Abonneer Log in

Wanneer kan Links verzilveren?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 5 (mei), pagina 1 tot 3

Ondanks de belofte dat een herstelbeleid ‘vanaf dag 1’ ons land opnieuw op de rails zou krijgen, levert de regering-Michel een desastreus sociaaleconomisch rapport af. Europa buist de begroting, burgers zien de facturen stijgen, het sociaal protest trekt opnieuw aan, maar toch hebben de linkse partijen niet echt de wind in de zeilen. Wanneer kunnen ze hun oppositiewerk verzilveren?

DESASTREUS BEGROTINGSRAPPORT

Begin mei krijgt België een slecht begrotingsrapport van Europa. De begroting blijft flirten met een tekort van 3%, maar voor het eerst in jaren gaat ook het primair saldo - de graadmeter voor de gezondheid van de begroting - weer in het rood. Alleen Italië en Griekenland laten slechtere groeicijfers optekenen. Hoezo, herstelbeleid? ‘Onze structurele maatregelen zullen pas na een aantal jaren resultaten opleveren,’ zo verdedigt de regering zich. ‘Bovendien moedigt de taxshift bedrijven aan om een eerste werknemer aan te nemen’. Dat laatste klinkt mooi en klopt deels ook wel, maar opnieuw brengen cijfers duidelijkheid: volgens Eurostat is de tewerkstellingsgraad het afgelopen jaar overal in de Europese Unie toegenomen maar niet in België (en Finland), waar ze in een jaar tijd afnam van 67,3 tot 67,2%. De ‘jobs, jobs, jobs’ lijken er dus niet te komen.

Wat er wel bijkomt, zijn meer langdurig zieken. Volgens het Riziv betaalde de overheid in 2015 voor 5 miljard euro uitkeringen uit aan 370.400 mensen die langdurig thuis zijn door ziekte. Het aantal langdurig zieken nam nog nooit zo snel toe als onder de regering-Michel. Tussen eind 2014 en eind 2015 alleen al kwamen er 26.500 mensen bij. Dat is een toename van 8%; het gaat vooral om mensen met psychologische aandoeningen en om 50- en 60-plussers die langer moeten werken. Dat is een enorme kost, die de regering bij de volgende begrotingsrondes ongetwijfeld zal proberen te verhalen middels sancties bij de langdurige zieken die niet meewerken aan de re-integratie op de arbeidsmarkt, en is daarom een vestzakbroekzakoperatie op de kap van de zwakken. Werkloosheidsverzekering en ziekteverzekering zijn communicerende vaten.

Ook het aantal leefloners lag nog nooit zo hoog als vandaag. Maandelijks klopten in 2015 gemiddeld zo’n 115.137 mensen aan bij het OCMW, zo meldt de POD Maatschappelijke Integratie. Dat zijn er 12,4% meer dan in 2014. Vooral het aandeel 18- tot 24-jarigen onder de leefloners - bijna een op de drie - is zorgwekkend. Die toename kan grotendeels worden toegeschreven aan het wegvallen van de inschakelingsuitkering sinds 1 januari 2015. Uit recente cijfers van Minister van Maatschappelijke Integratie, Willy Borsus, blijkt dat vooral Wallonië in de klappen deelt: daar vraagt de helft (!) van de jongeren die hun wachtuitkering verloren een leefloon aan. Opnieuw een vestzakbroekzakoperatie op de kap van de zwakken.

Van herverdeling is onder de regering Michel al helemaal geen sprake. Vooral inzake fiscaliteit, in de praktijk de enige manier om echt aan herverdeling te doen, is de marsrichting duidelijk: Johan Van Overtveldt geeft nu open en bloot toe dat hij de stekker uit de Tobintaks wil trekken, ondanks het feit dat de invoering ervan is afgesproken in het regeerakkoord; de kaaimantaks blijft blind voor fortuinen die in het verleden in belastingparadijzen zijn verstopt; de aanpak van de fiscale constructies die door de Panama Papers werden onthuld, is begraven in een Bijzondere Commissie; en de Karaattaks bracht in 2015 precies 0 euro op. Echt fair is de faire fiscaliteit van de regering-Michel niet.

Ondertussen blijft de regering besparen. Ze wil bij de volgende begrotingscontrole in juli nog eens 3 miljard euro wegknippen uit de begroting. Dat is vooral een probleem in sectoren en diensten waar al jaren sprake is van onder investeringen, zoals in onze gevangenissen die symbool staan voor onze overheid die letterlijk afbrokkelt, waar met name de zwakken altijd het eerste slachtoffer van zijn.

DE BEVOLKING VOLGT DE REGERING NIET...

