Log in

De lessen van Occupy voor links

De hoop die Occupy in 2011 bij vele progressieven losmaakte, staat in schril contrast met de uiteindelijke verwezenlijkingen van de beweging. Haar toenmalige motto 'Occupy everything, demand nothing' blijkt zeven jaar later eerder 'Occupy everything, change nothing'; en gezien de tactieken en organisatievormen van Occupy hoeft dat eigenlijk niet te verbazen. Toch valt er uit het falen van Occupy voor links vandaag ook hoop te halen. Maar dan is wel een intellectuele heroriëntering nodig.

OPKOMST EN VERVAL

'What is our one demand? #Occupy WallStreet. September 17th. Bring Tent.' Slechts dertien dagen had deze oproep van de Canadese website Adbusters nodig om in juli 2011 viraal te gaan. Meer nog: nadat Wall Street effectief bezet werd, verspreidde de Occupybeweging zich in een verbazingwekkend tempo over het hele land. Niet veel later liep het aantal bezette plaatsen in Noord-Amerika op tot 600 en meer dan 900 wereldwijd! Voor vele progressieven was er weer hoop. 'It is the most important thing in the world right now', of nog grootser: 'It has truly changed everything'.1 Adbusters, Naomi Klein en vele andere activisten reageerden uitbundig op de Occupybeweging. Er was na de financieel-economische crisis van 2008 uiteindelijk toch een massale beweging ontstaan die de wantoestanden in het politieke en economische systeem aan de kaak stelde. Én, zo dacht men in navolging van een aantal internationale voorbeelden, een beweging die ook daadwerkelijk dingen zou kunnen veranderen.

Adbusters

Vandaag zouden slechts weinigen deze uitspraken nog ondertekenen. Met dezelfde snelheid waarmee de Occupybeweging zich had uitgebreid over grote delen van de wereld, verdween ze ook weer. Sterker nog: de huidige president van de Verenigde Staten – de geboorteplaats van Occupy – is zowaar de verpersoonlijkte antithese van de beweging en bovendien lijkt de neoliberale hegemonie haar eigen crisis zonder meer overleefd te hebben. Wat verklaart nu deze tegenstelling tussen (populair) succes en snel verval? En waarom is Occupy er niet in geslaagd om daadwerkelijk zaken - laat staan structuren - te veranderen? Een analyse van de ideologische grondvesten, de daaruit voortvloeiende organisatievormen en actiemiddelen van Occupy laat het licht schijnen op de sterktes maar vooral op de intrinsieke zwaktes van de beweging en laat het toe een aantal aandachtspunten aan te stippen voor hedendaags links.

ORGANISATIE IS KEY

Virtuele schijn bedriegt. Hoewel Occupy vaak wordt geassocieerd met hashtags, een paar internetoproepen en virtuele netwerken, tonen enkele meer diepgaande werken aan dat de beweging niet uit het luchtledige was ontstaan en al zeker niet enkel vanuit de cyberspace. We moeten haar, voor wat betreft de 'westerse', kapitalistische wereld, zien in een veel bredere golf aan protesten die grotendeels samenvallen met een legitimiteitscrisis van de gevestigde politieke instellingen en (deels) als gevolg van de meest recente financieel economische crisis.2 Zo had New York bijvoorbeeld enkele maanden voor de oproep van Adbusters al in rep en roer gestaan door manifestaties tegen het soberheidsbeleid van burgemeester Bloomberg. De organisatie 'New Yorkers Against Budget Cuts' (NYABC) – wiens leden reeds de Seattle-protesten van 1999 hadden meegemaakt - had vervolgens een aantal actiecomités opgericht die vanaf dan wekelijks een 'General Assembly' (GA) bijeenriepen en zo een blauwdruk maakten voor de latere organisatie en beslissingsprocedure van Occupy Wall Street.3

Net die organisatievorm van Occupy en de principes van directe democratie, horizontalisme en volledig vrijwillige samenwerking die daarvoor de grondslag vormden, waren essentieel voor de beweging en haar succes. Het ging hierbij immers niet zomaar om de pragmatische afweging van efficiënte organisatievormen om een bepaald doel te bereiken. Integendeel: de organisatievorm ligt juist in het hart van de beweging en haar filosofie. De mensenmassa op het Tahrirplein, op de Plaza Catalunya of op Syntagma, de directe voorlopers en inspiratiebronnen van Occupy, waren juist op straat gekomen om het gebrek aan democratie aan te kaarten en om te tonen dat er alternatieven waren. Dat was bij Occupy zelf nog meer het geval. 'Its principle aim', zo bevestigt Occupyorganisator en auteur David Graeber, 'was to experiment with creating institutions of a new society (...) all operating on anarchist principles of mutual aid and self-organization'.4

