Abonneer Log in

Asterix aan de Schelde

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 7 (september), pagina 76 tot 78

Asterix aan de Schelde

Thomas Blommaert
epo, Antwerpen 2017

Borgerhout spreekt al decennialang tot de politieke verbeelding, en dat voor vaak diametraal tegenover elkaar staande politieke en ideologische strekkingen. Sommige wortels van wat later de partij Groen zou worden, liggen in deze wijk. Het extreemrechtse Vlaams Blok maakte van Borgerhout dan weer een strijdperk tegen de multiculturele samenleving en doopte de wijk om tot 'Borgerocco'. Borgerhout was ook de plaats waar de militant antiracistische beweging Arabisch-Europese Liga en haar voorman Dyab Abou Jahjah de diepgewortelde frustratie van jongeren met een migratieachtergrond even wisten om te zetten in een mobilisatiekracht die de politieke elite van toen de daver op het lijf jaagde. Meer recent vormde het district de politieke voedingsbodem voor wat in Vlaanderen zonder twijfel het archetypische voorbeeld van de kracht van nieuwe burgerbewegingen is. De in Borgerhout ontstane actiegroep stRaten-generaal maakte door jarenlang koppig volgehouden verzet de geplande Oosterweelverbinding een dossier van nationaal belang. De titel alleen al verraadt hoe auteur Thomas Blommaert met Asterix aan de Schelde Borgerhout opnieuw tot een symbool van een grotere maatschappelijke dynamiek wil maken.

Blommaert speelt met zijn boek handig in op de hernieuwde internationale aandacht voor 'municipalisme' in de politieke linkerzijde. 'Links municipalisme' vestigt zijn hoop voor een radicale democratisering van de maatschappij in een wereld die gedomineerd wordt door een ongemakkelijk huwelijk tussen neoliberalisme en nationalisme in linkse (groot)stadsbesturen. Barcelona en Berlijn figureren doorgaans als lichtende voorbeelden. De keuze voor een boek over Borgerhout – en in het bijzonder het Borgerhouts districtsbestuur – als Belgisch 'voorbeeld' van links municipalisme is betwistbaar. Wellicht komt Gent en haar rood-groene bestuur in België het dichtst in de buurt van links municipalisme. Borgerhout heeft dan wel een uniek groen-rood-donkerrood bestuur, maar voor de rest beschikt een districtsbestuur over zo weinig middelen en bevoegdheden dat de vergelijking met bijvoorbeeld Barcelona en Comú van Ada Colau nauwelijks op een zinvolle manier te maken valt. Blommaert merkt het zelf ook op, maar vindt in de onwelvoeglijke oorlog die de voorbije jaren rond Borgerhout gevoerd wordt voldoende reden om verder te gaan.

Centraal in het boek staat het Borghouts districtsbestuur en de aanslepende schermutselingen met het Antwerpse stadsbestuur. Slechts elf dagen nadat het districtsbestuur is geïnstalleerd, kondigt N-VA-burgemeester Bart De Wever in de krant een samenscholingsverbod aan op de Turnhoutsebaan – het kloppende hart van de wijk. De toon is meteen gezet. Tot een constructieve samenwerking zou het in de legislatuur nooit komen. Blommaert beschrijft de conflicten, over de herinrichting van het Moorkensplein, over het niet openstellen van de haltes Drink en Carnot, over verkeersveiligheid en mobiliteit, over het wegblijven van de burgemeester op buurtvergadering na incidenten met de politie op Terloplein. Borgerhout wordt gestraft voor zijn keuze om een linkse coalitie te vormen die afwijkt van de samenstelling van het stadsbestuur, zo luidt zijn conclusie. Terecht. Het revanchisme van het huidige bestuur was geen tijdelijke opstoot bij de machtsoverdracht, maar zou de opstelling van het bestuur de hele legislatuur door kenmerken.

Alhoewel lokale politici en het districtsbestuur centraal staan in het boek passeren ook een reeds middenvelders en actieve burgers de revue in het boek. Mensen zoals theatermaker Johan Petit van MarthaTentatief, de trekkers van de hulpverleningsorganisatie Al-Ikram, Paul Schyvens van de Roma, de pleinpatrons en de winkeliers achter BOHO 2140. De levendige conversaties en trefzekere portretten met middenvelders en lokale politici geven kleur aan het boek. Toch schetsen ze slechts een partieel beeld van Borgerhout. Extreemrechtse stemmen komen niet aan bod (tenzij zijdelings als het over het VNJ-verleden van Petit gaat), terwijl ook zij onlosmakelijk verbonden zijn met Borgerhout. De Antwerpse N-VA verbood haar vertegenwoordigers mee te werken aan het boek. Blommaert vertelt dit aan het begin van het boek en lijkt zich daar makkelijk bij neer te kunnen leggen. Het draagt uiteraard sterk bij aan de beeldvorming in het boek van Borgerhout als een Gallisch dorp dat belegerd wordt en moedig weerstand biedt tegen vijandige krachten, maar de bijna afwezigheid van N-VA (gezinde) stemmen is één van de zwaktes van het boek. Per slot van rekening haalde N-VA een vierde van de stemmen bij de vorige districtsraadsverkiezingen in 2012. Daarnaast blijft Borgerhout extra muros – toch ook een deel van het district – grotendeels buiten beeld. Ook de vele verschillende etnisch-culturele groepen die Borgerhout rijk is komen eerder beperkt aan bod.

Asterix aan de Schelde presenteert zich als een reportage. De referenties naar het werk van Louis-Paul Boon op achterflap zijn absoluut niet uit de lucht gegrepen. Het boek beschrijft bijzonder kleurrijk en innemend de sfeer in links-progressief Borgerhout en documenteert het politiek pijnlijke duw-en-trek werk tussen stads- en districtsbestuur. Dat levert vele uren fijn leesplezier op, maar een diepgravende sociologische of politieke analyse moet je niet verwachten. In het begin van het boek werpt Blommaert de vraag op waarom men N-VA niet mee aan boord van het districtsbestuur trok, gezien hun almachtige positie in het stadsbestuur. De vraag is relevant, zeker in het licht van hoe het stadsbestuur er toch regelmatig in geslaagd is om de (legitieme) ambities van het districtsbestuur te fnuiken. De auteur stelt de vraag één enkele keer 'plagerig' aan ex-districtsburgemeester Marij Preneel (Groen), maar komt er voor de rest niet meer op terug. Zo blijft de vraag of het linkse municipalisme van Borgerhout nu het verschil maakt onbeantwoord. Ook over het experiment van de 'bestuurlijke ontmaagding van PVDA, een experiment dat gezien het beperkte politieke gewicht van een Antwerps district toch best met een korrel zout genomen wordt, reflecteert Blommaert nauwelijks.

Het boek is op zijn best in het schetsen van de sfeer in links-progressief Borgerhout, inclusief van de personages die er politiek en ideologisch het mooie weer maken. Het biedt ook een ontluisterende kijk op het wedervaren van het districtsbestuur met een nogal ongezond revanchistisch stadsbestuur. Maar het boek zit te veel mee in de polemiek om een grondige analyse te bieden. Dat lijkt de in het boek iets te gretig geadopteerde beeldvorming rond Borgerhout als Gallisch dorp dat moedig weerstand biedt tegen een rechts bestuur nu eenmaal niet toe te laten.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 7 (september), pagina 76 tot 78