Log in

Het internationaal schaakspel in Syrië

Vrede voor Syrië lijkt heel ver weg. Het Syrische conflict is een complex internationaal schaakspel en blijft balanceren op de rand van een veel grotere oorlog waar verschillende kernmachten in betrokken kunnen geraken. Zolang internationale machten hun belangen laten primeren, zal een politieke oplossing uitblijven. Eén zaak is duidelijk: in Syrië wordt met vuur gespeeld.

De oorlog in Syrië duurt al zeven jaar. Wat begint als een protestbeweging tegen het regime, ontaardt in een gewapend treffen tussen regime en gewapende groepen dat heel gauw het karakter van een burgeroorlog zal overstijgen. Buitenlandse machten en milities beginnen zich direct en indirect met het conflict te bemoeien. Hun betrokkenheid en strategische belangen hebben er toe bijgedragen dat het tot een complexe, langdurige en brutale oorlog is verworden en het potentieel op een grootschalige escalatie is vergroot. Als hun onderlinge confrontaties uit de hand lopen, wacht de wereld een grootschalige oorlog die alle directe en indirecte betrokkenen meesleurt. En dat zijn er behoorlijk wat.

VAN ARABISCHE LENTE TOT 'PROXY WAR'

Wanneer in maart 2011 vreedzame protestmanifestaties uitbreken in de zuidelijke stad Deraa is het op dat ogenblik moeilijk om in te beelden dat dit het startsein is voor een gruwelijke burgeroorlog die honderdduizenden dodelijke slachtoffers zal maken en miljoenen mensen op de vlucht zal drijven. Aanvankelijk zijn de eisen van de protestbeweging gericht op hervormingen, niet op verandering van regime. De sociale, politieke en economische onvrede sluimert dan al een tijdje. De economische hervormingen, die een decennia eerder zijn geïntroduceerd, hebben arbeiders en boeren van het staatsapparaat vervreemd. De subsidiekanalen naar de lagere sociale klassen zijn opgedroogd. De werkgelegenheid in de publieke sector daalt. Slechts een kleine elitegroep die verbonden is aan het machtsapparaat en een deel van de stedelijke middenklasse profiteert van de economische liberaliseringen en buitenlandse investeringen. Op het platteland wordt de situatie na vier opeenvolgende jaren van droogte onhoudbaar. Veel is er niet meer nodig om het land in 2011 te laten meedeinen op de golf van Arabische opstanden die in Noord-Afrika en het Midden-Oosten uitbreken.

Vijftien minderjarigen die in Deraa voor politieke graffiti worden opgepakt, steken het vuur aan de lont. De lokale bewoners komen op straat en eisen hun vrijlating. Wanneer de autoriteiten antwoorden met gewapend geweld, slaat de vonk van de protestbeweging over naar andere steden in het land zoals Homs, Hama, Baniyas, Damascus en Latakia. De confrontaties met de machthebbers krijgen gauw een grimmig karakter. Het regime blaast warm en koud. Het aarzelt niet om de protestbeweging te lijf te gaan met groot militair machtsvertoon. Anderzijds hengelt president Bashar al-Assad naar de gunst van het volk met een cocktail van anticorruptiemaatregelen, subsidies, minder internetrestricties, en politieke en sociaaleconomische hervormingen. Maar de combinatie met de aanhoudende repressie pakt niet. Een deel van de oppositie grijpt naar de wapens, organiseert zich in milities en zoekt internationale steun. Vanaf de zomer 2011 ontaardt het geweld in een burgeroorlog.

Regering en rebellengroepen kunnen rekenen op internationale financiële en militaire steun, met als belangrijkste – maar zeker niet enige – spelers: de VS, Rusland, Iran, Saudi-Arabië, Turkije en Qatar. Hun conflictuerende belangen en agenda's dragen ertoe bij dat de Syrische oorlog escaleert. Ze ondermijnen VN-pogingen tot een politieke oplossing, hoewel ze in de onderhandelingen zelf een hoofdrol spelen.

VREDESONDERHANDELINGEN TELKENS ONDERMIJND

Een eerste akkoord dat een jaar na het begin van de opstand uit de brand wordt gesleept door speciaal VN-gezant, Kofi Annan, strandt op deze internationale belangen. Turkije en de Golfstaten hebben dan al hun zinnen gezet op het doorbreken van de 'sjiitische as' (van Teheran over Damascus naar Libanon) en streven een regimeverandering na. Terwijl ze lippendienst plegen aan het vredesplan van Annan, kondigen ze parallel de oprichting aan van een fonds voor militaire steun aan de gewapende oppositie. De VS kondigen aan dat ze zullen instaan voor de levering van noodzakelijke communicatieapparatuur. De proxy-oorlog – oorlog per volmacht – is een feit. Syrië van zijn kant verklaart zich weliswaar akkoord met het vredesplan, maar op het terrein vechten zijn troepen gewoon door.

