Abonneer Log in

Een 30-urenweek voor meer gendergelijkheid

DE KORTERE WERKWEEK

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 2 (februari), pagina 60 tot 64

De laatste jaren staat arbeidsduurvermindering steeds vaker op de maatschappelijke agenda. De idee werd bepleit, bespot, onderzocht en onderwerp van debat. Voor Femma kadert de idee van de 30-urenweek als één van de strategieën om evenwichtig en kwaliteitsvol werk te combineren. Nadenken over arbeidsduurvermindering gaat immers niet over bedenken hoe we met zijn allen minder gaan werken, maar wel over hoe we de verschillende soorten arbeid beter en gelijker op elkaar afstemmen.

DE KORTERE WERKWEEK

De contouren van een belangrijk debat
Sacha Dierckx
Een 30-urenweek voor meer gendergelijkheid
Riet Ory
De echte analyse van het Zweedse experiment
Olivier Pintelon
De 4-dagenweek bij Volkswagen
Stan De Spiegelaere
Het nieuwe werken op de VRT
Wies Descheemaeker

ONZICHTBARE ARBEID

Niet alleen betaalde arbeid is arbeid. Er zijn heel wat menselijke activiteiten die erg belangrijk zijn in ons leven en in het welbevinden van de samenleving. Het gaat om vormen van arbeid die als vanzelfsprekend worden beschouwd, niet zichtbaar zijn in statistieken en bijgevolg niet gevaloriseerd worden.

Thera Van Osch, Nederlandse zorgeconome, en Julie Nelson, professor Economie aan de universiteit van Massachusetts, breken de definitie van arbeid open. Ze noemen zichzelf ‘feministische economen’ of ‘emancipatie-economen’. Zij leggen in hun vak de genderkloof bloot. Zo stelt Julie Nelson in een recent interview (De Standaard, 22/1/2017) dat ‘binnen de economische wetenschap er een enorm vooroordeel bestaat op het vlak van geslacht.’ ‘Economen negeren alles wat vrouwen in het verleden deden en waarmee ze geconfronteerd werden: onbetaalde arbeid, zorg, discriminatie op de arbeidsmarkt. De onderwerpen en de methodologie van het vak zijn heel vooringenomen. Er is gewoon geen aandacht voor betaalde of onbetaalde zorg.’

Zowel Thera Van Osch als Julie Nelson vertrekken in hun analyse van een verruiming van de definitie van arbeid. Nelson stelt dat ‘we af moeten van de idee dat zorg niets te maken heeft met de economie’. Het centrale uitgangspunt is dat kunnen zorgen en zorg genieten belangrijke aspecten van levenskwaliteit zijn, en dat zorgarbeid en betaalde arbeid allebei beroep moeten doen op hetzelfde ultieme schaarse goed, namelijk ‘tijd’.

Economie dient het welzijn van mensen. Daarom moeten we functies en rollen die we buiten ‘de markt’ opnemen, erkennen als arbeid. Nu wordt de rol of functie enkel als ‘arbeid’ erkend wanneer die in een (monetaire) productiviteit wordt omgezet. Zo wordt bijvoorbeeld het helpen van een kind bij zijn of haar huiswerk ´s avonds niet als arbeid gezien, maar lesgeven aan een klas wel. Wij volgen de typologie die Flora vzw ontwikkelde en waarbij er een onderscheid gemaakt wordt tussen betaalde arbeid (productieve arbeid), informele zorgarbeid, zelfarbeid (zelfzorg) en sociale arbeid (vrijwilligerswerk).

Ik maak het belang van de erkenning van zorg en sociale arbeid graag concreet aan de hand van een voorbeeld.

Je kan heel wat maatregelen bedenken om een mantelzorger te ondersteunen. Mooie voorstellen als een mantelzorgpremie, -verzekering, of -container zijn prima, maar de cruciale vraag is en blijft: wie is de mantelzorger van morgen? Gezinnen worden kleiner, vrouwen actiever op de arbeidsmarkt, ouders wonen steeds meer gescheiden en mensen blijven langer aan de slag. Een recent onderzoek van de Vlaamse overheid laat een daling zien van de informele zorg met 12% op drie jaar tijd. De meeste informele zorg verlenen 45-64 jarige vrouwen: bijna 40% zorgt voor een ziek, gehandicapt of ouder familielid, buur, vriend of kennis. Nederlands onderzoek laat alvast zien dat mantelzorg en betaalde arbeid met elkaar in concurrentie staan en dat de vermaatschappelijking van de zorg vooral op de schouders van de vrouw terechtkomt. Werkenden die intensief zorgen (meer dan vier uur per week) en een grote arbeidsduur hebben, reduceren hun arbeidsdeelname in verhoogde mate. Bij langdurende mantelzorg neemt ziekteverzuim bij werkenden flink toe. De conclusie van de studie is dat ‘we erover moeten waken dat er niet te veel gevraagd wordt van mensen. Meer participeren in mantelzorg gaat niet vanzelf: soms gaan mensen zoveel doen dat het hun draagkracht te boven gaat’.1

