Abonneer Log in

De Gravensteengroep, de discursieve linkerflank van N-VA

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 1 (januari), pagina 4 tot 11

Verkiezingen winnen doet een partij niet in zijn eentje. Verkiezingen worden maar gewonnen als men de brede lagen van de bevolking aanspreekt. Hoewel N-VA een rechtse, neoliberale en radicale Vlaams nationalistische partij is, wordt ook de linkerflank zoveel mogelijk afgedekt. Dat gebeurt niet alleen door Siegfried Bracke die bij zijn overstap naar de politiek uitriep dat hij voor een linkse partij heeft gekozen of doordat Liesbeth Homans om de haverklap benadrukt dat de N-VA sociaal is maar niet socialistisch. Een belangrijke speler die het discours van N-VA van legitimiteit voorziet, staat officieel buiten de partij: de Gravensteengroep moeten we zien als de discursieve linkervleugel van de N-VA. In deze bijdrage analyseren we het discours van die groep progressieve intellectuelen (www.gravensteengroep.org). Meer bepaald hebben we aandacht voor de intertekstuele relatie tussen het ‘linkse discours van de Gravensteengroep’ en het discours van N-VA.

DE BELGISCHE ELITE, DE STATUS QUO EN DEMOCRATISCHE CHANTAGE

Het eerste Gravensteenmanifest start met een expliciete zelfdefiniëring van de Gravensteengroep en haar taak. Duidelijk wordt gemaakt dat de standpunten, volgens de auteurs, standpunten zijn die strijden voor gelijkheid en vrijheid, voor democratie en de mensenrechten. Kortom, de Gravensteners achten het van groot belang om zichzelf in de markt te zetten als intellectuelen die de erfenis van de Verlichting hoog in het vaandel dragen. Opmerkelijk is wel dat ze hun pijlen vanaf dag 1 richten op ‘de linkse’ elite die in wezen conservatief zou zijn:

Dat een flink deel van de Vlaamse culturele wereld de intellectuele moed mist om deze analyse [dat de Belgische constructie onherroepelijk vast zit] te maken, is onbegrijpelijk. Dat ze zich, samen met de oude Belgische elites, vastklampt aan een Belgische status quo, is onaanvaardbaar. Dit zelfverklaard ‘progressief Vlaanderen’ stelt zich behoudsgezind op en dreigt de trein van de geschiedenis te missen.’ 1

Vanaf het eerste manifest is de intertekstuele verbondenheid met het N-VA-discours onmiskenbaar. Terug krijgen we een linkse kerk die belgicistisch is en het status quo bewaart versus de Gravensteengroep die ‘de realiteit’ en zelfs de ‘loop van de geschiedenis kent’ en ze tot uitvoer wil brengen. Die loop van de geschiedenis wordt dan begrepen vanuit de klassiek nationalistische premisse dat de Vlaamse natie een Vlaamse staat moet krijgen. Dat is de ‘onomkeerbare optie op de toekomst'.2 De oprichting van de Vlaamse natiestaat is de enige oplossing voor ‘de chaos die de Belgische constructie na 177 jaar lapwerk kenmerkt', 3 aldus De Gravensteengroep.Wie daartegenin gaat, zoals de culturele wereld en de oude Belgische elite, gaat dan ook in tegen de realiteit. Zij klampen zich dan vast aan de status quo. Die nadruk op de status quo is ook een buzz woord uit het N-VA-discours. Meteen zien we hetzelfde perspectief om naar de realiteit te kijken zoals N-VA reeds voordeed. Links, de culturele wereld en de oude (in de feiten niet meer bestaande) Franstalige Belgische elite in Brussel worden niet alleen voorgesteld als oppermachtig, maar ook als conservatief en beschermers van de status quo.

De karikatuur regeert. Zij, die linkse kerk, zijn de ware conservatieven. Zij zijn Belgische nationalisten. Zij verknechten Vlaanderen, ze minoriseren Vlaanderen en onderdrukken zo ‘de meerderheid’ en ‘de democratie’. Terug krijgen we de constructie van een eenduidige vijand die alle criticasters van de Vlaamse eisen afschildert als oude belgicisten die de Vlaamse zaak verloochenen tegen de stem van het Vlaamse volk in. Opmerkelijk is ook dat we hier een hele politiek-ideologische uitholling vaststellen van de termen progressief en conservatief. Deze termen verwijzen in het Gravensteendiscours niet meer naar hun historische betekenis.