Aleppo voor

De manier waarop dit eerste vredesakkoord mislukt, is kenmerkend voor alle daarop volgende initiatieven: onderhandelingen, akkoorden en VN-resoluties worden op het terrein weggeveegd met opgevoerde buitenlandse militaire steun aan oorlogvoerende partijen die er toe aangezet worden om te opteren voor een militaire overwinning in plaats van een onderhandelde oplossing. De zieltogende onderhandelingen in die eerste maanden krijgen hun doodsteek op de eerste internationale vredesconferentie over Syrië (Geneva I, juni 2012), hoewel er aanvankelijk een consensus lijkt te bestaan voor een overgangsregering met leden van de regering en oppositie. De regering-Obama verklaart daarop dat een politieke oplossing alleen maar kan zonder Assad. Die ziet zich verplicht om te kiezen voor een overlevingsstrategie en voert de militaire operaties tegen de gewapende oppositie op. De gewapende milities rekenen eveneens op militaire winst om hun machtspositie aan de onderhandelingstafel te verzilveren.

Voor het mislukken van de opeenvolgende onderhandelingen (Geneva II, III en IV) zijn verschillende redenen. Ten eerste is de oppositie versplinterd. De onderhandelaars van de oppositie hebben weinig of geen greep op de gewapende milities op het terrein, die in toenemende mate in islamistisch en extremistisch vaarwater terechtkomen. Uit hun agenda blijkt weinig bereidheid tot compromis. Dat hindert niet dat ze steun krijgen van landen als Qatar, Saudi-Arabië en Turkije die hun invloed in Syrië proberen te vergroten. Ten tweede weert Turkije de Syrische Koerden, die sinds 2012 in het noorden ('Rojava') een seculier, pluralistisch en democratisch autonoom bestuur trachten uit te bouwen, van de onderhandelingstafel. Ankara beschouwt de Democratische Uniepartij (PYD) en de gewapende Volksbeschermingseenheden (YPG) als een PKK-filiaal en bijgevolg als 'terroristisch'. Ten derde is het Syrische regime er van overtuigd dat de doelstelling van verandering van regime, zoals de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië, de Golfstaten en Turkije dat openlijk eisen, alleen gecounterd kon worden met militair overwicht op het terrein. Het krijgt daarvoor militaire steun van Rusland en Iran. Ten slotte zijn er de groeiende wapenleveringen en buitenlandse militaire activiteiten op Syrisch grondgebied. Zo krijgen Frankrijk en Groot-Brittannië in mei 2013 het fiat binnen de EU om het wapenembargo tegen Syrië eenzijdig op te heffen om de zogenaamde 'gematigde' oppositie aan wapens te helpen. Later zal blijken dat door het samenspel van wisselende allianties en geringe kennis van de bestemmelingen heel wat van die wapens bij extremistische groepen terechtkomen.

ISLAMITISCHE STAAT EN GROEIENDE INTERNATIONALE BETROKKENHEID

Op de mislukking van Geneva II – begin 2014 – volgt een succesrijk offensief van de Islamitische Staat (IS) die in mum van tijd grote gebiedsdelen in Syrië en Irak weet te veroveren. De VS zien zich verplicht om zich voortaan te concentreren op de strijd tegen IS en nemen het initiatief voor een 'internationale coalitie' die met grootschalige luchtbombardementen de extremistische organisatie probeert terug te dringen. België is één van de 13 coalitiepartners.

De betrokkenheid van regionale en internationale grootmachten wordt steeds groter en rechtstreekser met een groeiend aantal confrontaties tot gevolg. Na een officieel verzoek van de Syrische regering grijpt Rusland in oktober 2015 openlijk militair in om het offensief van Syrische troepen tegen oppositiegebied te ondersteunen. Met succes. In de maanden daarop slaagt het regime er in om belangrijke oppositiegebieden te heroveren waarbij heel wat burgerslachtoffers vallen. De VS van hun kant ontplooien honderden troepen die de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), een bonte progressieve alliantie rond de Koerdische YPG, bijstaan in een eveneens succesvol offensief tegen IS. De SDF krijgt nagenoeg het hele gebied ten noordoosten van de Eufraat onder controle. NAVO-bondgenoot Turkije ziet de VS-steun aan 'terroristen' met lede ogen aan en valt in de nazomer van 2016 Noord-Syrië binnen onder het mom van de strijd tegen IS. Ankara slaagt er in om te verhinderen dat het SDF vanuit het oosten een territoriale eenheid creëert met de geïsoleerde Koerdische enclave Afrin in het noordwesten van het land en vermijdt zo dat het hele grensgebied met Turkije onder Koerdische controle zou komen. Zoals de VS in de loop van 2015 hun primaire strategische doelstelling van 'regime change' heroriënteren naar de strijd tegen IS, zo maakt Turkije van de strijd tegen de SDF zijn topprioriteit. De diplomatieke spanningen tussen beide NAVO-bondgenoten nemen zienderogen toe. Vooral Washington ziet zich verplicht om verschillende belangen met elkaar te verzoenen: het behoud van het belangrijke strategische bondgenootschap met Turkije in een olierijk Midden-Oosten en het streven naar invloed in Syrië ten koste van Rusland en Iran.

