Log in

Naar een win-winsituatie met sans-papiers

DE STAND VAN DE ONDERKANT

Terwijl de politiek de samenleving vertelt dat mensen zonder wettig verblijf effectief het land worden uitgezet, groeit hun aantal zienderogen. Ze zijn een structureel deel van ons bestaan. Ze hebben niet alleen noden en basisrechten, maar dragen ook bij aan de economie. We kunnen hun aankomst en permanent verblijf beter beantwoorden met een samenhangend migratiebeleid, een modern arbeidsmigratiebeleid en een effectieve toekomstoriëntatie. Elk jaar een paar duizend sans-papiers repatriëren, vraagt grote investeringen en de meerwaarde blijft uit. Weg-weg zonder meer eindigt niet in win-win.

DE STAND VAN DE ONDERKANT

Geld én visie nodig voor personen met een handicap
Sophie Beyers
Huurders verdienen ander woonbeleid
Joy Verstichele
Een (t)huis voor elke dakloze?
Danny Lescrauwaet
Kinderen in armoede dupe van falend beleid
Frederic Vanhauwaert
Naar een win-winsituatie met sans-papiers
Didier Vanderslycke

TERUG VAN NOOIT WEGGEWEEST

Hoewel vandaag de indruk wordt gewekt dat 'het probleem onder controle is', stellen analisten en terreinwerkers vast dat er geen neerwaartse trend is in het aantal migranten zonder wettig verblijf dat in België het hoofd boven water probeert te houden. De cijfers krijgen we nooit exact. Ze doen trouwens steeds minder ter zake. Sans-papiers zijn een structurele maatschappelijke realiteit.

Sinds de regering-Verhofstadt I in 1999 werk maakte van een bijzonder beleid van individuele regularisatie van een deel van hen, is het taboe rond hun bestaan echter wel doorbroken. In de aanloop van die politieke keuze waren het brede middenveld, de academische en culturele wereld, het bedrijfsleven en de religieuze en levensbeschouwelijke groepen gemobiliseerd om de kwestie uit de duisternis te halen. Ook sans-papiers zelf startten belangengroepen en verenigden zich in zelforganisaties.

Eerder had de Vlaamse Gemeenschapscommissie met Vic Anciaux de keuze gemaakt een vereniging voor de gezondheidszorgen voor mensen zonder papieren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te subsidiëren. Toenmalig Vlaams minister van Gezondheidsbeleid, Wivina De Meester, deed kort daarna hetzelfde met een project dat de voorziening in 'dringende medische hulp' (van de federale overheid) ruimer bekend wilde maken in Vlaamse centrumsteden. Onder impuls van toenmalig Vlaams minister Luc Martens stemde het Vlaams Parlement een integratiedecreet waarin de doelgroep 'mensen zonder wettig verblijf' werd opgenomen. Het decreet bevestigt dat mensenrechten blijven gelden, ook als iemand zijn wettig verblijf verliest. Vanaf dan werd het normaal de zorg voor hun basisrechten (onderwijs, gezondheidszorg, welzijn, onderdak) als een evidentie mee te nemen als beleidsthema.

Een en ander zorgde voor een gunstig klimaat om naar mensen zonder papieren te kijken en te spreken vanuit een mensenrechten- en migratieperspectief (en niet enkel vanuit veiligheidsperspectief). Hun verhalen, motieven van verblijf, noden en vragen mochten klinken en voedden het migratiedebat. Ze werden meer dan 'vreemdelingen met een bevel om het grondgebied te verlaten'. Die trend werd versterkt door de oprichting van het Europees samenwerkingsverband Platform for international cooperation on undocumented migrants (PICUM vzw). We schrapten 'ille…len' uit onze woordenboeken en hadden het over 'undocumented migrants'. Zij werden gesitueerd in het vraagstuk van een menswaardige omgang van de migratiebewegingen. De oprichting van de Organisatie voor clandestiene arbeidsmigranten (OR.C.A. vzw) bracht het economisch perspectief binnen van werknemers zonder papieren, hun arbeidsrechten en de effecten van het arbeidsmigratiebeleid sinds 1974.