Tijd dus om de waarde van de combinatie van betaalde werk en zorgarbeid te erkennen. Thera Van Osch ontwikkelde de BOA-quote2, de indicator die de verhouding tussen het volume van betaalde en onbetaalde arbeid weergeeft. Op basis van tijdsbestedingsonderzoeken in België berekenden we dat maar 41,2% van het totaal aan zorg- en betaalde arbeid naar betaalde arbeid gaat.

Een ander tekenend voorbeeld speelt zich af in het vrijwilligerswerk of bij sociale arbeid. Op vraag van de Koning Boudewijnstichting maakten onderzoekers van de universiteiten van Luik en Gent een kwantitatieve analyse die een (becijferd) beeld geeft van het vrijwilligerswerk in ons land. Naar schatting meer dan 1.800.000 personen doen vrijwilligerswerk in de brede zin van het woord, in organisaties en/of direct ten bate van derden (informele vrijwillige inzet). Ongeveer 1.166.000 personen, ofwel 12,5% van de bevolking van 15 jaar en ouder, levert gratis prestaties binnen organisaties: wettelijk gezien gaat het dus om vrijwilligers. Deze gratis prestaties vertegenwoordigen ongeveer 130.000 voltijdse equivalenten.

Al deze vrijwilligers leveren een substantiële meerwaarde in hun buurt, club, stad, … in de samenleving. Brengen we deze vormen van arbeid voldoende in kaart? En denken beleidsmaker aan zorg- of sociale arbeid als ze nadenken over bijvoorbeeld de pensioenleeftijd?

DE GENDERKLOOF IN ARBEID

We weten al langer dat er op de arbeidsmarkt een kloof is tussen vrouwen en mannen. De tewerkstellingsgraad van mannen is 71,1%; van vrouwen 62,2%. 41,2% van de werkende vrouwen doet dat deeltijds; tegenover 8,7% van de mannen. Er is een loonkloof van 21%, een glazen plafond en ‘sticky floors’. Deze structurele ongelijkheid inzake betaalde arbeid staat niet los van de genderkloof in de zorgarbeid.

Hoe zit het met de genderkloof bij zorgarbeid en bij de combinatie van de verschillende soorten arbeid? Zowel mannen als vrouwen ervaren het als een uitdaging om de beschikbare tijd te verdelen over de job, huishoudelijke taken, de zorg voor kinderen, het sociale leven en het verenigingsleven. Tijdsbestedingsonderzoek toont echter aan dat mannen en vrouwen de combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid anders beleven en invullen. Mannen spenderen gemiddeld 6 uur meer van hun tijd aan betaalde arbeid dan vrouwen. Terwijl vrouwen gemiddeld per week 9,5 uur meer spenderen aan huishoudelijke taken en kinderzorg dan mannen. Bovendien hebben mannen ongeveer 6 uur meer vrije tijd dan vrouwen. Plaatsen we de cijfers in een historisch perspectief, dan zien we dat de betrokkenheid van mannen bij het huishouden en de opvoeding van de kinderen sinds de jaren 1960 is toegenomen. Maar niet in die mate dat er sprake is van een trendbreuk.

De BOA-quote legt de scheve verdeling tussen betaalde en onbetaalde arbeid bloot. Gemiddeld besteden mannen 54,3% van hun totale arbeid aan betaalde arbeid, bij vrouwen is dat 31,8%.

In verschillende vormen van arbeid is er een enorm verschil tussen vrouwen en mannen. De verschillende vormen van arbeid zijn communicerende vaten. Als we meer gelijkheid willen op de arbeidsmarkt, zal dat er ook wat moeten bewegen bij de verdeling van huishoudelijke en zorgtaken.

ET ALORS?

Femma ontwikkelde een visie op arbeid, waarbij vrouwen en mannen betaalde en onbetaalde arbeid kwaliteitsvol en evenwichtig combineren. Dit kader biedt een perspectief om te reflecteren op genderstrategieën en werk te maken van gendergelijkheid. Critici dagen ons uit. We gaan in op een aantal van hun kritische bedenkingen.

De eerste grote kritiek is het verwijt dat vrouwen zelf het grootste slachtoffer zouden zijn van het feminisme. Daar zitten ze dan met hun diploma, een ambitie om professioneel iets te betekenen, maar ook een joekel van een huishouden en een gezin om voor te zorgen. De verwachtingen (voor zichzelf en van anderen) buitenhuis nemen toe, maar in huis is er weinig veranderd. Verraden door het feminisme?

