Abonneer Log in

Realisme in de oorlog tegen het jihadisme

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 8 (oktober), pagina 1 tot 3

Januari 2011. Na wekenlang massaprotest, waarbij heel wat dodelijke slachtoffers vielen, deden de autocraten van Tunesië en Egypte afstand van de macht. Dit zou het begin inluiden van een lange en moeizame politieke transitie. Verkiezingen werden gewonnen door de Moslimbroederschap wiens conceptie van democratie de dictatuur van de electorale meerderheid bleek te zijn. Gevolg: in Egypte greep het leger in en werd de Moslimbroederschap politiek geliquideerd om nadien buiten de wet te worden gesteld. Dit lot bleef de Tunesische Broeders van Ennahda bespaard. In een klimaat van economische achteruitgang en aanslagen op linkse politici wisten ze net op tijd een bocht te nemen: de macht werd gedeeld met de andere partijen en er werd een consensus gevonden in de vorm van een betrekkelijk inclusieve grondwet.

Vanaf maart 2011 sloeg de vonk over naar landen als Libië en Syrië. Zij volgden echter een geheel ander scenario. De regimes besloten om niet toe te geven en bleken bereid het land desnoods in een burgeroorlog te storten. Gewapende rebellengroeperingen en milities schoten er als paddenstoelen uit de grond. In het Libische geval had de Veiligheidsraad van de VN een resolutie gestemd waarmee een no-flyzone werd opgelegd. De NAVO gaf een eigen interpretatie aan de resolutie en besloot na het onschadelijk maken van de Libische luchtafweer en luchtmacht de rebellen te ondersteunen in hun opmars naar Tripoli. Eens Kahdafi niet meer was, trokken de gevechtsvliegtuigen - ook Belgische - zich terug en werd het verscheurde land volledig aan zijn lot overgelaten. Ondertussen werd met de plundering van de vele wapendepots van het Kahdafi-regime het vuur aan de lont gestoken in binnen- en buitenland. Wat volgde op het NAVO-luchtoffensief was een politiek en militair vacuüm dat leidde tot een waanzinnige tribalisering en jihadisering van het land.

Toen kwam de zomer van 2014. De Libische regering verloor elke greep over het land en de hoofdstad werd ingenomen door aan Al-Qaida gelieerde islamisten. Libië is ondertussen een zwart gat dat grote delen van Noord-Afrika en de Sahel zou kunnen opslorpen. Dit verklaart meteen ook de toenemende (militaire) activiteit van o.m. Algerije en Egypte in het land.

Syrië gaat dezelfde kant op. De volksopstand die een burgeroorlog werd, kantelde meer dan twee jaar geleden in een ‘heilige oorlog’ van soennieten tegen sjiieten. De rebellen van het Vrije Syrische Leger werden in de steek gelaten en gemarginaliseerd. Syrië werd zo het slagveld waar naast Syrische bevolkingsgroepen ook regionale en internationale grootmachten hun rekeningen vereffenden. Deze door Saudi-Arabië en Qatar gesteunde heilige oorlog tegen het regime van Assad werkte als een magneet op jihadisten uit alle hoeken van de wereld. Lange tijd konden deze internationale jihadisten rekenen op sympathie van onderdrukte soennieten in de regio, een laisser faire laisser passer-politiek in transitland Turkije, enorme private (en publieke) financiering vanuit de Golfstaten, een Amerikaans en Europees gedoogbeleid…

Het resultaat van dit alles? Bijna tweehonderdduizend Syrische doden en tien miljoen ontheemden later, heeft het Assad-regime zijn macht in het westen van het land geconsolideerd, en is de rest van het land nu voor een flink deel in handen van de jihadisten van Al-Qaida in Syrië, ook gekend als het Al Nusra Front, en de zogenaamde Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL) - die voornamelijk geleid wordt door dissidente Al-Qaida kaderleden.

Zoals de naam suggereert bleek ISIL ambitieuzer: de honderd jaar geleden door Frankrijk en Engeland getrokken grenzen tussen Syrië en Irak moesten eraan geloven. De snelheid waarmee IS grote delen van Irak veroverde, deed alarmbellen afgaan in Washington, Brussel en andere westerse hoofdsteden. De leider van ISIL, ‘Al Bagdadi’, vaardigde een Kalifaat uit (een Islamitische Staat, IS) in de veroverde gebieden in Syrië en Irak. Toen IS op vijftig kilometer van Bagdad strandde, de Koerdische regio in Irak in het vizier nam en de jacht op minderheden - waaronder christenen en yezidi’s - intensifieerde, kon er niet meer worden weggekeken. Nietsdoen (in Irak) was voor de conflictpartijen - van de VS over Saudi-Arabië tot Iran en Rusland - geen optie meer.