Het werkdomein rond de doelgroep werd, met andere woorden, stap voor stap verbreed. We hadden het niet meer over de vraag wat we moesten aanvangen met de sans-papiers als lijdend voorwerp van het grenzenbeleid en de gedwongen uitwijzing. Wel over: welke extra legale migratieroutes kunnen we ontwikkelen? Wat is de invloed van het migratievraagstuk op de ontwikkeling van herkomstlanden en vice versa? Hoe gaan we om met de toegenomen wereldwijde mobiliteit, de internationalisering van de arbeidsmarkt, de digitalisering van informatie en het wederzijds contact tussen 'thuisfront en migrant'? Hoe hanteren we de kracht van de migratie als een overlevingsstrategie in een context van klimaatverandering? Hoe werken we samen met de betrokkenen aan een zinvol toekomstperspectief? En vooral over: waar gaat de samenleving over de schreef in het onmenselijk behandelen van iemand zonder wettige verblijfsvergunning?

TERUG NAAR HET ALOUDE GRENZENBELEID

Toen de regering-Verhofstadt in 1999 de regularisatie van het verblijf aankondigde, was er van een breed beraad over die vragen geen sprake. De operatie-regularisatie had gunstige effecten voor ongeveer 46% van de doelgroep, maar er volgde geen globaal beleidsdebat over hoe we in de toekomst dergelijke regularisatie-inspanningen zouden kunnen voorkomen.

Tien jaar later, in 2009, deed de regering-Van Rompuy een nieuwe poging om door middel van regularisatie van het verblijf 'de kwestie van de sans-papiers op te lossen'. In één decennium hadden zich immers nieuwe mensen zonder wettig verblijf gevoegd bij de restgroep niet-geregulariseerden van 1999. Opnieuw ontbrak elk beraad voor een samenhangend migratiebeleid én werden enkele duizenden mensen voorzien van een verblijfsvergunning.

Straks - in het verkiezingsjaar 2019 - zijn we opnieuw tien jaar verder. De kwestie zal opnieuw opduiken als een centrale kwestie voor federale beleid. Het is echter terug naar af.

Wie enerzijds de regeerakkoorden-Di Rupo en -Michel bestudeert en anderzijds de migratierealiteit van de voorbije jaren in rekening brengt, beseft dat 'de kwestie van de sans-papiers' blijft gisten in de onderbuik van de samenleving. Er zijn niet alleen de 'restgroepen' van vorige regularisatiecampagnes, maar nu ook uitgeprocedeerde asielzoekers van de voorbije tien jaar. Aangezien het erkenningspercentage voor asielaanvragen sinds 2015 ongeveer 40 à 50% bedraagt, is niet alleen het aantal aanvragers maar ook het aantal uitgeprocedeerden toegenomen.

Desondanks kiezen de recentste regeerakkoorden voor de oude logica van een streng grenzenbeleid en de striktere toepassing van de vreemdelingenwet. Daarnaast vormen een performant vrijwillig en gedwongen terugkeerbeleid én afspraken met de landen van herkomst in terugnameakkoorden, volgens een aantal beleidsverantwoordelijken, het sluitend antwoord. Ze zouden bovendien een afradend karakter hebben.

Hoewel de regering-Michel in het regeerakkoord enkele interessante pistes opende voor een andere benadering, doet ze in de praktijk lustig door met een eenzijdige inzet op een repressief uitwijzings- en een restrictief aankomstbeleid. De zwakste deelgroep bij de sans-papiers, zij die veroordeeld werden voor één of ander strafbaar feit, wordt het land uitgezet. Hun uitwijzing moet de illusie voeden dat er echt minder mensen zonder papieren op het grondgebied verblijven. Daarnaast wordt gepoogd niet-legaal verblijf te beboeten en waar mogelijk het oppakken van de betrokkenen te dereguleren.