Zo ontstond er op alle bezette plaatsen, in New York zelfs op een steenworp van die plaats waar het financieel kapitalisme elke dag hoogtij viert, een waarachtige anarchistische 'microsamenleving' die bestuurd werd door een horizontale, leiderloze en voor iedereen toegankelijke Algemene Vergadering. Het initiële succes van de beweging had dus vooral te maken met de laagdrempeligheid en met de 'radicale inclusiviteit' van de beslissingsprocedure. Immers: iedereen (van daklozen tot hoge middenklasse) die zich identificeerde met 'de 99%', gewoon geïnteresseerd was of nood had aan de vele diensten die men voorzag in de verschillende kampen, kon naar de bezette plaats komen en participeren in de (Algemene Vergadering van de) beweging.5 Zeker in de 'westerse' wereld voelden honderdduizenden zich dus klaarblijkelijk aangetrokken tot de (summiere) boodschap van Occupy en de doorgedreven participatieve vorm van democratie.

Op 'langere' termijn - meestal ging het slechts om een paar maanden (!) – bleek het echter extreem moeilijk om de 'microsamenlevingen' in stand te houden; en dit om een aantal redenen.

Een. Er waren - op het eerste gezicht banale, maar essentiële - logistieke problemen die alle kampen parten speelden. De volgende getuigenis vat die bondig samen: 'It's like welcome to the revolution! Now you have to provide mental health care to the entire city. With the amount of time and preparation we didn't stand a chance.'6

Twee. Door de snelle groei van de beweging, door de grote aantallen mensen en de zeer diverse samenstelling, werd het steeds moeilijker om efficiënt beslissingen te nemen binnen het originele institutionele raamwerk van de beweging waarin bijna alle beslissingen genomen moesten worden door de 'inclusieve' Algemene Vergadering wiens vergaderingen 2 tot 3 keer per dag meerdere uren konden duren.7 Dat is, zoals voorgaand wetenschappelijk onderzoek aantoont, echter niet enkel eigen aan de Occupybeweging, maar intrinsiek verbonden met niet-hiërarchische organisatievormen: hoe heterogener een groep, des te moeilijker is het tot consensus te komen, des te meer reeds bestaande ongelijkheden (klasse, gender, etniciteit, ...) gereproduceerd worden en des te moeilijker het dus wordt om (het gebrek aan) de structuur te onderhouden.8 Door een zoektocht naar meer efficiëntie kwam er zo in nagenoeg alle kampen almaar meer macht bij die mensen die het (sociaal en economisch) kapitaal hadden om zich voor de beweging in te zetten en ondergroef Occupy eigenlijk zijn eigen principes.9

Drie. Een laatste aspect, dat essentieel is in het verklaren van de Occupyparadox, heeft betrekking tot het meest in het oog springende element van de beweging: de bezetting van een publiek(-private) ruimte. Juist die ruimte was in vele steden door de privatisering steeds kleiner geworden; symbolisch gezien claimden de deelnemers hun plaats in de publieke instelling dus terug. In de praktijk had de bezetting echter een veel groter praktisch nut: het effectief organiseren van de beweging gebeurde (quasi) uitsluitend op de bezette plaats. Bovendien vergemakkelijkte het de participatie van first time protesteerders aanzienlijk. Naast een inner circle van doorwinterde activisten kon de onervaren outer movement zich gemakkelijk integreren.10 Ook die organisatievorm was natuurlijk geen lang leven beschoren: zoals te verwachten was, werden alle bezette plaatsten - in de VS zelfs op quasi militaire manier - ontruimd door de ordediensten. Samen met de bezetting verdween dus ook het gros van de beweging.11