In die historische betekenis strijden progressieven voor het realiseren van de verlichte samenleving. Zij verdedigen de waarden van de radicale Verlichting: vrijheid, gelijkheid van elk individu. Progressieven zetten dus in op universele rechten, op democratie en solidariteit georganiseerd op een zo groot mogelijke schaal. De democratie is een instrument om dat mogelijk te maken. Democratie is dan een groot verhaal dat niet te herleiden is tot louter verkiezingen en al helemaal niet te herleiden is tot ‘de stem van het volk’, tot populisme. De radicale Verlichtingsstrijd staat haaks op het organisch nationalisme. De Verlichting ijvert voor universele rechten, voor een kosmopolitisme, voor een stelselmatige uitbreiding van de democratie en voor een uitbreiding van de solidariteit. Het is net het conservatisme en zeker het revolutionair conservatisme dat ijvert voor het particuliere. De morele orde en de gezondheid van het kostbare weefsel van de natie primeert voor conservatieven altijd op de rechten van het individu.4

In het discours van de Gravensteners zijn degene die pleiten om de solidariteit op een zo’n groot mogelijk schaal te houden echter de conservatieven. Terwijl het beperken van de solidariteit tot de Vlaamse natie voorgesteld wordt als progressief. Deze omkering is cruciaal om de vlag waaronder de Gravensteengroep vaart geloofwaardig te houden. Immers, moest de groep deze termen met hun historische betekenis hanteren, dan zou duidelijk worden dat hun nationalisme enkel maar als conservatief te brandmerken valt, zeker als ze dan nog eens gepaard gaat met een strijd tegen individualisme, kosmopolitisme en de nadruk op een ‘gezond sociaal weefsel’5 waarin iedere nieuwkomer, en dus ook Franstaligen, zich moeten inburgeren. Centraal element hierin is, zoals in elk volksnationalistisch discours: ‘de taal.6

Net zoals alle nationalisten staat taal bovenaan het prioriteitenlijstje van de Gravensteengroep: de taal is gansch dat volk niet waar. Dat vertaalt zich in een scherpe visie op meertaligheid en vooral op het spreken van Frans op het Vlaamse grondgebied. Zolang de Franstaligen niet akkoord gaan met die plicht om Nederlands te spreken op het Vlaamse territorium en zich te schikken naar de ‘Vlaamse meerderheidscultuur’ ondergraven ze volgens de Gravensteengroep ‘het principe van de politieke solidariteit tussen de gewesten, en meteen ook van de Belgische federale structuur op zich.7 Om die taal en de vergaande autonomie van de Vlaamse natie af te dwingen, dreigt de Gravensteengroep ermee om die sociaaleconomische solidariteit op te blazen. Solidariteit is dus niet het strijddoel van de Gravensteengroep, maar wordt gehanteerd als chantage-instrument. Taal en de natie primeren duidelijk op de centrale waarde van een links gedachtegoed: de herverdelende, interpersoonlijke solidariteit.

Voor de Gravensteengroep bestaat enkel de Vlaamse natie in opmars. Dat is het begin en het einde van de argumentatiehorizon. Centrale eisen van dit eerste Gravensteenmanifest in 2008 zijn, naast de taalkwestie op het grondgebied, het respect voor ‘grens en ruimte’8, de onmiddellijke splitsing van BHV en de ‘reële tweetaligheid in Brussel.9 Enkel dan is een confederaal België mogelijk, zo niet is het splitsen geblazen: ‘wie een hervorming in deze democratische zin afwijst, pleit in feite voor de ontbinding van die staat'. 10 Vanaf het eerste manifest is de positie van de Gravensteengroep in feite al duidelijk: het gaat om de Vlaamse natie, dat is democratie. De intertekstuele verbondenheid met het N-VA-discours is overduidelijk.

SOLIDARITEIT EN SOLIDARITEIT IS TWEE

Het loont de moeite om even verder in te gaan op het concept solidariteit. Een analyse van de betekenis die aan het concept solidariteit toegekend wordt, is een interessant instrument om te bepalen welke traditie voorrang heeft in de Gravensteenstrijd. Solidariteit is immers niet alleen een kernconcept van elk links denken maar heeft ook een lange nationalistische traditie. In die linkse traditie verwijst solidariteit naar herverdeling, naar het recht op een menswaardig leven en dus naar de universele rechten van de mens. In een nationalistische traditie à la Renan verwijst solidariteit echter naar iets helemaal anders: naar nationale lotsverbondenheid en dus een sterke nationale identiteit. Of zoals Bart De Wever het benoemt: de ‘spontane solidariteit’ die ontstaat als er een gezond kostbaar weefsel is binnen de natie.

