Log in

Shall we overcome?

Het verzet tegen het regeringsbeleid schippert tussen hoop en wanhoop.

Onlangs was het opnieuw van dat. Voor de zoveelste keer werd hetzelfde ballonnetje opgelaten, deze keer door de Antwerpse N-VA, dat een stuk van het leefloon moet worden ingehouden als men de kinderen niet naar de kinderopvang stuurt. Voor de zoveelste keer een voorstel, waarvan meermaals bewezen is dat het contraproductief is en enkel voor meer armoede zorgt, dat dient als bot voor de hongerige rechterflank van de partij. Voor de zoveelste keer hetzelfde rondje argumenten dat wordt opgedist, langs beide zijden, de gekende actoren die op hun achterste poten staan of – omgekeerd – het voorstel verdedigen. Voor de zoveelste keer verontwaardiging.

Het is om moedeloos van te worden. Niet alleen omdat N-VA, ondanks (of dankzij) zo'n discours, makkelijk boven de 30% blijft zitten; met grote voorsprong op de andere partijen die zelfs niet op de fotofinish staan. Maar ook omwille van de permanente sfeer van hetze die vandaag bestaat. Elke dag een nieuwe rel om verontwaardigd over te zijn. Elke dag een nieuw debatje. Zucht.

Deze permanente verontwaardiging is gewoonweg niet vol te houden. Laten we ophouden met dit schijngevecht. Het valt toch niet te winnen. Veel van de voorstellen van N-VA halen sowieso niet het halfrond ter stemming; ze bestaan enkel voor de galerij. Laten we dan ook niet langer reageren op elk ballonnetje dat N-VA oplaat. Als het doel van een voorstel polarisatie is, dan is elke weerlegging ervan olie op het vuur. Er valt dus niets te winnen met een permanente sfeer van hetze. Meer zelfs, het leidt tot moedeloosheid en defaitisme. En dat zijn precies de gevoelens waar de rechterzijde op rekent bij haar politieke tegenstanders. De idee dat actie geen gevolg heeft, dat het allemaal niet meer uitmaakt en dat er bijgevolg geen alternatief is voor het huidige beleid.

Begrijp me niet verkeerd, weerwerk blijft nodig. Als we alles laten passeren, dan verschuift het waardenkader en gaan we na verloop van tijd een bepaald soort discours als normaal beschouwen. Weerwerk geeft hoop aan politieke activisten in hun dagelijkse strijd en steun aan geviseerden van dat discours dat ze niet alleen staan. Maar het weerwerk mag niet beperkt blijven tot 'een keuze tegen'. Op Twitter staren sommige linkse activisten naar N-VA als konijnen naar een lichtbak. Vermoeiend. En contraproductief. Is het niet beter om elke dag zélf ons eigen verhalen te vertellen?

We staan op exact één jaar van nieuwe moeder der verkiezingen in 2019. Het verzet tegen het regeringsbeleid schippert momenteel tussen hoop en wanhoop. De oppositiepartijen maken het de regering slechts af en toe lastig. De vakbonden blijven zich verzetten, maar tegen beter weten in dat het daadwerkelijk iets zal opleveren. Hart boven Hard is weggedeemsterd. Het verzet in de samenleving is versnipperd, op bepaalde plekken erg heftig, maar elders eerder flauwtjes. We zijn een rijk land, met enkel onder de oppervlakte heel wat ongelijkheden. Eigenlijk is het voor de meesten in onze samenleving nog goed leven; het verklaart mee waarom het partijpolitiek verzet niet aanslaat of waarom een regeringspartij zoals CD&V zoveel slikt.

De drive achter het verzet komt vandaag toch vooral van burgers en hun initiatieven. 'Overal waar onrecht is, komen mensen in verzet', stelt de Genkse activiste Samira Atillah verderop in de nummer. Ze heeft gelijk. Solidaire handelingen en concrete actie op het terrein geven moed. Burgers helpen vluchtelingen en tegelijk helpen ze daarmee ook politici, want ze zetten hen onder druk om moedig te zijn of naar de lange termijn te kijken.

Maar ook over dat zogenaamde kleine verzet valt wel wat te zeggen. Want hoe duurzaam is het? En bestaat het volgend jaar nog? Zo is de erfenis van de Occupybeweging, zeven jaar geleden toch behoorlijk indrukwekkend, bedroevend. De grote uitdaging voor het kleine verzet vandaag is dan ook om de dialoog aan te gaan met de democratische instellingen en er zich niet van af te wenden. Het klein verzet moet verbonden geraken met het groot verzet; enkel dan is verandering mogelijk. Dat is een gedeelde verantwoordelijkheid. Ook politici moeten leren meer tussenpersoon te worden.

Er zijn dit jaar heel wat herdenkingen: 200 jaar geleden werd Karl Marx geboren, 125 jaar geleden richtte priester Daens de Christene Volkspartij op, 50 jaar geleden barstte de mei '68 revolte uit in Parijs. De moedeloosheid die vandaag bestaat lijkt in scherp contrast te staan met de dynamiek en verwezenlijkingen van vroeger. Maar vergis u niet: ook toen leek de opdracht schier onmogelijk. Laten we kracht putten uit de geschiedenis. En tegelijk beseffen dat de strijd voor meer solidariteit en meer gelijkheid nooit zal gestreden zijn. The powers that be, welke die ook zijn in de toekomst, zullen er zich altijd tegen verzetten. We shall overcome, zong Pete Seeger in één van de lijflieden van het verzet van mei '68. En hij had gelijk. Zelfs al lijkt het vandaag soms toch eerder: Shall we really?

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 5 (mei), pagina 2 tot 3