MAATSCHAPPELIJKE VERANDERING IN TIJDEN VAN IDEOLOGISCHE DWALINGEN

Gezien de inherente zwakte van Occupy's interne organisatie is het dus niet verwonderlijk dat de beweging is verdampt. En hoewel sommigen ter linkerzijde hoopten dat men een (min of meer grondige) maatschappelijke verandering zou kunnen teweegbrengen, hoeft ook het feit dat men hierin niet slaagde niet te verwonderen. Onder het motto 'Occupy everything, demand nothing' heeft Occupy immers nooit concrete politieke eisen gesteld. Enerzijds vindt deze opstelling natuurlijk een verklaring in de ontstaansredenen van de protestbeweging: het wantrouwen in de politieke instellingen. Het stellen van eisen aan deze instellingen kwam volgens sommigen in de beweging dus overeen met het erkennen van hun legitimiteit. Anderzijds speelde ook hier het basisprincipe van consensusdemocratie weer een belemmerende rol: nadat Occupy's 'inclusiviteit' enorm veel mensen had aangetrokken, bleek het praktisch gewoonweg onmogelijk om tot eenheid te komen over bepaalde doelen.12 Bovendien: zelfs indien één Algemene Vergadering tot consensus kwam, was die beslissing enkel plaatselijk geldig, deze stond (qua beslissingsmacht) immers compleet los van de andere kampen. Zo ging, door de anarchistische nadruk op de creatie from below, een potentieel sterke onderhandelingspositie verloren.

Waar het Occupy en diens organisatoren dus klaarblijkelijk aan ontbrak was, enerzijds, (eensgezindheid over) een structurele analyse van de problemen die hen op straat hadden gebracht (extreme ongelijkheid, wantrouwen in de politieke instellingen, enzovoort) en remedies hiertegen. Uiteraard was de slogan 'We are the 99%', die tot vandaag nog gebruikt wordt, enorm krachtig.13 Peilingen uit de Verenigde Staten tonen bijvoorbeeld aan dat er in 2011, in vergelijking met twee jaar eerder, 19% meer mensen dachten dat er een 'sterk' of 'zeer sterk' conflict was tussen rijk en arm in de samenleving. Ook andere opiniepolls tonen aan dat het thema van ongelijkheid aan populariteit won.14 Dat ongelijkheid an sich (en dus niet enkel absolute armoede) weer als probleem wordt beschouwd, is inderdaad een belangrijke stap, zoals Sacha Dierckx onlangs in dit tijdschrift aantoonde. Toch ontbreekt het (net zoals bij Occupy, maar hier veroorzaakt door het intellectuele dwaalspoor van de Derde Weg) ook vandaag nog bij velen aan de linkerzijde aan een coherente analyse van de processen en structuren die de sociaaleconomische ongelijkheid voortbrengen. Het lijkt er dus sterk op dat als links ongelijkheid echt wil aanpakken, zich weer politiek wil kunnen afzetten van rechts en het hoofd wil bieden aan grote toekomstige uitdagingen (denk aan de automatisering van arbeid) dat het ook intellectueel, voor zichzelf, het neoliberale paradigma zal moeten doorbreken en het kapitalisme zelf, in zijn verschillende (en zeker toekomstige) verschijningsvormen als uitgangspunt van haar analyse moeten nemen.

Naast die analytische, politiek-ideologische valkuil ontbrak bij Occupy ook elke realiteitszin voor wat betreft de concrete manieren om maatschappelijke verandering te verwezenlijken. Theoretisch gezien zijn er zo drie opties, maar voor geen enkele had Occupy een echte strategie. Ten eerste is er natuurlijk de regelrechte revolutie, maar dat was uiteraard nooit het doel van Occupy, laat staan dat men (voor)bereid was om geweld te gebruiken. De tweede op anarchistische principes gebaseerde weg is die van het gradueel vervangen van de status quo door het opbouwen van nieuwe, alternatieve samenlevingsvormen binnenin de oude: juist dat was volgens Graeber het doel van Occupy. Zonder in te gaan op de breuklijn tussen de twee bovenstaande opties die (radicaal) links al lang splijt, konden we daarnet vaststellen dat de manier waarop Occupy dit laatste wilde realiseren zeker niet houdbaar was gezien de reactie van de openbare en private machten die de bezette pleinen relatief snel lieten ontruimen. Als we dan ook nog eens in rekenschap brengen dat Occupy, ten derde, niet bereid was om verandering te verwezenlijken via gevestigde politieke instellingen, stuiten we op de meest vernietigende kritiek op de beweging. In feite ging het, volgens sommigen, om een beweging die verzuimd had om de werkelijke machtsbasis van 'de 1%' aan te vallen en in de plaats daarvan vervallen was in een zeer individualistisch, ja zelfs redemptief project.15 Zoals een Occupy'er het uitdrukte: 'Occupation is a medium of action, and at the same time a desired state of being'.16

