Log in

Mogen we niet meer helpen?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 2 (februari), pagina 1 tot 3

In plaats van ‘Wir schaffen das’ sturen Europese landen vandaag het signaal naar de vluchtelingen dat ze niet meer in groten getale welkom zijn. Dat maakt het er voor burgers en organisaties die willen helpen niet eenvoudiger op. Steeds meer krijgen ze het impliciete verwijt dat ze de toestroom mee faciliteren. Mogen we van onze politici niet meer helpen, ‘op straffe van’ nog meer vluchtelingen?

ONTRADING

De lijst met ontradende maatregelen door overheden wordt stilaan eindeloos. In Denemarken en Zwitserland worden waardevolle bezittingen van vluchtelingen in beslag genomen om hun opvang mee te betalen. Duitsland, Oostenrijk, Nederland, Zweden en andere landen voeren opnieuw grenscontroles in. Over Oost-Europa zwijgen we best helemaal. Ook in ons land is de retoriek duidelijk. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) laat niet na te herhalen niet meer dan 250 vluchtelingen per dag te registreren; meer zou ‘onhoudbaar’ en ‘onverantwoord’ zijn.

Het is in die politieke setting dat burgers en organisaties het lot van asielzoekers proberen te verlichten. ‘Niet doen’, krijgen ze steeds vaker te horen. Gouverneur van West-Vlaanderen Carl Decaluwé (CD&V) riep de bevolking op om illegale vluchtelingen vooral niet te helpen, ‘anders gaat het escaleren’. Toerisme Vlaanderen, dat onder de bevoegdheid van Ben Weyts (N-VA) valt, waarschuwde in een brief dat de erkenning van vakantie- en jeugdverblijfcentra wordt opgeschort wanneer zij langer dan drie maanden vluchtelingen opvangen. Burgemeester van Brugge, Renaat Landuyt (sp.a), noemde de beslissing van de Zeebrugse pastoor Fernard Maréchal om op het domein van zijn pastorie een steunpunt voor vluchtelingen te openen, ‘naïef’ en bovendien ‘nefast’ voor de vluchtelingenproblematiek in het algemeen.

De toon is duidelijk: als we te veel signalen uitsturen dat vluchtelingen menswaardig worden geholpen, dreigt een aanzuigeffect. Dan komen vluchtelingen naar ons, ‘als meeuwen op een stort’ zoals Louis Tobback (sp.a) het ooit verwoordde; gelieve hen dan ook niet te voederen. Zoiets.

AANZUIGEFFECT?

‘Aanzuigeffect’, het woord is gevallen. Kindergeld voor vluchtelingen, leefloon, ‘bed, bad en brood’, ... zij zouden een aanzuigeffect creëren. Er zijn er zelfs die beweren dat de reddingsoperaties op de Middellandse Zee voor een aanzuigeffect zouden zorgen. Onze politici worden met de dag cynischer. De waarheid is dat migratiestromen moeilijk te sturen zijn. Het is een illusie te denken dat het schrappen van bovenstaande zaken deze vluchtelingencrisis zou verlichten.

Een beslissing om te migreren veronderstelt immers twee stappen: het weggaan (‘push’) en het naar ergens gaan (‘pull’). Op dit moment is niet de pull-factor (onze sociale zekerheid of een kom soep en een deken) dominant, maar de push-factor: de burgeroorlog in Syrië, de conflicten in Afghanistan en Irak, enzovoort. Zolang die bron niet wordt drooggelegd, de opvang in de regio niet verbetert en de Europese Unie haar werk niet doet, zullen de vluchtelingen blijven komen. Laten we dus niet in de val trappen alsmaar strenger te communiceren over onze opvangbereidheid op lokaal niveau.

Wel zien we dat de vluchtelingen die tot in Europa geraken, doorreizen naar Duitsland of de Scandinavische landen. Het zijn landen met een open houding tegenover vluchtelingen en met een stevige welvaartsstaat. Logisch, mensen gaan naar de plekken waar ze denken het best hun nieuwe leven te kunnen starten. Bestaat dan toch zoiets als een aanzuigeffect? Daar is alleszins geen sluitend wetenschappelijk bewijs voor. Onderzoeker Bart Meuleman (KUL) ontkrachtte reeds eerder het fabeltje dat immigranten gelokt worden door een genereuze sociale zekerheid; ze gaan eerder naar plekken waar ze hopen een job te vinden of waar er reeds een gemeenschap van landgenoten aanwezig is. Uit onderzoek van sociale zekerheidsexpert Vincent Corluy (UA) blijkt bovendien dat de kennis over de bijstandssystemen bij vluchtelingen beperkt is. Er bestaan veel mythes. Dat zien we ook bij deze vluchtelingenstroom: ze verwachten melk en honing in Duitsland of de Scandinavische landen, maar eens aangekomen is de ontgoocheling bij velen groot.

