Abonneer Log in

Linkse kiezers houvast bieden

FLINKSE AANPAK VAN DE VLUCHTELINGENCRISIS

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 6 (juni), pagina 60 tot 64

Eindelijk! In drie bijdrages in de vorige edities van Samenleving en politiek (maart, april en mei) gaan Mark Elchardus en Jan Cornillie de discussie aan over de antwoorden van links: voor het Europa van vandaag en morgen én voor mensen op zoek naar een beter leven op het oude continent. Dat is goed nieuws, want de vluchtelingencrisis drukt ons met de neus op de feiten. Zo’n menselijke crisis verdient een antwoord vanuit de sociaaldemocratie. Maar het discours van Elchardus en Cornillie is, op zijn minst, ontoereikend te noemen.

FLINKSE AANPAK VAN DE VLUCHTELINGENCRISIS

Linkse kiezers houvast bieden
Aaron Ooms
Internationaal socialisme versus fobisch eurocentrisme
Stephen Bouquin

Mark Elchardus en Jan Cornillie voeren een boeiende, theoretische discussie: welke entiteit zal de drager zijn of worden van de welvaartsstaat? Wat is de normatieve grondslag waarop de sociaaldemocratie haar migratie- en asielbeleid moet enten? Met veel interesse heb ik hun discours gelezen. Maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ze een fundamentele stap overslaan. Een stap die niet alleen hun theoretische discours zou kunnen verrijken, maar tegelijk essentieel is om de theorie om te zetten in de praktijk. Geen van beiden lijkt te (willen) vertrekken vanuit de dagdagelijkse realiteit: met name dat mensen - in hun zoektocht naar veiligheid - vandaag nog altijd verdrinken. Een EU-Turkije-deal ten spijt.

Theoretische debatten zijn mooi, inspirerend, en hebben uiteraard hun meerwaarde in de ontwikkeling van de sociaaldemocratie of het vormen van Europa. Maar - en noem me gerust naïef - op het moment dat mensenlevens op het spel staan dient het startpunt van de zoektocht naar een menselijk, menswaardig beleid de realiteit te zijn, met concrete uit te werken voorstellen. Het is al te makkelijk om te zeggen dat we eerst onze welvaartsstaat moeten beschermen op nationaal niveau (Jan Cornillie, Sampol april 2016) of een ode aan de grenzen neer te pennen (Mark Elchardus, Sampol mei 2016) zonder hierbij stil te staan. Beste Jan, vergeef me, maar ik ben het er fundamenteel mee oneens dat enkel torenhoge uitgaven voor veiligheid een Pax Europeana mogelijk maken. Beste Mark, een gemeenschap binnen nationale grenzen is een artificieel gegeven, vandaag voorbijgestreefd.

SOCIAALDEMOCRATISCHE PRINCIPES

Maar, heren, sta mij toe niet mee te gaan in theoretische discussies en integendeel een aantal concrete pistes voor te leggen. Aanzetten van oplossingen voor wat een reële crisis is. Daarbij lijkt het helaas steeds vaker bon ton om dat te doen als Real-politicus. Dat was exact de manier hoe het Samsom-plan tot stand kwam en hoe de deal met Turkije het licht zag. Maar zowel het plan als de deal is (minstens) ontoereikend, terwijl het evengoed mogelijk is om vanuit een sociaaldemocratische, humanistische visie een plan van aanpak voor deze crisis uit te werken.

Dat sociaaldemocratische, humanistische plan vertrekt vanuit twee principes. Eén: iedereen op de vlucht voor zijn of haar leven verdient hulp. Twee, voortvloeiend uit het eerste principe: ja, wir schaffen das. Uiteraard niet als België alleen, uiteraard niet als West-Europa alleen, en uiteraard niet als de Europese Unie alleen. Maar dat is ook helemaal niet de vraag. Kijk vandaag naar de inspanningen die pakweg Jordanië of Libanon leveren en we beseffen dat 60 miljoen vluchtelingen wereldwijd een geglobaliseerde aanpak vergt. Het is een fabeltje dat alle vluchtelingen in de wereld naar Europa willen komen. Maar ook Europa zal haar aandeel moeten leveren. Daar kunnen we niet onderuit als we onszelf au sérieux nemen en onze geloofwaardigheid willen behouden als het gaat om mensenrechten in de wereld. Want het getuigt van een flinke brok cynisme als wij Europeanen, in de rijkste regio van de wereld, dan zeggen: ‘Sorry hoor, maar wir schaffen das nicht’. Een ‘Deus ex Machina’-oplossing, of geloven dat we verlost zijn van dit menselijk drama als aan onze grenzen een daling van het aantal asielzoekers wordt genoteerd (met de hoera-roep van een Staatssecretaris als toetje), zet geen zoden aan de dijk. Daarentegen moeten we aan de slag. En wel meteen.