In het tweede manifest gaat de Gravensteengroep expliciet in op solidariteit. De eerste paragrafen van dit manifest indexeren een verlichte positie inzake solidariteit. Meer nog, ze laten uitschijnen dat de Gravensteengroep zelfs een socialistisch perspectief op solidariteit zou aanhangen. Die lezing van de positie van de Gravensteengroep komt echter te vroeg. Na de uiteenzetting van de historische politieke ideologische strijd over de betekenis van solidariteit verduidelijkt de groep haar eigen lezing. Die lezing is duidelijk gekoppeld aan haar nationalistische strijd. Want zo betogen de Gravensteners: ‘dit principe wordt in de huidige Belgische context misbruikt. Wie in dit land durft te pleiten voor het verder ontwikkelen van de regionale solidariteit, die vandaag één van de wezenlijke voorwaarden vormt voor het behoud van de solidariteit in België, wordt bij voorbaat verdacht gemaakt.

Een eigen Vlaamse solidariteit is voor deze Gravensteners de basis voor het behoud van de solidariteit op het Belgische niveau. Daarom zijn er in dit land hoogdringend institutionele hervormingen nodig. Enkel als ‘het naast elkaar bestaan van deelstaten, als gelijkwaardige partners, biedt mogelijke garanties voor een reële én realiseerbare solidariteit, voor een op maat gemaakte invulling van regionale behoeften en individuele noden, en voor het aanpassen van onze sociale zekerheid aan nieuwe internationale uitdagingen.11 Er komen twee argumenten bovendrijven: (1) Solidariteit moet worden gekoppeld aan de Vlaamse (deel)staat om ‘realistisch’ te zijn. (2) Enkel op het Vlaamse niveau kan onze sociale zekerheid de ‘internationale uitdagingen aan’, aldus de Gravensteengroep.

Ten eerste betogen de Gravensteners dus dat een solidariteit op het Belgische niveau compleet onhaalbaar is omdat er geen politieke solidariteit is. Enkel een Vlaamse solidariteit is ‘realistisch’ want gebaseerd op onze individuele behoeften en noden. In naam van de Verlichting argumenteren tegen uitbreiding van solidariteit, tegen universalisme en dus ook tegen idealisme en vooruitgang is natuurlijk vreemd. Moesten de Verlichtingsdenkers gedacht hebben in termen van realisme dan hadden we vandaag geen democratie, geen mensenrechten en geen sociale zekerheid. Het argument van de Gravensteengroep past dan ook in een heel andere politieke traditie. Dit is een klassiek antiverlichtingsargument. Alle anti-Verlichtingsdenkers hebben twee eeuwen lang strijd gevoerd tegen ‘de utopie’ van de radicale Verlichting. Allen hielden een pleidooi voor ‘realisme’ en tegen de abstractie van vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Van Burke over Renan tot De Wever: allen zien ze de universele rechten van de mens als te abstract. De Gravensteengroep spreekt in diezelfde traditie als ze zeggen dat solidariteit enkel op een nationale basis kan functioneren.

‘Solidariteit moet de relatie tussen individu en maatschappij regelen. Zij vormt een reactie tegen het vooropstellen van het eigen belang en betekent een bewuste keuze voor de verbondenheid met anderen’. 12

Het gaat dus niet over automatische en onvoorwaardelijke solidariteit als deel van de onvervreemdbare rechten van elk individu, maar over wederkerigheid. Over voor wat hoort wat, over vrijwillige solidariteit en nationalistische solidariteit. Solidariteit wordt ook door de Gravensteengroep gekoppeld aan nationale identiteit. Enkel als er nationale verbondenheid is, kan er solidariteit zijn. Solidariteit stoelt dan niet op het onvervreemdbare en universele recht van elk individu op gelijkheid, maar ‘op de idee van gelijkwaardigheid en verdraagzaamheid. Het veronderstelt wederkerigheid en vrijwilligheid. Wie zich solidair verklaart, aanvaardt een gedeelde verantwoordelijkheid'.13