DE ROL VAN POLITICI

Op lokaal vlak is het aanzuigeffect van een kom soep en een deken om de nacht door te komen, nog verwaarloosbaarder. Toch botsen de vele solidariteitsinitiatieven van burgers en organisaties steeds vaker op politici die het probleem ‘beheersbaar’ willen houden. Geen tentenkampen in onze achtertuin.

Niemand ontkent dat het voor politici niet eenvoudig laveren is tussen hard en humaan, tussen het toepassen van de regels en menslievendheid. Vrijwilligers zien in vluchtelingen mensen; politici in hen een probleem. Zelfs Daniël Termont (sp.a), vandaag voorvechter binnen zijn partij voor een humane aanpak van de vluchtelingenopvang, slaakte in 2010 een noodkreet toen Gent werd overspoeld door Roma’s. ‘Bied de Roma geen onderdak, geen dekens, geen soep. Want hoe meer je ze helpt, hoe meer er naar Gent komen. En onze stad zit nu al overvol’. Beleidsmakers zitten met de voeten in de modder. Voor hen is visie vaak een olifant die het uitzicht belemmert.

En toch. Politici dragen een grote verantwoordelijkheid in het creëren van het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen. Ze moeten leiden, mogen hun principes niet overboord gooien en blijven best helder communiceren. Ook in crisismanagement. Dat laatste gebeurt helaas steeds minder. De communicatie van onze politici zorgt er integendeel mee voor dat in de strijd om de publieke opinie de stille meerderheid die wil helpen het onderspit moet delven tegen de schreeuwende minderheid.

VREEMDE UITSPRAKEN

Het is logisch dat er angstgevoelens ontstaan bij de bevolking. We zien op de Balkan-route dagelijks groepen vluchtelingen door de prikkeldraad kruipen; het woord ‘dijkbreuk’ krijgt plots een levendige invulling. Daarom is het jammer dat sommige politici olie op het vuur gooien. Ze spreken doelbewust over ‘mogelijke jihadi’s’ of ‘grijpgrage mannen’ die met de stroom mee binnenglippen. Het lijkt de nieuwe politieke correctheid: je uitsluitend negatief, insinuerend of bevooroordeeld over vluchtelingen uitspreken. Dagelijks horen we onjuiste of vreemde uitspraken.

Toen uit recente cijfers van Unicef bleek dat bijna 60% van de vluchtelingen die de grens van Griekenland met Macedonië oversteken, vrouwen en kinderen zijn, tweette Siegfried Bracke (N-VA): ‘Marktwerking vind je overal. En als vrouwen en kinderen efficiënter zijn om Europa binnen te komen. En later gezinshereniging.’ Tja, zo maak je elke samenstelling van vluchtelingen verdacht: én mannen, én vrouwen, én kinderen.

Of neem de bewuste brief van Toerisme Vlaanderen. Daarin staat dat ‘de bezoekersstromen van vakantiegangers en vluchtelingen niet met elkaar gemengd mogen worden’. Unk? Toen in de jaren 1950 de gastarbeiders onze vuile jobs kwamen doen, werden ze gehuisvest in aparte wijken. We weten allemaal wat deze gettovorming heeft opgeleverd. Nu worden vluchtelingen in grootschalige tentenkampen of mega-asielzoekerscentra opgevangen. Het is zogezegd de meest efficiënte manier. Eigenlijk zou van politici het omgekeerde signaal moeten komen: we moeten juist baan ruimen aan kleinschalige initiatieven, die de band tussen vluchtelingen en onze samenleving versterken. Want terug kunnen ze voorlopig niet.

WAAR IS DE REDE?

Ergens zijn we in dit moeilijke debat dus de rede kwijtgeraakt. Twijfel wordt niet aanvaard. Nuance wordt aanzien als zwalpen. Een rationele discussie zonder framing is nochtans nodig: neen, solidariteit tonen met vluchtelingen is geen kwestie van ‘zoveel mogelijk vluchtelingen naar hier halen’; neen, empathie betekent niet het ‘voor iedereen toegankelijk maken van onze sociale zekerheid’; neen, stellen dat seksueel geweld geen cultureel probleem is, betekent niet het ontkennen van het feit dat Arabische mannen wel degelijk een probleem hebben met seksualiteit (lees de bespreking van Hoofddoek en maagdenvlies ); neen, eerst goed willen kijken naar de complexiteit van de vluchtelingencrisis en het probleem proberen te doorgronden, is niet hetzelfde als ‘wegkijken’; enzovoort.

Dit zwartwit debat over vluchtelingen heeft meer tinten grijs nodig. Het zal de taak van geëngageerde burgers en organisaties die in het veld actief zijn, vergemakkelijken. Want helpen moeten we blijven doen. Ondanks de signalen van onze overheden.

Wim Vermeersch
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

edito - vluchtelingencrisis - hulpwaardigheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 2 (februari), pagina 1 tot 3