SOCIAALDEMOCRATISCH PLAN

Eerst en vooral is er nood aan een onmiddellijke performante humanitaire missie in de Middellandse Zee, in combinatie met een versterkte politiesamenwerking tussen de verschillende Europese lidstaten en de buurlanden van Europa. Als we als Europeanen ooit nog trots willen zijn op de waarden waarop onze Unie gebouwd is, kunnen we niet langer tolereren dat mensen op de vlucht verdrinken voor onze kusten. De huidige militaire aanwezigheid in de Middellandse Zee is totaal onaangepast: militaire schepen zijn op geen enkele wijze uitgerust om mensenlevens te redden op zee. Daarom is er nood aan een humanitaire vloot die bijzonder snel én adequaat kan interveniëren bij een noodoproep. Een humanitaire vloot die voldoende uitgerust én uitgebreid is, zodat het geen uren duurt voor ze ter plaatse zijn én met een internationaal mandaat. Een mandaat dat toelaat in territoriale wateren van álle landen rond de Middellandse Zee te varen. Behalve deze humanitaire vloot is een versterkte politiemacht op zee en aan de kusten noodzakelijk om mensensmokkelaars op te sporen en onmiddellijk aan te houden. Uiteraard vergt dat verregaande internationale samenwerking. Maar als we erin slagen om met Turkije deals te sluiten over de uitwisseling van mensen, dan moet het ook mogelijk zijn om hierover een internationale deal te sluiten.

Ten tweede moeten wij, Europa, eindelijk zelf deel van de oplossing worden, in plaats van aan de zijlijn oplossingen te bieden. Waarom zijn safe havens enkel een optie als ze buiten onze grenzen georganiseerd worden? Europese safe havens, met een gemeenschappelijke standaard voor opvang, zijn daarbij noodzakelijk. Want hoe sterk we een internationale politiemacht ook maken, mensensmokkelaars zullen altijd nieuwe manieren vinden om hun lucratieve business draaiende te houden. Daarom moeten we - eindelijk zou ik zeggen - zelf legale routes naar Europese safe havens organiseren voor mensen op de vlucht, in de eerste plaats voor mensen die nood hebben aan medische zorg of gezinnen met kleine kinderen. Eenmaal in deze veilige havens verdient iedereen een degelijke, menswaardige opvang, onder toezicht en controle van een internationale organisatie. Tegelijk moeten ook de vluchtelingenkampen aan de grenzen van conflictgebieden safe havens zijn. Nogmaals: niet iedereen wenst naar Europa te trekken. Al zeker niet als ze op een veilige manier dicht bij huis kunnen blijven. In deze context moeten we dan ook durven te praten over boots on the ground: VN-troepen die samen met het UNHCR de vluchtelingenkampen inrichten en beveiligen.

Alleen op die manier tackelen we het probleem van ‘hoeveel’ en ‘wat kunnen we aan’: het is immers geen kwestie van er een getal op te plakken, wel een kwestie van coherent beleid. Dat is ter plaatse bescherming en hulp bieden, duidelijke regels voor bescherming niet alleen aan de grenzen van het continent maar ook binnen Europa, een volgens draagkracht gebaseerde verdeling van de lasten en een efficiënt terugkeerbeleid. Het is onmogelijk om alle pistes in deze bijdrage aan te halen, maar dat is ook de bedoeling niet. Stilstaan bij eerste stappen opent de discussie daarentegen wél.

Ten derde is er nood aan een coherent Europees asielbeleid. Gebaseerd op de geldende internationale rechtsregels (ja, het asielrecht én de Conventie van Genève behouden we) en geënt op waarden die we in Europa delen. Een gefederaliseerd asielbeleid dus, precies dat wat Jan Cornillie nogal makkelijk ‘luchtfietserij’ noemt. Zoals elke stap in het Europese integratieproject moeten we ook dit beleid etappe per etappe tot stand laten komen. In een eerste fase bestaat dit uit twee delen: eenzelfde procedure voor toekenning van asiel en een evenwichtige verdeling van lasten. Expliciet dus niet eerst een gemeenschappelijke visie over migratie(stromen) als concept ontwikkelen; wel heel concreet te werk gaan. Zo is de gehele Europese samenwerking immers tot stand gekomen. We hebben een duidelijke procedure nodig die in iedere Europese safe haven van toepassing is, zodat iedereen die naar Europa komt op voorhand weet of hij of zij onder de beschermingsregels valt. Maar evengoed zodat we mensen niet jaren aan het lijntje houden zonder duidelijk toekomstperspectief. Met andere woorden: is de aanvraag goedgekeurd, dan begint het integratieproces of -traject onmiddellijk. Kom je niet in aanmerking, dan is het zaak zo snel mogelijk te bekijken hoe samen een snelle, efficiënte en veilige terugkeer te organiseren. Open grenzen zijn hier en vandaag dus niet de grondslag voor discussie. Hoe mooi dat theoretisch op papier ook is, het gaat voorbij aan de realiteit van deze crisis, precies het uitgangspunt van deze bijdrage.