Wat enkele maanden voordien nog ondenkbaar was, werd in augustus plots de logica zelve. De Iraakse premier Al Maliki - die met zijn autoritair en discriminerend beleid een deel van de soennitische bevolking van Irak in handen van IS had gedreven - bezweek onder Amerikaanse (en Iraanse) druk en trad af. Daarnaast werd de bewapening van de Koerdische Peshmerga’s en de Iraakse strijdkrachten vanuit Europa en de VS gevoelig opgeschroefd. In NAVO-kringen werd het regime van Assad (voorlopig) the lesser of two evils. En terwijl plannen werden uitgetekend voor een luchtoffensief tegen IS, namen de jihadisten wraak door westerse gijzelaars voor het oog van de wereld te onthoofden en riepen IS-woordvoerders op om ‘ongelovigen’ te viseren, waar dan ook.

Ondertussen nemen gevechtsvliegtuigen van de zogenaamde Internationale Coalitie al enkele weken IS-stellingen onder vuur. De Europese vleugel van de coalitie waar België toe behoort beperkt de operaties tot Irak. Aangezien de vraag om hulp van de Iraakse regering kwam, kleuren ze hiermee binnen de lijnen van het internationaal recht. De VS en de Arabische vleugel daarentegen nemen IS in Syrië onder vuur. Hiermee bevinden ze zich in een internationaalrechtelijke schemerzone daar ze noch een formeel fiat noch een formeel protest van de Syrische regering ontvingen - het werd ook niet gevraagd, slechts meegedeeld door de VS.

De hamvraag vandaag is vooral: wat na de bombardementen? De Libische ervaring spreekt voor zich. Wie een beetje verstand heeft weet dat bombarderen en terugtrekken geen optie is. De jihadisten kunnen nog sterker terugkomen. Niet in het minst omdat in het vacuüm dat zou volgen de jihadistisch-salafistische ideologie nog meer richting centrum zou schuiven. In dit vacuüm zou zelfs de totale implosie van Syrië en Irak versneld kunnen worden en de hele regio - en diens periferie - meesleuren.

Jammer genoeg heeft de Internationale Coalitie onder druk van de snel wijzigende omstandigheden op het terrein niet de tijd genomen om de verschillende fases en scenario’s uit te benen. Vandaag heeft geen enkele minister van Defensie of Buitenlandse Zaken een antwoord op de vraag wat na de bombardementen moet komen.

Ook hebben de VS en de EU-landen een fout gemaakt door zelf ostentatief het voortouw te nemen in de Internationale Coalitie. Het ware beter geweest als de soennitische Golfstaten onder druk werden gezet om ‘alleen’ militair tussen te komen waarbij het westen slechts indirecte, militaire steun had verleend. Nu wordt het conflict immers aan de man gebracht als een oorlog van ‘de kruisvaarders’ tegen ‘de islam’ - niet zonder enig succes. Een toenemend wij-zij-denken aan beide oevers van de Middellandse Zee en de Atlantische oceaan, verwijten van neokolonialisme en imperialisme, een verhoogde sympathie voor het jihadisme en het veiligheidsrisico die teruggekeerde, Europese IS-strijders vormen zijn reële uitdagingen.

Om strategische blunders te vermijden, is het zaak dat er voldoende aandacht uitgaat naar totaalcommunicatie, naar de randvoorwaarden voor een mogelijke uitrol van een grondoffensief en naar een sterkere nadruk op conflictresolutie in het Europese Nabuurschapsbeleid.

Om de uitgekiende polarisatiestrategie van IS op het internet tegen te gaan dient er vanuit de Internationale Coalitie een groots communicatieoffensief aan het adres van alle betrokken partijen te worden gericht, met bijzondere aandacht voor soennitische moslims. Ook zal vroeg of laat blijken dat een grondoffensief nodig is om IS en consoorten te ontwortelen. De druk op de NAVO zal des te groter worden in het geval van een dodelijke IS-aanval op een NAVO-lidstaat. In eender welk scenario moeten de Arabische landen een leidende rol spelen op het terrein, dienen alle (in)direct betrokken landen in de regio een stem te krijgen en zou de NAVO zich moeten ‘beperken’ tot een indirect, ondersteunend optreden. Een rol die afhankelijk van de invulling best wel sturend kan zijn. Nu de periferie van Europa - van Libië over de Palestijnse bezette gebieden en Syrië tot Oekraïne - in brand staat, moet conflictresolutie meer dan ooit centraal staan in het Nabuurschapsbeleid van de nieuwe Europese Commissie. De boutade is gekend: wie geen veiligheid en stabiliteit exporteert, importeert onveiligheid en onstabiliteit.

Meer dan ooit is er nood aan realisme. Daar is het nooit te laat voor, want als er de afgelopen jaren iets duidelijk is geworden, dan is het wel dat het altijd erger kan.

Bilal Benyaich
Redactielid Samenleving en politiek

edito - jihadisme - Islamitische Staat

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 8 (oktober), pagina 1 tot 3