Dat de marsrichting van de grootste regeringspartij - en dus van de regering zelf - niet snel zal veranderen, blijkt uit het eerste interview (De Tijd, 07/05) van de nieuwe hoofdeconoom van N-VA en ex-KBC man Edwin De Boeck. Hij wil wegen op het beleid, zo lezen we, en wil dat de werkloosheidsuitkeringen in de tijd worden beperkt en dat de lonen en uitkeringen niet langer automatisch stijgen. Deze regering zal ook in de tweede helft van de legislatuur halsstarrig vasthouden aan het begrotingsevenwicht, en zal zich dus ook de volgende jaren van begrotingscontrole naar begrotingscontrole slepen. Dat biedt kansen voor het sociaal protest en voor de oppositie. De bevolking lijken ze alvast mee te hebben. De lastenverlaging op arbeid levert niet de verhoopte jobs op en het leven wordt duurder. Uit een peiling van VRT/De Standaard blijkt dat de Vlamingen niet te spreken zijn over de taxshift; zo’n 68% vindt dat de regering onvoldoende inspanningen heeft gedaan om de fiscale lasten rechtvaardig te spreiden.

De vakbonden voelen dat het moment gekomen is om een tandje bij te steken. Na de hete herfst in 2014 smeulde het protest, maar vandaag flakkeren de acties weer op. Op 24 mei was er de nationale betoging in gemeenschappelijk vakbondsfront, op 24 juni staakt voorlopig alleen ABVV, en in het najaar staan op 29 september een betoging en op 7 oktober een algemene staking gepland.

Ook de oppositiepartijen spelen in op het twee maten en twee gewichten-gevoel dat leeft. ‘Eerlijk is beter’ en ‘Het kan anders’ zijn sterke slogans. Zowel sp.a als Groen leggen op elke slak zout en profileren zich inhoudelijk sterk. Toch slagen beiden er voorlopig niet in om de regering-Michel echt in verlegenheid te brengen. Uit de laatste peilingen blijkt dat het politieke landschap erg stabiel is: er lijkt wel wat verloop tussen rechts en extreemrechts, wat een impact heeft op het discours van N-VA, maar de meerderheidspartijen houden stand en de oppositiepartijen slagen er niet in om significant te groeien. Een status quo, dus. Het is slecht nieuws voor de linkse oppositie dat er geen duidelijk profijt wordt gehaald uit de moeilijke periode waarin de regering-Michel nu zit. (Al spelen er natuurlijk ook andere elementen dan het bezuinigingsbeleid die maken dat Links haar oppositiewerk vooralsnog niet verzilvert, om de vluchtelingencrisis en de terreur niet te noemen.)

... MAAR OOK DE OPPOSITIE NIET

Zoals genoegzaam gekend waren de eerste oppositiejaren voor sp.a moeilijk. De partij was vooral met zichzelf bezig en sleepte ballast uit het verleden mee om geloofwaardig oppositie te voeren. Steeds weer werd ze er fijntjes aan herinnerd dat de partij mee het systeem van notionele intrestaftrek op poten had gezet of dat de partij nooit echt een breekpunt had gemaakt van een vermogens(winst)belasting. Bijna halfweg de legislatuur zou het argument dat het ‘de schuld van de sossen’ is, stilaan aan kracht moeten verliezen. De partij voelt zich vandaag duidelijk meer op haar gemak in de oppositie. De analyse dat sp.a te veel staat en te weinig sociale beweging was geworden, is gemaakt. De interne werking van sp.a staat opnieuw op orde. Op 5 juni stemt het partijcongres over het voor Crombez belangrijke cumulverbod, wat vers politiek bloed moet ten goede komen. De pionnen zijn reeds verschoven, met Meryame Kitir en Joris Vandenbroucke als nieuwe en jonge fractieleiders. Inhoudelijk sterk, maar echte stemmenkanonnen zijn ze vooralsnog niet (het is een analyse die eveneens opgaat voor de groene fractieleiders Kristof Calvo en Björn Rzoska). Ook John Crombez profiteert in de polls nog niet van zijn voorzitterschap: bij de laatste peiling van VRT/De Standaard kwam hij in de top 10 van zijn partij slechts op plaats 4, net achter... Bruno Tobback (ook collega-voorzitter Meyrem Almaci is geen stemmenkanon).

De uitdaging voor de linkse partijen is om in de tweede helft van de legislatuur hun oppositiewerk te verzilveren. Het is te hopen voor de zwakken in onze samenleving dat dat lukt, maar het is verre van zeker. Linkse waarden zijn diep verankerd, maar dat weerspiegelt zich niet in het politieke gewicht van linkse partijen. De inzet voor de brede linkse beweging is even duidelijk als moeilijk: weer de ‘culturele hegemonie’ heroveren, weer een sociale consensus bewerkstelligen, weer in de geesten van de mensen geraken. Enkel met een Gramsciaanse guerilla zal de maatschappelijke onvrede over de regering-Michel zich ook in het stemhokje vertalen. Anders dreigt in 2019 voor sp.a het scenario van CVP begin deze eeuw toen ze na 41 jaar onafgebroken aan de macht 8 jaar op de oppositiebanken terechtkwam.

Wim Vermeersch
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

edito - links - oppositie - Michel I

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 5 (mei), pagina 1 tot 3