BELGIË 'EILAND ZONDER ELLENDE'

Na de verhoogde aankomst van asielzoekers in 2015, probeert de federale regering van België een ontoegankelijk asieleiland te maken. De antiasielzoekershouding van een aantal EU-lidstaten is daartoe de aanleiding. Duitsland wordt verweten zich 'te open te hebben opgesteld'. Wie dat beweert, vergeet dat door het Duitse 'schaffen' de aankomst van asielzoekers in België beperkt bleef.

Ondertussen werd een aantal verblijfsstatuten aangepast. De vluchtelingenstatus geeft geen onbeperkt verblijfsrecht meer. Wat voorheen duurzaam wettig verblijf was, wordt beperkt verblijf. De verblijfsaanvraag én het 'bewijs van integratie' worden een soort 'te betalen schuld' als tegenpand voor de 'verblijfsvrijgevigheid van welvaartsstaat België'. Naarmate de legislatuur vordert wordt het tarief verhoogd, tot het straks onbetaalbaar wordt of weggelegd zal zijn voor een elite.

Op de koop toe wordt meer geïnvesteerd in gedwongen terugkeer dan in vrijwillige terugkeer. Steeds meer signalen wijzen erop dat de vrijwillige terugkeer wordt opgedrongen door terugkeerambtenaren. Gezinnen met kinderen worden straks weer achter tralies gezet. De aandacht voor een duurzame en menswaardige vrijwillige terugkeer of toekomstoriëntatie is verslapt of verdwenen. Als een middenveldorganisatie beweert echt in vrijwillige terugkeer geïnteresseerd te zijn, wordt die uitgelachen.

ALS ZE MAAR (GRATIS) WERKEN EN BETALEN

Hoewel de hardwerkende vreemdeling geprezen wordt door menig politici, geraakt de effectieve werknemersbescherming van werknemers zonder papieren én de reële bestraffing van de werkgevers die hen illegaal tewerkstellen niet uit de startblokken. Er is altijd wel een reden om de malafide werkgevers een tweede kans te geven.

In België wordt tussen de 10 à 15% van het bbp geproduceerd in de zwartwerkeconomie. Huisarbeid bijvoorbeeld is een groeiende sector en wordt steeds meer - ondanks de dienstencheques - het werk van buitenlandse werkkrachten zonder geldige verblijfsvergunning en au pairs.

België kent een cultuur van getolereerd zwartwerk. Geen haan die daarnaar kraait, maar menig kapitaalkrachtige werkgever of burger die ervan profiteert. En daar zelfs publiekelijk mee uitpakt: 'het is maar goed dat we kunnen gebruik maken van die au pairs, anders zouden we ons gezins- en beroepsleven niet kunnen rond krijgen.'

Het uitwerken van meer legale migratieroutes, een gedegen arbeidsmigratiebeleid (een bevoegdheid van de regionale overheden), het aanpakken van de grondoorzaken van gedwongen migratie en vluchten, het inzetten op basisrechten hier en sociale zekerheid in de land van herkomst, en nog zoveel meer, zouden elementen kunnen zijn van een effectief samenhangend migratiebeleid. Ondanks dat blijven politici en hun partijen het migratievraagstuk - waarvan de mensen zonder papieren de centrale schreeuw zijn - reduceren tot een 'grenskwestie'. Meer nog, ze verplichten rechtzoekende migranten, vluchtelingen, staatlozen en buitenlandse niet-begeleide minderjarigen (financieel) zwaar te investeren in hun verblijfstitel. Hun deelname aan integratie- en inburgeringstrajecten zijn geen aanbod meer, maar een voorwaarde om te mogen blijven. Geen recht op verblijf, maar je verblijf verdienen is de baseline.

Een paar voorbeelden:

  • Voor een machtiging tot een verblijf van meer dan 3 maanden in België om een beroepsactiviteit uit te oefenen, te studeren aan een particuliere onderwijsinstelling, onderzoek te verrichten, als au pair of om humanitaire redenen (art. 9 bis), moet daarvoor 350 euro per persoon betalen. Gedegen juridische bijstand is niet kosteloos. Iemand zonder wettig verblijf wordt eigenlijk geacht eerst enkele maanden in het zwart te gaan werken om, naast kost en inwoon, de aanvraag en de bijstand te kunnen kopen.

