Log in

'De armoede zal alleen maar stijgen'

Interview met Jill Coene (armoedespecialist)

Jill Coene is een van de drijvende krachten achter het Jaarboek Armoede en Uitsluiting, en verbonden aan het Vlaams Armoedesteunpunt. In de lage middenklasse ziet ze zorgwekkende trends inzake armoede. De kinderopvang wordt duurder, wat een probleem vormt voor de risicogroep van eenoudergezinnen. De hervormde kinderbijslag schaft de rangorde af, wat nadelig is voor de risicogroep van grote gezinnen. Maar vooral de gestegen energiefactuur wordt problematisch. "Als er verder wordt ingezet op besparingsbeleid, zal het armoedeprobleem alleen maar groter worden."

Eind december haalde Antwerps N-VA-raadslid Leyla Aydemir in de gemeenteraad fel uit naar het recentste Jaarboek van het onderzoekscentrum OASeS (Ongelijkheid, Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad) van de Universiteit Antwerpen, dat De welvaartsstaat op kindermaat als titel draagt. Ze noemde het Jaarboek ‘een ideologisch, links pamflet’. Volgens Aydemir opereren zowel de onderzoekers van de Universiteit Antwerpen als de middenveldorganisaties die het opnemen voor de armen ‘vanuit een duidelijk linkse ideologische visie dat de overheid alles maar moet oplossen’. Een onterechte kritiek, aldus medesamensteller Jill Coene. "Het Jaarboek is een wetenschappelijk instrument, dat kennis samenbrengt over armoede. Die inzichten zijn hard nodig. Zonder kennis van zaken kan je geen evidence based beleid voeren."

De cijfers over armoede zijn alleszins genoegzaam gekend. Verschillende instanties berichten erover: het Federaal Jaarboek (gefinancierd door POD Maatschappelijke Integratie), de interfederale Armoedebarometer (dat er in 2009 met het Federaal Plan Armoedebestrijding kwam), de Decenniumdoelen 2017 (een vakbondsinitiatief in samenwerking met het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding), maar de meeste impact heeft het Vlaams Jaarboek Armoede en Uitsluiting van OASeS. Het is ondertussen aan zijn 24ste jaargang toe. Toch oogt de toekomst van dit ‘monument’ van het armoedeonderzoek onzeker. Het Jaarboek wordt vandaag gefinancierd door het Vlaams Armoedesteunpunt (VLAS), een wetenschappelijk consortium van vijf universitaire partners in de schoot van de Vlaamse overheid. De kans bestaat echter dat het VLAS dit voorjaar wordt opgedoekt. "De middelen die minister Homans heeft voor wetenschappelijk onderzoek blijven behouden, maar er is nog onzekerheid over hoe het armoedeonderzoek zal worden ingevuld," is Jill Coene voorzichtig. "Hopelijk blijft er ruimte voor samenwerking tussen universiteiten, want uit deze contacten komen vruchtbare dingen voort."

De structurele samenwerking tussen universiteiten staat dus op de helling. Terwijl armoede toch bij uitstek een structureel probleem is?

"Armoede is inderdaad een multidimensionaal probleem dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. In België is ongeveer 26% van wie opgroeide in een arm gezin, zelf arm. Het is de taak van de overheid om die cirkel van generatiearmoede te doorbreken. Daarom kozen we ervoor om ons Jaarboek 2015 aan kinderarmoede te wijden. We hebben een welvaartsstaat op kindermaat nodig, die meer rekening houdt met kinderen. Natuurlijk moet armoede structureel bestreden worden, maar de harde cijfers maken het noodzakelijk om die kwetsbare groep op de voorgrond te plaatsen. Kinderarmoede druist in tegen de kinderrechten. Niet alleen het recht op een toereikende levensstandaard, maar ook het recht op onderwijs, gezondheidszorg, wonen en vrije tijd en spel komt in het gedrang."

Hoeveel kinderen leven in België in een gezin onder de armoededrempel?

"Het gaat om zo’n 432.000 kinderen. Dat is ongeveer een op de zes kinderen (18,8%). Het gaat vooral over kinderen in eenoudergezinnen en in grote gezinnen, kinderen van laagopgeleide ouders of waarvan de ouders huren, kinderen van ouders met een buitenlandse herkomst en kinderen in gezinnen waar bijna niemand werkt. Bij die laatste groep zien we een alarmerende trend: het armoederisico van personen in een gezin met kinderen met een zeer lage werkintensiteit nam tussen 2004 en 2014 toe van 61,7% tot 73,6%. Inzake het aantal personen dat leeft in een werkarm gezin is België één van de slechtste landen in Europa, naast landen als Spanje, Kroatië en Griekenland. Het is vooral in Wallonië een probleem waar meer van die huishoudens zijn."