Waarschijnlijk is deze kritiek onnodig hard voor een groot aantal mensen die wegens gebrek aan alternatieven – zeker in het Amerikaanse tweepartijenstelsel – in Occupy weer de hoop op een betere, rechtvaardigere wereld vonden. Belangrijker vandaag is het feit dat de ideologie, en het daarbij horende beleid, die leidden tot de woede die op een bepaald moment honderdduizenden mensen over de hele wereld tegelijk op straat bracht, vandaag nog steeds sterk in zijn schoenen staat. Occupy toont aan dat er een wil tot participatie en verandering is bij een deel van de bevolking, maar ook zoals toch ook de anarchist Noam Chomsky opmerkte tijdens een speech voor Occupy Boston: 'You don't win victories tomorrow. You have to form the structures that will be sustained, that will go through hard times'.17 Daarvoor is er aan de linkerzijde echter (weer) nood aan een structurele analyse van het kapitalisme, daaruit voortvloeiende concrete voorstellen en duurzame mobilisatie. Dat het mogelijk is om de maatschappelijke krachtsverhoudingen te veranderen en een ideologische hegemonie te breken, wordt immers door niets beter aangetoond dan door de doorbraak van het neoliberalisme zelf.

Voetnoten

  1. Castels, M., 'Networks of Outrage and Hope. Social Movements in the Internet Age'(Cambridge, 2015) 4.
  2. We kunnen hier niet verder ingaan op de precieze oorzaken van het ontstaan van Occupy, maar er bestaat zeker geen automatische band tussen economische 'realiteit' en protesten. Zie bijvoorbeeld: Ancelovici, M. 'Crisis and contention in Europe: a political process account of anti-austerity protests' in: H-J. Trenz, C. Ruzza en V. Guiraudon, 'Europe's prolonged crisis. The making or the unmaking of a political union'(Hampshire 2015) 189-209. Of: Ancelovici, M., P. Dufour en H. Nez (eds.), 'Street Politics in the Age of Austerity. From the Indignados to Occupy'(Amsterdam 2016).
  3. Gould-Wartofsky, M., 'The occupiers. The making of the 99 percent movement'(Oxford 2015) 39.
  4. Graeber, D., 'The democracy project. A history, a crisis, a movement'(Londen 2013) 59.
  5. McCleave Laharawal, M. 'Occupy Wall street and a radical politics of inclusion', The sociological quarterly 54 (2013) 177-181, aldaar 178-179.
  6. Casteels M., 'Networks of outrage and hope', 177.
  7. Khatib, K., M. Killjoy en M. McGuire, 'We are many. Reflexions on movement strategy from occupation to liberation'(Oakland 2012) 155.
  8. Leach, D. 'Culture and the structure of tyrannylessness', The sociological quarterly54 (2013) 181-190, aldaar 184.
  9. Het meest spectaculaire voorbeeld hiervan is Occupy Montreal. Zie: Ancelovici, M., 'Occupy Montreal and the politics of horizontalism' in: M. Ancelovici, P. Dufour en H. Nez (eds.), 'Street Politics in the Age of Austerity. From the Indignados to Occupy'(Amsterdam 2016) 175-204, aldaar 180.
  10. Gitlin, T., 'Occupy's predicament: the moment and the prospects for the movement', The British Journal of Sociology 64 (2013) 3-25, aldaar 6-9 en 21.
  11. Onder de noemer van 'Occupy' werden later nog enkele organisaties opgericht die echter nooit de grootte van Occupy benaderden: Gould-Wartofsky, M., 'The occupiers. The making of the 99 percent movement' (Oxford 2015), 136.
  12. Calhoun, C., 'Occupy Wall Street in perspective', The British Journal of Sociology64 (2013) 26-38, aldaar 34.
  13. Ancelovici, M., 'Le mouvement Occupy et la question des inégalités: ce que le slogan 'nous sommes les 99%' dit et ne dit pas' in: Dupuis-Déri, F. (ed.), 'Par-dessus le marché. Réflexions critiques sur le capitalisme'(Montreal 2012) 15-47.
  14. Roberts, A., 'Why the Occupy movement failed', Public Administration Review72 (2012) 754-762, 758.
  15. Cutler, S. (2016). 'Occupying Trump?' . https://www.jacobinmag.com/2016/11/donald-trump-occupy-wall-street-zuccotti-park/.
  16. Calhoun, C., 'Occupy Wall Street in perspective', The British Journal of Sociology64 (2013) 26-38, aldaar 29.
  17. Chomsky, N., 'Occupy' (New York 2012) 34.

Affichebeeld: Adbusters

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 5 (mei), pagina 4 tot 10