De solidariteit van de Gravensteengroep is een nationalistische solidariteit zoals Renan en De Wever het voor ogen hebben: het gaat dan in eerste instantie over ‘nationalistische verbondenheid’, veeleer dan dat men spreekt over herverdeling en gelijkheid. De universele dimensie van solidariteit valt weg. Niet de mensheid bepaalt de visie op solidariteit maar de natie. We horen hier terug geen links discours, maar een nationalistisch discours. Een discours ook over wederkerige, voorwaardelijke én vrijwillige solidariteit. Enkel als je bijgedragen hebt, kan je rekenen op solidariteit. Solidariteit moet voor de Gravensteners niet in eerste instantie gelijkheid realiseren door te herverdelen, maar ‘moet de relatie tussen individu en maatschappij’14 regelen. Maatschappij lezen we hier dan ook het best als een synoniem met de Vlaamse natie. Deze invulling van solidariteit is immers een springplank voor het ontmantelen van België en dus ook de ontmanteling van de bestaande geïnstitutionaliseerde solidariteit.

Dergelijk discours wordt ook door N-VA uitgedragen. Dit discours over solidariteit steunt op twee fundamenten. Enerzijds op de idee van de Vlaamse natie waarin alle Vlamingen zich verbonden weten en anderzijds het bekende verhaal van rechten en plichten. Vanuit het eerste fundament wordt benadrukt dat enkel nationale solidariteit mogelijk en wenselijk is. Enkel als mensen een identiteit delen, zich verbonden voelen, zullen ze solidair willen zijn. Dat is een punt dat Bart De Wever sinds de start van zijn politieke loopbaan reeds benadrukt: de natie is de basis van de solidariteit. Solidair zijn kunnen we in deze logica enkel met mensen waarmee we ons verbonden voelen. De Gravensteengroep herhaalt gewoon die visie. Voor hen is echte solidariteit, net zoals bij De Wever, solidariteit ‘vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid, vanuit het diepe morele besef dat het normaal is dat wij de medemens hulp bieden, wanneer wij daartoe in staat zijn.15 Opmerkelijk hier is de afwezigheid van de koppeling tussen gelijkheid, vrijheid en universaliteit. Gelijkheid was volgens de radicale Verlichtingsdenkers de universele dimensie van vrijheid. Enkel als we gelijk waren, konden we vrij zijn. Deze referentie naar de Verlichtingstraditie ontbreekt in de definiëring van solidariteit. We krijgen wel intertekstuele referenties naar nationalistische en conservatieve opvattingen over solidariteit in woorden als: ‘moreel besef’, ‘hulp geven aan de medemens als we daarvoor genoeg middelen hebben’. Wij bepalen dus zelf als en hoe we solidair zijn.

Er kan ook solidariteit zijn met bevriende naties maar dan moet die solidariteit kaderen in ‘transparante politieke structuren’ en bijdragen tot de ‘responsabilisering van de regionale besturen. Naties moeten er zelf voor kiezen om solidair te willen zijn. Het zijn in deze nationalistische logica niet individuen die onderling solidair zijn via de staat, maar de natie die kiest om solidair te zijn met een andere natie (waarmee men schijnbaar doelt op Wallonië). Solidariteit met Wallonië is dan maar mogelijk als Wallonië zich politiek solidair verklaart met Vlaanderen, of in andere woorden als de Franstalige politici instemmen met de Vlaamse eisen voor een confederaal België. Solidariteit is hier terug voorwaardelijk. Enkel als Vlaanderen haar eigen solidariteitsmechanismen (lees: geld en macht) in handen krijgt is Vlaanderen, volgens de Gravensteners, nog bereid om solidair te zijn met Wallonië maar wel op Vlaamse voorwaarden. Net zoals N-VA gebruikt de Gravensteengroep solidariteit als een responsabiliseringsmechanisme. Mooie termen als transparantie verhullen dat men de facto de interpersoonlijke solidariteit opblaast. En ook dat heeft ze gemeen met N-VA die in naam van de efficiëntie, transparantie en de oversolidariteit strijdt tegen de interpersoonlijke solidariteit.