Hoe doet de rijke regio Vlaanderen het inzake kinderarmoede?

"In Vlaanderen leeft een kind op de acht (12%) in armoede. De kansarmoede-index is hoger in een grootstedelijke context dan in plattelandsgebieden. Zo’n 53% van de kinderen in kansarmoede leeft in de 13 centrumsteden, met Oostende, Antwerpen, Gent en Genk als negatieve uitschieters. In de niet-centrumsteden is het aandeel geboorten in kansarme gezinnen het hoogst in Boom, Blankenberge, Menen, Maasmechelen, Ronse, Heusden-Zolder en Zele. Naar provincies is de index het hoogst in Antwerpen en het laagst in Vlaams-Brabant."

Deze editie van het Jaarboek gaat over kinderarmoede. Maar spreken we niet beter consequent over gezinsarmoede_

"De focus op kinderarmoede heeft één groot voordeel: het vergroot het draagvlak voor armoedebestrijding. Vandaag is één van de hete hangijzers in het armoededebat de vraag welke mensen geholpen moeten worden en welke niet: aan wie moeten schaarse overheidsmiddelen worden toegekend? Het is de vraag over ‘deserving’ en ‘undeserving poor’. Kinderen zijn onschuldige slachtoffers. Je kunt er burgers rond mobiliseren. Maar het klopt: armoede is in de eerste plaats een kwestie van centen. En kinderen kunnen natuurlijk niet gaan werken. Het is de armoede van het gezin die moet worden aangepakt om de kinderen eruit te liften.

Heeft u de indruk dat de focus op kinderarmoede de bevolking sensibiliseert?

"Toch wel. Natuurlijk zijn er ook mensen die zulke focus emotionele chantage vinden, maar meestal raak je toch een gevoelige snaar als het over kinderen gaat. Mensen denken dat armoede iets is van verslaafde daklozen. Ver van mijn bed. Maar als het over het buurmeisje gaat, is dat toch anders. We beseffen onvoldoende hoeveel kinderarmoede er is. Veel blijft verborgen. Kinderen op school verstoppen hun armoede om niet gepest te worden. Ouders doen er alles aan om hun kinderen te ontzien, en eten desnoods zelf een boterham minder."

Toch ligt sociaal isolement voor die kinderen op de loer.

"Arme kinderen kunnen niet meepraten of ervaringen uitwisselen met leeftijdsgenoten. Vlaamse kinderen uit arme gezinnen hebben bijvoorbeeld 44% minder kans om lid te zijn van een sportclub dan kinderen uit niet-arme gezinnen. Daarom zijn de beleidsmaatregelen die kinderen ondersteunen om aan vrijetijdsactiviteiten deel te nemen erg belangrijk. In ons Jaarboek staat een hoofdstuk over hoe kinderen armoede beleven. Voor veel kinderen die in armoede leven, is dat een emotionele, materiële en sociale belasting. Dat laatste vergeten we soms. Ze voelen zich vaak buitengesloten, maken zich zorgen en schamen zich. Kinderen vinden het moeilijk om over hun situatie te praten en kunnen vaak niet deelnemen aan sport en cultuur. Het is daarom erg belangrijk dat we in lokale overlegplatformen blijven investeren."

Een andere vaststelling uit het Jaarboek: arme gezinnen kennen meer stress.

"Klopt. Armoede heeft niet alleen een dramatische impact op de ontwikkeling van kinderen - wetenschappelijk onderzoek toont aan dat er een verband bestaat tussen het inkomen van gezinnen en de oppervlakte van de hersenschors van kinderen - maar armoede brengt ook heel wat spanningen met zich mee in het gezin. Het is niet fijn jouw ouders te zien ruziën. Onderzoek is duidelijk: personen uit laaginkomensgezinnen ervaren meer financiële en relationele stress dan personen uit midden- of hogeinkomensgezinnen. We zien ook dat arme ouders veel minder efficiënte strategieën gaan toepassen om met die stressbronnen om te gaan. Ze omzeilen en ontkennen vaker het probleem. Wanneer die vermijdende strategieën gecombineerd worden met aanhoudend hoge stressniveaus, kan dat aanleiding geven tot bijkomende psychosociale problemen. Het is essentieel dat laaginkomensgezinnen voldoende hulp- en steunbronnen krijgen aangereikt. Voldoende geld dus, maar zeker ook plekken waar ze kunnen praten over hun problemen, waar ze empowered worden."