  • Een asielzoekersgezin dat een tweede asielaanvraag doet, wordt weggestuurd uit de federale asielopvang, hoewel dat onwettelijk is. Als het gezin wil voorkomen dat die tweede aanvraag onontvankelijk wordt verklaard en niet in de clandestiniteit wil terechtkomen, moet het investeren in het geluk iemand te ontmoeten die kan zorgen voor onderdak en voeding, of dat wettelijk voorziene basisrecht zelf gaan kopen. Zo niet wordt het gezin als 'verdwenen' geregistreerd.

  • Het permanent verblijf voor bepaalde vreemdelingen is afhankelijk gemaakt van de 'integratie-inspanningen'. De betrokkene wordt daarop na één jaar tijdelijk verblijf en daarna steekproefsgewijs gecontroleerd. Indien 'onvoldoende' kan een uitwijzing volgen.

  • Indien ze er ooit effectief komt, zal een 'nieuwkomersverklaring' moeten worden ondertekend bij aanvraag voor een verblijf in België, terwijl de betrokkene nog in het land van herkomst is.

ALLEMAAL MENSEN

Er zijn nog andere voorbeelden van Belgische/Europese beleidsmaatregelen die illustreren hoe hardvochtig het migratiebeleid is geworden. In Vlaanderen is een opvangbeleid voor mensen zonder papieren al helemaal van de agenda verdwenen.

Het zou een ontmoedigend slot zijn om al dat negatieve hier op te lijsten. We begonnen met de 'win-win' als uitgangspunt. Daarom dit. De 11.11.11. campagne 2017 komt op tijd om het inhoudelijk tij te keren. Het is betekenisvol dat er een alliantie ontstaat tussen de Noord-Zuidbeweging en de migratie- en asielbewegingen. Juist op het moment dat de wereld kiest voor het uittekenen van een Global Compact on Migration krijgen we de kans om migranten, vluchtelingen en mensen zonder papieren niet exclusief vanuit een veiligheids- en bedreigingsperspectief te bekijken.

Wellicht zijn de vier basiseisen van de 11-campagne (grondoorzaken aanpakken, veilige migratieroutes, basisrechten garanderen en gepast taalgebruik) aan elkaar gewaagd. Ze zijn alleszins betekenisvol voor de toekomst van mensen zonder papieren hier en wereldwijd.

Als ik - met die eisen op de achtergrond - voor deze doelgroep beleidssuggesties mag doen voor een volgend gemeentelijk of landelijk bestuursakkoord, dan zet ik in op deze zes:

  • Kies voor een arbeidsmarktbeleid dat toegankelijk is voor niet-EU werknemers die kort, midden en langgeschoold zijn. Heb daarbij een bijzondere aandacht voor de huisarbeid en de sectoren waar nu al ettelijke werknemers zonder wettig verblijf verborgen aanwezig zijn.
  • Zet in op de creatie van 'onafhankelijke regionale migratie- en oriëntatiecentra' die migranten met én zonder wettig verblijf informeren en bijstaan in het uittekenen van hun migratieproject en -traject.
  • Draag als gemeentebestuur zorg voor veilige opvang en begeleiding van mensen zonder wettig verblijf vanuit een respect voor de menselijke waardigheid én als tussenstap naar hun goede toekomstoriëntatie.
  • Eerbiedig het principe van de 'firewall' zodat hun basisrechten op gezondheid, onderwijs, onderdak en arbeidsrechten niet 'opbranden' door een uitwijzingsbevel.
  • Vertrouw het vrijwillig terugkeerbeleid volledig toe aan een niet-gouvernementele organisatiestructuur.
  • Ontwikkel een nieuwe aanpak van de regularisatie van het verblijf op humanitaire gronden. Laat een 'Commissie van Advies' haar rol spelen, in het bijzonder voor zij die niet-repatrieerbaar zijn.

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 9 (november), pagina 9 tot 14