Het VN-vredesproces geraakt maar niet uit het slop. Er worden wel nieuwe akkoorden gemaakt, maar op het terrein worden ze nog steeds aan flarden geschoten. Een veelbelovende blauwdruk voor vrede van de Internationale Steungroep voor Syrië (een groep van een twintigtal landen) eind 2015, die door de VN-Veiligheidsraad in een resolutie wordt gegoten, blijft dode letter. Deze resolutie 2254 roept op tot onderhandelingen tussen de oppositie en de regering en tot verkiezingen binnen de zes maanden voor een eenheidsregering. De oppositie die door Saudi-Arabië in een Hoge Onderhandelingscomité (HNC) wordt samengebracht, stelt evenwel steeds minder voor. Op het terrein heersen machtige islamistische en extremistische milities die weigeren mee te werken. Nieuwe onderhandelingen in Geneva III worden afgebroken na een hernieuwd regeringsoffensief met de steun van Rusland en Iran, opnieuw met het oog op de versterking van de onderhandelingspositie en een militaire overwinning tout court. Het protest van de VS en andere westerse landen is groot, maar het Syrisch-Russische argument is gelijkaardig als dat waar de Internationale Coalitie tegen IS zich van bedient: strijd tegen terreurgroepen zoals Hayet Tahrir Al-Sham (HTS, een machtige coalitie rond al-Qaida). In westerse media en politieke kringen groeit de verontwaardiging over de burgerdoden van Syrisch-Russische luchtbombardementen in plaatsen als Oost-Allepo en Ghouta, hoewel de teller van het aantal burgerdoden als gevolg van bombardementen van de Internationale Coalitie in april 2018 op 6.250 staat voor Syrië en Irak (gegevens afkomstig van airwars.org). Vooral in Raqqa en (het Iraakse) Mosoel is de tol van de bombardementen erg hoog.

COMPLEX SCHAAKSPEL

Het geopolitieke landschap rond Syrië is inmiddels uitgegroeid tot een complex internationaal schaakspel. Rusland, Iran en Turkije starten in Astana een aparte reeks van onderhandelingen op. Elk heeft zijn redenen om de VS buitenspel te zetten. Op het eerste zicht lijkt het de bedoeling om alsnog de gewapende oppositie te betrekken bij een staakt-het-vuren. Aanvankelijk lijkt dit ook te lukken met een paar maanden van relatieve rust in de loop van 2017. Er worden afspraken gemaakt over vier zogenaamde de-escalatiezones. In werkelijkheid geraakt Syrië opgedeeld in invloedszones. Rusland geeft in januari 2018 Turkije groen licht voor een reeds lang aangekondigd en voorbereid offensief tegen het Koerdische Afrin. Het Turkse leger slaagt er in om aan de zijde van door Ankara gefinancierde en aangevoerde gewapende Syrische milities de enclave te veroveren. President Erdogan slaat twee vliegen in een klap: niet alleen is de Koerdische YPG uit de hele grenszone ten westen van de Eufraat verdreven, maar ook kan hij werk maken van zijn plannen om een deel van de Syrische vluchtelingen uit Turkije te hervestigen in de grotendeels ontvolkte steden en dorpen van Afrin. De NAVO-bondgenoten verkiezen het stilzwijgen bij deze vorm van etnisch zuivering. Ankara laat ook troepen en zwaar militair materieel oprukken naar de aan Turkije toegewezen de-escalatiezone in Idlib dat door HTS (al-Qaida) en andere milities wordt gecontroleerd. Ook Rusland doet er zijn voordeel mee. De Russische toestemming voor het Turkse offensief tegen Afrin is een antwoord op de groeiende Amerikaanse militaire aanwezigheid in Noord-Syrië dat onder controle staat van SDF. Moskou speelt zo meteen ook handig in op de moeilijke verhoudingen tussen Turkije en de VS over de steun die Washington levert aan de Koerdische 'terroristen'. Anderzijds is de kans op een militaire confrontatie tussen Turkse en Syrische troepen in de Turkse de-escalatiezone in Idlib toegenomen. In het voorjaar van 2018 hebben zich al een paar militaire incidenten tussen beide kampen voorgedaan en de kans is groot dat het daar niet bij blijft. Sinds de val van de rebellenbastions rond Damascus concentreert het Syrische leger zich op de overige oppositiegebieden waaronder ook Idlib. Turkije lijkt geen aanstalten te maken om zich terug te trekken uit Noord-Syrië, ook niet uit Idlib.