In de beleidsnota’s lezen we ook dat ‘we mensen moeten versterken’, maar het beleid zelf blijft steken in het voorzien van 1 euro-maaltijden.

"Met 1 euro-maaltijden alleen gaan we er niet komen. Dat is duidelijk. Die maaltijden hebben hun waarde - de brooddoos geraakt ermee gevuld en ook de ouders worden betrokken - maar het blijft mangelen in de marge. Om armoede aan te pakken, moet je inzetten op werk en inkomen. Zolang die twee zaken niet structureel verbeteren, zullen de armoedecijfers niet dalen."

Moeten we ons zorgen maken over de impact van het huidige beleid op de armoedecijfers?

"De vele besparingen zullen een felle weerslag hebben op gezinnen in armoede. Dat lijdt geen twijfel. Als er verder wordt ingezet op besparingsbeleid, zal het armoedeprobleem alleen maar groterworden. Volgens de meest recente SILC-cijfers (die van 2014, wv) blijft het algemene armoederisico stabiel. Maar bij bepaalde subgroepen, zoals bij werkarme gezinnen, zien we toch een stijging. En ik verwacht de volgende jaren toch wat beweging aan de onderkant van de middenklasse. De kinderopvang wordt duurder, wat een probleem vormt voor de risicogroep van eenoudergezinnen. De hervormde kinderbijslag schaft de rangorde af, wat nadelig is voor de risicogroep van grote gezinnen. Maar vooral de gestegen energiefactuur wordt problematisch."

Wat is het percentage van het besteedbaar inkomen dat arme gezinnen aan energie uitgeven?

"De huishoudbudgetenquête 2014 bekijkt de kost van wonen, water, elektriciteit, gas e.a. brandstoffen. Daaruit blijkt dat het 25% onderste deel van de inkomensverdeling daar zo’n 40,2% van hun besteedbaar inkomen aan uitgeeft en het 25% bovenste deel slechts 24,0%. De stijging van de energiefactuur heeft voor hen dramatische gevolgen."

Hoe moet het beleid inspelen op de duidelijke stijging van kinderarmoede bij werkarme gezinnen?

"Het beleid moet fel inzetten op jobcreatie voor laaggeschoolden. Zij geraken immers het moeilijkst aan het werk. In die optiek is het jammer dat de federale regering een lineaire lastenverlaging van 33% naar 25% doorvoert voor iedereen, in plaats van een gerichte lastenverlaging voor specifieke doelgroepen waarvan iedere studie aantoont dat die meer jobs creëert. Vooral jongeren zijn een kwetsbare groep. De zogenoemde NEET-jongeren (‘Not in Education, Employment or Training’) sluiten zich volledig af van de arbeidsmarkt. We riskeren een verloren generatie te creëren van jongeren die noch een opleiding volgen, noch werken. In 2014 was 12% van de jongeren in België en 9,8% in Vlaanderen een NEET-jongere."
"We herstellen langzaam van de financieel-economische crisis van 2008, maar dat herstel lijkt zich niet door te trekken naar de arbeidsmarkt. Jongerenwerkloosheid is een groot probleem. Die bedroeg voor België 23,2% in 2014. De langdurige werkloosheid bij jongeren in België nam in 2014 toe tot 8%. Vlaanderen scoort, met een werkloosheidsgraad van 16,1% bij jongeren van 15 tot 24 jaar, redelijk. Maar ook in Vlaanderen zijn vier keer meer jongeren werkloos dan oudere leeftijdsgroepen. En we doen het nog altijd een stuk minder dan Duitsland (7%) en Oostenrijk (10%)."

Het toverwoord heet vandaag ‘flexi-jobs’. Is dat de oplossing om hen aan het werk te krijgen?


"Voorzichtigheid is geboden. Voor een werkgever bieden flexi-jobs kansen om iemand sneller aan te werven en te ontslaan. Voor jonge werknemers brengen ze vooral meer onzekerheid. Je kan er jouw leven nooit echt mee opstarten. Het risico bestaat te pendelen tussen werk en werkloosheid, waardoor je trager rechten opbouwt. Als flexi-jobs een algemeen principe wordt, moet het statuut goed geregeld zijn zodat je altijd kunt terugvallen op een vangnet."

