gunsten van een politicus. Ten slotte heb ik primeurjournalistiek nooit zo geweldig belangrijk gevonden om er mij kwetsbaar voor te maken. Krijg je een primeur, dan verwacht de politicus een goede behandeling en kan hij je een volgende keer een gunst vragen. Er is dus altijd een keerzijde aan de medaille. Degelijke journalistiek, betrouwbaar en correct, op langere termijn vestigt de reputatie van een journalist.

Nederlands politiek verslaggever Pieter Van Os gelooft in zijn boek in het zelfreinigende effect van de politieke journalistiek. Journalisten die politici naar de mond schrijven, overleven niet lang, is zijn stelling. Ze verliezen hun reputatie en verdwijnen al gauw. Zou het in België anders zijn? Neen toch.

Zoals in alle journalistieke sectoren, van media tot sport, zoekt ook de politieke verslaggever het evenwicht tussen zijn vertrouwdheid met de spelers van het vak en de noodzakelijke afstand die er moet blijven tussen politicus en journalist. Wie te dichtbij komt, verdrinkt in de amicaliteit. Wie er systematisch te hard tegenaan gaat, verliest zijn bronnen. Het is een van mijn collega’s op de krant overkomen. Ieder interview met een politicus dat hij maakte, draaide in de zucht naar primeurs uit op een titanengevecht, waarbij de journalist ook de antwoorden dicteerde. Na drie jaar waren de gesprekspartners op.

Opvallend is de grote druk die in Nederlandse kranten als de NRC uitgaat van de hoofdredactie en de eindredactie. Journalisten worden strak gestuurd en moeten zich ook constant verantwoorden. Ook Vlaamse kranten worden meer dan vroeger strak centraal geleid, maar lang niet in die mate als in Nederland. Ik denk niet dat het op de redactie van Het Laatste Nieuws aanvaard zou worden dat eindredacteuren en chefs rechtstreeks meelezen terwijl een journalist aan het schrijven is. We hebben in Vlaanderen dus nog een hele evolutie naar scherpere controle op de journalisten door te maken. Over mijn schouders-kijkers, van op hun computer als waren ze de NSA, zou ik alvast nooit accepteren, hoe goed bedoeld ook.

OOK DE POLITIEK VERANDERDE

In mijn carrière is ook de politiek ingrijpend veranderd. Vandaag is communicatie de helft van het werk van een politicus. Bart De Wever is er geniaal in, en dat is dan ook de reden van het succes van zijn partij. Om die reden houden partijen er een legertje woordvoerders en spindoctors op na. Een woordvoerder is een regulier beroep. Een spindoctor probeert een andere werkelijkheid te creëren dan de echte werkelijkheid. En dan heb je nog lobbyisten allerhande en experts. Zij proberen de politieke journalist te beïnvloeden. In de laatste twee decennia heeft de inhoud van de politiek het vaak moeten afleggen tegen de emotie en de aandacht voor de persoon van de politicus. Muren zijn gevallen die nooit hadden mogen vallen. De muur van de privacy. De muur van het gezin.

De politiek is net als de hele maatschappij veel agressiever geworden. Een De Wever heeft dat zeer goed begrepen. Journalisten willen een verhaal, geen theorie. Ze houden van drama, van strijd. De Wever heeft ze dat gegeven. Wellicht sloot hij perfect aan op de tijdsgeest in een periode van diepe maatschappelijke problemen en een crisis van het vertrouwen in de instellingen. We hebben tijden achter de rug waarin klagen wordt verkozen boven aanpakken. Ook daarin is De Wever een meester. Aan de kant staan, behalve in Vlaanderen omdat de cruciale beslissingen niet daar vallen, en klagen over de anderen. Het heeft een jaar of drie van hoogconjunctuur opgeleverd, waarin alle media mee moesten en waarin één partij altijd de vragen stelde en de andere moesten proberen antwoorden te geven. Pas nu loopt deze periode op zijn einde.

De inhoudelijke politiek, waarvoor ik in het vak ben gegaan, is op die manier gekaapt en vervangen door een spel van politieke strategie, dat niets heeft opgelost. Gaandeweg hebben alle partijen de nieuwe wetten van de politiek in zich opgenomen. De journalisten hebben daardoor de politiek gekregen die ze gewild hebben. Politiek is op die manier een populair tv-feuilleton geworden als een ander. Het is een goeie soap waarvan de mensen willen weten hoe het gaat met de hoofdrolspelers, of ze nog gelukkig zijn en wie de serie moet verlaten. U zal zeggen dat het de taak is van journalisten om politici te volgen. Wat we gekregen hebben, is precies het omgekeerde. De politici zijn de journalisten gevolgd. Ze hebben hen gegeven wat ze gewild hebben. Drama. Mark Elchardus heeft de term gelanceerd. Dramademocratie.

TWEE-EENHEID

‘Wij begrijpen elkaar uitstekend’, zo vat journalist Pieter Van Os de evolutie samen. Journalistiek en politiek vormen een twee-eenheid. Maar de auteur neemt toch de verdediging van de parlementaire verslaggeving en van het parlement zelf op zich. Op een dag kreeg hij een vraag van een redacteur van nrc.next om nu eens iets te schrijven over ‘het parlementair debat als poppenkast’. ‘Wil jij dat ze ophouden met wat jij een poppenkast noemt? Laten we dan het politieke systeem van Azerbeidjan overnemen of dat van Turkmenistan’, antwoordde hij. Terecht.

We hebben een periode doorgemaakt van gebrek aan vertrouwen in de politiek - en dus ook in de journalistiek - niet alleen op straat maar ook bij de zakelijke en intellectuele elite. Van Os noemt het ‘chic populisme’ of salonpopulisme waarin het bon ton is neerbuigend neer te kijken op politici die niets zouden kunnen. Ach, zo nieuw is dat allemaal niet. In feite is er maar één periode geweest in de laatste eeuw dat er groot vertrouwen bestond tussen kiezers en politici. Dat was in de eerste decennia na de laatste oorlog. Toen hebben de mensen meegemaakt wat de afwezigheid van democratie betekent. De harde maatschappij zonder bescherming, waarin de mensen hun leven niet meer zeker waren. Het is die generatie na de oorlog die de solidaire samenleving heeft opgebouwd en die welvaart en welzijn heeft gebracht. Vandaag hebben wij daardoor de luxe om de democratie in vraag te stellen. En wat biedt men ons aan in de plaats? Radio Voka en radio Unizo?

Luc Van der Kelen
Voormalig politiek commentator Het Laatste Nieuws

pers - politiek - media

Wij begrijpen elkaar uitstekend

Pieter Van Os
Prometheus / Bert Bakker, Amsterdam, 2013

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 9 (november), pagina 74 tot 80