Mijns inziens was en is het van cruciaal belang dat rolmodellen tonen dat het anders kan. Met hun talent, durf en kracht verzetten zij bakens en openen zij wegen voor anderen vrouwen. Maar als de kracht van een rolmodel niet gepaard gaat met structurele veranderingen, dan hebben vrouwen gelijk dat zij uiteindelijk de klos zijn. Want de pijn van vele vrouwen is net dat ze de verwachtingen, die gepaard gaan met de verschillende rollen, niet kunnen waarmaken. Die pijn voelen we elke dag in hun blogs, brieven, reacties, … Rolmodellen moeten daarom hand in hand gaan met een strategie die huidige structuren die genderongelijkheid teweegbrengen in vraag te stellen. Pleiten voor een evenwichtige combinatie gaat om het aankaarten van structurele machtsongelijkheden.In die zin is de 30-urenweek een systeemverandering die moet bijdragen tot een gelijkere verdeling van machtsbronnen. Pleiten voor een erkenning van niet betaalde arbeid is vooral werken aan de zichtbaarheid ervan. Eens de impact ervan op tafel ligt, kan er worden gewerkt aan een gelijkere verdeling ervan.

Dit brengt ons meteen bij een tweede kritiek, namelijk dat de vrouwenbeweging strategisch een historische fout maakt door te hameren op de valorisatie van de zorgarbeid. Zo veroordeelt De Morgen-journalist Bart Eeckhout Femma dat ze op haar beurt de vrouw tot de haard veroordeelt. Femma die pleit voor een huishoudloon?

Onbetaalde arbeid zichtbaar maken, heeft niet als doel vrouwen terug naar de jaren 1950 te katapulteren. Het hertekenen van een voltijdse job heeft net als bedoeling om de vrouwen een volwaardige plek te laten veroveren op de arbeidsmarkt. Het zichtbaar maken van al het werk dat achter de schermen en belangeloos gebeurt, maakt dat het ook in rekening wordt gebracht als het gaat over die ongelijkheid op de arbeidsmarkt. Zoals eerder gesteld zijn het communicerende vaten. Zolang vooral moeders zieke kinderen opvangen, vrouwen mantelzorgen voor hun schoonmoeder, mannen bij familiefeesten in de zetel blijven zitten en de lijstjes voor het huidhouden grotendeels door vrouwen worden opgesteld, kan je ook niet verwachten dat ze gelijk vertegenwoordigd zijn in regeringen, bedrijven, enzovoort.

De 30-urenweek is niet het walhalla of de deus ex machina die ervoor zorgt dat mannen massaal beginnen vaderen en mantelzorgen, en vrouwen het glazen plafond met de vingers in de neus vermorzelen. Arbeidsduurvermindering is maar één van de strategieën om tot een evenwichtige en kwaliteitsvolle combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid te komen. Ook genderstereotiepvrije beeldvorming, een kwaliteitsvolle, toegankelijke en voldoende kinderopvang, een combinatievriendelijke arbeidsorganisatie, goede verlofsystemen en de juiste indicatoren om te meten hoe gezond onze samenleving is, zijn van groot belang.

Daarbij is het belangrijk dat een breder perspectief hanteren niet betekent dat we de huidige perspectieven van de baan vegen. Het gaat erom dat we het huidige perspectief uitdagen of verrijken door andere indicatoren of belangen naar voor te schuiven. Als we pleiten voor indicatoren die gericht zijn op welzijn en niet op welvaart, wil dat niet zeggen dat we het bbp overboord gooien. Als we het belang van het kindperspectief onderstrepen, wil dat niet zeggen dat dat het heilige en enige uitgangspunt moet zijn. Noch kinderen, noch mantelzorgers zijn voldoende zichtbaar, ondanks het feit dat het twee ontzettend belangrijke stakeholders zijn bij het vormgeven van de samenleving.

De rol van emancipatiebewegingen als Femma is de ‘onzichtbaren’, die niet over de meeste machtsbronnen beschikken, zichtbaar te maken. En vervolgens een verhaal te schrijven en een beweging te creëren die structurele machtsongelijkheden aankaart en mee nadenkt over alternatieven.De 30-urenweek is zo’n verhaal, voor meer gendergelijkheid.

Riet Ory
Adjunct algemeen directeur Femma

Noten
1/ Sociaal en cultureel planbureau, ‘Concurrentie tussen mantelzorg en betaald werk’, Den Haag, maart 2015.
2/ http://www.platformdse.org/wp-content/uploads/brochure-Beter-Meten-van-Welvaart-en-Welzijn\_PDSE\_2012.pdf.

de kortere werkweek - gender - gelijkheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 2 (februari), pagina 60 tot 64