Ook de idee van wederkerigheid en vrijwilligheid dat voor de Gravensteners een integraal onderdeel uitmaakt van de solidariteit, toont aan dat hier een heel andere solidariteit naar voor geschoven wordt dan degene die links traditioneel naar voor schuift. Links ziet solidariteit als herverdeling met als doel gelijkheid tussen individuen te bewerkstelligen. De conservatieve en nationalistische solidariteit is gebaseerd op enerzijds vrijwilligheid, anderzijds op wederkerigheid. Met vrijwilligheid wordt verwezen naar de idee dat de Vlamingen zelf moeten kiezen om solidair te willen zijn met de zwakkeren in de samenleving en met bevriende naties zoals Wallonië. Die solidariteit is niet eindeloos, maar is afhankelijk van wat de ontvangers van de solidariteit hebben bijgedragen tot de samenleving. Als ze niets hebben bijgedragen, dan komen ze ook niet in aanmerking voor de solidariteit. Maar ook als de ontvangers hun verantwoordelijkheid niet opnemen, door bijvoorbeeld snel werk te vinden, dan sluiten ze zichzelf ook uit van de solidariteit. Terug is de intertekstuele verbondenheid met de N-VA-retoriek en breder met de conservatieve en nationalistische politiek-ideologische stroming overduidelijk.

De laatste onbeantwoorde vraag is nu of en hoe een dergelijke Vlaams nationale solidariteit een antwoord kan zijn op het internationale neoliberalisme. Het tweede manifest spreekt daar, afgezien van de bovenstaande claim, met geen enkel woord over. Die afwezigheid van expliciete argumenten doet vermoeden dat deze groep van menig is dat enkel een nationale solidariteit voldoende draagvlak heeft en dat die nationale verbondenheid dan het warm nest schept die ons wapent tegen die neoliberale aanval. Hoe het ook mag zijn, het is duidelijk dat een nationale solidariteit, ook op Belgisch niveau in deze tijden van globalisering absoluut niet voldoende is.

De Gravensteengroep houdt hier in naam van het realisme, van de Verlichting en zelfs in naam van links een pleidooi om de bestaande solidariteit te ontmantelen en te heropbouwen op Vlaams niveau. Hoe men in tijden van neoliberale en rechtse dominantie in Vlaanderen ooit een versteviging van de solidariteit kan realiseren in deze context wordt niet beargumenteerd. Hoe het naar beneden herschalen van solidariteit, en dus een solidariteit voor ‘het eigen volk’ voorop stelt, ooit kan zorgen voor een bredere solidariteit is een vraagteken natuurlijk. Vandaag zien we dat het Belgische niveau al schromelijk tekortschiet om gelijkheid te realiseren voor eenieder. De hypermobiliteit van de 21ste eeuw vertaalt zich immers in de aanwezigheid van veel verschillende nationaliteiten op één grondgebied. Aangezien onze rechten gekoppeld zijn aan onze nationaliteit betekent dat in de praktijk een toename van ongelijkheid. De solidariteitsmechanismen sluiten nu al mensen uit, dat kan echter ondervangen worden als we een uitbreiding krijgen van de solidariteit. Solidariteit kan niet behouden blijven op een loutere nationale schaal. De droom van een verlichte, universele solidariteit is een noodzaak in tijden van globalisering en superdiversiteit. De Gravensteengroep leidt ons naar de andere richting.

DE GRAVENSTEENGROEP ALS DISCURSIEVE LINKERVLEUGEL VAN N-VA

Het besluit kan niet anders dan hard zijn. De Gravensteengroep is in eerste instantie een nationalistische groep en net door haar nationalisme ondermijnt ze de solidariteit. De Belgische solidariteit willen ze ontmantelen om in de plaats een Vlaamse sociale zekerheid op te bouwen in een rechts en neoliberaal Vlaams landschap. De facto zou dat dus tweemaal een verzwakking betekenen van de solidariteit. Bovendien is die solidariteit absoluut geen afdoend antwoord op de neoliberale globalisering. De Gravensteengroep spreekt duidelijk in dezelfde intertekstuele traditie als N-VA: die van het organisch nationalisme en de anti-Verlichtingstraditie.

Waar de Volksunie gekend stond voor haar linkse en rechtse vleugel binnen de partij, kan ook N-VA steunen op een ‘prominente linkervleugel’. Bovendien heeft die linkervleugel meer macht omdat ze in de perceptie zelfs los staat van die partij. Het zijn linkse intellectuelen die hetzelfde discours uiten als N-VA. Dit is een ideaal instrument in de strijd om de Vlaams nationalistische ideologie te hegemoniseren. Het profiel van N-VA is immers uitgesproken rechts, neoliberaal en nationalistisch, haar imago is echter dat van een rechts gematigde, democratische en nationalistische partij. Het imago van de Gravensteengroep en haar discours versterken het imago van N-VA als een redelijke partij nogmaals: zelfs linkse intellectuelen vertellen hetzelfde. Het zal wel geen toeval zijn dat net in de aanloop van de verkiezingen van 25 mei 2014 de groep op de proppen komt men een nieuwe website.