Ook elders leidt de groeiende internationale militaire bemoeienis tot internationale confrontaties. Sinds IS bijna helemaal verdreven is in de Eufraatvallei, zijn de spanningen tussen het Syrische leger – dat de streek ten zuiden van de Eufraat controleert – en de SDF – dat het noordelijke deel controleert - en bijgevolg dus ook tussen Rusland en de VS toegenomen. Eind april voeren de VS luchtbombardementen uit op stellingen van het Syrische leger tijdens een offensief tegen de SDF. Het risico dat het tot een militair treffen komt tussen Rusland en de VS is daarmee erg reëel geworden. Dat is ook gebleken na de gezamenlijke Amerikaanse-Franse-Britse aanval op Syrische doelwitten als sanctie voor een onbewezen gifgasaanval in Ghouta (ten oosten van Damascus).

Aleppo na

En dan is er nog de factor Israël. De laatste maanden toont ook Israël zich alsmaar nerveuzer over de aanwezigheid van Iraanse troepen en Hezbollah die vechten aan de zijde van Syrische troepen. Hezbollah is een sjiitische Libanese militie tegen wie het Israëlische leger een weinig succesvol offensief heeft gepleegd in Zuid-Libanon in 2006. Het Israëlisch leger heeft toegegeven dat het sinds 2011, het begin van de oorlog in Syrië, al een honderdtal aanvallen heeft uitgevoerd op posities en transporten van het Syrische leger en van Hezbollah. Recent is daarbij een Israëlisch gevechtsvliegtuig door de Syrische luchtafweer neergehaald. Nieuw is dat Israël sinds kort ook Iraanse stellingen in Syrië bombardeert wat gevaarlijke proporties kan aannemen als Iran daarop reageert. Israël voert niet alleen de indirecte oorlog met de Iraanse aartsrivaal op, maar riskeert ook om Russische militairen en installaties te raken. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken waarschuwde Israël in duidelijke bewoordingen: 'Het is absoluut onaanvaardbaar om dreigingen te creëren tegen de levens en de veiligheid van Russische soldaten die zich in de Syrische Arabische republiek bevinden op uitnodiging van de wettelijke regering om ze bij te staan in de strijd tegen het terrorisme'.

CONCLUSIE

Het is al decennia geleden dat groot- en regionale machten zo intens betrokken zijn met het oorlogsgeweld in eenzelfde land met uiteenlopende en zelfs tegengestelde doelstellingen. Rusland wil koste wat het kost zijn enige steunpunt in het olie- en gasrijke Midden-Oosten behouden en vermijden dat de invloed van de VS en andere NAVO-lidstaten verder uitbreidt. De Amerikaanse militaire aanwezigheid in de regio heeft in de afgelopen jaren indrukwekkende proporties aangenomen. De VS handhaven een legermacht van om en bij 44.000 troepen op militaire basissen in Irak, Bahrein, Qatar, Saudi-Arabië, Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Jordanië, Oman, Turkije, Israël en nu dus ook in Noord-Syrië. Met veel van die landen onderhoudt Washington nauwe politieke en militaire banden. Voor Rusland, maar ook voor landen als Iran is dat een strategische bedreiging. De regionale sektarische machtsstrijd tussen Saudi-Arabië en Iran is daar een verlengstuk van. Beide landen onderhouden, net als andere landen en militaire actoren, een strategische alliantie met respectievelijk de VS en Rusland. Binnen elk van die allianties staan de neuzen niet altijd in dezelfde richting: ze steunen lokale strijdende partijen die geregeld onderling strijd leveren of bondgenootschappen worden door tegenstanders uit elkaar gespeeld. De communicatielijnen tussen de VS en Rusland rond Syrië mogen dan al wijd openstaan, een misverstand, militair incident of uitgelokte provocatie (zoals een 'false flag') is voldoende om de hele regio en daarbuiten in brand te zetten. De geschiedenis leert dat in een dergelijke complexe setting het erg gevaarlijk is om met vuur te spelen. Een grootschalige oorlog is in niemands belang en daarom is een overtuigde politieke aanpak in VN-verband, waarbij onder meer elke broodheer zijn proxy onder druk en (militair) op droog zaad zet, veruit de beste optie voor het conflict in Syrië. Een belangrijke voorwaarde is dat een duurzame politieke uitkomst - wil ze kans maken - zoveel mogelijk gedragen wordt door de Syrische bevolking en niet van buitenaf wordt opgelegd.

Foto's: Aleppo voor en na

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 5 (mei), pagina 57 tot 63