Linkse partijen profiteren electoraal niet van de hoge armoedecijfers. Hoe komt dat?

"Onderzoek toont aan dat mensen solidair zijn en dat er een groot draagvlak bestaat voor herverdeling, bijvoorbeeld via de sociale zekerheid. Dat neemt niet weg dat her en der het ‘eigen schuld, dikke bult’-verhaal blijft opduiken. Ook zijn velen die wel solidair willen zijn, teleurgesteld in het beleidsparcours van sp.a. De voorbije decennia is ten gronde te weinig veranderd. Ook de vorige Vlaamse Minister van Armoede, Ingrid Lieten, kreeg felle kritiek met haar kinderarmoedefonds. Zolang structureel niets verandert, blijven het ingrepen in de zijlijn die enkel wat verzachten. De realiteit is dat voor koppels het leefloon en de minimumwerkloosheidsuitkering ontoereikend zijn, zelfs wanneer ze een sociale woning huren."

Wat is uw analyse van het armoedebeleid van Vlaams Minister van Armoedebestrijding, Liesbeth Homans?

"Uit haar beleidsnota wordt duidelijk dat er niet alleen zal worden ingezet op armoedebestrijding, maar ook op het voorkomen van armoede. De strijd tegen onderbescherming, door het zoveel mogelijk automatisch toekennen van rechten, stemt alvast hoopvol. Op nieuwe beleidsmaatregelen zal een armoedetoets worden uitgevoerd, om te zien of er geen negatieve effecten zijn op armoede. Het is jammer dat de functioneel bevoegde ministers zelf mogen beslissen of een armoedetoets op door hen voorgestelde maatregelen noodzakelijk is. Ook het algemeen beleid gaat helaas de verkeerde kant op. Efficiënt armoedebeleid zet in op het optrekken van de laagste inkomens en het invoeren van kostenverlagende maatregelen. Beiden gebeuren niet. Integendeel, de idee van de naastenzorg maakt opmars. Zo had de Vlaamse Regering 100.000 euro veil voor Music for Life. Ik heb daar een dubbel gevoel bij. De projecten die Music for Life ondersteunt, hebben dat geld zeker nodig. Maar de Vlaamse Regering doet structureel niets om de armoede terug te dringen. We zien steeds meer de terugkeer naar de caritas. Ondertussen doet een recordaantal van 137.000 armen een beroep op de Voedselbank."

En wat moeten we denken van de federale Staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Elke Sleurs?

"In 2016 wordt er 50 miljoen euro voorzien om de leeflonen, de inkomensgarantie voor ouderen en de laagste pensioenen op te trekken. Ook op federaal niveau wordt er verder gewerkt aan automatische rechtentoekenning. De lokale overlegplatformen kinderarmoedebestrijding, die werden opgericht in 2014, worden verlengd en ook enkele Housing First initiatieven blijven voorlopig gefinancierd. Daarnaast wil Sleurs armoede na echtscheiding voorkomen, onder meer door een richtsnoer voor het berekenen van onderhoudsuitkeringen te ontwikkelen. Verder is het vooral wachten op het Derde Federale Plan Armoedebestrijding en het Tweede Nationaal Kinderarmoedebestrijdingsplan. Helaas staat op federaal niveau de sociale zekerheid onder druk. Er wordt fel bespaard. Gelukkig is de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd er niet gekomen. Dat zou een enorme impact gehad hebben op onze armoedecijfers."

Het ziet er naar uit dat we de volgende jaren een pak vluchtelingen moeten opnemen en integreren. Zal dat een impact hebben op onze armoedecijfers?

"De leeflonen zullen pieken, OCMW’s zullen worden overstelpt door hulpaanvragen, ... Heel wat extra middelen moeten worden uitgetrokken om te vermijden dat deze groep in de armoede terechtkomt. Vraag is of die bereidheid bestaat. Ondanks het feit dat vluchtelingen hun hebben en houden achterlaten, bestaat in de publieke opinie het beeld van ‘undeserving poor’. Inzake sociale huisvesting zullen zich heel wat problemen stellen om iedereen een dak boven het hoofd te bieden. Gezien daar een ondercapaciteit bestaat, horen we wel eens dat we eerst ‘de eigen mensen’ moeten helpen. Het valt te betwijfelen of politici tegen die beeldvorming willen ingaan. Electoraal gewin op korte termijn en armoedebestrijding op lange termijn gaan niet altijd hand in hand."

foto's: Theo Beck

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 1 (januari), pagina 16 tot 23