Die organisatie en die financiering van de Europese safe havens zal de Unie - net zoals de opvang en integratie - solidair én samen moeten dragen. Ik weet het, dat is geen makkelijke opdracht. Maar als de Unie er in slaagt om Griekenland te dwingen tot bikkelharde besparingen (met alle sociale gevolgen van dien), moet ze er ook in slagen om iedere lidstaat tot verantwoordelijkheid te dwingen in het licht van een humanitaire crisis. De piste van een ‘coalition of the willing’, of een Europa van verschillende snelheden, heeft op zijn minst de verdienste om verder te willen gaan dan vandaag. Maar ver vooruit komen we daar niet mee. Het is hoog tijd dat Europa dwingende ultimatums durft te stellen aan landen. U wenst gebruik te maken van het vrij verkeer van goederen, geachte mijnheer Orban? Wel, dan draagt u bij aan de gezamenlijke aanpak van deze crisis. Heel wat landen - dus ook Hongarije - zullen dan in een mum van tijd hun kar draaien in plaats van muren op te trekken.

Tot slot is er onze verantwoordelijkheid in de aanpak van de oorzaken van conflicten wereldwijd die maken dat mensen op de vlucht slaan. Dat begint bij een afdwingbaar beleid van wapenhandel, waarbij we de lobby die wapens in conflictgebieden levert een halt toe roepen. Maar evengoed moeten we ingrijpen in de internationale geldstromen naar regimes die uit oorlog en conflict hun legitimiteit halen. Net zoals bij de bovenstaande pistes vraagt dit een versterkte internationale samenwerking, maar gezien de wereldwijde baten die internationale samenwerking (economisch) voor heel wat landen betekenen, zijn er voldoende drukkingsmiddelen om ook deze samenwerking tot stand te brengen.

RECHTS NIET VOORBIJSTEKEN

Show me the money. Voor heel wat van ik in deze bijdrage vooropstel, is uiteraard geld nodig. Maar dat geld is er. De internationale gemeenschap mag niet langer talmen en moet daarom onmiddellijk werk maken van het organiseren van een internationale donorconferentie. De eerste humanitaire donorconferentie in Istanboel was alvast een belangrijke stap. Zo is in Europa 2,2 miljard euro toegezegd voor de aanpak van de huidige crisis. Maar dat bedrag moet, wereldwijd, omhoog. Tegelijk moeten we erover waken dat deze middelen ook effectief gestort worden. Dat in Europa de dag van vandaag nog altijd maar 600 miljoen euro is verzameld, is precies te wijten aan wankel Europees beleid. Een internationale donorconferentie zal zich dus moeten baseren op een gericht en solidair plan van aanpak dat een antwoord biedt op concrete vragen: in welke landen komen er Europese safe havens? Hoeveel ingerichte en beveiligde VN-vluchtelingenkampen komen er bij? Of welke vluchtelingenkampen worden versterkt? Wie voorziet humanitaire hulp voor de missie op de Middellandse Zee?

Een belangrijke rem, ook bij ons, op het uitwerken van zo’n beleid is de angst van zovele beleidsmakers en politici om zich hiervoor te engageren. Een angst ook voor de publieke opinie die zich steeds meer naar (extreem)rechts keert. En vanzelfsprekend is xenofobie een niet te onderschatten probleem. Maar wat minstens een even bezwarende zaaigrond is voor extreemrechts, is het non-beleid dat tot op vandaag Europa teistert. Uit angst voor extreemrechts durven Europese leiders… tja niets, waardoor extreemrechts nog verder groeit en zo is de vicieuze cirkel helemaal rond.

Het zal heel wat voeten in de aarde hebben om hier uit te geraken, en net daarin moet links het voortouw nemen. Rechts voorbijsteken met ‘flinkse statements’ zal ons niets opleveren, net zomin als zwijgen. Het behagen van de publieke opinie, wat die ook is, is nooit een goede strategie. Ik ben het dan ook fundamenteel oneens met Tamás ** ** Boros - van de Stichting voor Europese Progressieve Studies en nauw betrokken bij het beleid van linkse partijen in Hongarije - die stelt dat de Hongaarse linkse partijen nu absoluut moeten kiezen tussen hun waarden en hun kiezers. Op een doordachte manier oplossingen aanreiken die gestoeld zijn op de waarden van vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid is daarentegen wat links vandaag moet doen. Niet alleen zal het ons in staat stellen om aan te tonen dat ook in tijden van crisis onze waarden een uitweg bieden, het zal ook linkse kiezers en diegenen die nu (extreem)rechts weglopen een houvast bieden en inspireren. In die zin heeft de theoretische discussie van Jan Cornillie en Mark Elchardus haar merites: laat het een start zijn, laat ons vooral niet zwijgen. Eindelijk!

Aaron Ooms
Voorzitter Jongsocialisten

vluchtelingencrisis - Europa - socialisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 6 (juni), pagina 60 tot 64