Onderliggend aan alle manifesten van de Gravensteengroep is de idee van de Vlaamse natie, de idee van een homogeen Vlaanderen, de idee van België als een land met twee gemeenschappen, twee naties. En net omdat ze België zien als twee naties, moet het land in het beste geval omgevormd worden tot een confederatie, in het slechtste moet het geheel splitsen. Dit master-narratief delen ze met N-VA die dan spreekt over België als een land met twee democratieën.

Bij beiden staat de natie centraal. Dat superdiversiteit de norm is in onze land wordt ontkend. En als er toch diversiteit gezien wordt, dan moet die ingeburgerd worden. Maar niet alleen allochtonen moeten Vlamingen worden, ook Brussel in zijn geheel moet in de nationalistische logica geduwd worden. Brusselaars moet Vlamingen of Walen worden.

De Gravensteengroep dient een nationalistisch doel, geen links doel. Die nationalistische logica blijkt ook uit het feit dat in alle bijdragen uit hun boek Land op de tweesprong (2012) de kerndomeinen van het nationalisme besproken worden: territorium, identiteit en verbondenheid, taal, nationale solidariteit, de natie en haar staat(svorming). Meer nog, in de feiten zien we niet alleen gelijkaardige denktrends en argumentatie- of non-argumentatielijnen als N-VA. De concepten, zinnen, ideeën, oneliners en verwoordingen, ideeën en eisen tot de presentatie van hun positie toe, zijn bij momenten letterlijke kopieën van het N-VA-discours. We zien niet alleen impliciete intertekstualiteit, maar vaak ook een expliciete intertekstuele verbondenheid met N-VA en het discours van De Wever in het bijzonder. Omgekeerd wordt ook duidelijk dat De Wever met aandacht luistert naar die Gravensteengroep en ook haar concepten zoals ‘de grendelgrondwet’ overneemt. De intertekstuele verbondendheid tussen het N-VA-discours en het discours van de Gravensteengroep is manifest en expliciet. In de feiten fungeert de Gravensteengroep als niets anders dan de ‘linkervleugel’ in disguise van de N-VA.

Ico Maly
Dr. in de cultuurwetenschappen, coördinator Kif Kif en gastprofessor politiek en cultuur aan het Rits.

Noten
1/ De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest: Territorialiteit, in De Gravensteengroep, (2012). Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout, p.28.
2/ De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest: Territirialiteit. Op.cit., p.28.
3/ De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest: Territorialiteit. Op.cit., p.28.
4/ Zie hiervoor o.a. Israel, J. (2010). A revolution of the mind. Radical Enlightenment and the intellectual origins of Modern Democracy. Princeton; Oxford: Princeton University Press. Israel, J. (2011).Democractic Enlightenment. Philosophy, Revolution, and Human Rights 1750-1790. Oxford & New York: Oxford university Press. Sternhell, Z. (1995). Neither right, nor left: Fascist ideology in France. Princeton, New Jersey: Princeton University Press; Sternhell, Z. (1996). The intellectual revolt against liberal democracy 1870-1945, Jerusalem: The Israel academy of sciences and humanities; Sternhell, Z., (2010). The Anti-Enlightenment Tradition. New Haven; London: Yale University Press.
5/ De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, op.cit., p.28.
6/ De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, op.cit., p.28.
7/ De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, op.cit., p.29.
8/ De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, op.cit., p.29.
9/ De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, op.cit., p.29.
10/ De Gravensteengroep, 2008: Eerste Gravensteenmanifest Territorialiteit, op.cit., p.29.
11/ De Gravensteengroep, 2008: Het tweede Gravensteenmanifest: Meer solidariteit door gelijkwaardigheid in De Gravensteengroep, (2012) Land op de tweesprong. Pelckmans, Kalmthout.
12/ De Gravensteengroep, 2008: Het tweede Gravensteenmanifest: Meer solidariteit door gelijkwaardigheid. Op.cit.
13/ De Gravensteengroep, 2008: Het tweede Gravensteenmanifest: Meer solidariteit door gelijkwaardigheid. Op.cit.
14/ De Gravensteengroep, 2008: Het tweede Gravensteenmanifest: Meer solidariteit door gelijkwaardigheid. Op.cit.
15/ De Gravensteengroep, 2008: Het tweede Gravensteenmanifest: Meer solidariteit door gelijkwaardigheid. Op.cit.

Gravensteengroep - N-VA - nationalisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 1 (januari), pagina 4 tot 11